dinsdag 9 mei 2017

Vrede in Europa

Evenals in voorgaande jaren hang ik vandaag weer de Europese vlag uit. Het is 9 mei, de Dag van Europa. Voor mij zijn 4 en 5 mei de belangrijkste dagen van het jaar. Op de avond van de vierde mei herdenken wij in stilte en verslagenheid de verschrikkingen van de oorlog en op 5 mei vieren we de bevrijding, de zwaar bevochten vrijheid en vrede. Op 4 en 5 mei hang ik altijd onze nationale driekleur uit. Maar ik kan de vrede niet vieren zonder deze in internationaal perspectief te zien. Voor mij is die vrede niet denkbaar zonder het fundament dat in de jaren na 1945 is gelegd voor een vreedzame samenleving - onder andere dankzij de visie van mensen als Robert Schuman, de Franse minister van Buitenlandse Zaken. De Dag van Europa gaat terug op de Schuman-verklaring van 9 mei 1950, het eerste lustrum van de bevrijding.

Het idee van Schuman bestond al veel langer. Lees ook mijn blog 'EGKS' (30.6.2002), waarin ik professor J. de Zwaan citeer, theoloog, bijbelvertaler en kamerlid. Tijdens een vredesconferentie in Groningen in 1931 pleitten hij en anderen al voor een Europese gemeenschap van kolen en staal:

"Zoo zou b.v. door één internationaal saamgesteld lichaam een Sociale Wetgeving geschapen kunnen worden voor heel het kolen- en ijzergebied van West-Europa, geldende voor allen die in die industrieën betrokken zijn. (…)" Verder zegt hij onder andere: "We zijn er nog in de verste verte niet aan toe, dat deze lijn practisch getrokken wordt, maar, indien men op die lijn vorderingen maakte, zou zeker wel de sociale factor in het probleem van den wereldvrede goeddeels geneutraliseerd zijn. En tegelijk zou de economische factor een aanmerkelijk deel van zijn gevaarlijkheid verliezen."

Naast het subsidiariteitsbeginsel (zeggenschap op een zo laag mogelijk niveau) is het delen van soevereiniteit essentieel in deze Europese vredesgedachte.

De Schuman-verklaring gaat uit van diezelfde gedachte: "Daar Europa niet tot stand gekomen is, hebben wij de oorlog gekend. De vereniging van Europa kan niet ineens worden verwezenlijkt noch door een allesomvattende schepping tot stand worden gebracht: het verenigd Europa zal moeten worden opgebouwd door middel van concrete verwezenlijkingen, waarbij een feitelijke solidariteit als uitgangspunt zal moeten worden genomen. Voor de vereniging van de Europese volkeren is het noodzakelijk, dat de eeuwenoude tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland wordt overbrugd: de ondernomen actie dient in de eerste plaats Frankrijk en Duitsland nader tot elkaar te brengen."

Schuman gaat verder: "De Franse regering stelt voor de gehele Frans-Duitse produktie van kolen en staal te plaatsen onder een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit, in een organisatie welke openstaat voor deelname van de andere landen van Europa. Door de samenvoeging van de kolen- en staalproduktie zullen onmiddellijk de gemeenschappelijke grondslagen voor de economische ontwikkeling, de eerste fase van de Europese volkerengemeenschap, worden gelegd (...)."

"De solidariteit van de produktie welke aldus tot stand zal komen, zal tot gevolg hebben, dat een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland niet alleen ondenkbaar doch ook materieel onmogelijk wordt. De oprichting van deze machtige produktie-eenheid, [welke] zal openstaan voor alle landen die zich daarbij willen aansluiten. (...)."

"Deze produktie zal ter beschikking staan van de gehele wereld, zonder onderscheid of uitsluiting, teneinde tot de verhoging van de levensstandaard en de bevordering van het streven naar de vrede bij te dragen. Europa zal met meer middelen de verwezenlijking van een van zijn voornaamste taken kunnen voortzetten: de ontwikkeling van het Afrikaanse continent. (...)"

