Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen

woensdag 28 juni 2023

Herkenning

Op Twitter lees ik: "Harvard’s new computer science teacher is a chatbot. Students enrolled in the university’s flagship CS50 course will have access to the AI teacher from September."

Dat klinkt modern. De leraar is een computer. Maar dit schreef ik meer dan een halve eeuw geleden in mijn dagboek (1971-1972, 16 jaar oud):
 
"Een paar jaar terug was de angst voor de computer een geliefdkoosd onderwerp van gesprek. Zouden leraren eens vervangen worden door computers?"

Dan volgt mijn puberklacht: "Veel leerlingen moeten wel de indruk krijgen, dat ze nu al les krijgen van een computer! Alleen geprogrammeerd op lesgeven en orde-houden. Vakkundig, doeltreffend, liefdeloos."

Het is een citaat uit een paar pagina's geklaag waar ik inmiddels boven maar nog steeds achter sta. Een analytische terugblik van een zestienjarige op de leeftijd van 12 tot 15. Ik beschrijf mijn verbazing - die na een halve eeuw nog steeds niet verdwenen is - dat men kinderen juist op die leeftijd dag en nacht laat werken en zó onder spanning zet. Ik droomde over in het klooster gaan, sober leven, evangeliseren op de Dam, maar fantaseerde ook over een 'school shooting': "Hoe vaak heb ik er niet als een gek op los geschoten, met een machinegeweer of pistool". Maar ook: mijn pen is mijn wapen (waar ik weer om moet lachen om het mannelijk deel dat hierin besloten is).
 
Eindeloos ben ik bezig met krantjes, verhaaltjes en bedrijfsplannen bedenken. De computer was daarin voor mij geen vreemde, al had ik er nog nooit één gezien, en kunstmatige intelligentie kon ik goed gebruiken.
 
Dit beschreef ik al eens in mijn blog 'Fantastisch bedrijf' op 18/2/2017, een herinnering uit 1969, het jaar dat ik veertien werd:

"Elke dag kwam ik op de fiets van school in Ede naar huis in Barneveld langs een groot landhuis te midden van een mysterieus bosperceel. Op een dag besloot ik daar mijn hoofdkantoor te vestigen. Ik had in dat landhuis een grote centrale computer bedacht die met een paar drukken op de knop tal van brieven en bladen produceerde en verzond, een immense tekstverwerker. Dit was rond 1969 terwijl ik er alleen maar dromerig langsfietste op weg naar huis en het zou nog vele jaren duren totdat ik begin tachtiger jaren voor het eerst een echte tekstverwerker zag. Dat voelde als een moment van herkenning."

Bronnen: Twitter 27/7/2023 * Styloblog 18/2/2017 Fantastisch bedrijf

woensdag 18 augustus 2021

Ranzig

De afgelopen jaren heb ik vaak foto's gemaakt van het 'nieuwe' Hoog Catharijne (zoals deze hiernaast in 2018). Eén dezer dagen liep ik weer door de Stadskamer, het centrale plein van Hoog Catharijne boven de singel, waar je door de glazen bodem van een paar vijvers de bootjes onder je door kunt zien varen. Het was er weer een gezellig drukte en twee jongens van een jaar of elf waren in zwembroek met het water aan het spelen. Ze lieten zich vrolijk van de rand afglijden waar het water overheen loopt. Ik wilde graag weer een paar foto's maken,  vanaf de één verdieping hoger liggende galerij, en vroeg me af of ik de sfeer kon pakken maar ook of de jongens zichtbaar mochten zijn op de foto. Ik aarzelde, liep een rondje en maakte toen een paar foto's. 

Ineens werd ik luidkeels aangesproken door een jonge vrouw, die voorbij kwam, niet de moeder van de kinderen. Hoe durfde ik foto's te maken van jongens in zwembroek. Ja, ik zag het wel. Dat is ranzig. 

