woensdag 24 juli 2019

Blik van de buren

Het ontwerpbesluit voor Windpark Goyerbrug en de stukken die daar deel van uitmaken liggen van 13 juni tot en met 24 juli ter inzage bij de gemeente Houten. Deze termijn loopt vandaag af. De vergunningaanvraag en bijbehorende documenten blijven overigens ook daarna nog gewoon te vinden op de website van de gemeente, maar de reactietermijn is verstreken.

Voor Omroep Houten volg ik het 'windmolendossier' en met name de interactie tussen Houten en de buurgemeenten. Bewoners van het buitengebied van Wijk bij Duurstede, Culemborg en Bunnik wonen dichterbij het geplande windpark dan de bewoners van de kern Houten. 

Bij het aflopen van de inzagetermijn heb ik een rondje gemaakt langs de betrokken buurgemeenten. 

Bunnik

De woordvoerder van de gemeente Bunnik laat mij weten dat Bunnik geen zienswijze heeft ingediend. 

Wijk bij Duurstede

De gemeente Wijk bij Duurstede heeft wel een zienswijze ingediend. Opvallend is dat de zienswijze niet ingaat op de wenselijkheid of voorwaarden van het plaatsen van windmolens, maar alleen op het voornemen van Houten om een windfonds op te richten, waarmee de directe omgeving van het windpark kan delen in de opbrengsten. 

De gemeente Wijk bij Duurstede waardeert de oprichting van een windfonds, maar vindt wel dat dit fonds een gemeente-overschrijdende werking moet hebben. De bewoners van Wijk bij Duurstede die dichtbij het windpark wonen, moeten ook eerlijk kunnen delen in de lusten, naast de lasten die ze krijgen. Houten moet de Wijkse inwoners actief informeren en betrekken. 

Het gegeven dat het fonds minimaal 50% gefinancierd moet worden door de initiatiefnemer roept vragen op. De gemeente hoopt dat het niet alleen bij intenties blijft, maar dat het plan vooraf in een overeenkomst met de initiatiefnemer wordt vastgelegd, zodat dit windfonds er ook echt gaat komen.

Culemborg

De gemeente Culemborg komt met een uitgebreide zienswijze, die vooraf ook is besproken in de gemeenteraad. 

Regionale Energiestrategie
Voor de nationale energietransitie moeten alle regio's in Nederland binnenkort een 'Regionale Energiestrategie' (RES) opstellen. Culemborg wijst er op dat hoewel Houten en Culemborg in verschillende regio's en provincies liggen, ze toch buurgemeenten zijn en hun plannen op elkaar moeten afstemmen. Culemborg gaat daarom contact opnemen met Houten om "over de bestuurlijke grenzen heen te kijken". 

Bezorgdheid
Windpark Goyerbrug zal de 'noordelijke skyline' van Culemborg, die nu gevormd wordt door de Lek en het groene buitengebied van het Eiland van Schalkwijk, gaan domineren. De gemeente is dan ook niet verrast dat Culemborgers reageren met ongenoegen over de beperkte informatie, bezorgdheid over hinder en aantasting van het natuurlijke uitzicht naar het noorden, bezorgdheid over de natuur en over de waardedaling van woningen. Ook zijn er twijfels over de betrouwbaarheid van de initiatiefnemer. De gemeente Culemborg vraagt Houten om deze reacties zorgvuldig te overwegen en te beantwoorden. 

Ook in Culemborg zijn er plannen voor een tweede windpark. Daarvoor is in 2017 een Windvisie opgesteld. Culemborg hanteert deze visie nu ook voor deze zienswijze. Voor slagschaduw, geluid en veiligheid van windparken bestaan in Nederland standaard-normen. Maar Culemborg maakt zich zorgen over de hoogte van de molens bij Goyerbrug (ashoogte ruim 160 meter, tiphoogte 240 meter). Op dit moment uniek in Nederland. Er is nog geen enkele ervaring mee opgedaan. 

Wat als de geluidsbelasting tegenvalt? Culemborg vraagt Houten in de voorschriften van de vergunning te regelen dat de gemeente snel kan ingrijpen en handhaven. De gemeente zou ook al van tevoren een 'handhavingsstrategie' moeten opstellen. Ook vraagt Culemborg om de prestaties van de molens te meten, te evalueren en te vergelijken met de verwachtingen. De evaluatie zou in overleg met de omgeving moeten worden opgesteld en de resultaten met de omgeving gedeeld. 