De Europese welvaart moest ook ten goede komen aan het Afrikaanse continent. Natuurlijk was deze 'ontwikkelingshulp' sterk gebaseerd op koloniaal denken. Er zouden door Frankrijk en anderen nog een paar bloedige koloniale oorlogen uitgevochten worden. Niet alleen in het nabije Noord-Afrika maar ook in het Verre Oosten. Amerika zou als machtigste land ter wereld wereld gaandeweg de koloniale oorlog in Zuid-Oost-Azië van Frankrijk overnemen. Een oorlog die nog tot 30 april 1975 zou duren. En terwijl wij in mei 1950 onze bevrijding vierden, vochten 'onze jongens' in de Indische archipel een verloren achterhoedegevecht voor koloniale overheersing. Maar los van het overtrokken idealisme en paternalisme is het een belangrijke gedachte dat de internationale samenwerking en openheid naar de wereld ten goede komt aan welvaart en vrede voor allen. Dat is in de jaren daarna een breed gedragen leidraad geweest. Globalisering en liberalisering als rechtvaardiging voor groeiende ongelijkheid vormen evenals isolationisme en machtsdenken een bedreiging voor die weg naar welvaart en vrede. Vanuit Duitsland werd met angst en beven gekeken naar de verkiezingen in Nederland en Frankrijk. Het Duitsland van de zachte krachten is ondenkbaar zonder inbedding in Europa. Gelukkig heeft Frankrijk deze week opnieuw gekozen voor samenwerking met Duitsland en de rest van Europa.

Is de vrede dan 'alleen maar' aan de Europese Unie te danken? Nee, ook aan de Verenigde Naties, waar de grootmachten in elk geval met elkaar aan tafel zaten, aan militaire samenwerking, aan die vreselijke dreiging met wederzijdse vernietiging, aan het tijdig verstandig inzicht van felle tegenpolen als Kennedy en Chroetsjov, Reagan en Gorbatsjov op momenten dat het er op aankwam. Maar zonder Europese integratie had de vrede in Europa geen voedingsbodem en fundament gehad.

Toen ik als kind de wereld leerde kennen in de aardrijkskundeles moesten de meeste kolonieën nog zelfstandig worden en leefde het grootste deel van Europa onder een dictatuur: Spanje en Portugal, heel Oost-Europa. In Griekenland namen kolonels de macht over. Elke land werd uitgedaagd door 'terroristen' van eigen bodem, ETA, IRA, RAF, RMS. Voor de vredesakkoorden met ETA en IRA was het wegvallen van de Europese binnengrenzen van cruciale betekenis. Een generatie lang stonden Oost en West dreigend tegenover elkaar. We waren er van overtuigd dat de derde wereldoorlog er zou komen. Wat we toen nog niet konden geloven, gebeurde: die dictaturen zijn één voor één omgevallen en de volken kozen voor de Europese samenwerking. Dat vier ik. Al heeft het uitbreken van de vrede de wereld er niet stabieler op gemaakt. De vrede moet geworteld en verankerd worden. De Europese vlag wappert bij mij niet als politieke demonstratie tegen andersdenkenden. Maar na de verslagenheid van 4 mei en de de nationale bevrijding van 5 mei vier ik op 9 mei dat we een weg gevonden hebben naar vrede en dat je de vrede alleen kunt bewaren en beleven in samenwerking met andere volken.

