woensdag 24 juli 2019

Blik van de buren

Het ontwerpbesluit voor Windpark Goyerbrug en de stukken die daar deel van uitmaken liggen van 13 juni tot en met 24 juli ter inzage bij de gemeente Houten. Deze termijn loopt vandaag af. De vergunningaanvraag en bijbehorende documenten blijven overigens ook daarna nog gewoon te vinden op de website van de gemeente, maar de reactietermijn is verstreken.

Voor Omroep Houten volg ik het 'windmolendossier' en met name de interactie tussen Houten en de buurgemeenten. Bewoners van het buitengebied van Wijk bij Duurstede, Culemborg en Bunnik wonen dichterbij het geplande windpark dan de bewoners van de kern Houten. 

Bij het aflopen van de inzagetermijn heb ik een rondje gemaakt langs de betrokken buurgemeenten. 

Bunnik

De woordvoerder van de gemeente Bunnik laat mij weten dat Bunnik geen zienswijze heeft ingediend. 

Wijk bij Duurstede

De gemeente Wijk bij Duurstede heeft wel een zienswijze ingediend. Opvallend is dat de zienswijze niet ingaat op de wenselijkheid of voorwaarden van het plaatsen van windmolens, maar alleen op het voornemen van Houten om een windfonds op te richten, waarmee de directe omgeving van het windpark kan delen in de opbrengsten. 

De gemeente Wijk bij Duurstede waardeert de oprichting van een windfonds, maar vindt wel dat dit fonds een gemeente-overschrijdende werking moet hebben. De bewoners van Wijk bij Duurstede die dichtbij het windpark wonen, moeten ook eerlijk kunnen delen in de lusten, naast de lasten die ze krijgen. Houten moet de Wijkse inwoners actief informeren en betrekken. 

Het gegeven dat het fonds minimaal 50% gefinancierd moet worden door de initiatiefnemer roept vragen op. De gemeente hoopt dat het niet alleen bij intenties blijft, maar dat het plan vooraf in een overeenkomst met de initiatiefnemer wordt vastgelegd, zodat dit windfonds er ook echt gaat komen.

Culemborg

De gemeente Culemborg komt met een uitgebreide zienswijze, die vooraf ook is besproken in de gemeenteraad. 

Regionale Energiestrategie
Voor de nationale energietransitie moeten alle regio's in Nederland binnenkort een 'Regionale Energiestrategie' (RES) opstellen. Culemborg wijst er op dat hoewel Houten en Culemborg in verschillende regio's en provincies liggen, ze toch buurgemeenten zijn en hun plannen op elkaar moeten afstemmen. Culemborg gaat daarom contact opnemen met Houten om "over de bestuurlijke grenzen heen te kijken". 

Bezorgdheid
Windpark Goyerbrug zal de 'noordelijke skyline' van Culemborg, die nu gevormd wordt door de Lek en het groene buitengebied van het Eiland van Schalkwijk, gaan domineren. De gemeente is dan ook niet verrast dat Culemborgers reageren met ongenoegen over de beperkte informatie, bezorgdheid over hinder en aantasting van het natuurlijke uitzicht naar het noorden, bezorgdheid over de natuur en over de waardedaling van woningen. Ook zijn er twijfels over de betrouwbaarheid van de initiatiefnemer. De gemeente Culemborg vraagt Houten om deze reacties zorgvuldig te overwegen en te beantwoorden. 

Ook in Culemborg zijn er plannen voor een tweede windpark. Daarvoor is in 2017 een Windvisie opgesteld. Culemborg hanteert deze visie nu ook voor deze zienswijze. Voor slagschaduw, geluid en veiligheid van windparken bestaan in Nederland standaard-normen. Maar Culemborg maakt zich zorgen over de hoogte van de molens bij Goyerbrug (ashoogte ruim 160 meter, tiphoogte 240 meter). Op dit moment uniek in Nederland. Er is nog geen enkele ervaring mee opgedaan. 

Wat als de geluidsbelasting tegenvalt? Culemborg vraagt Houten in de voorschriften van de vergunning te regelen dat de gemeente snel kan ingrijpen en handhaven. De gemeente zou ook al van tevoren een 'handhavingsstrategie' moeten opstellen. Ook vraagt Culemborg om de prestaties van de molens te meten, te evalueren en te vergelijken met de verwachtingen. De evaluatie zou in overleg met de omgeving moeten worden opgesteld en de resultaten met de omgeving gedeeld. 