Participatie
De gemeente Culemborg heeft als beleid dat bewoners moeten kunnen participeren in de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van windmolens. Culemborg vraagt Houten om te onderzoeken of dit ook bij Windpark Goyerbrug kan, bijvoorbeeld door lokaal, coöperatief eigenaarschap. 

Culemborg stelt zich op het standpunt dat de grondopbrengst van een windmolen mede ten goede moet komen aan omwonenden, zowel landeigenaren met grond waar geen molen komt als omwonenden zonder eigen grond in het gebied. In de Windvisie Culemborg staat dat alle landeigenaars en pachters in een nader te bepalen straal rond het windpark samen bepalen hoe de grondopbrengst wordt verdeeld en dat omwonenden een bedrag per huishouden ontvangen. Minimaal 20% van de grondopbrengst moet beschikbaar worden gesteld voor omwonenden. Culemborg vraagt of deze manier van 'eerlijk delen' ook bij Windpark Goyerbrug mogelijk is. 

Duurzaamheidsfonds
Culemborg stelt een duurzaamheidsfonds voor, waarin een deel van de opbrengsten van de windturbines wordt gestort. Het fonds kan worden beheerd door een op te richten stichting, gevormd door inwoners binnen een bepaalde straal rond het windpark, dus mogelijk ook inwoners van Culemborg. De inwoners kunnen vervolgens beslissen over de aanwending van het fonds.

Brondocumenten:
Website Goyerbrug gemeente Houten
Zienswijze gemeente Wijk bij Duurstede
Zienswijze gemeente Culemborg

Verzamelde documenten en mediaberichten, zie
go.stylo.nl/wind


dinsdag 2 juli 2019

Trendsetter

Op 1 juli memoreerde ik in mijn blog dat 25 jaar geleden GSM werd ingevoerd in Nederland en ik diezelfde maand nog mijn eerste zaktelefoon in gebruik nam. Iemand reageerde: ik wist niet dat je zo'n trendsetter was.

Of ik een trendsetter ben, betwijfel ik. Op veel gebieden loop ik hopeloos achter. Zo worstel ik nog steeds met de afstandsbediening van de televisie. Een vriend van mij vroeg eens: zou jij niet eens een kijkje willen nemen in de toekomst, zeg over vijftig of honderd jaar. Ik antwoordde: Daar heb ik helemaal geen behoefte aan, want ik leef al in de toekomst. Eigenlijk ben ik een 19de-eeuwer die per ongeluk in een verkeerde eeuw terecht gekomen is. Maar op het gebied van online-communicatie ben ik inderdaad vaak wel een van de eersten. Ik lééf online. Altijd al.

In reactie op deze reactie ben ik wat verder gaan dwalen in mijn herinneringen aan nieuwe technische ontwikkelingen en daar zit weer een nieuw blogverhaal in. Bij deze. 

Als mensen het hebben over de nieuwigheid van sociale media, moet ik altijd een beetje glimlachen. Ik ontdekte de 'bbs' (online bulletin boards en chatboxen) in mei 1987. Fantastisch: dat je achter je toetsenbord gaat zitten en er een echt mens aan de andere kant reageert. Sindsdien chat ik online met de hele wereld, lang voor het internet en sociale media gemeengoed werden.

In die tijd moest je nog wel met de gewone telefoon inbellen en dan zo'n ratelende en piepende modem inschakelen. Zo herinner ik me dat ik in de jaren '80 lange tijd elke ochtend van half acht tot acht uur met een secretaresse in Zwolle heb gechat, zodat we allebei langzaam op gang konden komen terwijl we al achter ons bureau zaten en daarna meteen aan het werk konden gaan. Om mijzelf wakker te krijgen, had ik een tijdschakelaar op mijn computer gezet en die zo geprogrammeerd dat deze bij het opstarten automatisch in een 'loop' continu ASCII-code 07 (Bel) naar de printer stuurde, die daardoor vreselijk begon te loeien. Dan móest ik m'n bed wel uit om 'm stil te krijgen.

