donderdag 29 april 2021

Burst bubble

Facebook herinnert mij vandaag, 29 april 2021, aan een tweet van elf jaar geleden. Met het programma dat ik indertijd gebruikte (ik denk Socialoomph) plaatste ik tweets automatisch door op Facebook, maar zelf keek ik daar nooit naar. 

In den beginne kwam ik nooit op Facebook maar m'n tweets al wel. Na een tijdje keek ik hier stiekem wel eens rond, maar ik vond niks leuk. Later begon ik voorzichtig te liken wat ik like. Inmiddels laat ik dagelijks m'n gezicht zien op Facebook.

Er heeft dus een verschuiving plaatsgevonden. Twitter is voor mij nog steeds m'n belangrijkste nieuwsbron en de oorzaak van mijn eigen ontzuiling, zoals ooit de TV: in mijn kindertijd lazen we W.G. van der Hulst en Anne de Vries, terwijl Annie M.G. Schmidt voor ons volledig buiten beeld viel, totdat we TV kregen en we binnen drie jaar Ja zuster, Nee zuster keken bij de VARA en de ontzuiling een feit was. Het einde der tijden is begonnen met zuster Clivia, zeg ik wel eens. 
 
Sociale media sluiten mensen op in hun bubbel? Ik weet wat algoritmes doen en je laten zien wat je al zag. Dat algoritme werkt het meest direct bij YouTube, minder direct maar nog steeds van grote invloed bij Facebook en bij Twitter minder sterk, zeker als je zoals ik alle berichten puur chronologisch laat binnenkomen. Hoewel sociale media dus meewerken aan het vormen van een bubbel, vind ik het omgekeerde effect vooralsnog veel sterker, namelijk het laten platzen van je eigen bubbel.

Vroeger las ik alleen 'eigen' kranten en literatuur, nu sta ik in contact met nieuwsbronnen en personen van ver buiten mijn eigen wereldje. Er is een wereld voor mij open gegaan.
 
Kortom, Twitter voorziet mij van nieuws uit de hele wereld, als ik wil dat mensen iets van mij lezen dan zet ik het op Facebook en als ik zeker wil zijn dat niemand het ziet, dan plaats ik het in mijn eigen weblog.

zondag 25 april 2021

Sociale woningen in Houten

De NOS op 3 heeft een handige app gepubliceerd, waarmee je kunt zien hoeveel woningen er zijn in jouw gemeente, verdeeld naar sociale huur, vrije sector en koopwoningen. De uitkomsten van Houten heb ik hier op een rij gezet. Je kunt elke andere gemeente invullen. 

Sociale woningen in Houten
https://app.nos.nl/op3/socialehuur/#/?gemeente=houten

Zo lang sta je gemiddeld ingeschreven voor je een sociale huurwoning vindt in Houten:
9 jaar en 7 maanden.

Dit is de tijd vanaf het moment dat je je inschrijft tot het moment dat je een huis hebt gevonden. De tijd waarin je actief aan het zoeken bent is korter, gemiddeld:
4 jaar en 6 maanden.

Nederland heeft een groot tekort aan sociale huurwoningen. Om in aanmerking te komen voor sociale huur mag je niet te veel verdienen én moet je je inschrijven bij een woningcorporatie bij jou in de buurt. Hoe langer je staat ingeschreven, hoe hoger je plek op de wachtlijst. Veel mensen schrijven zich daarom uit voorzorg in, zodat ze meer kans maken als ze daadwerkelijk op zoek zijn.

Aantal woningen in Houten in 2020
Woningcorporaties: 5083
Andere verhuurders: 1484
Koophuizen: 13.835
Onbekend: 15
Totaal: 20417 woningen

Vergeleken met heel Nederland zijn er in Houten relatief gezien minder woningen in het bezit van woningcorporaties.
Houten: 24,90%
Nederland: 29,07%

Het aandeel huurwoningen van woningcorporaties in Houten is tussen 2015 en 2020 afgenomen van 26% naar 25% (afgerond van 24,90%).

Het aandeel koopwoningen is in die tijd gestegen van 67% naar 68%.

Het totale aantal huurwoningen van de woningcorporatie(s) in Houten is wel toegenomen: er zijn 154 sociale huurwoningen bijgebouwd, 344 bijgekocht en 464 woningen door corporaties verkocht. Ook kwamen er nog 3 'overige' woningen bij. Dat zijn bijvoorbeeld woningen die van vrije huur in sociale huur veranderden. Onderaan de streep is het aantal woningen van woningcorporaties in Houten met 37 toegenomen ten opzichte van 2015. Maar dat betekent niet dat de wachtlijsten korter zijn geworden.

zaterdag 24 april 2021

Mailer Lite vervangt Feedburner

Google heeft aangekondigd om per 1 juli van dit jaar te stoppen met Feedburner. Dit einde werd al lang verwacht. Feedburner is een programma voor RSS-feeds, waarmee je een website of weblog kunt volgen. Ook deze site - met het weblog Styloblog - maakte tot vandaag gebruik van Feedburner,  waarmee lezers de nieuwste blogs in hun mailbox ontvangen. Nu Feedburner ermee stopt, ben ik op zoek gegaan naar een alternatief. 

Het liefst gebruik ik een eenvoudig gratis programma zonder veel toeters of bellen. Lezers vullen hun emailadres in en ontvangen dan de nieuwste blogs in hun mailbox. Meer is niet nodig. Ik hoef de lezers niet te volgen of te bestoken, als ze iets willen delen of vragen, dan weten ze mij wel te vinden. Veel programma's vielen daardoor af als te duur en te ingewikkeld. Aan de 'onderkant' viel één programma af, Blogtrottr, omdat het té simpel was. Daarmee kon ik helemáál niet meer zien wie mijn blog volgt en de emails bevatten reclame, waardoor ik geen grip meer heb op wat de lezers voorgeschoteld krijgen.  

De volgende programma's heb ik getest: 

  • Blogtrottr (+ goede standaard layout; - aanmelders niet te zien, reclame)
  • Mailerlite (- 'te' uitgebreid en complex; + veel opties voor layout etc.)
  • Nourish (+ redelijk goede layout; - geen goede tweestaps-aanmelding)
  • Follow.it (+ goed om sites te volgen; - ingewikkeld in te stellen, slechte layout) 

Uiteindelijk heb ik - in elk geval voor nu - gekozen voor Mailer Lite. De talloze mogelijkheden qua functionaliteit en layout ben ik nog wel aan het uitproberen. Er kan de komende tijd dus nog wel een paar keer wat veranderen. Ook kan het gebeuren dat je de nieuwsbrief een enkele keer dubbel ontvangt, via het oude en het nieuwe systeem, waarvoor mijn excuses. De abonnees van het oude systeem zet ik handmatig over naar het nieuwe systeem. Ik hoop natuurlijk dat je dit blog wilt blijven volgen, zodat we ook via dit lijntje in contact blijven. Reacties zijn welkom.

Nieuwe lezers kunnen zich aanmelden via het invulveld (email + naam) in de linker kolom. 

Nog even: waar gaat mijn blog over? Mijn blog gaat nergens over. Of over alles. Of over mij. Ik heb geen specifieke doelgroep of thema. Dit weblog bevat onder andere nieuwsberichten en achtergronden, waaronder informatie die ik verzamel voor de politieke redactie van Omroep Houten. Het gaat dus vaak over politiek en Houten. Maar behalve Houten verwijl ik digitaal ook vaak in Sierra Leone, waarmee ik persoonlijke banden heb. Met het groeien der jaren - maar ik ben oud geboren - zal ik nóg vaker schrijven over herinneringen aan vroeger, "toen alles beter was" (of niet). Soms gebruik ik mijn blog als archief, met documenten uit heden en verleden, ook dagboekfragmenten van vervlogen tijden, zodat ik daar naar kan verwijzen en ja, naast herinneringen met een beetje geluk ook weer nieuwe inspiratie uit putten. 



vrijdag 23 april 2021

Openbare staatsgeheimen

Bij het - net als vorige week - lezen van de besluitenlijst van de ministerraad valt het mij op dat de rubricering "Stg. Geheim" nog bovenaan elke pagina staat. Van dit geheime stuk zijn in eerste instantie 28 exemplaren verspreid, maar na de ministerraad is het - conform de nieuwe afspraken over transparantie - voor publicatie vrijgegeven. Volgens mij had de rubricering "Stg. Geheim" dan moeten worden doorgehaald, verklaard of van een 'stempel openbaar' voorzien, want anders is dit stuk illegaal verspreid. Er staat ook geen toelichting bij het laatste agendapunt "XX Besluitenlijst", waar vermoedelijk groen licht is gegeven voor de openbaarmaking, maar wat daarover is besloten staat niet vermeld.
 
Als de rubricering (mate van vertrouwelijkheid) op een stuk niet wordt aangepast, dan kan zo'n aanduiding nooit worden vertrouwd en verliest de status "Geheim" zijn waarde. Zo heb ik al vaak bij de provincie Utrecht aangekaart dat onder persberichten van de provincie die per email worden verzonden altijd de standaard tekst staat dat de informatie in deze email (dus het persbericht) niet openbaar mag worden gemaakt. Die zinloze tekst over vertrouwelijkheid wordt daardoor natuurlijk nog zinlozer, maar is dan ook zinloos als die geheimhouding een keer wél nuttig en zinvol zou zijn geweest. Ik kijk hier tegenaan vanuit mijn ervaring en opvattingen als secretaris en secretaresse (dat is niet hetzelfde en ik ben beide geweest). Secretaris/secretaresse betekent 'geheimschrijver' (top secret), vervaardiger van geheime stukken. Ik weet niet precies wat de 'regels' in Den Haag over dit soort aanduidingen zijn.

"Stg." betekent staatsgeheim. "Stg. Geheim" lijkt dubbelop, maar dat is het niet. Stg. is de algemene term voor staatsgeheim, de aanduiding dát een stuk geclassificeerd is als staatsgeheim. Wat volgt is dan de nadere rubricering: Zeer Geheim (ZG), Geheim (G) en Confidentieel (C). Daarnaast heb je nog Departementaal Vertrouwelijk (Dep.V), wat niet behoort tot Stg.