Participatie
De gemeente Culemborg heeft als beleid dat bewoners moeten kunnen participeren in de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van windmolens. Culemborg vraagt Houten om te onderzoeken of dit ook bij Windpark Goyerbrug kan, bijvoorbeeld door lokaal, coöperatief eigenaarschap. 

Culemborg stelt zich op het standpunt dat de grondopbrengst van een windmolen mede ten goede moet komen aan omwonenden, zowel landeigenaren met grond waar geen molen komt als omwonenden zonder eigen grond in het gebied. In de Windvisie Culemborg staat dat alle landeigenaars en pachters in een nader te bepalen straal rond het windpark samen bepalen hoe de grondopbrengst wordt verdeeld en dat omwonenden een bedrag per huishouden ontvangen. Minimaal 20% van de grondopbrengst moet beschikbaar worden gesteld voor omwonenden. Culemborg vraagt of deze manier van 'eerlijk delen' ook bij Windpark Goyerbrug mogelijk is. 

Duurzaamheidsfonds
Culemborg stelt een duurzaamheidsfonds voor, waarin een deel van de opbrengsten van de windturbines wordt gestort. Het fonds kan worden beheerd door een op te richten stichting, gevormd door inwoners binnen een bepaalde straal rond het windpark, dus mogelijk ook inwoners van Culemborg. De inwoners kunnen vervolgens beslissen over de aanwending van het fonds.

Brondocumenten:
Website Goyerbrug gemeente Houten
Zienswijze gemeente Wijk bij Duurstede
Zienswijze gemeente Culemborg

Verzamelde documenten en mediaberichten, zie
go.stylo.nl/wind


dinsdag 2 juli 2019

Trendsetter

Op 1 juli memoreerde ik in mijn blog dat 25 jaar geleden GSM werd ingevoerd in Nederland en ik diezelfde maand nog mijn eerste zaktelefoon in gebruik nam. Iemand reageerde: ik wist niet dat je zo'n trendsetter was.

Of ik een trendsetter ben, betwijfel ik. Op veel gebieden loop ik hopeloos achter. Zo worstel ik nog steeds met de afstandsbediening van de televisie. Een vriend van mij vroeg eens: zou jij niet eens een kijkje willen nemen in de toekomst, zeg over vijftig of honderd jaar. Ik antwoordde: Daar heb ik helemaal geen behoefte aan, want ik leef al in de toekomst. Eigenlijk ben ik een 19de-eeuwer die per ongeluk in een verkeerde eeuw terecht gekomen is. Maar op het gebied van online-communicatie ben ik inderdaad vaak wel een van de eersten. Ik lééf online. Altijd al.

In reactie op deze reactie ben ik wat verder gaan dwalen in mijn herinneringen aan nieuwe technische ontwikkelingen en daar zit weer een nieuw blogverhaal in. Bij deze. 

Als mensen het hebben over de nieuwigheid van sociale media, moet ik altijd een beetje glimlachen. Ik ontdekte de 'bbs' (online bulletin boards en chatboxen) in mei 1987. Fantastisch: dat je achter je toetsenbord gaat zitten en er een echt mens aan de andere kant reageert. Sindsdien chat ik online met de hele wereld, lang voor het internet en sociale media gemeengoed werden.

In die tijd moest je nog wel met de gewone telefoon inbellen en dan zo'n ratelende en piepende modem inschakelen. Zo herinner ik me dat ik in de jaren '80 lange tijd elke ochtend van half acht tot acht uur met een secretaresse in Zwolle heb gechat, zodat we allebei langzaam op gang konden komen terwijl we al achter ons bureau zaten en daarna meteen aan het werk konden gaan. Om mijzelf wakker te krijgen, had ik een tijdschakelaar op mijn computer gezet en die zo geprogrammeerd dat deze bij het opstarten automatisch in een 'loop' continu ASCII-code 07 (Bel) naar de printer stuurde, die daardoor vreselijk begon te loeien. Dan móest ik m'n bed wel uit om 'm stil te krijgen.