Ook chatte ik in die tijd vaak met een man in Groningen. We kenden elkaar online al maanden toen ik hem voor het eerst in het echt ontmoette, toen hij voor een ziekenhuisafspraak in Utrecht moest zijn. Hij bleek helemaal geen gezicht te hebben, zijn gelaat was verminkt door een huidziekte, waar hij nooit over had gesproken en wat ook niet relevant was in onze gesprekken. In die tijd had ik vaak wat je zou kunnen noemen 'pastorale gesprekken'. Ik weet nog dat ik in de jaren '80 een oud-collega van Youth for Christ suggereerde: vergeet de koffiebar, online moet je zijn.

Het online communiceren beviel me zo goed dat ik via het Rijkscomputercentrum RCC in Apeldoorn een aansluiting aanvroeg op Datanet1, waarmee ik bijvoorbeeld kon inloggen op databases in Londen met o.a. nieuwsarchieven. Internet bestond in die tijd nog niet. Ook behoorde ik tot de eerste 1000 klanten van de Postbank die experimenteel gebruik maakten van Girotel. Bij toeval hoorde ik in die tijd dat sommige bedrijven een aansluiting hadden op '008', de nummerinformatie van de PTT. Ik belde de PTT en zei dat ik dat ook wilde. Het antwoord was dat dit vooral voor grote bedrijven was, "die een groot verkeer genereren", om zo de telefonistes van de PTT te ontlasten. Maar na intern overleg bleek dat er geen criterium was voor bedrijfsgrootte en zo werd ik als eerste eenling al in de jaren '80 aangesloten op de nummerdatabase van de PTT, wat mijn telefoonboeken overbodig maakte en waarmee ik ook omgekeerd kon zoeken, dus zowel een telefoonnummer zoeken bij een adres als een adres zoeken bij het telefoonnummer.

De gemeente Utrecht heeft mij nog eens een detectiveopdrachtje gegeven, nadat er uit een buurt meldingen binnen waren gekomen van illegale activiteiten in een pand. Ik heb het pand een poosje geobserveerd, buurtbewoners bevraagd en ik kon verschillende databases doorzoeken waar de opdrachtgever niet over beschikte. Eind jaren '80 kreeg de Dienst Ruimtelijke Ordening voor het eerst een computernetwerk. Ik begon meteen enthousiast gebruik te maken van de ingebouwde emailfunctie, maar de respons was letterlijk nul. Ook vroeg ik een thuisaansluiting aan op de printer op de verdieping waar Stedebouw gevestigd was. De collega's begrepen er helemaal niets van dat mijn werk 's morgens op de printer klaarlag, terwijl ik nog niet op kantoor verschenen was, maar er 's avonds thuis aan gewerkt had.

Van 1994 tot 1996 woonde en werkte ik part time in Bonn, als telewerker, terwijl mijn klanten in Nederland zaten. Dat bleek geen enkel probleem. In Utrecht had ik bij een collegabedrijf een gewone PC constant aan staan, waar op ik met het programma PC Anywhere telefonisch kon inloggen. Op een dag moest ik een tekst aanleveren bij een drukker in Zwolle en ik had gevraagd of hij een mailbox had. Ja, dat was geen probleem. Maar op de dag van de deadline bleek dit een misverstand. De drukker had wel een mailbox, maar niemand wist hoe die werkte. Toen heb ik de tekst naar m'n eigen PC in Utrecht verzonden, het collegabedrijf gevraagd het op een diskette te zetten en een koerier te bestellen. De kosten heb ik ter leringhe maar weinig vermaeck van de opdrachtgever op de factuur nauwkeurig gespecificeerd: verzending Bonn naar Utrecht Hfl 1,25 + verzending van Utrecht naar Zwolle Hfl 125. Zelden heb ik de kostenefficiëntie van online communicatie zo helder voor ogen gehad.

Het grappige is dat ik in mijn tienerjaren al veel fantaseerde over computers. Daarover heb ik ook nog wat dagboekaantekeningen uit die tijd. Als ik over dit onderwerp nóg een blog wil schrijven, dan moet ik die er maar weer eens bij zoeken. Op mijn vijftiende, in 1971, schreef ik in mijn dagboek (ik citeer nu uit het hoofd uit eigen werk): "Vroeger was het praten over computers een geliefkoosd onderwerp. Zouden leraren ooit vervangen worden door computers?". Daarna volgt de puberklacht dat leraren allang tot computers zijn verworden, alleen gericht op kennis en stampen. Het mooiste hiervan vind ik het eerste woord van de zin: "Vroeger". In 1971. Vroeger... computers...

