donderdag 19 januari 2017

Gezagondermijnend

“Rechters omzeilen steeds vaker het verbod om een taakstraf op te leggen aan gewelds- en zedendelinquenten. Dat doen ze door een taakstaf in combinatie met één dag cel te geven.” Dit schrijft het AD vanmorgen (AD 19.1.17). De krant heeft cijfers opgevraagd bij de Raad voor de Rechtspraak en daaruit blijkt dat vorig jaar 622 keer een taakstraf is opgelegd in combinatie met één dag cel. In 2012, toen het “taakstrafverbod” werd ingevoerd, gebeurde dat maar 83 keer. CDA-tweedekamerlid Madeleine van Toorenburg, die meewerkte aan dit verbod, zegt in het AD: “Te veel rechters lijken de wet nu naast zich neer te leggen. Dit ondermijnt het rechtsgevoel van de slachtoffers.”

Uit het bericht (rechters omzeilen een verbod, rechters leggen de wet naast zich neer) zou de suggestie kunnen ontstaan dat rechters zich niet aan de wet houden. Wie het bericht goed leest, begrijpt wel dat dit niet klopt. Er bestaat ook helemaal geen taakstrafverbod, wel bepaalt de nieuwe wet dat ernstige delicten niet alleen met een taakstraf mogen worden afgedaan. Madeleine van Toorenburg heeft in zoverre gelijk dat veel rechters zich kennelijk niet houden aan haar politieke doelstelling en zij mag zich daarover ook uitspreken. Op twitter zegt ze: “Dit ondermijnt het rechtsgevoel van slachtoffers. Een taakstraf past niet bij ernstige (!) gewelds- en zedendelicten”. Dat is een terechte zorg.

Het SGP-tweedekamerlid Roelof Bisschop gaat echter een stap verder – en wat mij betreft té ver. Hij reageert op Twitter met: “Als nota bene rechters op slinkse manier wet & regels omzeilen, wat verwacht je dan van de rest van NL?”. Hij gaat niet op de zaak zelf in, maar opent meteen maar een frontale aanval op de rechtspraak. Hij suggereert dat de rechters zich niet aan de wet houden. Wat niet waar is. Hij vergeet even dat hij zelf kamerlid en dus wetgever is en dat Nederland een onafhankelijke rechtspraak kent. Dit betekent niet dat je geen commentaar mag hebben op een uitspraak, maar het geeft je niet het recht de rechtspraak te ondermijnen. De rechters voeren naar eer en geweten, onafhankelijk en verantwoordelijk, de wet uit die het parlement heeft gemaakt. Daarbij maken ze fouten, maar wie de rechters “op slinkse manier omzeilen van de wet" verwijt (en dat op basis van één statistiek in een krant zonder de rechterlijke oordelen te kennen) moet met betere argumenten komen. Zijn uitspraak vindt bovendien plaats in een politiek klimaat waarin een ander kamerlid die lak heeft aan de rechtstaat (en rechten afhankelijk wil maken van iemands geloof of politieke opvatting) steeds luidere weerklank vindt.

De uitspraak van Roelof Bisschop vind ik onjuist, onwaardig en beangstigend. Ik heb hem dit laten weten en gevraagd of hij niet een rectificatie wil overwegen. Maar hij blijft bij zijn woorden. De suggestie van Roelof Bisschop gaat veel verder dan het artikel in het AD en tast het vertrouwen in de onafhankelijke rechtspraak aan. Het raakt me. Ik ben opgegroeid in Barneveld, waar de SGP de grootste partij is, en ken die partij als gezagsgetrouw en mediamijdend. Beide eigenschappen heeft die partij afgeschud. Zelf kom ik uit een AR-nest - kritischer, activistischer en liberaler dan de SGP - maar als het gaat om 'overheid' en 'gezag' ben ik kennelijk conservatiever dan de Bisschop. Het was denk ik Donner die zei dat als je tegen de instituties gaat schoppen er een moment komt dat ze kapot gaan.