Per rubricering heb je een set van maatregelen, bijvoorbeeld hoeveel kopiëen gemaakt mogen worden of na hoeveel inlogpogingen de digitale toegang geblokkeerd moet worden. Bij schending van een staatsgeheim moet een onderzoek worden ingesteld en het hoofd van de AIVD geïnformeerd worden.

Zie het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013, met name artikel 4 over de rubriceringen. 

Maandag 26 april worden geheime notulen van de ministerraad openbaar gemaakt. Een uniek moment. Een verslaggever van de NOS zei dat hij ze "met rode oortjes" zal lezen. Ik ga vooral ook kijken welk stempel de stukken hebben gekregen. Is duidelijk te zien dat de stukken inmiddels openbaar zijn of worden onze oortjes nog roder doordat op elke bladzijde staat dat ze geheim zijn. 

Aanvulling 27-4-21:
Op de openbaar gemaakte notulen is de status "Stg. Zeer Geheim" bovenaan elke bladzijde keurig doorgestreept. 

Utrecht wil geen gasboringen

De provincie Utrecht maakt samen met tien gemeenten bezwaar tegen het besluit van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) om de vergunning van Vermilion voor het opsporen van olie en gas te verlengen. Het provinciebestuur is tegenstander van aardgaswinning in de regio Utrecht. De provincie heeft samen met de gemeenten Bunnik, Houten, Wijk bij Duurstede, Nieuwegein, IJsselstein, Woerden, Oudewater, Stichtse Vecht, Vijfheerenlanden en Utrecht het bezwaar ingediend.

In 2007 heeft het ministerie van EZK een tijdelijke opsporingsvergunning voor olie en gas verleend voor een groot deel van de provincie Utrecht. De vergunning is op 24 november 2018 verlopen. Na meer dan twee jaar is deze nu alsnog verlengd door het ministerie en daartegen gaat de regio in bezwaar. 

Vermillion wint gas uit kleine velden, de meeste in Friesland. Het hoofdkantoor staat in Harlingen en een tweede kantoor in Amsterdam. Het is een dochterbedrijf van het Canadese Vermillion Energy Inc. 

Bronnen:

dinsdag 20 april 2021

Trefpunt ter ziele

Al een tijdje krijg ik het Trefpunt niet meer in de bus. Waar kan ik daarover klagen? 

Natuurlijk hier op mijn eigen weblog. Dit blog schreef ik grotendeels al in januari 2020, maar ik vond het nogal klagerig klinken en heb toen niet op de zendknop gedrukt. Met met een druk op de knop vertel ik nu alsnog mijn verhaal. Niet zozeer over het blad als wel over mijzelf en mijn herinneringen. 

Twee keer, in heel verschillende fases van mijn leven en van het blad, heb ik met veel plezier voor het Trefpunt gewerkt. Beide keren eindigde het met een vervelend staartje. 

Het weekblad Trefpunt Houten is ter ziele. In een grote uitruil van bladen tussen De Persgroep (DPG) en de Barneveldse Drukkerij en Uitgeverij (BDU) is Trefpunt Houten van DPG overgenomen door de BDU en opgegaan in 't Groentje Houtens Nieuws, dat al eerder door de BDU werd overgenomen van de familie Pater in Bunnik. Hiermee is het Houtense medialandschap veranderd, met nog maar één huis-aan-huisblad, naast de regionale krant AD Utrechts Nieuwsblad, de lokale vrijwilligersomroep Omroep Houten en de regionale omroep RTV Utrecht. Het verscheiden van het Trefpunt roept veel herinneringen bij mij op. Twee keer was ik correspondent van het Trefpunt, in 1977 en in 2011/2012. 

De eerste keer dat ik voor het Trefpunt werkte, was in 1977. Het blad werd uitgegeven door de heer G.M. Staal aan de Meent 20 in Odijk. Een beminnelijke man aan wie ik goede herinneringen bewaar. Meestal werkte ik bij hem op kantoor. Dat was gevestigd bij hem thuis. Rechts van de gang de woonkamer, links het kantoor. 

Indertijd verscheen het Trefpunt met drie verschillende edities, in de gemeenten Bunnik, Houten en Wijk bij Duurstede. 't Groentje van de familie Pater verscheen toentertijd alleen in de gemeente Bunnik. Vele jaren later, nadat het Trefpunt was overgenomen door Wegener, was dat omgekeerd en verscheen het Trefpunt alleen nog in de gemeente Houten, terwijl 't Groentje was uitgebreid tot drie edities: Bunniks Nieuws, Houtens Nieuws en Wijks Nieuws. Het Bunniks Nieuws verscheen oorspronkelijk op een dubbelgevouwen vel lichtgroen papier op krantenformaat. Vandaar de bijnaam 't Groentje. Ik moet eens goed zoeken of ik hiervan nog een exemplaar heb liggen in mijn eigen archief en evenzo van het Trefpunt uit die tijd. Het archief van het Trefpunt van 1965 tot 1985 is overigens te vinden bij het Regionaal Historisch Centrum (RHC) in Wijk bij Duurstede en ook digitaal te doorzoeken en te lezen.

Van wat ik in die tijd geschreven heb, kan ik mij niet zoveel meer herinneren. Op kantoor redigeerde ik binnengekomen kopij, ik werd door meneer Staal regelmatig op pad gestuurd en ik volgde als politiek correspondent de raadsvergaderingen. Ik was nog maar nauwelijks correspondent of ik werd op het gemeentehuis uitgenodigd door de burgemeester en een wethouder voor een uitgebreid gesprek over het reilen en zeilen van de gemeente en ik kreeg voor elke raadsvergadering dikke pakken papier thuis gestuurd. Dat laatste ging in 2011 in Houten nog net zo, maar inmiddels gaat alles digitaal. Bij de raadsvergaderingen zat ik op de perstribune naast de oude heer Pater, de fruitteler die vanuit zijn bedrijf aan de Achterdijk 't Groentje uitgaf en redigeerde. Naar mijn idee was het Trefpunt in die tijd journalistiek beter dan 't Groentje, maar later was het omgekeerd. 't Groentje is door de familie Pater professioneel uitgebouwd en een paar jaar geleden overgenomen door de BDU, terwijl het Trefpunt onder Wegener steeds meer is verworden tot een advertentieblaadje.

Terwijl ik niet veel meer weet van wat ik ooit geschreven heb, herinner ik mij nog wel een artikel dat ik niet geschreven heb. Meneer Staal stuurde mij er op uit om een honderdjarige in Werkhoven te interviewen. Het doet mij denken aan een verhaal van Godfried Bomans, die er als jonge journalist op wordt uitgestuurd om een honderdjarige te interviewen en bij binnenkomst een stokoude dove man aantreft, maar dit blijkt de zoon van de jarige te zijn; "nu wist ik dat ik haast moest maken". Zo'n beetje verging het ook mij. 

Ik loop het erf van de boerderij op, zie geen bel, kijk even rond hoe ik binnen moet komen. Daar loopt een oude boer, ik vertel waarvoor ik kom en met een minzame knik wijst hij mij zonder woorden naar een deur zonder bel. Ik stap aarzelend naar binnen en kom in een grote woonkeuken. Bij het aanrecht staat een robuuste vrouw met een blauw schort aardappelen te schillen en in een donkere hoek aan de andere kant van de kamer zit een oude man. Ik stel mij voor, loop op de oude man af en feliciteer hem met zijn honderdste verjaardag. Hij kijkt mij zwijgend met een lichte glimlach aan. Ik denk niet dat hij er nog helemaal bij is. "Denk maar niet dat het gemakkelijk is", zegt de vrouw. Inmiddels komt ook de boer zonder woorden binnen. De boerin geeft te kennen niet gediend te zijn van een interview. Ik ben in tweestrijd, ik wil hun wens en privésfeer natuurlijk respecteren, maar zou zo graag het hele verhaal horen en vertellen, met alle diepten ervan. Als ik het kon overdoen, zou ik denk ik het gesprek zijn aangegaan met de vrouw, haar verzekeren dat ik niks zou publiceren zonder haar toestemming, haar vragen hoe het gaat. Maar ik was 21 en wist niet hoe ik dit aan moest pakken. Beschaamd - zowel naar deze familie waarvan ik de rust verstoorde als naar meneer Staal bij wie ik met lege handen terugkwam - droop ik af.

Na een paar maanden kreeg ik een baan waarmee ik helaas dit freelance correspondentschap, waarvoor ik 75 gulden per week ontving, niet kon combineren en ik vertrok. Het jaar erna ging de belastingdienst niet akkoord met mijn aangifte, want ik zou bij het Trefpunt 30% meer verdiend hebben dan ik had opgegeven. Ik naar meneer Staal. Hij keek geschrokken, maar kon precies uitleggen hoe het kwam. Hij had de verdienste van mijn opvolger bij de mijne opgeteld, in de wat onnozele veronderstelling dat ik tóch geen belasting hoefde te betalen. Zo kon hij de kosten verantwoorden zonder dat mijn opvolger aangifte hoefde te doen van zijn inkomen. Maar ik heb vanaf mijn allereerste vakantiebaantje als tiener, zoals nu nog steeds op mijn 65ste, elk jaar netjes belastingaangifte gedaan, dus het verschil viel meteen op bij de belastingdienst. Meneer Staal verontschuldigde zich en vroeg wat het mij gekost had, haalde zonder aarzelen zijn portemonnee te voorschijn en haalde er twee briefjes van honderd gulden uit, gaf die aan mij met het verzoek om het zo te laten. Enigszins verbouwereerd heb ik het geld aangenomen. Achteraf was ik erg boos op mijzelf. Niet op hem. Ik denk ondanks dit dissonante slotakkoord met veel sympathie aan hem terug. Ik ben rechtlijnig als het om belastingmoraal gaat, maar ik had ook wel begrip voor het gepuzzel van de kleine krantenuitgever. De belasting was betaald, zij het door de verkeerde persoon, ik had het gewoon zo moeten laten en mijn verlies nemen. Ik was te zeer door de situatie overvallen om te bedenken hoe ik dit correct had moeten afhandelen. 

Deze ervaring heeft grote invloed gehad op mijn 'bedrijfscultuur' toen ik later, in 1984, voor mijzelf begon en nog weer later ook met eigen personeel. Ik zag deze ervaring als een basiscursus ethisch ondernemen en zonder dat ik er ooit met iemand over sprak, bleef de 'Trefpuntnorm' altijd als een soort kompas voor mij - over hoe het dus niet moet en vooral dat je altijd alert moet zijn. Hoe vaak is mij als ondernemer niet de terloopse vraag gesteld "met of zonder factuur"? Codewoord voor: vertellen we het de belastingdienst of niet? Ik wist dat ik dicht bij mij zelf moest blijven en mij niet moest laten verrassen. Dat is mij dan ook nooit meer overkomen. Tot 2012. Groot was mijn frustratie toen mijn tweede correspondentschap bij het Trefpunt - inmiddels met een geheel andere uitgever - opnieuw met een belastingkwestie eindigde. Daarover straks meer. 

In de Odijkse tijd werd het Trefpunt gedrukt bij Van Lonkhuyzen in Zeist, dat later met de handelsdrukkerijen van het Utrechts Nieuwsblad en drukkerij Onnes van de Amersfoortse Courant werd samengevoegd tot handelsdrukkerij Luno in Houten, onderdeel van het Wegener-concern. Wegener kende ik al uit mijn jonge jaren, toen ik nog wel eens journalistiek kluste voor de Barneveldse Krant (zie ook: Zeven baantjes). De 'zware' Veluwe en omstreken werd bestookt door twee fel concurrerende plaatselijke krantenuitgevers, de BDU aan de westzijde in Barneveld en Wegener aan de oostzijde in Apeldoorn. De Veluwe is niet voor niks één groot oefenterrein voor veldslagen. Wegener kocht tamelijk agressief lokale kranten op en nam het daarbij met journalistieke principes en journalisten soms wat minder nauw. Intussen rolde de BDU steeds meer eigen lokale bladen uit (zoals het blad Ede Stad) en het vlaggenschip de Barneveldse Krant was op een gegeven moment het enige nog zelfstandige lokale dagblad in Nederland. De strategie van Wegener was succesvol en uiteindelijk wist Wegener grote kranten als de Amersfoortse Courant en het Utrechts Nieuwsblad te verwerven. Inmiddels is ook de strategie van BDU steeds meer op die van Wegener gaan lijken, veel vaste journalisten werden ontslagen en mochten vervolgens voor een zakcentje hun stukjes inleveren.

Toen ik in 1982 bij het Utrechts Nieuwsblad (op de afdeling tekstvervaardiging) kwam te werken, moest ik wel even slikken dat Wegener mijn werkgever werd. Die baan begon nogal spannend met een nationale staking. Hoe ik die dag met een foto in de krant kwam door als enige aan het werk te gaan, heb ik onlangs in dit weblog beschreven (zie Massaal min één). Met het Utrechts Nieuwsblad heb ik de verhuizing vanuit de oude panden in de Utrechtse binnenstad naar de nieuwbouw in Houten meegemaakt. Daar werden ook tientallen in de regio verschijnende huisbladen geproduceerd, waaronder op een gegeven moment het Trefpunt. Het Utrechts Nieuwsblad werd later overgenomen door het Algemeen Dagblad (uitgever De Persgroep Nederland, DPG Media) en verdween uit Houten. De nieuwsbladen van Wegener waren nog lange tijd in Houten gevestigd. 

In 2011 zocht het Trefpunt een politiek correspondent en stapte ik voor het eerst sinds ik er in 1983 was vertrokken het Houtense krantengebouw weer binnen. Eindredacteur Bertus Bouwman wilde de politiek veel meer aandacht geven en soms vulden mijn politieke verslagen de hele voorpagina. Ik besloot om veel aandacht te besteden aan het buitengebied, zoals het Eiland van Schalkwijk en de kleine kernen Schalkwijk, Tull en 't Waal en 't Goy. Bijvoorbeeld over de bouw van woningen achter het tussen hoge bomen verscholen idyllische oude kerkje aan de Waalseweg in Tull en 't Waal. Dat plan sneuvelde doordat de woningen te dicht bij de aangrenzende fruitboomgaard kwamen te staan, met het risico van verwaaiend landbouwgif. Met de vraag over de afstand tussen woningen en de fruitteelt met 'spuitvrije zones' zou de gemeente Houten regelmatig te rade gaan bij de Raad van State. 

Met dit tweede correspondentschap verdiende ik niet veel - vrijwilligerswerk betaalt beter, zeg ik wel eens - maar ik vond het een goede stimulans om mij beter te verdiepen in de Houtense politiek. Ik miste geen enkele raads- en commissievergadering of het wekelijks persgesprek. Het inwerken, leren kennen van de mensen en opbouwen van mijn netwerk kostte enige tijd. Net toen mijn netwerk in de lokale gemeenschap ook buiten de gewone raadsverslaggeving zijn vruchten begon af te werpen en ik wat reportages op stapel had staan, maakte hoofdredacteur Jan van Es op een maandagmorgen als een donderslag bij heldere hemel een einde maakte aan mijn correspondentschap. 

Het ging niet om een journalistiek verschil van inzicht, maar de crediteurenadministratie in Enschede wilde mijn facturen niet meer verwerken. Bij het opstellen en insturen van de facturen had ik steeds nauwkeurig de schriftelijke instructies gevolgd die de opdrachtgever mij had meegegeven. Maar toch stuurde de crediteurenadministratie de facturen onverwerkt retour. Schriftelijke instructies over hoe ik dan wél mijn declaraties moest indienen, via een eigen intern systeem, kreeg ik niet en Wegener legde ook niet uit hoe ik dit recht moest breien met de belastingdienst. De belastingdienst liet mij nogmaals weten dat ik verplicht ben om - aaneengenummerde - facturen te sturen voor de verrichte diensten. Mijn voorganger bij het Trefpunt had dit opgelost door de facturen dan maar naar zichzelf te sturen, Gedachtig mijn 'Trefpuntnorm' uit 1977 wilde ik declareren op een manier die ook voor de Belastingdienst acceptabel was. Daar ging Wegener niet mee akkoord. 

Omdat ik inmiddels net aardig was ingewerkt en ik mijn politieke belangstelling niet wilde laten versloffen, besloot ik alle raads- en commissievergaderingen te blijven volgen. Daar zat ik dan op de publieke tribune, als altijd mijn schrijfblok vol te pennen (dat deed ik als kind al: ik maakte zelfs aantekeningen bij televisieprogramma's of de zondagpreek), maar de krant was niet meer geïnteresseerd. Wat ik heel frustrerend vond, is dat een boekhouder in Enschede kon bepalen dat Houten het ook wel zonder deze politieke verslaggeving kon stellen. Journalisten worden - na de trias politica en de ambtenaren - wel eens de vijfde macht genoemd. Maar de vijfde macht dat zijn de boekhouders. 

* Mijn artikelen in het Trefpunt: 

't Groentje Bunniks/Houtens//Wijks Nieuws
Omroep Houten

Regionaal Historisch Centrum Zuid-Oost Utrecht
Het Trefpunt (beheersnummer 233)
Periode: 1965 – 1985*.
Plaatsen: Bunnik, Odijk, Werkhoven, Houten, ‘t Goy, Schalkwijk, Tull en 't Waal, Cothen, Langbroek, Wijk bij Duurstede, Rijswijk en Ravenswaaij.
Uitgever: G.M. Staal te Odijk.





vrijdag 16 april 2021

Meld Misdaad Anoniem: (1) samenwerking met gemeente

Lees ook mijn commentaar op de oproep van de burgemeester om vooral anoniem te blijven melden:

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem: (1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

Burgemeester Gilbert Isabella
Burgemeester Gilbert Isabella van Houten en woordvoerder Marc Janssen van stichting Meld Misdaad Anoniem hebben eind december vorig jaar een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. "Sinds januari hebben we als gemeente al tien meldingen gekregen", laat de burgemeester weten op de gemeentepagina in Houtens Nieuws 't Groentje van 14 april. Hij vervolgt: "Ik wil iedereen oproepen om meldingen te doen en niet weg te kijken of de schouders op te halen over zaken die niet normaal zijn". 

De provincie Utrecht betaalt de aansluitingskosten en het eerste jaarabonnement voor gemeenten in deze provincie die zich aansluiten bij Meld Misdaad Anoniem. Dat is een initiatief van Commissaris van de Koning Hans Oosters. Tot vorig jaar werkten maar drie van de 26 Utrechtse gemeenten met Meld Misdaad Anoniem. Hij wil dat meer gemeenten zich erbij aansluiten, zodat zij doelgerichter meldingen over criminele activiteiten kunnen aanpakken. "Hoe meer gemeenten deelnemen, hoe beter", vindt Oosters, "want criminelen denken niet in gemeentegrenzen, maar verplaatsen hun activiteiten bij weerstand naar andere gebieden, het waterbedeffect."

Onder meer voor Omroep Houten volg ik dit onderwerp sinds augustus vorig jaar. Aanleiding was een persbericht van de Provincie Utrecht van 27 augustus 2020. Daarin staat: "Commissaris van de Koning Hans Oosters en burgemeester Maarten Divendal ondertekenden op donderdag 27 augustus het samenwerkingsconvenant met Stichting Meld Misdaad Anoniem (M.). De provincie biedt de Utrechtse gemeenten aan zich aan te sluiten op het meldpunt om zo meldingen over vermeende criminele activiteiten doelgerichter aan te kunnen pakken. De provincie draagt de aansluitingskosten. Gemeente De Ronde Venen maakt als eerste gemeente van dit aanbod gebruik."

Het persbericht gaf mij een wat ongemakkelijk gevoel en daar schreef ik op 28 augustus een blog over: Meld Misdaad aan Iedereen? Tot dan toe dacht ik dat het meldpunt van de politie was en dat de anonieme tips alleen terecht kwamen bij de politie. Maar het blijkt een zelfstandige stichting te zijn en de informatie kan ook naar andere instanties gaan, zoals "de gemeente". Naar wie is dat dan? Naar elke willekeurige ambtenaar tot en met de receptioniste? Het zal wel goed geregeld zijn, maar daar had ik in het persbericht wel graag wat meer over gelezen. Als het meldpunt zelf niet aan opsporing doet en de informatie rechtstreeks naar de gemeente gaat, zonder tussenkomst van de politie, wie doet dán de opsporing en over welke informatie gaat het concreet? Bewoner A meldt dat buurman B een boef is? Melder A blijft anoniem, maar ook boef B? Of wordt de informatie juist concreet en gedetailleerd doorgegeven, zodat de ontvangende ambtenaar er ook echt iets mee kan? Maar hoe zijn dan de bevoegdheden geregeld? De privacy, de opsporing, het niet doorkruisen van een politieonderzoek of de bewijstlast van een rechtszaak. 


Het persbericht riep bij mij meer vragen op dan het beantwoordt en het werd nog verwarrender toen ik bij de Provincie de tekst van het convenant opvroeg dat de Commissaris van de Koning had ondertekend met Marc Janssen van Meld Misdaad Anoniem en burgemeester Maarten Divendal van de gemeente De Ronde Venen. De woordvoerder van de Provincie liet mij weten dat dit convenant helemaal niet bestaat. Het was slechts een symbolisch moment geweest, waarbij de drie heren hun handtekening hadden gezet op een bord met een foto. Die foto vind ik een misser. Ik begrijp de associatie van misdaad met handboeien, maar de commissaris van de Koning is geen commissaris van politie en het is niet aan hém - en ook niet aan een willekeurige gemeenteambtenaar - om mensen in de boeien te slaan. De bestuurlijke en opsporingstaken hebben we in dit land scherp gescheiden. Het is valse symboliek als bestuurders lachend hun handtekening zetten op een bord met handboeien. 

Ook de oproep van de Houtense burgemeester in de krant - "ik wil iedereen oproepen om meldingen te doen" - vind ik net iets te gemakkelijk, alsof klikken een volkssport moet worden. 

Vanwege mijn vele vragen heb ik na het persbericht van 27 augustus behalve met de Provincie Utrecht ook contact opgenomen met de gemeente Houten, die mij liet weten dat Houten de samenwerking met M. wil aangaan en dat als het zover is de burgemeester dit graag bij Omroep Houten wil toelichten en de gemeente De Ronde Venen, die inzage gaf in het contract tussen de gemeente en het meldpunt. Verder had ik contact met de politie, die uitlegde waarom de politie na een anonieme melding met grote inzet een loods was binnengevallen waar niets werd aangetroffen. Woordvoerder Marc Janssen van Meld Misdaad Anoniem gaf een uitgebreid en heel verhelderend interview (zie blog 2 interview met de woordvoerder). Hij was eigenlijk de enige die duidelijk aangaf dat er ook grenzen en waarborgen zijn verbonden aan de werkwijze en de informatie van het meldpunt. De gemeente krijgt alleen informatie over zaken die tot de bevoegdheden van de gemeente behoren en niet meer dan twee geautoriseerde veiligheidsmedewerkers van de gemeente krijgen toegang tot de informatie. 

Laat ik uitleggen waarom ik zo kritisch ben, ook al ben ik een gezagsgetrouwe burger met een redelijk vertrouwen in de overheid. Ik zing niet mee in het koor dat politici leugenaars en boeven zijn. Meewerken met de autoriteiten vind ik belangrijk. Sinds jaar en dag heb ik het nummer van de meldkamer van de politie standaard in mijn contacten staan en tegenwoordig het centrale meldnummer 0900-8844. Zeker toen ik nog in de binnenstad van Utrecht woonde, maar ook daarna in Houten heb ik al ontelbare meldingen doorgegeven aan de politie. Aanrijdingen, een insluiper en messentrekker, een verwarde man, een in haar huis opgesloten verwarde vrouw, huiselijk geweld, bedreiging, een doodgewaande huisgenoot, een minderjarige wegloper, een geblokkeerde nooddeur, iemand die een nummerplaat aan een auto verwisselde en snel wegreed (meteen opnieuw gebeld toen ik zag dat daar een klein garagebedrijf was gevestigd en de nummerwisseling waarschijnlijk volledig legitiem was). Een mens maakt wat mee. Ik ben niet opgevoed met 'klikken mag niet', zoals in sommige culturen waar de gelederen gesloten blijven en het meewerken aan de politie als 'verraad' wordt gezien. Ik zou mijn eigen broer nog verklikken als hij zich op het criminele pad zou begeven en zich door niets zou laten gezeggen, en ik verwacht dat hij omgekeerd bij mij hetzelfde zou doen. M'n opvoeding leerde wel: 'roddelen mag niet', je mag niet kwaadspreken, achter iemands rug om handelen (tenzij het niet anders kan) en je staat voor wat je doet en zegt.

Maar anoniem melden kan ontaarden in een klikcultuur. Een extreem voorbeeld is natuurlijk de voormalige DDR, waarin elke buurman, maar ook je eigen kind of een leraar verklikker kon zijn. Zo is het hier gelukkig niet, maar zo'n samenleving is dus bestaanbaar. Ook bij Westerse democratieën zien we soms een glijdende schaal, zoals in Israël de 'administratieve hechtenis' of de VS met Guantanamo Bay, waar met een begrijpelijk beroep op een oorlogssituatie en terrorisme mensen zonder enige vorm van proces worden opgesloten. Extreme voorbeelden. Maar ook in Nederland moeten we uitkijken. Het kabinet is afgetreden nadat bleek dat de overheid, de uitvoerende macht, mensen kapot kan maken door ze onterecht van fraude te betichten of lichte gevallen zó zwaar te straffen dat de bodem onder hun bestaan wordt weggeslagen. Bij de verkiezingen vorige maand heeft een partij stemmen getrokken door voor te stellen een speciaal ministerie in te stellen gericht op het afnemen van de rechten van bepaalde bevolkingsgroepen op grond van hun geloof of afkomst. Deze week ontstond er discussie over de vraag of de coördinator terrorismebestrijding anoniem informatie mag verzamelen over personen op grond van wat zij publiekelijk op het internet plaatsen. Anonimiteit ligt gevoelig.  

Ook dichterbij huis kan ik voorbeelden bedenken van overheidsbemoeienis waar ik me ongemakkelijk bij heb gevoeld. Gemeenteambtenaren hebben in mijn koelkast, mijn slaapkamer en bed gekeken en daar vragen over gesteld. Of ik mijn bed en eten met iemand deelde. Een jurist van Werk en Inkomen stelde voor om in een database waarin de overheid informatie uit vele bronnen verzamelt, elke maand even te kijken of mijn kamerhuurder (die zelf nog nooit een uitkering of beurs heeft aangevraagd) nog wel studeerde. Op een informatieavond over een - indertijd nieuwe maar nu al weer verdwenen - buurtapp benadrukte de wijkagent onder het toeziend oog van de (vorige) burgemeester dat je bij het melden van verdachte situaties vooral je onderbuik moet volgen (terwijl ik altijd had gedacht dat je de onderbuik vooral op de WC moet volgen en daar buiten je gezond verstand). Uit de zaal kwamen bruikbare suggesties. Zo had iemand eens een man met Afrikaans uiterlijk in zijn wijk zien lopen, volgens de wijkagent een goede reden om de buurtapp in te schakelen. Eerst schrok ik daar een beetje van, omdat mijn huidige en eerdere huisgenoten en veel van onze bezoekers een Afrikaans uiterlijk hebben (wat veel voorkomt onder kinderen van Afrikaanse ouders), maar bij nader inzien leek het me wel handig dat ik aan de meldingen in de buurtapp zou kunnen volgen hoever onze bezoekers onderweg zijn, zodat ik de koffie alvast aan kan zetten.  

Waar het mij om gaat: misdaad bestrijden ja, melden ja, maar zo mogelijk met open vizier en als het echt niet anders kan dan maar anoniem. De overheid moet het anonieme melden faciliteren maar niet stimuleren. Is duidelijk met wie de informatie gedeeld wordt en wat er mee gebeurt? Vindt de opsporing en handhaving plaats volgens de regels, hoe en door wie wordt dit gecontroleerd? Kan ik door een melding mijn buurman of tegenstander een hak zetten of hoe wordt voorkomen dat dit gebeurt? Regelmatig lees ik dat de burgemeester een pand sluit. Dat kan nuttig zijn in de misdaadbestrijding. Maar hoef ik maar een handgranaat aan de deur van een concurrent te hangen om zijn zaak op slot te zetten? Hoe wordt de (uitvoerende) macht gecontroleerd? In de communicatie van de bestuurders - de Commissaris van de Koning en de burgemeester - heb ik de balans gemist tussen misdaadbestrijding en een open samenleving of met welke waarborgen anonieme meldingen (voor de gemeente, dus nog weer anders dan bij politie en justitie) zijn omgeven? Of komen we zo tóch in een opsporings- en klikcultuur terecht? 

Bronnen bij deze blogserie: 
Styloblog 28-08-20 Meld Misdaad aan Iedereen?
Persbericht Provincie Utrecht 27-08-20
Gemeentenieuws in Houtens Nieuws 't Groentje 14-04-21
* Website Gemeente Houten: Veilige Wijk
Barneveldse Krant 22-09-20: "Dit was een valse melding..."
* Reactie van de politie, zie blog (4) ervaring van de politie.
Binnenlands Bestuur 31-08-2020Provincie betaalt aansluiting bij Meld Misdaad Anoniem
Zie ook de lezersreacties onder artikel in Binnenlands Bestuur (een blad voor ambtenaren): “Gaan we een soort gemeentelijke inlichtingendienst en Oost-Duitse toestanden creëren? M.i. is dit echt voer voor de waakhond over de privacy.” --- “Meld Misdaad Anoniem is niet anoniem. De politie kan altijd, als je telefonisch meldingen doet, de provider verplichten om de gegevens van de beller te overhandigen. Ook gaan alle meldingen altijd naar de AIVD. Vergeet die anonimiteit maar.” --- “Waar nodig wordt anonimiteit gewaarborgd. Liesbeth Huyzer [plv. korpschef Politie Nederland kan te allen tijde belgegevens opvragen bij de provider."
* Binnenlands Bestuur 06-09-2020: Anonimiteit staat bij ons op de eerste plaats 
* Halfjaarbericht politie 16-12-2019 p10-11 (minister van J&V Fred Grapperhaus): 
"(...) In 2018 heb ik een onafhankelijk onderzoek laten doen naar de subsidierelatie en de bekostigingssystematiek van de Stichting NL Confidential die de meldlijn Meld Misdaad Anoniem verzorgt. De onderzoekers constateerden dat er geen sprake was van een stabiele financiële situatie en stabiele reserves terwijl stakeholders aangaven de bijdrage van NL Confidential bijzonder te waarderen. (...) Op grond van de uitkomsten van het onderzoek en eerdere Kamervragen heb ik besloten de bekostigingssystematiek aan te passen. Ik zal de subsidie aan NL Confidential verhogen en deze meerjarig maken. (...) Per 1 januari 2020 gaan aangesloten gemeenten minder betalen. De jaarbijdrage zal worden verlaagd naar een bedrag tussen de 300 en 1500 euro, afhankelijk van de grootte van de gemeente, en gemeenten hoeven geen bedrag per melding meer te betalen. Gemeenten die van de dienstverlening gebruik willen gaan maken, betalen daarnaast nog de eenmalig aansluitkosten. Ik neem met deze regeling, het veruit grootste deel van de extra kosten van deze dienstverlening op mij. Ik ben ervan overtuigd dat de uitbreiding van de dienstverlening van Meld Misdaad Anoniem bijdraagt aan de strijd tegen onder andere ondermijnende criminaliteit."
* De Groene Amsterdammer 18-04-18: De handel in anonieme misdaadtips
* De Groene Amsterdammer 27-06-18: Nederland klikland
* De Groene Amsterdammer 22-02-12: Meldpunt.nl 
"Wat nog ontbreekt is een meldpunt voor kwalijke meldpunten"

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem:
(1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.





Meld Misdaad Anoniem: (2) interview met de woordvoerder

Burgemeester Gilbert Isabella van Houten en woordvoerder Marc Janssen van stichting Meld Misdaad Anoniem hebben een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. De provincie Utrecht betaalt de aansluitingskosten en het eerste jaarabonnement voor gemeenten in deze provincie die zich aansluiten bij Meld Misdaad Anoniem. Sinds de perspresentatie van de provincie op 27-08-20 volg ik dit onderwerp o.a. voor Omroep Houten. Blogserie over Meld Misdaad Anoniem: (1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

Woordvoerder Marc Janssen van de stichting Meld Misdaad Anoniem vertelde mij in een uitgebreid en verhelderend interview, dat er grenzen en waarborgen zijn verbonden aan de werkwijze en de informatie van het meldpunt. De gemeente krijgt alleen informatie over zaken die tot de bevoegdheden van de gemeente behoren en niet meer dan twee geautoriseerde veiligheidsmedewerkers van de gemeente krijgen toegang tot de informatie. 

Commissaris van de Koning van de provincie Utrecht, Hans Oosters, heeft een convenant afgesloten met Meld Misdaad Anoniem. Wat staat daarin? Is alleen de provincie Utrecht partij of ook de afzonderlijke gemeenten?
Er is geen formele overeenkomst met de provincie Utrecht gesloten. Het was meer een symbolisch moment. De Provincie ontvangt ook geen meldingen van het Meldpunt. Alleen met de aangesloten partijen, zoals de afzonderlijke gemeenten, wordt een overeenkomst afgesloten. In principe is het een contract, een juridisch document.

Wat is dan de rol van de Provincie?
De provincie Utrecht stimuleert de gemeenten om zich aan te sluiten bij Meld Misdaad Anoniem en stelt voor het eerste jaar geld beschikbaar. Dit stimuleringsbeleid komt voort uit een initiatief van minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus in het halfjaarrapport politie aan de Kamer (*). De minister hoopt dat meer gemeenten zich zullen aansluiten bij het meldpunt in de strijd tegen de “ondermijnende criminaliteit”. De gemeenten krijgen dan een betere informatiepositie om de criminaliteit te kunnen aanpakken. Vorig jaar heeft de provincie Noord-Holland al het initiatief genomen om dit in de provincie te stimuleren en inmiddels zijn veel Noord-Hollandse gemeenten aangesloten. Nu stimuleert ook de provincie Utrecht de gemeenten om dit te doen.

Hoe werkt die aanpak in de praktijk?
In deze tijd wordt criminaliteit niet alleen via het strafrecht bestreden maar meer en meer ook via de bestuursrechtelijke weg, bijvoorbeeld het sluiten van drugspanden door de burgemeester. Politie en gemeenten trekken hierin samen op. Het is belangrijk om over goede informatie te beschikken.

Het meldpunt stuurt dus meldingen door naar de gemeente? Naar wie dan? Kan iedere ambtenaar de tips inzien?
Het is niet zo dat er een vergaarbak aan tips naar de gemeenten gaat en dat iedereen binnen de gemeente die kan inzien. Er worden binnen de gemeente maximaal twee personen geautoriseerd om de informatie in te zien en dan alleen de tips die specifiek voor deze gemeente bestemd zijn. Het zal meestal gaan om twee ambtenaren van de afdeling Integrale Veiligheid of van Openbare Orde, de portefeuille van de burgemeester. Zij kunnen de burgemeester adviseren. De burgemeester kan de informatie niet rechtstreeks inzien. De geautoriseerde veiligheidsmedewerkers maken zelf onderdeel uit van de opsporing. Ze zijn gescreend en zitten ook direct bij de opsporing, de politie, aan tafel. Bovendien gaan alle meldingen parallel ook naar de politie. Informatie over moord en doodslag gaat niet naar de gemeente maar direct naar de politie. Deze informatie is alleen in te zien door de politie. Het meldpunt selecteert dus specifiek die informatie over zaken die op het terrein en de bevoegdheid van de gemeente liggen.

Wie beoordeelt binnen het meldpunt de tips en naar wie bepaalde informatie gaat?
De regels zijn voor alle gemeenten gelijk. Er zijn dus ook niet verschillende contracten. Er zijn bepaalde specifieke categorieën vastgelegd, zoals drugs, milieudelicten, geweld en specifieke opsporingsprogramma’s. Alleen de informatie binnen die benoemde categorieën gaan naar de gemeente. Er is een strakke lijn van categorie naar de instantie die op dat terrein bevoegdheid heeft. Zo zal informatie over misstanden in de vleesindustrie naar de warenautoriteit NVWA gaan en informatie over een drugspand naar de gemeente waar het pand staat.

Waarom anoniem melden?
Uiteraard gaat de voorkeur uit naar een openlijke melding door de burger en zo nodig aangifte bij de politie. Maar er kunnen redenen zijn waarom de melder anoniem wil blijven zoals bedreiging of angst. De medewerker van het meldpunt zal alles doen om de anonimiteit te waarborgen. De medewerker zal ook niet suggereren om openlijk melding en aangifte te doen; dat is aan de melder zelf. Alle naar de melder herleidbare informatie wordt uitgefilterd en niet doorgegeven. Als blijkt dat de melder eigenlijk niet echt belang hecht aan volledige anonimiteit, bijvoorbeeld zijn naam geeft of aan het eind van het gesprek zegt dat bijvoorbeeld de politie wel contact met hem mag opnemen, dan zal de medewerker wel aanraden de melding direct bij de politie of een andere betrokken instantie te doen.

Worden alle tips aangenomen en doorgegeven?
Een simpele anonieme tip is niet voldoende om informatie door te geven. Als de melder maar wat roept (“M’n buurman teelt drugs”) en de hoorn er weer opgooit, dan wordt de tip niet in behandeling genomen. De medewerker van het meldpunt vraagt door en voert een lang gesprek met de melder. De melder moet ook bereid zijn om de situatie uit te leggen en achtergrondinformatie te geven, voor zover dit de anonimiteit niet schendt. De medewerker stelt gericht vragen. Het is een klein team van op een dag vijf mensen, die van alle markten thuis moeten zijn, want ze verbinden de beller niet door naar een andere specialist binnen het team. Elke medewerker handelt het gesprek helemaal zelf af, of het nou om drugscriminaliteit, belastingfraude of milieudelicten gaat. De medewerkers zijn veelal afkomstig van de politie, de fiscale opsporingsdienst FIOD of een andere opsporingsdienst. Zij krijgen intern een gerichte opleiding voor dit werk. Zij moeten elk gesprek kunnen voeren.

De gesprekken zijn dus volledig anoniem?
Ja, op alle manieren wordt gezorgd voor anonimiteit. Ten eerste technisch, bijvoorbeeld geen nummerherkenning. Er kan niet herleid worden waar het gesprek vandaan komt. Ten tweede zijn er dichtgetimmerde juridische waarborgen. Ten derde zijn de medewerkers er specifiek op getraind om de anonimiteit te bewaken. Zij halen alle naar de melder herleidbare informatie uit een melding die zij doorgeven. Bijvoorbeeld een zin als “ik ruik hennep op mijn zolder” zou herleidbaar kunnen zijn naar het feit dat het om directe buren gaat van het adres waar de hennep gekweekt wordt.

Een paar jaar geleden werden mensen opgeroepen om het te melden als bij één huis in de straat de sneeuw van het dak smelt, wat kan duiden op het kweken van hennep op zolder.
Met dat soort oproepen zijn wij niet blij.

De Groene Amsterdammer publiceerde in 2018 enkele kritische artikelen (**) over het meldpunt. Ik las dat ontvangende partijen, zoals gemeenten, naast een jaarabonnement ook een bedrag per tip betalen. In het artikel noemen verschillende deskundigen dit een perverse prikkel. Hoe meer meldingen, hoe meer inkomsten.
De vergoeding per tip is afgeschaft. Dit is ook in het eerder genoemde halfjaarrapport (*) te lezen, inclusief de motivering en de minister heeft de financiering van het meldpunt verhoogd, zodat er geen neiging ontstaat naar inkomstenvermeerdering via de tips.

Wie bepaalt de prijs die de gemeente betaalt en vinden er contractonderhandelingen plaats?
Nee, het meldpunt hanteert standaardprijzen volgens een staffel met vier treden, gebaseerd op het inwonersaantal van de gemeente. De aansluiting van een nieuwe deelnemer is dus een eenvoudige uitrol van de bestaande regels en procedures. De stichting is voor de financiering niet afhankelijk van deze uitrol. Als een gemeente of instantie zich niet wil aansluiten, dan is dat ook prima.

Het meldpunt had voor mij een bijna ‘heilig’ imago, ik dacht dat het alleen een tiplijn van de politie was voor zware criminaliteit en geweld. Het persbericht van de provincie Utrecht heeft mij kritischer gemaakt, omdat daar niet gesproken wordt over de waarborgen en de indruk wordt gewekt dat elke bestuurder via het meldpunt geheime tips kan krijgen. Dit gesprek stelt mij weer een beetje gerust, al heb ik nog wel vragen. Hoe is het toezicht geregeld?
In de Raad van Toezicht van de stichting zitten vertegenwoordigers van de ontvangende partijen, het ministerie van Justitie en Veiligheid, politie en gemeenten. Alleen bevoegde instanties kunnen ‘partner’ zijn.

Staat het meldpunt in de publieke belangstelling?
Het meldpunt krijgt wekelijks of bijna dagelijks vragen van de pers, ook veel regionale pers.

De gemeente Houten sluit een samenwerkingsovereenkomst met Meld Misdaad Anoniem. De burgemeester heeft aangegeven dan graag een toelichting te geven bij Omroep Houten.
Misschien spreken wij elkaar dan ook weer.

(*) Halfjaarrapport Politie 16-12-2019 p10-11. Zie samenvatting en ook (**) alle andere bronnen onderaan blog 1. 

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem:
(1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

Meld Misdaad Anoniem: (3) het contract

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem: (1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

Gemeente De Ronde Venen was de eerste Utrechtse gemeente die gebruik maakte van de stimuleringsregeling van de provincie Utrecht om een samenwerking aan te gaan met Meld Misdaad Anoniem. De gemeente was zo vriendelijk mij inzage te geven in de samenwerkingsovereenkomst, omdat het convenant dat volgens het persbericht van de Provincie Utrecht was ondertekend door de Commissaris van de Koning niet meer bleek te zijn dan een foto van iemand in handboeien (zie blog 1).

Het exemplaar dat ik heb ingezien is per 1 september 2020 (dus vier dagen na de perspresentatie over de ondertekening) getekend door manager communicatie M.Janssen van stichting Meld Misdaad Anoniem; de handtekening van burgemeester M.Divendal ontbrak nog. De overeenkomst is ingegaan op 1 oktober 2020.

De overeenkomst geeft in een bijlage aan over welke - meest wel bekende - onderwerpen het meldpunt meldingen kan doorgeven aan de gemeente: diefstal/verduistering, drugsdelicten, illegaal vuurwerk, fraude, financieel-economische delicten, geweldsdelicten, illegale geneesmiddelen, illegale prostitutie, illegalen, mensenhandel, milieudelicten, onbekende identiteit, ondermijnende activiteiten, sociale zekerheid, radicalisering, vervalsingen en woonfraude.

De gemeente zal jaarlijks laten weten wat zij met de meldingen heeft gedaan, wat de resultaten daarvan waren en hoe bruikbaar de tips waren.

Beide partijen moeten zich aan de geldende regelgeving houden. De vertrouwelijke informatie mag alleen gebruikt worden voor het “toegestane doel” en mag niet gedeeld worden met anderen, ook niet met eigen werknemers voor wie toegang tot de informatie niet strikt noodzakelijk is. De toegang is beperkt tot de medewerkers die direct betrokken zijn bij het doel en alleen op voorwaarde dat zij een geheimhoudings­overeenkomst hebben getekend en de gemeente toeziet op de naleving daarvan. De geautoriseerde personen en de IP-adressen van hun werkplekken worden vastgelegd.

De ontvanger mag de informatie niet gebruiken om daarmee economisch voordeel te behalen, het gaat niet om een licentie op informatie en eventuele eigendomsrechten van de informatie blijven berusten bij de verstrekker.

De stichting Meld Misdaad Anoniem kan via de aan haar gelieerde stichting NL Confidential eventueel ook aanvullende diensten verlenen, zoals het ondersteunen van campagnes om de meldingsbereidheid te vergroten of om bepaalde thema’s rond veiligheid en de aanpak van criminaliteit onder de aandacht te brengen. Afspraken daarover zullen dan in een afzonderlijke overeenkomst worden vastgelegd.

De jaarlijkse vergoeding voor de aansluiting op het meldpunt wordt bepaald op basis van het inwonersaantal van de gemeente. In 2020 was het tarief € 1500 voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners, € 900 voor gemeenten van 50.000 tot 100.00 inwoners, € 600 voor gemeenten van 30.000 tot 50.000 inwoners en € 300 voor gemeenten tot 30.000. De eenmalige aansluitkosten zijn € 1000.

De provincie Utrecht neemt het eerste jaar de kosten op zich.

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem: 


Meld Misdaad Anoniem: (4) ervaring van de politie

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem: (1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

Naar aanleiding van een persbericht van de provincie Utrecht (27-08-20) over samenwerking van gemeenten met Meld Misdaad Anoniem had ik de nodige vragen. Rond die tijd las ik in de Barneveldse Krant (22-09-20, premium) over een politie-inval in twee loodsen in Kootwijkerbroek. Volgens de eigenaar van de loodsen was deze inval gebaseerd op een valse melding. Daar wilde ik meer over weten. Daarom heb ik contact opgenomen met de politie. 

De Barneveldse Krant meldt: "De grootscheepse inval in twee loodsen aan de Oude Essenerweg in Kootwijkerbroek, afgelopen zondag, werd gedaan op basis van een valse anonieme melding. Dat stelt de eigenaar van de twee loodsen. Er is hier helemaal niets aan de hand."

Dit leek mij een voorbeeld van hoe het met een anonieme melding dus ook mis kan gaan. Woordvoerder Frank Brouwer van de politie Oost-Nederland beantwoordde mijn vragen. 

Politie: "Je noemt Kootwijkerbroek als voorbeeld dat het soms mis kan gaan. Dat roept de vraag op wat er precies is mis is gegaan. Er komt een serieuze melding bij de politie binnen. Die reageert daar snel en adequaat op. Vervolgens blijkt gelukkig dat er niets aan de hand is. Hoe dat kan is niet bekend. Het kan veel oorzaken hebben. De conclusie dat er iets is misgegaan is niet te staven."

Mijn vraag: "Uiteraard kunt u geen inhoudelijke mededelingen doen over anonieme meldingen, maar u kunt neem ik aan wel aangeven via welk kanaal de melding binnenkwam: rechtstreeks bij de politie, via Meld Misdaad Anoniem of langs andere weg, bijvoorbeeld de gemeente.

Politie: "Daar kunnen we niets over zeggen. Wel kunnen we zeggen dat wij meldingen zo goed mogelijk proberen in te schatten voordat wij erop af gaan. Voor ons was deze melding serieus genoeg om direct op te schalen."

Mijn vraag: "Was dit in de ogen van de politie een "valse melding"? Wat is het commentaar van de politie op deze uitspraak van de eigenaar van de loodsen."

Politie: "Dat is niet te zeggen. Dat een melding niet is wat het aanvankelijk lijkt, kan veel oorzaken hebben. Een valse melding is er daar slechts één van. Wij reageren daarom niet op de uitspraken."

Mijn vraag: "Wat is de verklaring van de politie rond dit voorval?"

Politie: "De reden van onze inzet in Kootwijkerbroek was een melding dat er misschien een confrontatie zou plaatsvinden tussen verschillende personen waarbij mogelijk wapens zouden worden gebruikt. Daar hebben we snel op gereageerd. Omdat we niet precies wisten wat we konden verwachten, hebben we behoorlijk opgeschaald met circa tien auto’s en de helikopter. We nemen bij dit type melding altijd het zekere voor het onzekere. Er bleek niets aan de hand te zijn, we hebben niets aangetroffen en niemand aangehouden."

Voor nadere informatie van de politie Oost-Nederland: mediadesk.oost-nederland@politie.nl

Blogserie over Meld Misdaad Anoniem:
(1) samenwerking met gemeente; (2) interview met de woordvoerder; (3) het contract; (4) ervaring van de politie.

woensdag 14 april 2021

Filthy hospital

The junior doctors of Sierra Leone united in Judasil are angry. According to Judasil one of its female members, a junior doctor at Connaught Hospital in Freetown, "was physically assaulted by the Permanent Secretary, the Chief Medical Officer and Deputy Minister of Health and Sanitation", when she pointed at the poor and filthy conditions at the hospital. Judasil asks for the resignation of the three mentioned officials. "Junior doctors across the country will be laying down tools until appropriate action is taken". Water supply and cleaning of hospitals should be improved. Judasil emphasizes that despite the deplorable conditions and filth at Connaught Hospital and other facilities around the country doctors have always continued their work and serve the public. 

See also Facebook page of Judisil: https://www.facebook.com/judasilofficial/



donderdag 8 april 2021

Niet geheel juist

 Op Twitter trof ik deze interessante rectificatie uit 1892. 


"Dezer dagen werd bericht, dat mej. Ten Have-Veninga, te Westerlee, tengevolge bloedvergiftiging was gestorven, ontstaan doordat boenwas bij het afwrijven van stoelen in eene wonde aan de pink was gekomen, die moest worden afgezet. Dit bericht was niet geheel juist. De pink is niet afgezet en er was geen wondje aan, waarin ook geen boenwas kon zijn gekomen, daar de juffrouw geen stoelen had geboend; en de dood was dan ook niet het gevolg van bloedvergiftiging. Juist is 't echter, dat de juffrouw is overleden."

Waaraan is zij dan wél overleden? Al snel had ik haar naam, geslachtsregister en overlijdensakte gevonden, maar niets over de omstandigheden rond haar dood. Meintje ten Have-Veninga is op 30 juli 1892 om 3 uur in de nacht overleden. De overlijdensaangifte wordt gedaan door haar neef en een veldwachter. Is er sprake van een misdaad? 

Mijn korte zoektocht begon bij de tweet van Atty de Waard, volgens de twitterbio: "genealoog, sociale geschiedenis, spannende verhalen van vroeger. Delpher als bron. Wie was Wie". De precieze bron van het bericht was helaas niet terug te vinden. Atty de Waard liet mij desgevraagd weten: "Niet genoteerd helaas". In Delpher kon ik niets vinden. Wel vond ik via het Gemeentearchief Schiedam een variatie op het bericht in de Nieuwe Schiedamse Courant 12-08-1892 p2 (kolom 3 midden) en de Schiedamse Courant 13-08-1892 p2 (kolom 3 voorlaatste bericht). Deze versies missen de prachtige, bijna poetische 'terugrol' uit ons oorspronkelijke bericht. De rectificerende journalist van onze eerste bron heeft hier zichtbaar plezier in gehad. Maar ook het oorspronkelijke nieuwsbericht, dus waarin de bloedvergiftiging door boenwas in een wondje als doodsoorzaak zou zijn vermeld, kan ik helaas niet vinden. Onder de rectificatieberichten in de Schiedamse bladen staan de initialen "U.D." Dat kan de redacteur zijn of een correspondent, maar ook het persbureau of de krant waaruit dit bericht is overgenomen (*). 

Bloedvergiftiging door een wondje is in het algemeen zeker geen onwaarschijnlijke doodsoorzaak. Ik moest meteen denken aan de eerste man van mijn 'stief-oma', die in de jaren '30 is overleden door bloedvergiftiging nadat hij tijdens het uitstrooien van kunstmest zich het zweet uit de nek heeft geveegd, waar hij een wondje had waardoor de chemische stof zijn bloedbaan kon binnendringen. Ook is het niet ongewoon dat bij een bloedvergiftiging in eerste instantie het getroffen lichaamsdeel, een vinger of teen, wordt afgezet, maar dat het al te laat kan zijn en de vergiftiging zich door de bloedbaan heeft verspreid. 

Mijn zoektocht werd mede getriggerd door verwoed twitteraar en Elvis-fan dominee Fred Omvlee, hoofd geestelijke verzorging bij de marine. Hij twitterde: "Deze rectificatie roept bij mij nog veel méér vragen op... Mejuffrouw is getrouwd, dus waarom geen 'mevr.'? Als niets van deze feiten waar is, behalve de dood: waar is zij dan aan overleden?" 11:17pm · 7 Apr 2021
Toen ik liet weten dat ik haar naam gevonden had, reageerde Fred Omvlee met: "Geweldig. Samen lossen we dit op!"  11:51pm · 7 Apr 2021 

Maar tot nu toe is het voor mij een raadsel wat er indertijd precies gebeurd is. Zijdelings wil ik de marinedominee ook wijzen op een bericht dat naar huidig inzicht wel wat van zijn pastorale aandacht zou kunnen vragen. Naast ons genoemde bericht in de Nieuwe Schiedamse Courant staat in de rechter kolom maar dan iets hoger het volgende te lezen: "Te Nieuwediep hebben twee marine-officieren, met inachtneming van alle vormen, met de sabel geduelleerd. Beide partijen moeten licht gewond zijn. Naar de omstandigheden, waaronder het duel plaats had, wordt door de politie een streng onderzoek ingesteld."

Terug naar ons boenwas-slachtoffer. Dat de - gezien haar twee achternamen - kennelijk getrouwde vrouw hier "Mejuffrouw" genoemd wordt, hoeft ons niet te verbazen. Meestal denken wij bij Mejuffrouw aan een ongehuwde vrouw. Dit was voor mij dan ook de eerste aanleiding om de naam Ten Have-Veninga op te zoeken; het zou immers ook een adellijke of in elk geval deftige dubbele achternaam kunnen zijn van een ongehuwde dame. Maar al snel vond ik de stamboom van de in 1892 overleden gehuwde Meintje Ten Have-Veninga uit Westerlee, op wie dit bericht wel betrekking moet hebben. 

Het blijkt dat het in die tijd helemaal niet ongewoon was om ook getrouwde vrouwen "mejuffrouw" te noemen. Juffrouw is een verbastering van jonkvrouw, waarmee een - al dan niet gehuwde - dame van adel of goede stand en pas later een ongehuwde vrouw werd bedoeld. Het standsverschil liep bij getrouwde vrouwen van mevrouw via juffrouw naar simpelweg vrouw. Nog in 1983 werden, blijkens kamervragen, in de adresgids van Buitenlandse Zaken ongetrouwde vrouwen tot een bepaalde rang met mejuffrouw aangeduid. Inmiddels is het begrip "mejuffrouw" in beide betekenissen nagenoeg verdwenen. Alleen schoolkinderen zeggen tegen hun lerares vaak nog wel Juf of Juffrouw. 
Zie: Onze Taal (1983) en Wikipedia

Zoals gezegd had ik het geslachtsregister - met haar geboorte, huwelijk en dood - al snel gevonden. Zij is te vinden op de familie-website tenhave-genealogie.nl - onder meer in het het parenteel van Berent Berents ten Have (1620): 

VII.131 Helenius ten HAVE, landbouwer, zoon van Hommo Helenius ten HAVE (zie VI.74) en Geertje Eltjes WIGBOLDUS (Wichboldus).
Geboren op 25-03-1836 te Scheemda (Gr.).
Overleden op 05-02-1897 aldaar, leeftijd: 60 jaar; weduwnaar van Meintje Veninga.
Gehuwd op 07-05-1868 te Wildervank (Gr.) met Meintje VENINGA, dochter van Evert Arends VENINGA, vervener, en Trijntje (Trientje) Jans PANMAN.
Geboren op 04-01-1842 te Stadskanaal, gem.Wildervank (Gr.). Overleden op 30-07-1892 om 03.00 uur te Noordbroek (Gr.), leeftijd: 50 jaar; echtgenote van Helenius ten Have. Het overlijden is op 1 augustus ingeschreven onder aktenr. 68 in het overlijdensregister van Scheemda, de woonplaats van Meintje. 
Kinderen: Hommo (sterft 5 jaar oud), Evert en Hommo Helenius ten Have. 

Daarmee is ook de overlijdensakte snel gevonden. 


"No. 22. In het jaar duizend achterhonderd twee en negentig, den dertigsten der maand Juli, zijn voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Noordbroek, arrondisement Winschoten, provincie Groningen, verschenen Homme Hamster, oud drie en dertig jaren, van beroep landbouwer, wonende te Noordbroek, neef van den overledene, en Jan Mulder, oud zeven veertig jaren, van beroep veldwachter, wonende de Noordbroek, welke ons hebben verklaard, dat op den dertigsten der maand Juli, des jaars duizend achterhonderd twee en negentig, des morgens te drie uur, binnen deze gemeente, en wel te Noordbroek, is overleden Meintje Veninga, oud vijftig jaren, van beroep zonder, laatst gewoond hebbende te Westerlee, gemeente Scheemda, geboren te Stadskanaal gemeente Wildervank in het jaar achttien honderd twee en veertig, echtgenote van Helenius ten Have, dochter van Evert Arends Veninga en Trijntje Jans Panman beide overleden. Van welke aangifte en verklaring deze akte dadelijk is opgemaakt en ingeschreven op de beide dubbelen van het overlijdens-register dezer gemeente; en is deze akte, na voorlezing, door de aangevers en ons geteekend, H. Hamster, [onleesbaar: handtekeningen van J. Mulder en de ambtenaar van de burgerlijke stand]."

De overlijdensakte is in het overlijdensregister ingeschreven onder nummer 68. 


"No. 68. In het jaar duizend achterhonderd twee en negentig, den eersten der maand Augustus is door ons ondergeteekende, Ambtenaar van den Burgerlijke Stand der gemeente Scheemda, arrondissement Winschoten, provincie Groningen, ingeschreven het volgend uittreksel uit een register van overledenen der gemeente Noordbroek, Provincie Groningen, dat op den dertigsten der maand Juli, des jaar duizend achterhonderd twee en negentig, des morgens te drie uur, te Noordbroek, is overleden: Meintje Veringa, oud vijftig jaren, van beroep zonder, laatst gewoond hebbende te Westerlee, gemeente Scheemda, geboren te Stadskanaal, gemeente Wildervank in het jaar achttienhonderd tweeenveertig, echtgenote van Helenius ten Have, dochter van Evert Arends Veringa en Trijntje Jans Panman, beide overleden. - Voor eensluidend uittreksel - Noordbroek den 30 Juli 1892. De Ambtenaar van den Burgerlijkenstand der gemeente Noordbroek. - geteekend Dijkstra. - Waarvan deze akte dadelijk is opgemaakt, die door ons is geteekend wordende de doorhaling der gedrukte woorden "Zijn verschenen, oud, jaren van beroep, wonende te, van de overledene en, oud jaren, van beroep, wonende te, van de overledene welke ons hebben verklaard, binnen deze gemeente, en wel, welke aangifte en verklaring, na voorlezing, de aangevers en; - in regels twee, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, twaalf, drieentwintig en vierentwintig van boven goedgekeurd. [handtekening ambtenaar]"

Wat opvalt is dat de aangifte gedaan wordt door een neef van de overledene en een veldwachter. Waarom niet door de echtgenoot? Deed de veldwachter aangifte uit hoofde van zijn beroep? Is er dan toch sprake van een misdaad? Dan is er misschien een proces-verbaal of een aantekening in een politieregister. - Maar: zie Aanvulling 8-3-21 23:00 onderaan.