Eerder schreef ik al eens een blog (18-02-17) over een andere fantasie, van toen ik een jaar of 13 was. Ik citeer weer mijzelf: "Elke dag kwam ik op de fiets van school in Ede naar huis in Barneveld langs een groot landhuis te midden van een mysterieus bosperceel. Op een dag besloot ik daar mijn hoofdkantoor te vestigen. Ik had in dat landhuis een grote centrale computer bedacht die met een paar drukken op de knop tal van brieven en bladen produceerde en verzond, een immense tekstverwerker. Dit was rond 1969 terwijl ik er alleen maar dromerig langsfietste op weg naar huis en het zou nog vele jaren duren totdat ik begin tachtiger jaren voor het eerst een echte tekstverwerker zag. Dat voelde als een moment van herkenning."








maandag 1 juli 2019

GSM 25 jaar

Vandaag is het 25 jaar geleden dat GSM in Nederland werd ingevoerd. Op 1 juli 1994. Ik herinner me die datum nog uit het hoofd. De eerste generatie (G1) van het Global System for Mobile communication. Van de telefooncel stapten we over op de cell phone. De cel is dan niet meer een klein grijs, groen of rood hokje op de hoek van de straat waar een telefoon in hangt met een verscheurd telefoonboek, maar de actieradius van een zendmast in de buurt die het digitale signaal van de mobiele telefoon opvangt en daardoor weet waar je bent en een oproep naar je nummer kan doorzetten. 

Daarvóór hadden we al wel het analoge autotelefoonnet (ATF1) met een radiosignaal dat vrij door de 'ether' klonk. Voor pak 'm beet 5000 gulden had je ook al een handset, met een gigantische batterij (ik schat 20x30x5 cm), die je uit je auto kon meenemen. Ik zie de verbaasde blikken nog, zo rond 1990, toen iemand met zo'n ding een vergadering kwam binnenlopen. 

De invoering van het digitale GSM leidde meteen tot een enorme prijsdoorbraak, die mobiele telefonie ook voor de gewone kleine zelfstandige zoals ik bereikbaar maakte. Direct die eerste maand, juli 1994, kocht ik mijn eerste mobiele telefoon, een Nokia, voor slechts 2000 gulden. De batterij moest wel elk jaar vervangen worden voor de somma van 130 gulden. 

Het staatsbedrijf Koninklijke PTT Nederland, op het punt om geprivatiseerd te worden, was de enige aanbieder. Elke nieuwe klant werd nog persoonlijk door het bedrijf gebeld om te laten weten dat de telefoon was aangesloten. Ik herinner me dat eerste telefoontje nog goed. Ik liep al een paar dagen rond met mijn nieuwe, kostbare maar nog niet functionerende bezit, toen dat eerste, verlossende telefoontje kwam, op een hete middag in juli op het pleintje naast station Bonn-Beuel. Het plotselinge haast explosieve gevoel van verwondering, vrijheid en zelfs macht.

Het 06-nummer hield ik voor mijzelf, '06' stond toen nog voor 'privé', terwijl mijn Utrechtse vaste lijn permanent doorgeschakeld stond naar m'n mobiel. Zo kon ik kantoor houden in Bonn, waar ik part time woonde, terwijl m'n klanten in Nederland daar niets van merkten.

Wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen is dat in diezelfde tijd de (al lang bestaande maar nog niet zo breed verspreide) fax doorbrak, terwijl e-mail al bestond maar door vrijwel niemand gebruikt werd. Binnen de gemeente Utrecht (mijn grootste klant) was ik zo'n beetje de enige die mail gebruikte maar er kwam nooit antwoord. 

Om stukken te versturen trok ik de telefoon van m'n hospita in Bonn uit de muur, ik plugde m'n laptopje in en faxte direct vanuit MS Word. Bij de gemeente werd de fax gekopieerd en verder verspreid. Ooit ontving de gemeenteraad van Utrecht op deze manier antwoord op raadsvragen. Is het u bekend dat de antwoorden op deze vragen zijn opgesteld in Bonn? Nee. Dat kon men zich toen nog niet voorstellen. Inmiddels raken we er aan gewend dat het land en de hele wereld (see you at the demilitarised zone) met de smartphone geregeerd wordt.