Lees ook: 
1) mijn blog 30.06.02 over de EGKS en de vredesconferentie van 1931
2) Wikipedia over de Dag van Europa

dinsdag 2 mei 2017

Geen doorgaand fietsverkeer

HOUTEN - Maandag fietste ik vanaf de Molenzoom via het rotonde-tunneltje bij Het Spoor in de richting van het Molenland en verder. Bij het fietspad langs de Citadel zag ik een bord "Geen doorgaand fietsverkeer" Geen verdere informatie, geen omleiding. Wat nu? Waar is de stremming? Aan Het Spoor, het Molenland, de kruising met de Binnentuin richting Rietplas, Kasteeltuin, de Meren of nog verder? Geen idee. Is het zinvol om door te fietsen of moet ik een andere route nemen? Na wat zoeken, kwam ik er achter dat er werkzaamheden zijn bij de kruising Het Spoor - Smalspoor - Albert Pistoriusweg. Bij de kerk 't Kruispunt staan borden en verkeersregelaars en moeten fietsers oversteken. Ook hier is de route dus niet gestremd. Ik vroeg aan een verkeersregelaar wat fietsers vanaf de Erven of Molenzoom richting Molenland moeten doen en hij antwoordde dat je daarvoor bij de gemeente moet zijn.

Meteen heb ik een mailtje gestuurd naar het Meldpunt Openbare Ruimte. Het bord bij de Citadel brengt fietsers onnodig in de war en kan beter worden verwijderd. In elk geval moet duidelijk zijn dat de doorgaande route via het Molenland niet is afgesloten.

Het antwoord van projectleider Peter Bos is verbijsterend:

"Op zich had er een omleidingsbord bij het bord 'geen doorgaand fietsverkeer' moeten staan. Dat heeft u terecht opgemerkt. Wij zien het bericht ook als vooraankondiging of een handige tip dat het handig is om via de tunnel kruisingsvrij naar het andere fietspad te gaan in plaats van bij de kerk. Binnen een week is de klus klaar. We laten het ook daarom zoals het is. Hopelijk kunt u zich vinden in ons antwoord."

Nee, natuurlijk kan ik mij niet vinden in dit antwoord. Wie richting Het Spoor - Castellum moet, kan inderdaad het beste het 'rechter' fietspad langs de Rabobank nemen. Maar dat kan je niet weten, want het staat niet aangegeven. Geen nood, als je het fietspad 'links' van Het Spoor neemt, komen er nog twee of drie kansen om veilig over te steken en als je alle verkeersborden negeert, kan je ook nog gewoon langs de werkzaamheden doorfietsen naar het Smalspoor. Er is daar geen afsluiting. Maar mijn melding (waarin ik alle straatnamen van de route had genoemd van Molenzoom tot aan het Stuwmeer) betrof alleen de route naar het Molenland en verder. Daar zijn helemaal geen werkzaamheden, geen stremmingen of omleidingen. Toch sluit de gemeente die route in feite af. Voor wie de borden serieus neemt.

De gemeente zet dus doelbewust afsluitingsborden op routes waar helemaal geen werkzaamheden of stremmingen zijn. Fietsers moeten hun weg maar zien te vinden. Fietsstad Houten?

De boodschap van projectleider Peter Bos is duidelijk. Als je gele borden ziet: negeren en gewoon doorrijden. Misschien zijn er werkzaamheden, misschien ook niet. Dat maakt de gemeente niet uit. De enige manier om er achter te komen of ergens werkzaamheden of stremmingen zijn, is doorrijden en zien of er daarna een omleiding komt of niet.

De verkeersregelaar bij 't Kruispunt die ik sprak, had gelijk: "Niemand neemt die borden serieus". Zelfs de projectleider van de gemeente niet.

------------------------------

Aanvulling 05-05-17:

"Geachte heer Lont, een andere klager wees mij op het feit dat richting Molenzoom een bord stond “Omleiding fietsverkeer”. Naar aanleiding daarvan heb ik ter plaatse gekeken en geconstateerd dat de voorbereide borden verkeerd zijn geplaatst. Vandaag wordt het omleidingsbord met de tekst “Doorgaand fietsverkeer Castellum - Het Spoor" geplaatst naast het bord “Geen doorgaand fietsverkeer”. Met deze twee borden samen is duidelijk dat de omleiding bedoeld is voor doorgaand fietsverkeer naar Castellum. Ook het verkeerd richting Molenzoom geplaatste bord wordt elders herplaatst t.b.v. een duidelijke omleiding. Met deze actie wordt ook uw suggestie volgens mij voldoende ingevuld. Met vriendelijke groet, Peter Bos, projectleider."

Helemaal tevreden met deze reactie ben ik [YL] niet: het blijft verwarrend dat het bord "Geen doorgaand fietsverkeer" blijft staan zonder directe aanwijzigingen voor de fietsers die niet langs de werkzaamheden hoeven. Maar het is al een enorme verbetering, doordat duidelijker wordt waar het bord betrekking op heeft en ook doordat de gemeente kennelijk niet doelbewust afsluitingsborden plaats op routes waar geen werkzaamheden zijn. Ik heb de projectleider heel hartelijk bedankt voor zijn aanvullende antwoord en daar aan toegevoegd: 


"Meer in het algemeen zou de kwaliteit en controle van de routering en bebording wel beter kunnen. Mijn vader, die directeur was in de bouw, legde er altijd grote nadruk op dat je de uitvoerende medewerkers (die de borden moeten plaatsen) leert om zelf het doel, logica, combinatie en zichtbaarheid van de borden goed in te schatten en te doorzien, zodat 'domme' foutieve plaatsing wordt voorkomen. Als ze op grond van hun (voortschrijdend) inzicht afwijken van de tekening dan moeten ze dat natuurlijk wel melden en laten controleren."

donderdag 27 april 2017

Een prinsje

Vijftig jaar geleden werd prins Willem-Alexander geboren. Ik kan me die dag nog goed herinneren. We hadden de hele dag al feest gehad, want onze meester was jarig. Ik was elf jaar en zat in de zesde klas van de School met de Bijbel in Barneveld bij meester Velsink. ’s Morgens had hij nog een paar uur les gegeven, maar al gauw gingen we andere, leuke dingen doen, zoals een film over de oorlog. Ja, feest of niet, het ging natuurlijk wel altijd over de oorlog. Film was trouwens zo’n rolfilm met stilstaande dia’s. Na elk plaatje en praatje draaide de meester de film weer een stukje verder met de knop bovenop de kleine, grijze projector. Maar die dia’s waren dan weer plaatjes van een speelfilm. De Overval. In de oorlog heeft het verzet in Leeuwarden met een geraffineerde overval een groot aantal verzetsmensen uit de Leeuwarder strafgevangenis bevrijd. Sommigen waren zwaar gemarteld en stonden op het punt om door te slaan. Kijk, die man heeft al zijn vingers in het verband, daar was de duimschroef op aangedraaid, het had niet lang meer moeten duren, zei de meester feestelijk.

’s Avonds zaten we te kijken naar een nieuwe Amerikaanse televisieserie van de NCRV, “Er is geen beter leven dan het buitenleven”, toen rond acht uur het programma ineens werd onderbroken. “We schakelen nu over voor een NTS-reportage naar Utrecht”. Ik zie de rommelige beelden van het smalle straatje voor de ingang van het oude Stads- en Academisch Ziekenhuis, waar de pers samendromde voor de poort. Dan verschijnt de woordvoerder van de Rijksvoorlichtingsdienst. Het communiqué ken ik nog uit m’n hoofd, inclusief de welgekozen pauzes van de woordvoerder. “Heden, 27 april 1967, heeft Hare Koninklijke Hoogheid prinses Beatrix in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht het leven geschonken… aan een flinke… welgeschapen…… zoon. De toestand van moeder en kind is bevredigend”.