Ook chatte ik in die tijd vaak met een man in Groningen. We kenden elkaar online al maanden toen ik hem voor het eerst in het echt ontmoette, toen hij voor een ziekenhuisafspraak in Utrecht moest zijn. Hij bleek helemaal geen gezicht te hebben, zijn gelaat was verminkt door een huidziekte, waar hij nooit over had gesproken en wat ook niet relevant was in onze gesprekken. In die tijd had ik vaak wat je zou kunnen noemen 'pastorale gesprekken'. Ik weet nog dat ik in de jaren '80 een oud-collega van Youth for Christ suggereerde: vergeet de koffiebar, online moet je zijn.

Het online communiceren beviel me zo goed dat ik via het Rijkscomputercentrum RCC in Apeldoorn een aansluiting aanvroeg op Datanet1, waarmee ik bijvoorbeeld kon inloggen op databases in Londen met o.a. nieuwsarchieven. Internet bestond in die tijd nog niet. Ook behoorde ik tot de eerste 1000 klanten van de Postbank die experimenteel gebruik maakten van Girotel. Bij toeval hoorde ik in die tijd dat sommige bedrijven een aansluiting hadden op '008', de nummerinformatie van de PTT. Ik belde de PTT en zei dat ik dat ook wilde. Het antwoord was dat dit vooral voor grote bedrijven was, "die een groot verkeer genereren", om zo de telefonistes van de PTT te ontlasten. Maar na intern overleg bleek dat er geen criterium was voor bedrijfsgrootte en zo werd ik als eerste eenling al in de jaren '80 aangesloten op de nummerdatabase van de PTT, wat mijn telefoonboeken overbodig maakte en waarmee ik ook omgekeerd kon zoeken, dus zowel een telefoonnummer zoeken bij een adres als een adres zoeken bij het telefoonnummer.

De gemeente Utrecht heeft mij nog eens een detectiveopdrachtje gegeven, nadat er uit een buurt meldingen binnen waren gekomen van illegale activiteiten in een pand. Ik heb het pand een poosje geobserveerd, buurtbewoners bevraagd en ik kon verschillende databases doorzoeken waar de opdrachtgever niet over beschikte. Eind jaren '80 kreeg de Dienst Ruimtelijke Ordening voor het eerst een computernetwerk. Ik begon meteen enthousiast gebruik te maken van de ingebouwde emailfunctie, maar de respons was letterlijk nul. Ook vroeg ik een thuisaansluiting aan op de printer op de verdieping waar Stedebouw gevestigd was. De collega's begrepen er helemaal niets van dat mijn werk 's morgens op de printer klaarlag, terwijl ik nog niet op kantoor verschenen was, maar er 's avonds thuis aan gewerkt had.

Van 1994 tot 1996 woonde en werkte ik part time in Bonn, als telewerker, terwijl mijn klanten in Nederland zaten. Dat bleek geen enkel probleem. In Utrecht had ik bij een collegabedrijf een gewone PC constant aan staan, waar op ik met het programma PC Anywhere telefonisch kon inloggen. Op een dag moest ik een tekst aanleveren bij een drukker in Zwolle en ik had gevraagd of hij een mailbox had. Ja, dat was geen probleem. Maar op de dag van de deadline bleek dit een misverstand. De drukker had wel een mailbox, maar niemand wist hoe die werkte. Toen heb ik de tekst naar m'n eigen PC in Utrecht verzonden, het collegabedrijf gevraagd het op een diskette te zetten en een koerier te bestellen. De kosten heb ik ter leringhe maar weinig vermaeck van de opdrachtgever op de factuur nauwkeurig gespecificeerd: verzending Bonn naar Utrecht Hfl 1,25 + verzending van Utrecht naar Zwolle Hfl 125. Zelden heb ik de kostenefficiëntie van online communicatie zo helder voor ogen gehad.

