zondag 6 oktober 2019

Moeder uitgezwaaid

In Aircrash Investigation op National Geographic vanmiddag het neerstorten van een vliegtuig van Garuda bij Medan op 26 september 1997. Ik heb deze aflevering al vaker gezien. Alle 152 passagiers kwamen om, de grootste vliegramp in de geschiedenis van Indonesië. Die dag heb ik onbedaarlijk gehuild. Mijn moeder zat op dat moment in een vliegtuig van Garuda onderweg naar Medan.

Mijn moeder ging op bezoek bij haar broer in Australië. Haar broer, mijn omke Symen, is begin jaren '50 met zijn gezin geëmigreerd. Niemand van de familie in Nederland was nadien ooit daar op bezoek geweest. Mijn moeder was inmiddels de 70 gepasseerd en haar broer 82, ze vond het tijd om hem op te zoeken. Maar ze had nog nooit gevlogen en was nauwelijks over de grens geweest.

In diezelfde periode wilde de vrouw van mijn broer haar oom en tante in Australië bezoeken. Zo ontstond het plan om samen via Indonesië te vliegen, zodat mijn moeder op de eerste vlucht van haar leven gezelschap en begeleiding had. Ze boekten een Garuda-vlucht via Medan naar Djakarta. Van daaruit zou mijn schoonzus naar Brisbane in het Oosten en mijn moeder naar Perth in het Westen van Australië vliegen.

Maar op Schiphol bleek de vlucht geannuleerd. Al dagen waren de bosbranden in Indonesië in het nieuws. Boeren staken hun velden en stukken bos in brand om nieuwe akkers aan te leggen. Zoals wel vaker, waren de branden uit de hand gelopen en er hing een grote mist over grote delen van het land en verder. Vliegen was onveilig geworden.

Grote spanning op Schiphol, lange tijd bleef onduidelijk hoe het verder zou gaan. M'n schoonzus kon als eerste overgeboekt worden op een andere vlucht met aansluiting naar Brisbane. Mijn moeder zou met een bus naar een hotel in Leiden worden gebracht en daar op kosten van Garuda overnachten, in afwachting van een geschikte vlucht. Mijn vader twijfelde nu of hij zijn vrouw wel alleen had moeten laten gaan. Mijn moeder aarzelde ook. "Maar als ik niet ga, Ytzen, wie dan?" Ineens besefte ik dat ze het als haar heilige plicht zag om haar broer te bezoeken. Ze was altijd trouw aan haar familie, wat er ook gebeurt. Maar nu zag ze toch wel op tegen de vlucht, ik zag een moment van angst in de ogen van m'n nuchtere, altijd onderkoelde moeder. "Ga je mee?", vroeg ze.

Terwijl mijn moeder met de bus naar Leiden werd gebracht, reisde ik hals over kop naar het Australische consulaat in Amsterdam. Binnen twee uur had ik een visum voor Australië in mijn paspoort. Ik had geen ja of nee gezegd op de vraag van mijn moeder, maar ja was geen optie zonder visum. Met de trein reisde ik vervolgens van Amsterdam naar Leiden, waar mijn moeder net een rijk Indonesisch buffet voorgeschoteld kreeg. Als m'n moeder iets niet eet is het scherp gekruid eten, dus in elk geval kon ik die taak van haar overnemen. Ik vroeg haar of ze nog wilde dat ik meeging. Ze was inmiddels weer tot rust gekomen en voelde zich sterk genoeg om in haar eentje de grote reis te aanvaarden. De volgende morgen in alle vroegte kon ze vertrekken.

Mijn vader en ik waren weer vroeg op Schiphol om haar uit te zwaaien. Nadat we afscheid hadden genomen gingen we op het dakterras staan om het vliegtuig te zien vertrekken. We konden het zien opstijgen en minutenlang steeds kleiner zien worden totdat het als een klein puntje in de wolken verdween. Bedrukt staarden we nog een poosje naar de lucht. Door alle gedoe rond de vlucht was ons ontspannen optimisme verdwenen, ik besefte dat er iets kon gebeuren waardoor ik haar nooit terug zou zien. Maar dat zou zo'n vaart niet lopen, vliegen is immers veilig. Maar dan besefte ik dat ze hoe dan ook ooit uit mijn leven zou verdwijnen, als een steeds kleiner wordend puntje in de lucht en dat dit afscheid onafwendbaar zou zijn.

Thuisgekomen in Utrecht moest ik huilen. Helemaal leeg en doodmoe van het vroege opstaan en de spanning viel ik daarna op de bank in slaap. Tegen twaalven werd ik wakker en zette ik de televisie aan. Het journaal opende met het nieuws van een vliegtuig van Garuda dat door de bosbranden was neergestort bij Medan. Het vliegtuig had in de dichte mist een verkeerde draai gemaakt en was tegen de bergen gevlogen. Het journaal was nog niet voorbij of mijn vader belde, met overgeslagen stem. We vertelden elkaar dat zij niet in dit vliegtuig kon zitten, ze was nog niet eens halverwege. Maar we konden onze emoties niet verbergen.

Mijn moeder redde zich ondertussen uitstekend, zo bleek later toen ze thuiskwam met verhalen. Haar vliegtuig was omgeleid van Medan naar Djakarta en zou daarna alsnog doorvliegen naar Medan. Ze besloot in Djakarta te wachten op haar vlucht naar Perth en bleek zich, met alleen lagere school maar een goed stel hersens en een open blik, goed te kunnen redden in het Engels en met handen en voeten. Luchtvaarttermen als check in, gate en departure had ik voor haar op een papiertje gezet.

Die dag heb ik dus gehuild om het afscheid van m'n moeder en ik vroeg mij af of je op voorraad kan huilen. Ja dat kan. Jaren daarvoor had ik over deze vraag al eens nagedacht, bij het schrijven van een verhaal over mijn moeders afscheid van háár moeder, toen ze dertien was. Ik schreef (samengevat):

<< "Het schijnt dat ik veel huilde toen". De vader kijkt niet begrijpend. "De dag van mijn geboorte". De vader knikt en kijkt mild glimlachend voor zich uit. "Ik huil niet minder nu. Ik verspreid alleen mijn tranen beter over de jaren." >>

Precies vijftien jaar nadat ik mijn moeder uitzwaaide, hebben we haar begraven (27-09-12). Ik heb die dag niet gehuild. Dat had ik al gedaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten