dinsdag 2 juli 2019

Trendsetter

Op 1 juli memoreerde ik in mijn blog dat 25 jaar geleden GSM werd ingevoerd in Nederland en ik diezelfde maand nog mijn eerste zaktelefoon in gebruik nam. Iemand reageerde: ik wist niet dat je zo'n trendsetter was.

Of ik een trendsetter ben, betwijfel ik. Op veel gebieden loop ik hopeloos achter. Zo worstel ik nog steeds met de afstandsbediening van de televisie. Een vriend van mij vroeg eens: zou jij niet eens een kijkje willen nemen in de toekomst, zeg over vijftig of honderd jaar. Ik antwoordde: Daar heb ik helemaal geen behoefte aan, want ik leef al in de toekomst. Eigenlijk ben ik een 19de-eeuwer die per ongeluk in een verkeerde eeuw terecht gekomen is. Maar op het gebied van online-communicatie ben ik inderdaad vaak wel een van de eersten. Ik lééf online. Altijd al.

In reactie op deze reactie ben ik wat verder gaan dwalen in mijn herinneringen aan nieuwe technische ontwikkelingen en daar zit weer een nieuw blogverhaal in. Bij deze. 

Als mensen het hebben over de nieuwigheid van sociale media, moet ik altijd een beetje glimlachen. Ik ontdekte de 'bbs' (online bulletin boards en chatboxen) in mei 1987. Fantastisch: dat je achter je toetsenbord gaat zitten en er een echt mens aan de andere kant reageert. Sindsdien chat ik online met de hele wereld, lang voor het internet en sociale media gemeengoed werden.

In die tijd moest je nog wel met de gewone telefoon inbellen en dan zo'n ratelende en piepende modem inschakelen. Zo herinner ik me dat ik in de jaren '80 lange tijd elke ochtend van half acht tot acht uur met een secretaresse in Zwolle heb gechat, zodat we allebei langzaam op gang konden komen terwijl we al achter ons bureau zaten en daarna meteen aan het werk konden gaan. Om mijzelf wakker te krijgen, had ik een tijdschakelaar op mijn computer gezet en die zo geprogrammeerd dat deze bij het opstarten automatisch in een 'loop' continu ASCII-code 07 (Bel) naar de printer stuurde, die daardoor vreselijk begon te loeien. Dan móest ik m'n bed wel uit om 'm stil te krijgen.

Ook chatte ik in die tijd vaak met een man in Groningen. We kenden elkaar online al maanden toen ik hem voor het eerst in het echt ontmoette, toen hij voor een ziekenhuisafspraak in Utrecht moest zijn. Hij bleek helemaal geen gezicht te hebben, zijn gelaat was verminkt door een huidziekte, waar hij nooit over had gesproken en wat ook niet relevant was in onze gesprekken. In die tijd had ik vaak wat je zou kunnen noemen 'pastorale gesprekken'. Ik weet nog dat ik in de jaren '80 een oud-collega van Youth for Christ suggereerde: vergeet de koffiebar, online moet je zijn.

Het online communiceren beviel me zo goed dat ik via het Rijkscomputercentrum RCC in Apeldoorn een aansluiting aanvroeg op Datanet1, waarmee ik bijvoorbeeld kon inloggen op databases in Londen met o.a. nieuwsarchieven. Internet bestond in die tijd nog niet. Ook behoorde ik tot de eerste 1000 klanten van de Postbank die experimenteel gebruik maakten van Girotel. Bij toeval hoorde ik in die tijd dat sommige bedrijven een aansluiting hadden op '008', de nummerinformatie van de PTT. Ik belde de PTT en zei dat ik dat ook wilde. Het antwoord was dat dit vooral voor grote bedrijven was, "die een groot verkeer genereren", om zo de telefonistes van de PTT te ontlasten. Maar na intern overleg bleek dat er geen criterium was voor bedrijfsgrootte en zo werd ik als eerste eenling al in de jaren '80 aangesloten op de nummerdatabase van de PTT, wat mijn telefoonboeken overbodig maakte en waarmee ik ook omgekeerd kon zoeken, dus zowel een telefoonnummer zoeken bij een adres als een adres zoeken bij het telefoonnummer.

De gemeente Utrecht heeft mij nog eens een detectiveopdrachtje gegeven, nadat er uit een buurt meldingen binnen waren gekomen van illegale activiteiten in een pand. Ik heb het pand een poosje geobserveerd, buurtbewoners bevraagd en ik kon verschillende databases doorzoeken waar de opdrachtgever niet over beschikte. Eind jaren '80 kreeg de Dienst Ruimtelijke Ordening voor het eerst een computernetwerk. Ik begon meteen enthousiast gebruik te maken van de ingebouwde emailfunctie, maar de respons was letterlijk nul. Ook vroeg ik een thuisaansluiting aan op de printer op de verdieping waar Stedebouw gevestigd was. De collega's begrepen er helemaal niets van dat mijn werk 's morgens op de printer klaarlag, terwijl ik nog niet op kantoor verschenen was, maar er 's avonds thuis aan gewerkt had.