Het grappige is dat ik in mijn tienerjaren al veel fantaseerde over computers. Daarover heb ik ook nog wat dagboekaantekeningen uit die tijd. Als ik over dit onderwerp nóg een blog wil schrijven, dan moet ik die er maar weer eens bij zoeken. Op mijn vijftiende, in 1971, schreef ik in mijn dagboek (ik citeer nu uit het hoofd uit eigen werk): "Vroeger was het praten over computers een geliefkoosd onderwerp. Zouden leraren ooit vervangen worden door computers?". Daarna volgt de puberklacht dat leraren allang tot computers zijn verworden, alleen gericht op kennis en stampen. Het mooiste hiervan vind ik het eerste woord van de zin: "Vroeger". In 1971. Vroeger... computers...

Eerder schreef ik al eens een blog (18-02-17) over een andere fantasie, van toen ik een jaar of 13 was. Ik citeer weer mijzelf: "Elke dag kwam ik op de fiets van school in Ede naar huis in Barneveld langs een groot landhuis te midden van een mysterieus bosperceel. Op een dag besloot ik daar mijn hoofdkantoor te vestigen. Ik had in dat landhuis een grote centrale computer bedacht die met een paar drukken op de knop tal van brieven en bladen produceerde en verzond, een immense tekstverwerker. Dit was rond 1969 terwijl ik er alleen maar dromerig langsfietste op weg naar huis en het zou nog vele jaren duren totdat ik begin tachtiger jaren voor het eerst een echte tekstverwerker zag. Dat voelde als een moment van herkenning."








maandag 1 juli 2019

GSM 25 jaar

Vandaag is het 25 jaar geleden dat GSM in Nederland werd ingevoerd. Op 1 juli 1994. Ik herinner me die datum nog uit het hoofd. De eerste generatie (G1) van het Global System for Mobile communication. Van de telefooncel stapten we over op de cell phone. De cel is dan niet meer een klein grijs, groen of rood hokje op de hoek van de straat waar een telefoon in hangt met een verscheurd telefoonboek, maar de actieradius van een zendmast in de buurt die het digitale signaal van de mobiele telefoon opvangt en daardoor weet waar je bent en een oproep naar je nummer kan doorzetten. 

Daarvóór hadden we al wel het analoge autotelefoonnet (ATF1) met een radiosignaal dat vrij door de 'ether' klonk. Voor pak 'm beet 5000 gulden had je ook al een handset, met een gigantische batterij (ik schat 20x30x5 cm), die je uit je auto kon meenemen. Ik zie de verbaasde blikken nog, zo rond 1990, toen iemand met zo'n ding een vergadering kwam binnenlopen. 

De invoering van het digitale GSM leidde meteen tot een enorme prijsdoorbraak, die mobiele telefonie ook voor de gewone kleine zelfstandige zoals ik bereikbaar maakte. Direct die eerste maand, juli 1994, kocht ik mijn eerste mobiele telefoon, een Nokia, voor slechts 2000 gulden. De batterij moest wel elk jaar vervangen worden voor de somma van 130 gulden. 

Het staatsbedrijf Koninklijke PTT Nederland, op het punt om geprivatiseerd te worden, was de enige aanbieder. Elke nieuwe klant werd nog persoonlijk door het bedrijf gebeld om te laten weten dat de telefoon was aangesloten. Ik herinner me dat eerste telefoontje nog goed. Ik liep al een paar dagen rond met mijn nieuwe, kostbare maar nog niet functionerende bezit, toen dat eerste, verlossende telefoontje kwam, op een hete middag in juli op het pleintje naast station Bonn-Beuel. Het plotselinge haast explosieve gevoel van verwondering, vrijheid en zelfs macht.

Het 06-nummer hield ik voor mijzelf, '06' stond toen nog voor 'privé', terwijl mijn Utrechtse vaste lijn permanent doorgeschakeld stond naar m'n mobiel. Zo kon ik kantoor houden in Bonn, waar ik part time woonde, terwijl m'n klanten in Nederland daar niets van merkten.

Wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen is dat in diezelfde tijd de (al lang bestaande maar nog niet zo breed verspreide) fax doorbrak, terwijl e-mail al bestond maar door vrijwel niemand gebruikt werd. Binnen de gemeente Utrecht (mijn grootste klant) was ik zo'n beetje de enige die mail gebruikte maar er kwam nooit antwoord. 

Om stukken te versturen trok ik de telefoon van m'n hospita in Bonn uit de muur, ik plugde m'n laptopje in en faxte direct vanuit MS Word. Bij de gemeente werd de fax gekopieerd en verder verspreid. Ooit ontving de gemeenteraad van Utrecht op deze manier antwoord op raadsvragen. Is het u bekend dat de antwoorden op deze vragen zijn opgesteld in Bonn? Nee. Dat kon men zich toen nog niet voorstellen. Inmiddels raken we er aan gewend dat het land en de hele wereld (see you at the demilitarised zone) met de smartphone geregeerd wordt.

zondag 2 juni 2019

Molens op de grens

Omroep Houten onderzoekt communicatie met buurgemeenten

Dinsdag 28 mei stemde de gemeenteraad van Houten in met een ontwerp verklaring van geen bezwaar voor de plannen van windpark Goyerbrug. Dit windpark komt ver van het centrum van Houten, op de grens van de gemeente Wijk bij Duurstede. Het schone Gelderse stadje Culemborg ligt trouwens nog dichterbij. De provincie kwam al aan het begin van deze eeuw met plannen voor windmolens langs het Amsterdam-Rijnkanaal, na inspraak in Houten werden de molens een stuk verder richting gemeentegrens geschoven. Wijk bij Duurstede wil geen molens, Bunnik denkt er nog over na en een onderzoeksbureau heeft al vast wat locaties ingetekend waar dat technisch zou kunnen, bijvoorbeeld op de grens van Houten: bij Nieuw Wulven, de Kruisweg (daar waar Houten misschien nog een paar duizend woningen buiten de rondweg wil bouwen) of ’t Goy. En aan het westelijk front zwaaien een vijftal Nieuwegeinse molens alle dagen vriendelijk naar hun drie Houtense collega’s, die zo nu en dan terugzwaaien, als ze in een goeie bui zijn.

Waarom komen die molens telkens op de gemeentegrens en wie gaat daar eigenlijk over? Gaan bestuurders regelmatig op de koffie bij de buren of gaan ze gewoon hun eigen gang? Hoe gaan plannenmakers en bestuurders om met de belangen van bewoners van de buurgemeenten? Bij wie moet de burger zijn als het om plannen gaat van de buren, met politici die ze niet kennen en die ze niet gekozen hebben? Hoe werkt de lokale democratie over de gemeentegrenzen heen?

Zichtbaar maken
Die kernvraag gaat niet – of niet alleen – over windmolens, maar de molens maken deze vragen wel letterlijk en figuurlijk het meest zichtbaar. Een paar redacteuren van Omroep Houten kwamen daarom op het idee om deze vragen maar eens gewoon voor te leggen aan de bestuurders zelf. Zo ontstond het plan om de wethouders van Houten, Bunnik, Wijk bij Duurstede en Nieuwegein en de gedeputeerde van de provincie uit te nodigen voor een debat. Dit zou dan ná de provinciale verkiezingen plaats moeten vinden, dus ergens in april of mei.

Oprechte nieuwsgierigheid
Zelf ben ik geen radiopresentator maar ik ondersteun de redactie regelmatig met het verzamelen van informatie en ik zou dus betrokken worden bij de voorbereidingen en ik maakte de discussies op de redactie mee. De taken werden verdeeld en vijf koppels van twee redacteuren zouden de vier gemeenten en de provincie benaderen, een voorgesprek houden en een videoboodschap opnemen. Het moest een niet ál te politiek debat worden, geen welles-nietes, niet voor of tegen windmolens. Uiteindelijk werd zelfs besloten om de wedstrijd te spelen zonder publiek. De politieke redactie van een publieke omroep die een apolitiek debat wil zonder publiek, hoor ik dat goed? Nee, natuurlijk gaat het om politieke vragen, voor een breed publiek. Maar het debat in Houten verzandt nogal eens in het eigen gelijk en de redactie wilde, zo heb ik dat tenminste begrepen, proberen de discussie los te trekken uit de dagelijkse politiek en de bestuurders aan het woord te laten over de vraag hoe ze met elkaar en elkaars inwoners omgaan. De debatvraag was ingegeven door oprechte nieuws­gierigheid – daar ben ik getuige van.

Toch geen debat
De gedeputeerde van de provincie en de wethouders van Nieuwegein en Wijk bij Duurstede wilden meteen meedoen aan het debat. Bunnik aarzelde maar vooral Houten zag een debat over dit onderwerp met de buren niet zitten en een ambtenaar ging meteen aan het rondbellen in de regio.

Uiteindelijk leidde dat er toe dat alle wethouders zich en bloc terugtrokken. Alleen gedeputeerde Pim van den Berg hield als laatste der Mohikanen moedig stand, maar uiteindelijk moest ook hij opgeven: “In m’n eentje kan ik niet debatteren”, verzuchtte hij, toen ik hem er naar vroeg.

Wob-verzoek
Maar de vraag hoe de gemeenten onderling met elkaar en elkaars burgers omgaan, blijft ook zonder dit debat overeind en de redactie blijft oprecht nieuwsgierig. Daarom vroeg Omroep Houten met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur – beter bekend als de WOB – om alle brieven, nota’s en e-mails die betrekking hebben op de onderlinge contacten over de windmolen­locaties op de gemeentegrenzen. De meeste gemeenten hadden daar de volle acht weken voor nodig die de wet toestaat en Houten zelfs nog iets langer.

Zwartgemaakt
Die extra tijd was waarschijnlijk nodig voor het zwart maken van alle namen, waarin Houten nogal ver gaat of je kunt ook zeggen heel consequent is. Zo lezen we in de stukken de mededeling dat “initiatiefnemer [zwartgemaakt] van Windpark Goyerbrug BV” een omgevingsvergunning heeft aangevraagd, ondertekend door een zwartgemaakte wethouder van Duurzaamheid, Milieuzaken en Buitengebied. Volgens de stukken komen vijf zwartgemaakte milieuwethouders in de regio bij elkaar om te praten over windenergie. Een team van kundige onderzoeksjournalisten van de omroep probeert nu te achterhalen wie toch wel onze wethouder van milieu is... Gelukkig hebben andere gemeenten dezelfde stukken geleverd zonder zwarte lak, dus veel van deze zwartmakerij is volkomen zinloos. Arme zwartmaker van de gemeente, die zo zijn best heeft gedaan.

Draagvlak
Inmiddels heeft de omroep zo’n 700 pagina’s aan documenten ontvangen. Het inventariseren, analyseren en presentabel maken van al die informatie vraagt tijd. Een eerste beeld tekent zich wel af. Al in 2001 wijst de provincie een paar zoekgebieden aan voor windmolens, het liefst op bedrijven­terreinen, langs snelwegen en het Amsterdam-Rijnkanaal. Nieuwegein stevent in rechte lijn op zijn windpark af, dat fier en trots Windpark Nieuwegein moet heten, zodat iedereen die met zijn auto over de A27 raast, kan zien dat Nieuwegein een duurzame gemeente is. Er zijn geen protesten vanuit de eigen bevolking, de enige bezwaren komen van een paar inwoners van Houten. Wijk bij Duurstede verzet zich vanaf het begin tegen windmolens, aarzelt soms even, houdt dan een internetpeiling, waarna het weer voor iedereen duidelijk is: geen windmolens in Wijk. De provincie drukt de molens aan de grenzen door, terwijl Houten het tweede windpark nog wat verder richting Wijk weet te schuiven. Bunnik denkt ook wel na over windmolens, maar de provincie vindt het gebied niet zo geschikt en van hogerhand is er dus geen druk. Houten tekent in 2001 drie zoeklocaties voor windmolens in, waarvan er eentje – bij Schalkwijk langs het spoor – al snel van de kaart verdwijnt. De drie molens bij de nieuwe Vinex-wijk Houten-Zuid komen er ondanks heftige protesten, die ook niet verstommen als ze er al lang staan. Het tweede windpark wordt afhankelijk gesteld van de evaluatie van het eerste en van draagvlak onder omwonenden, maar van geen van beide – evaluatie noch draagvlak – wordt precies duidelijk gemaakt wat daarmee wordt bedoeld. Op de bezwaren van Wijk bij Duurstede reageert Houten als de vriendelijke klantenservice van een commercieel bedrijf: wij begrijpen uw zorgen, willen graag met u in gesprek blijven en wat werken we toch prettig samen. Op de inhoud van de bezwaren wordt niet ingegaan. Het waarom is ook wel duidelijk: niet de klantenservice in Houten, maar de directie in Utrecht beslist.

Op één lijn
Uit de stukken wordt meteen ook duidelijk hoe de gemeente Houten het door de omroep voor­gestelde debat behendig weet te omzeilen. Zodra de uitnodiging van de omroep binnenkomt, gaat de programmamanager duurzaamheid aan het bellen en mailen: “Hier in Houten hebben wij wat aarzelingen bij de opzet van het debat. Wij voelen meer voor een debat over de energietransitie. (…) Ik heb de afgelopen dagen een belrondje langs jullie allemaal gemaakt om te horen hoe iedereen er in zit en te kijken of we op één lijn kunnen komen in onze reactie aan Omroep Houten. (…) We willen focussen op de energietransitie. Ik ga zo meteen Omroep Houten bellen, dat dit de insteek is van onze wethouder Hilde de Groot. Ik stel voor dat we als gemeenten gezamenlijk optrekken”.

Debat collectief geblokkeerd
Intussen hebben de koppeltjes van redacteuren al verschillende afspraken gemaakt met de wethouders voor een voorgesprek. Groot is dan ook de verbazing als de hoofdredacteur van de omroep onverwachts een telefoontje krijgt van de communicatie-afdeling van Nieuwegein met de mededeling dat het onderwerp van het debat is veranderd. De hoofdredacteur weet van niks. Mij wordt nu pas duidelijk, door het inzien van de opgevraagde communicatie, dat de ambtenaren van Nieuwegein en Houten dit onderling zo hebben afgesproken. De Nieuwegeinse medewerker rapporteert terug naar Houten dat Nieuwegein alsnog afziet van het debat en schrijft: “Het zou sterk zijn als alle gemeenten en de provincie ook bedanken voor de uitnodiging”. Ook schrijft hij: “Ik heb sterk het idee dat ze het niet helemaal fair spelen, mede doordat zij de wethouders rechtstreeks benaderd hebben”. Dat raakt me wel, omdat ik de uitnodigingsbrief aan Nieuwegein zelf heb verstuurd, in de naïeve veronderstelling dat de afzender niet over de interne processen van een gemeente gaat. De vragen van de omroep waren oprecht en welgemeend en de wethouder had meteen positief gereageerd, de afspraak voor het voorgesprek was al gemaakt. Wij konden niet weten dat de wethouder dit kennelijk niet eerst keurig intern had overlegd. Ik herinner mij dat ik jaren geleden de inspecteur-generaal der krijgsmacht zou interviewen. Hij wilde graag meewerken, ik kreeg hem persoonlijk aan de telefoon en een afspraak was gauw gemaakt, “tenzij er een veto komt van de voorlichter vanwege beleid dat wij hier ook niet begrijpen”, zei de inspecteur-generaal letterlijk tegen mij. De voorlichter floot hem die zelfde dag nog terug en het interview ging niet door. In het leger zijn de verhoudingen duidelijk. De inspecteur-generaal der krijgsmacht gehoorzaamt de bevelen van de afdeling Voorlichting. Hoe de verhoudingen in de regio liggen, kan je alleen in de praktijk leren. Dat wethouders ja of nee konden zeggen, was vooraf duidelijk; het was een open en eerlijke uitnodiging. Maar dat een debat waar verschillende bestuurders direct welwillend tegenover stonden, ambtelijk collectief geblokkeerd zou worden, dat kwam als een verrassing.