Wat het onderwerp zelf betreft: ik deel de zorg van Madeleine van Toorenburg dat een taakstraf bij ernstige delicten het rechtsgevoel van slachtoffers kan ondermijnen. Dit mag in de aard en zwaarte van de straf tot uitdrukking worden gebracht. Het parlement vraagt hiervoor terecht aandacht. Overigens ben ik het er niet mee eens dat een taakstraf geen straf is, zoals sommigen beweren, en ik vind het ook niet verstandig als mensen die indruk cultiveren. Ook ben ik geen voorstander van minimum straffen, zoals deze wet in feite voorschrijft. Minimum straffen leiden in de praktijk vaker tot vrijspraak. De rechter moet het immers naar eer en geweten voor zijn verantwoording nemen om iemand op te sluiten. Soms is opsluiten niet de beste oplossing. Alleen de rechter oordeelt over de daad en de dader, in volledige onafhankelijkheid, waarbij hij alle aspecten (inclusief de gevolgen voor dader, slachtoffer en maatschappij) in ogenschouw neemt. De wetgever geeft met categorieën van maximum straffen wel de zwaarte van het delict aan en geeft een kader tussen 'niets' en 'maximum'. Maar het is niet verstandig als leden van de wetgevende macht ook het individuele oordeel naar zich toe willen trekken.

De rechterlijke macht reageert vandaag zelf ook op de berichtgeving op rechtspraak.nl 

Aanvulling: kamerbrief 16.2.17 van minister Blok (interim Justitie) over taakstraffen.













woensdag 18 januari 2017

Wilhelmus

In 1979 was ik bij het 100-jarig bestaan van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) in de Doelen in Rotterdam. De ARP was in die tijd een tegenstribbelend onderdeel van de federatie CDA, die in 1980 een fusiepartij zou worden van KVP, CHU en ARP. Ik herinner mij onder andere de jubileumtoespraak van Jelle Zijlstra, oud-minister van Financiën, interim-premier in 1966-'67 en daarna directeur van De Nederlandsche Bank. "Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien" (Yellow Submarine), zong Wim Kan op Oudejaarsavond 1966. In zijn toespraak vergeleek Jelle Zijlstra een degelijk monetair beleid met de inkomenssolidariteit van de PvdA. Ook het tegengaan van inflatie is inkomenssolidariteit, vond hij. Inflatie is slecht voor de armen: zelfs het weinige geld dat ze hebben, verdwijnt ongemerkt uit hun portemonnee.

Abraham Kuyper was de eerste partijvoorzitter van de ARP, Hans de Boer de laatste. Niet te verwarren met de latere Labbekak-werkgeversleider. Op de eerste gemeenschappelijke lijst van het CDA in 1977 stond hij nummer 25. Ik heb toen op hem gestemd, omdat hij zich als één van de weinigen voor de verkiezingen uitsprak voor samenwerking met de PvdA en een progressieve politiek.

In 1979 zocht Hans de Boer een fractiemedewerker. Ik heb toen gesolliciteerd en werd uitgenodigd voor een gesprek. In mijn sollicitatiebrief had ik enthousiast gememoreerd dat ik de plaatselijke Arjos had weten te verdubbelen. Van één naar twee leden. De uitnodiging had ik vooral te danken aan mijn opiniestuk in de Barneveldse Krant over het aftreden van Willem Aantjes in november 1978. Uit het sollicitatiegesprek herinner ik mij dat hij mij graag zijn wekelijkse kolom in het AR-partijblad Nederlandse Gedachten wilde laten schrijven. Hij combineerde zijn kamerlidmaatschap met het partijvoorzitterschap en die werkzaamheden liepen onvermijdelijk door elkaar. We spraken over zijn kritische houding tegenover het jonge CDA-in-wording. In de grondslagdiscussie stond hij achter de visie van Aantjes (aanspreekbaar op het Evangelie) en het CDA mocht geen rechts blok worden, zoals de Duitse CDU, of met alle winden meewaaien, maar moest kiezen voor solidariteit. Als partijvoorzitter zag hij het als zijn roeping om de ARP "als één geheel" het CDA binnen te loodsen en een partijscheuring te voorkomen. Uiteindelijk koos hij iemand anders als medewerker. "Bij de eindafweging komt men in nuances terecht", schreef hij diplomatiek in de afwijzingsbrief.

Bij het opruimen van mijn archief (december 2016) vond ik deze notitie uit 1980, dus ongeveer een jaar later. 

Herinner me ineens het aanheffen van het Wilhelmus op het 100-jarig jubileum van de ARP. Minister-president Van Agt reikt namens H.M. de Koningin Juliana een ridderorde uit aan H.A. de Boer en in hem de ARP. Het mannenbroederlijk gezicht van Hans, borst vooruit, blik op oneindig, trots, vastberaden, stoer, principieel, recht door zee. Het 'ARP-gezicht'. 