Als ik even later vanuit de woonkamer naar de keuken loop, begint de klok van onze nabijgelegen gereformeerde kerk te luiden. Ik blijf even staan voor de drempel. Ik kijk naar onze klok met de gouden Romeinse cijfers aan de gemetselde schoorsteen boven de kachel. Ik vergeet dit ene moment nooit. Ik sta op de drempel van het laatste moment dat mijn leven, ja dat de wereld in orde is. Alles is in evenwicht. Op de plaats rust. De Schepper is ons goed gezind. Ik weet dat Hij de hele wereld lief heeft, maar Hij heeft een speciaal oogje laten vallen op ons land, op Oranje (ja, Nederland zou daarna jaren achter elkaar de Europa Cup winnen), op ons dorp en in het bijzonder zijn elitekorps de gereformeerden. Onze koster De Boer, die direct naast de kerk woonde, had niet kunnen wachten en was meteen naar de toren gerend om de klok aan te zetten. Nee, kom daar maar eens om bij die trage hervormden van de Grote Kerk. Die wachten tot de volgende dag. Het protocol, dat al dagen in de krant had gestaan, schreef voor dat als het koningskind voor het middaguur werd geboren de klokken onmiddellijk zouden luiden en alle kinderen diezelfde dag nog vrij zouden krijgen. Het prinsje had gelukkig het verjaardagsfeest van onze meester even afgewacht. Als het kind na het middaguur werd geboren, dan zouden de scholen de volgende dag vrij krijgen en de klokken op die dag luiden. De volgende dag opende dagblad Trouw met de kop: “Heel Nederland één juichkreet! Een prinsje!” Het was de start van mijn krantenarchief, dat dus op 28 april zijn 50ste verjaardag viert.

Als jongen van elf, een elfje nog, wist ik niet beter dan dat deze tijd nooit voorbij zou gaan. Een paar maanden later ging ik naar de middelbare school. Zes dagen in de week 18 km heen en 18 km terug op de fiets. Later dat jaar kreeg ik de baard in de keel. Als jongenssopraan en zoontje van de dirigent van het kerkkoor zong ik altijd solo met Pasen en Kerst. Met de grote Volkskerstzangdienst liet mijn vader mij voor het meer dan duizendkoppig publiek in onze kerk zingen vanaf de grote hoge kansel. Aan het eind van de zin hapte ik naar adem, ik zakte vier noten en de organist boven mijn hoofd zakte kunstig alle vier noten mee. Aan het eind van het jaar dat heel Nederland juichte over het prinsje, was mijn wankele evenwicht weg, de puberteit barstte in alle hevigheid in mij los en ik voelde mij totaal verloren.

Mijn ouders zijn er niet meer, maar die zwarte klok met de gouden Romeinse cijfers heb ik nog. Het uurwerk is al lang vervangen door een batterijklokje en zelfs dat krijgt de wijzers niet meer aan de praat. Het sleuteltje waarmee de klok één keer in de week moest worden opgewonden – dat was vaak mijn taak, ook nog toen ik al jaren het huis uit was – hangt naast mijn bed. Ik heb het uit het ouderlijk huis weten te redden met de gedachte dat de klok altijd draaiende moest worden gehouden. Maar die tijd is al lang voorbij. Toch was er die ene dag van dat onnozel evenwicht.

Lees mijn dagboek van 1967



vrijdag 7 april 2017

Ytzen hoe?

Onlangs vroeg iemand mij weer eens waar mijn naam Ytzen vandaan komt. Ja, natuurlijk uit Friesland, waar ik geboren ben en vernoemd naar mijn pake Ytzen. De naam zit al honderden jaren in de familie. Daarbuiten komt de naam niet zo heel vaak voor. De eerste keer dat ik de naam Ytzen zag die geen familie was, was toen de tekenleraar in de eerste klas van de middelbare school een film vertoonde over Karel Appel. Nadat Appel al zijn verf op het doek had gesmeten, verscheen op de aftiteling de naam van de cineast Ytzen Brusse, de oudste broer van de acteur Kees Brusse en de journalisten Jan ("Hier Parijs") en Peter Brusse (correspondent in Londen en later hoofredacteur van het Journaal).

Ytzen is ook een Deense achternaam. Daar kwam ik achter toen ik in 1980 door Amerika reisde en daar tot mijn verrassing mijn naam nu eens niet hoefde te spellen. Daarna heb ik een poosje met een Deense mevrouw Ytzen gecorrespondeerd. In Denemarken woont een journalist Flemming Ytzen (2). In de stad Itzehoe in het 'Deens' Duitse Schleeswijk-Holstein heb ik nog eens een dagje in het stadsarchief gezocht of ik daar een verband met mijn naam kon vinden, maar de herkomst van die naam is onbekend of omstreden (3). Bij mijn lopende opdracht als secretaris van een cliëntenraad in Nieuw-Loosdrecht wordt tijdens de vergadering de uitspraak van mijn naam nauwlettend bewaakt door één van de leden die met een Ytzen getrouwd is - en niet met mij.

Mijn pake Ytzen is - evenals zijn vader en zijn kinderen - geboren op een boerderij waar nu vliegveld Leeuwarden is. Zijn overgrootvader kwam uit het Friese dorpje Boxum, maar een paar generaties eerder woonde de familie in de omgeving van de Dokummer Ee, tussen Leeuwarden en Dokkum. Niet ver van het wereldberoemde bruggetje van Bartlehiem. Morgen ga ik naar de jaarvergadering en familiedag van de Feriening Neiteam Tamminga (1), de vereniging nageslacht Tamminga. Nadat we in de jaarvergadering ongetwijfeld het vele werk van het bestuur bejubeld hebben, maken we een rondje met de fiets of auto langs verschillende boerderijen en andere markante plekken van onze voorouders. 

Op het toegezonden infoblad staan onze voorouders van vader op zoon vermeld vanaf 1650. Het start met Hette Ytzens. Hij is geboren omstreeks 1650. Zijn boerderij was een kloostermeierij van Mariengaarde, een pachtboerderij die in 1581 werd genationaliseerd door de Staten van Friesland, maar door Hette van de Staten gekocht werd. De genen gaan daarna door van Hette Ytzens naar Ytzen Hettes -> Jan Ytzens -> Ytzen Jans -> Lieuwe Ytzens -> Karsjen Ytzens -> onze pake Ytzen Karsjen.

Zijn dochter Grietje Tamminga trouwt met Reinder Beert Lont en krijgt vijf kinderen waarvan de middelste (ik dus) weer Ytzen heet. De derde zoon van mijn oudste broer Dirk heet ook weer Ytzen. Over een paar honderd jaar kunnen er weer wat nakomelingen langs onze rijtjeshuizen fietsen. De generaties gaan verder en we laten ook veel achter ons. Een paar weken geleden werd onze laatste "tante Tamminga" begraven, komende dinsdag gaan we weer naar Friesland om afscheid te nemen van onze laatste "tante Lont". We moeten onze ouders nu toevertrouwen aan de aarde en weten dat we staan op de grond van alles wat zij ons hebben meegegeven.

donderdag 6 april 2017

Dazu aber

Er wordt kennelijk al een tijdje gesleuteld aan de spoorbrug in Keulen. Niet dat ik daar pas nog ben geweest, maar ik hoef niet ver van huis te gaan om op de hoogte te blijven. Elke keer dat ik op station Utrecht Centraal rondloop, luister ik weer met genoegen naar de omroeper, die in drie talen vloeiend vertelt dat de trein naar Keulen wegens werkzaamheden niet verder rijdt dan Köln Deutz en dat je daar moet overstappen op een andere trein naar Köln Hauptbahnhof. Station Deutz is bij het Messegelände, het beursterrein aan de oever van de Rijn, en als je dan de brug overgaat, rijdt je direct het Keulse centraal station binnen, aan de voet van de Keulse Dom mijn zijn imposante twee torens. Mijn genoegen is niet ingegeven door Schadenfreude, leedvermaak omdat de trein niet verder kan, maar door het mooie, troostrijke Duits waarmee de omroeper het vertelt. Net als je denkt dat je nooit in Keulen aan zult komen omdat de trein de brug niet over kan, volgt het verlossende "dazu aber...", in plaats daarvan kan je overstappen op een trein die je weer verder brengt. Niet dat ik vandaag naar Keulen moet, dazu aber stap ik met een glimlach in de sprinter naar Hilversum.