Van 1994 tot 1996 woonde en werkte ik part time in Bonn, als telewerker, terwijl mijn klanten in Nederland zaten. Dat bleek geen enkel probleem. In Utrecht had ik bij een collegabedrijf een gewone PC constant aan staan, waar op ik met het programma PC Anywhere telefonisch kon inloggen. Op een dag moest ik een tekst aanleveren bij een drukker in Zwolle en ik had gevraagd of hij een mailbox had. Ja, dat was geen probleem. Maar op de dag van de deadline bleek dit een misverstand. De drukker had wel een mailbox, maar niemand wist hoe die werkte. Toen heb ik de tekst naar m'n eigen PC in Utrecht verzonden, het collegabedrijf gevraagd het op een diskette te zetten en een koerier te bestellen. De kosten heb ik ter leringhe maar weinig vermaeck van de opdrachtgever op de factuur nauwkeurig gespecificeerd: verzending Bonn naar Utrecht Hfl 1,25 + verzending van Utrecht naar Zwolle Hfl 125. Zelden heb ik de kostenefficiëntie van online communicatie zo helder voor ogen gehad.

Het grappige is dat ik in mijn tienerjaren al veel fantaseerde over computers. Daarover heb ik ook nog wat dagboekaantekeningen uit die tijd. Als ik over dit onderwerp nóg een blog wil schrijven, dan moet ik die er maar weer eens bij zoeken. Op mijn vijftiende, in 1971, schreef ik in mijn dagboek (ik citeer nu uit het hoofd uit eigen werk): "Vroeger was het praten over computers een geliefkoosd onderwerp. Zouden leraren ooit vervangen worden door computers?". Daarna volgt de puberklacht dat leraren allang tot computers zijn verworden, alleen gericht op kennis en stampen. Het mooiste hiervan vind ik het eerste woord van de zin: "Vroeger". In 1971. Vroeger... computers...

Eerder schreef ik al eens een blog (18-02-17) over een andere fantasie, van toen ik een jaar of 13 was. Ik citeer weer mijzelf: "Elke dag kwam ik op de fiets van school in Ede naar huis in Barneveld langs een groot landhuis te midden van een mysterieus bosperceel. Op een dag besloot ik daar mijn hoofdkantoor te vestigen. Ik had in dat landhuis een grote centrale computer bedacht die met een paar drukken op de knop tal van brieven en bladen produceerde en verzond, een immense tekstverwerker. Dit was rond 1969 terwijl ik er alleen maar dromerig langsfietste op weg naar huis en het zou nog vele jaren duren totdat ik begin tachtiger jaren voor het eerst een echte tekstverwerker zag. Dat voelde als een moment van herkenning."








maandag 1 juli 2019

GSM 25 jaar

Vandaag is het 25 jaar geleden dat GSM in Nederland werd ingevoerd. Op 1 juli 1994. Ik herinner me die datum nog uit het hoofd. De eerste generatie (G1) van het Global System for Mobile communication. Van de telefooncel stapten we over op de cell phone. De cel is dan niet meer een klein grijs, groen of rood hokje op de hoek van de straat waar een telefoon in hangt met een verscheurd telefoonboek, maar de actieradius van een zendmast in de buurt die het digitale signaal van de mobiele telefoon opvangt en daardoor weet waar je bent en een oproep naar je nummer kan doorzetten. 

Daarvóór hadden we al wel het analoge autotelefoonnet (ATF1) met een radiosignaal dat vrij door de 'ether' klonk. Voor pak 'm beet 5000 gulden had je ook al een handset, met een gigantische batterij (ik schat 20x30x5 cm), die je uit je auto kon meenemen. Ik zie de verbaasde blikken nog, zo rond 1990, toen iemand met zo'n ding een vergadering kwam binnenlopen. 

De invoering van het digitale GSM leidde meteen tot een enorme prijsdoorbraak, die mobiele telefonie ook voor de gewone kleine zelfstandige zoals ik bereikbaar maakte. Direct die eerste maand, juli 1994, kocht ik mijn eerste mobiele telefoon, een Nokia, voor slechts 2000 gulden. De batterij moest wel elk jaar vervangen worden voor de somma van 130 gulden. 

Het staatsbedrijf Koninklijke PTT Nederland, op het punt om geprivatiseerd te worden, was de enige aanbieder. Elke nieuwe klant werd nog persoonlijk door het bedrijf gebeld om te laten weten dat de telefoon was aangesloten. Ik herinner me dat eerste telefoontje nog goed. Ik liep al een paar dagen rond met mijn nieuwe, kostbare maar nog niet functionerende bezit, toen dat eerste, verlossende telefoontje kwam, op een hete middag in juli op het pleintje naast station Bonn-Beuel. Het plotselinge haast explosieve gevoel van verwondering, vrijheid en zelfs macht.

Het 06-nummer hield ik voor mijzelf, '06' stond toen nog voor 'privé', terwijl mijn Utrechtse vaste lijn permanent doorgeschakeld stond naar m'n mobiel. Zo kon ik kantoor houden in Bonn, waar ik part time woonde, terwijl m'n klanten in Nederland daar niets van merkten.

Wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen is dat in diezelfde tijd de (al lang bestaande maar nog niet zo breed verspreide) fax doorbrak, terwijl e-mail al bestond maar door vrijwel niemand gebruikt werd. Binnen de gemeente Utrecht (mijn grootste klant) was ik zo'n beetje de enige die mail gebruikte maar er kwam nooit antwoord. 

Om stukken te versturen trok ik de telefoon van m'n hospita in Bonn uit de muur, ik plugde m'n laptopje in en faxte direct vanuit MS Word. Bij de gemeente werd de fax gekopieerd en verder verspreid. Ooit ontving de gemeenteraad van Utrecht op deze manier antwoord op raadsvragen. Is het u bekend dat de antwoorden op deze vragen zijn opgesteld in Bonn? Nee. Dat kon men zich toen nog niet voorstellen. Inmiddels raken we er aan gewend dat het land en de hele wereld (see you at the demilitarised zone) met de smartphone geregeerd wordt.