Iemand in de zaal heft helemaal spontaan het Wilhelmus aan. WWWWil-HEL-mus vaaan... 

De hele zaal valt direkt in en daar rijst men overeind. Een geladen moment. 

Na het volkslied, een ander: "Leve de Koningin! Hoera - Hoera - Hoera." 

Wat weifelend. Moet dat nou... De echte, oude AR toch weer.


[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze uit 1980]

dinsdag 17 januari 2017

Verdiend

"Een gulden kan je vinden, krijgen, stelen, lenen of in de loterij winnen, 

maar onthoud één ding: 

IEMAND moet ook die gulden verdiend hebben."

Elsevier Magazine 21/03/1981 p6



[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze.]

zondag 15 januari 2017

Het meisje huilde

Uit: De spelling van de Nederlandse taal, Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, p16

"Enkele voorbeelden. Het jongetje schreeuwde luid; hij wilde z'n bal terug. Het meisje huilde; ze had haar pop verloren. Dat wijf met haar brutale gezicht ergert me; ik zal haar eens goed de waarheid zeggen." 

Leve het feminisme.

[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze (omstreeks 1982)]

vrijdag 13 januari 2017

Brieven schrijven

Uit: "Over het schrijven van brieven" door Lewis Caroll
in: Het Vergeet-me-niet-boek. 

1. lees de oude brief door en neem het juiste adres over
2. adresseer en frankeer een envelop
3. schrijf eigen naam en adres bovenaan het briefpapier
4. schrijf de datum volledig
5. schrijf leesbaar
6. vul niet meer dan anderhalve bladzijde met verontschuldigingen
7. begin met de thema's uit de ander zijn brief, dan pas je eigen zaken
8. als je je op iets beroept dat de ander genoemd heeft, citeer hem dan juist
9. ben je ban dat je brief de ander zal irriteren, leg hem terzijde en lees hem de volgende dag over als aan jou zelf geschreven

[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze (omstreeks 1982)]

woensdag 11 januari 2017

Melancholiek Nederland

John Adams, de latere president, stuurde in mei 1781 zijn bevindingen over Nederland aan het Amerikaanse Congres: 

"Dit land is inderdaad ten prooi aan een melancholieke situatie, verzonken in gemakzucht, toegewijd aan het winstbeginsel, aan alle kanten overschaduwd door machtige buurlanden, niet te animeren door een liefde voor militaire glorie of enige strevende geest, belemmerd door een ingewikkelde en verbazingwekkende grondwet, onder elkaar verdeeld in belangen en gevoelens, lijken zij voor alles bang."

Bron: Utrechts Nieuwsblad, 25.01.1982, p8: "Nederland en VS onderhouden twee eeuwen lang betrekkingen", door Henk Kolb. 


[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze, gedateerd 25/1/1982.]

dinsdag 10 januari 2017

Politiek verantwoordelijk

[Bij het opruimen van mijn archief vind ik soms losse aantekeningen, zoals deze, gedateerd 26/8/1981 onder de titel "De weekbladen". Helaas geen nauwkeurige bronvermelding.]

---

In alle commentaren op de benoeming van De Gaay sr als informateur en het daarop gevolgde aftreden van Van Agt ontbreekt één aardig detail: 

de enige die politiek verantwoordelijk is voor het benoemen van de informateur is de zittende minister-president: de heer Van Agt. 

De enige manier om zich aan die verantwoordelijkheid te onttrekken is: aftreden als premier. 

---

[Toelichting. Na de verkiezingen in 1981 vonden formatieonderhandelingen plaats tussen CDA, PvdA en D66. CDA-lijsttrekker Dries van Agt was in deze onderhandelingsfase zowel fractievoorzitter van het CDA als demissionair minister-president van het aftredende kabinet Van Agt-Wiegel. Joop den Uyl leidde de PvdA en Jan Terlouw D66. Toen de onderhandelingen vastliepen, benoemde koningin Beatrix de meer 'linkse' CDA-er W.F. De Gaay als informateur. Dat was tegen het advies en de zin van Van Agt, die daarop de onderhandelingen voor het CDA overliet aan Ruud Lubbers. Als zittend minister-president was Van Agt echter zelf politiek verantwoordelijk voor het handelen van de Koningin. 
Zie ook Wikipedia: Kabinetsformatie Nederland 1981.]