Rolverdeling
In een overleg met de communicatieadviseurs van de vier gemeenten en de provincie doet de omroep nogmaals een poging om uit te leggen wat de bedoeling is en vraagt de gemeenten ieder voor zich te beslissen, omdat er verschillende varianten van het debat mogelijk zijn, maar dat de vraagstelling niet verandert. Een week later komt de definitieve afmelding van alle vier gemeenten en omdat er geen debatpartners meer over zijn, haakt uiteindelijk ook de provincie af. In de stukken lees ik nu de motivatie: “Alle gemeenten hebben aangegeven om niet deel te nemen aan het debat. De redenen hiervoor zijn o.a. dat Omroep Houten vasthoudt aan windenergie. Over het onderwerp de energietransitie kun je (nog) geen debat voeren.” Een merkwaardige omkering van de feiten. Het idee om een energiedebat te voeren, kwam van de programmamanager duurzaamheid van de gemeente Houten zelf. Begrijpelijk, want dat is haar vak. Het is een belangrijk onderwerp, waar op veel niveaus nog vaak over gedebatteerd zal worden. Maar de omroep kan geen debatten leveren op bestelling. Dat heeft verschillende redenen. De eerste reden heeft te maken met professionele journalistiek. De rolverdeling is daarbij als volgt: de pers stelt de vragen, de politici gaan over hun antwoorden. Een politicus houdt natuurlijk altijd rekening met Miranda. Miranda, wie is dat nou weer? Nee, ik bedoel de Miranda Warning die je in elke Amerikaanse politieserie kunt horen: “Je hebt het recht om te zwijgen, maar alles wat je zegt, kan tegen je gebruikt worden”. Dat een politicus voorzichtig is, is niet vreemd. De tweede reden dat de lokale omroep geen debatten op bestelling kan leveren, is omdat deze omroep volledig bestaat uit vrijwilligers. Alle medewerkers doen dit ‘erbij’, het is burgerjournalistiek en een debat organiseren is een hele klus, wat je niet te vaak kunt doen. De energieopgave is een belangrijk vraagstuk, waar veel media aandacht aan zullen besteden, maar de vraag naar hoe bestuurders over de grenzen van hun gemeente heen besturen – een oprechte vraag die leeft bij de redactie zonder enige vooringenomenheid – wordt er niet door beantwoord. "Het zegt ook iets dat alle gemeenten nee zeggen tegen het debat", verzucht één van de redacteuren tegen een communicatiemedewerkster van de gemeente. Tevreden mailt ze dit aan haar collega: "Inderdaad, dat zegt dat wij niet mee willen doen, haha". 

Harder spitten
Nu de gemeenten collectief hebben besloten hier niet aan mee te werken, moet de redactie wat harder spitten. Dat is hard werken, het is geen actievoeren of activistische journalistiek, maar gewoon willen weten hoe het zit - in het belang van de bewoners. Dat is de basis van de journalistiek.

vrijdag 24 mei 2019

Wil van het volk

Nu op naar de verkiezingen van de Eerste Kamer komende maandag 27 mei. Met enige moeite probeer ik mijn Duitse vrienden uit te leggen dat bij de uitslagen van zondagavond de sociaal-democraten de grootste zullen blijken te zijn maar een dag later toch weer Forum voor Democratie (al is het nog wel even spannend of Forum in alle provincies voldoende kiezers heeft die dan ook nog het rode potlood begrijpen en de partijlijn getrouw volgen).

Op Twitter had ik gisteravond contact met allerlei mensen uit verschillende landen die óf niet wisten of begrepen dat in Nederland de verkiezingen al geweest waren (en dachten dat de kiezers altijd nog anders konden beslissen) en/of het verschil niet snapten tussen peilingen, prognoses, exit polls (die in Engeland verboden zijn, daarom bleef het daar gisteren stil), Hochrechnungen, getelde stemmen en officiële uitslagen, tussen een proportioneel stelsel (waarin 1% verschil niet meer is dan 1% verschil) of een stelsel waarin de 'winner takes all' (waarin 1% afwijking kan leiden tot een verschil van 100% in de uitslag) en tussen opiniepeilingen of statistische kansberekeningen. Iemand voerde aan dat de gemanipuleerde media in Amerika daags voor de verkiezingen van 2016 Hillary Clinton meer dan 90% kans gaven om te winnen en dat dus ook in Nederland nog alles anders kon zijn. Toen ik zei dat die 90% niet de uitslag van een peiling of exit poll was maar een statistische kansberekening in een tweepartijenstelstel en dat in Nederland de verkiezingen al achter de rug waren, was de reactie: "Nö, das war die politisch motivierte Lügenpresse mit ihren Fake News, da können Sie versuchen zu relativieren und zu rechtfertigen wie Sie möchten." Het is de vraag of zo iemand straks de officiële uitslagen wél gelooft. Of zoals ik gisteren ook op Twitter las: "Dus 80% van de kiezers negeert de wil van het volk!?"