Het blijft raadselachtig hoe het verhaal van de bloedvergiftiging door boenwas in de wereld is gekomen en even later weer ingetrokken. 

Verdere vragen: 
- Waar is het oorspronkelijke bericht uit de tweet te vinden (bron)?
- In welke krant stond het (ongerectificeerde) bericht over het overlijden?
- Waarom of door wie is het weer ingetrokken en gerectificeerd? 
- Is er een proces-verbaal of vermelding in een politieregister? 
- Is er een bericht in de plaatselijke pers in Oost-Groningen? 
- Wie of wat is "U.D." onder het bericht in de Schiedamse bladen? 

Noten:
(*) Bij de initialen "U.D." onder het bericht denk ik bijvoorbeeld aan "Utrechts Dagblad". Maar ik ken geen Utrechts Dagblad, wel het Utrechts Nieuwsblad (waar ik zelf voor gewerkt heb), dat op 2 mei 1893 door Johan de Liefde werd opgericht onder de naam Utrechtsch Volksblad, wat enkele maanden later al, op 7 november 1893, werd gewijzigd in Utrechtsch Nieuwsblad. In 1892 bestond deze krant dus nog niet. De (Nieuwe) Schiedamsche Courant staat er dacht ik wel bekend om berichten uit het hele land over te nemen. Enige tijd geleden vond ik hier het geboortebericht van een tweeling in Den Bosch, waarvan ik één van beiden ken. (** Zie aanvullng 17 april 2021 hierna.)

Bronnen: 
Nieuwe Schiedamse Courant 12-08-1892 p2 (kolom 3 midden)
Schiedamse Courant 13-08-1892 p2 (kolom 3 voorlaatste bericht)
- Mejuffrouw, zie: Onze Taal (1983) en Wikipedia
- Ten Have familie-website: tenhave-genealogie.nl
Parenteel van Berent Berents ten Have (1620)
Overlijdensakte Meintje ten Have-Veringa (1892) 

Aanvulling 8 april 2021 23:00 uur

(1) Zoekend op "veldwachter" zie ik dat veldwachters vaak als getuige optraden bij het opstellen van akten van geboorte, huwelijk en overlijden. Hier kan dus geen conclusie aan worden verbonden dat het om een misdaad zou gaan. 


(2) Atty de Waard is verder gaan zoeken en vond de rouwadvertentie en het eerste nieuwsbericht. 

Provinciale Drentsche en Asser Courant 3-8-1892



(**) Aanvulling 17 april 2021: "het U.D."

Atty de Waard plaatste op Twitter weer een historisch bericht, waarin te lezen is: "Men meldt aan het U.D." Hieruit blijkt dat "U.D." niet een redacteur of correspondent is van de betreffende krant, maar een ander medium, een krant of persbureau. Ik ben met dit bericht dus weer één stap verder gekomen. 

Maar welk medium heet "U.D."? Als er nooit een "Utrechts Dagblad" heeft bestaan, misschien wel een Uithoorns Dagblad of was er een eigen dagblad in Ubbena, Ubbergen, Uddel, Uden, Udenhout, Uffelte, Ugchelen, Uitdam, Uitgeest, Uithoorn, Uithuizen, Uithuizermeeden, Uitwellingerga, Uitwijk, Ulestraten, Ulft, Ulicoten, Ulrum, Ulvenhout, Ulvenhout, Ureterp, Urk, Urmond, Ursem of Usquert. In Delpher vind ik wel wat kranten die in de buurt van "U.D." komen: Utrechts Volksblad (sociaal-decmoratisch dagblad), Utrechtsch katholiek Dagblad (vanaf 1945), Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad (algemeen advertentieblad) (1813-1869), Utrechtse Courant en Uw tweede Dagblad (1944), maar van geen van deze bladen is het dus aannemelijk dat ze in 1892 werden aangeduid met "U.D.". 








woensdag 7 april 2021

Cousin Koos' Nature

Chatting with a South African friend, who lives in the Netherlands for a year or more, I wondered: what would have become of my cousin Koos van der Lende? All I know is that he's living in the outback of South Africa as a nature photographer. He may as well have disappeared from the earth. 

My interest in South Africa is growing again lately. I've never been there, but from what I have heard and seen it's a beautiful country. Also: Afrikaans is the only foreign language that I more or less can understand without ever having learned it in school. As a child I got a stack of Suid-Afrikaanse Panorama's (1967-1971) from my grandfather, a colourful magazine, issued by the South African government. I still have it in my archive and browsed through them again lately. It may well be considered as propaganda from the Apartheid regime in those days, but still, there's a lot in South Africa worth propagandizing for.

As a young adult I went to a four days' congress in Amsterdam, where the South African preacher David du Plessis was the keynote speaker every morning. He's an evangelical leader who sought closer contact to the established main stream churches. I remember him using the Afrikaans phrase "baie snaakse klanke" when speaking about glossolalie ('speaking in tongues'). Anyway, with some effort I could understand his Afrikaans speeches without a translator.

In recent years I have done several transcriptions of various interviews in unedited footage for Dutch TV documentaries, roughly translating the Afrikaans text into Dutch, among others a university class given by the famous South African poet Antjie Krog, who I find very interesting. Also, nowadays I am following an Afrikaans newspaper via Twitter. Of course, Afrikaans is identified as the language of the Apartheid regime, that only after a bitter struggle gave in and had to go, so the language isn't the most popular in South Africa these days for historically understandable reasons, and losing ground to English and local languages. 

But where did my cousin Koos go? Last Sunday I suddenly had an evenly genious as stupidly simple idea: I typed his name into Google. Really without much expectations, I was very surprised that I found him within seconds. He even has a Twitter account, though his last tweet is from 2013. But I also found a lot of his really beautiful photographs and more information about him. He is a wonderful nature photographer indeed. 

The website of the art photography gallery of Martin Osner in Cape Town tells his story, that sounds familiar to me. Koos van der Lende was born in Pretoria in 1955 (the same year as me), moved with his parents to the Netherlands in 1971. In those years they didn't live far from us, and his parents mostly visited my parents on birthdays. Strangely enough, I realize now, we did'nt get in touch much as cousins. "After completing his studies at the School of Photography in The Hague, he re-visited the country of his birth in 1977, and the experience prompted him to return on a more permanent basis. In 1983 he immigrated back to South Africa. He spent the next two decades working as a commercial photographer. In 2002 he decisively abandoned the confines of a studio environment and commercial photography for the outdoors, where he spends most of his year photographing series of limited edition work", the art gallery's website states. 


Koos van der Lende is the grandson of my grandmother Afke, my grandfather Ytzen's second wife, my mother's stepmother. My grandparents visited the family in South Africa in 1966, and my grandfather wrote a series of articles about his visit to South Africa and his confrontation with Apartheid, that on my turn I quoted extensively in an article I wrote in 1986 about my grandfather. 

Left or right? 
I have one particular memory of Koos at age six - so that must have been around 1961 - when the family from South Africa came 'back home' for a few weeks holiday in the Netherlands. We were visiting my pake Ytzen and beppe Afke in Leeuwarden. While the adults were talking, Koos and I were playing with toy cars on the floor in a corner of the room. We had build a bridge or gate with a pillar in the middle, so the road was split in a right and a left lane. I had only recently grasped the concept of left and right, and that you should keep right on the road. I remember asking my parents that if you must keep right on the road, what about when coming from the other direction: shouldn't you keep left then? So it took me a while to understand right lane traffic, have it sinking in one moment and then losing it again, but finally I got it. Well, then as every six year old will do: defend your new gained knowledge with your life if you must, no one will take it away from you, because now you understand the world.

So when Koos dared to drive his car through the left lane of the gate I corrected him, but Koos insisted the traffic should keep left, he had recently learned that and he too was as convinced as can be. We quarreled about it so loud that the adults stopped their conversation, tried to figure out what this was about, because both of us had always been such calm and kind kids. When it became clear what our dispute was about, the adults in the room explained that in South Africa traffic keeps left whereas in the Netherlands traffic keeps right. So the verdict was that we both were right in our own way. 

Both of us had learned something new, but for me it seemed that life was even more complex than I had thought, now that the new learned concept of left and right suddenly appeared not to be the one and only straightforward eternal truth that was revealed to me a few months before. 

Horrible noise
I also asked Koos about his experience with flying. I was very impressed, no one was flying in those days. I think it was more than a decade later that I met the next person who had been on an airplane, and it would be almost twenty years later before I'd be up in the clouds for the first time myself (in 1980 on my way to America). Didn't make the airplane a horrible noise? Koos explained to me that you hardly hear the plane when you are in the air (I was surprised by that) and that only when another plane comes near, you hear a loud sound. I still can see him covering his ears with his hands, pulling a face, making a loud oooh oooh sound, while demonstrative shivering. 

Back to South Africa
In the early Seventies the South African family moved back to the Netherlands, I guess partly because they couldn't live with the culture and structure of Apartheid, and then they lived in a village not far from us. In the Eighties Koos decided he wanted to go back to South Africa, the country he loved so much. Many years later, at his father's funeral he was absent, and I remember that one of his sibblings in a speech acknowledged and excused his absence. All I knew is that he spent his time in the vast South African nature as a photographer, in a sense disconnected from the civilized world. 

But by typing in his name you can find him, or at least his work. And that's worthwhile. Beautiful South Africa. 

Here are a few of the most interesting hits:

* Martin Osner: Koos van der Lende, photographer