Mijn primaire gevoelsmatige reactie was dat we wat het bescherming van kinderen betreft aan dezelfde kant stonden. Ik bleef rustig en probeerde één of twee woorden tussen haar tirade te krijgen, wilde haar vragen wat ze vond dat wel of niet kon of wat ik zou moeten doen. Haar 'zorg' was immers precies één van de dingen waar ik bij het kijken of ik hier foto's kon maken van de sfeer over liep na te denken. Maar zodra en elke keer dat ik mijn mond opende, werd ze nog kwader en begon ze harder te roepen. Nee, ik moest niet met tegenwerpingen komen! Dat wilde ik ook helemaal niet, maar dat kon ik haar niet duidelijk te maken. Uiteindelijk liet ik haar door haar tirade heen mijn 'fotogalerij' zien en vroeg haar of ik de foto's zou wissen. Ineens werd ze stil en keek met mij mee. Ik had de foto's zelf nog niet gezien of 'goedgekeurd', het bleek dat ik ter plekke een viertal foto's had gemaakt, ik klikte ze één voor één aan: kijk, dit is de mall, dit, dit en dit. Klik en verwijder. Ze was tevreden en liep met haar vriendin weer verder. 

Pas 's avonds toen ik thuis was, drong tot me door dat het verwijderen van de foto's betekent dat ze nog in de digitale 'prullenbak' zitten en dat mijn gulle gewis nogal gratuit was. Ik ging naar de prullenbak van mijn fotogalerij en bekeek de foto's nu alsnog voor het eerst. Twee van de vier foto's stonden de jongens helemaal niet op, op één waren ze in de verte te zien en op één tamelijk van dichtbij. Die laatste foto zou ik zelf bij nadere beschouwing waarschijnlijk ook niet hebben goedgekeurd. Maar met het wissen van alle vier de foto's had ik sowieso geen moeite, als wie dan ook zich er ongemakkelijk bij voelt. Om eerlijk te blijven heb ik alle vier de foto's definitief verwijderd, ook die waar de jongens niet op stonden. 

Tijdens haar tirade was ik rustig gebleven, zowel innerlijk als uiterlijk, omdat ik zoals gezegd juist graag met haar wilde meedenken of liever nog dat zij met mij meedacht. Maar door haar temperament en directe benadering - aan haar accent en uiterlijk te voor-oordelen, vermoed ik een mediterrane, islamitische achtergrond - was dat gesprek niet mogelijk. Waar ik het beslist niet mee eens was, is het woord 'ranzig'. In haar ogen zijn kinderen in zwembroek misschien op zichzelf al 'ranzig'. Daar ben ik het niet mee eens, de scène was volkomen onschuldig. Mijn invalshoek is 'privacy'. Iedereen heeft recht op 'zichzelf', bescherming van de eigen levenssfeer, ongeacht de leeftijd. Ook volwassenen hebben recht op 'zichzelf', hun eigen levenssfeer, maar kinderen genieten extra bescherming. Onschuldige strandfoto's zijn even later misschien te vinden op pedosites en het dark net. Foto's waar de kinderen herkenbaar op te zien zijn, zou ik - ook als ik ze niet gewist had - niet op Facebook zetten of zeker niet zonder de toestemming van de ouders en instemming van de kinderen zelf. 

Over dit onderwerp heb ik veel nagedacht en met anderen over gesproken. Toevallig had ik net twee dagen voor dit voorval het er nog uitgebreid met iemand over gehad. Ook over hoe je dit al dan niet aan zou kunnen pakken. Ik had daarbij het voorbeeld van de 'modderdag' genoemd. Mijn zus heeft jarenlang de communicatie gedaan van een grote organisatie van kinderdagverblijven. Hoe plaats je leuke foto's van gezellige activiteiten op Facebook of de website van de organisatie zonder de privacy van de kinderen en ouders te schenden? In principe breng je nooit kinderen van het kinderdagverblijf herkenbaar in beeld. Je kunt ze bijvoorbeeld op de rug of op afstand fotograferen en op modderdag - als de kinderen lekker in de modder mogen spelen - kan je de modderige handen of laarzen van een groepje kinderen in beeld brengen. Jaren geleden was ik met vrienden op het strand en hun driejarig zoontje was in z'n blootje aan het spelen in het natte zand en zat onder de modder. Ik maakte allerlei sfeerfoto's maar ineens begonnen beide ouders te gillen toen ik mijn camera van achteren vanaf enige afstand op hun modderige zoontje richtte. Ik vond het een leuk beeld, maar zij wilden dat beslist niet hebben, dus deed ik dat niet. 

Het is niet sinds gisteren dat ik mij bewust ben van dit onderwerp. Ik heb een oude zwartwit-foto van toen ik een jaar of acht was, ergens in 1963, denk ik, we waren een dagje uit op het Kootwijkse Zand. Ik lig op de grond en mijn vader buigt zich over mij heen. Op zich een mooie foto, ik denk gemaakt door een oom of vriend van de familie. Maar ik weet dat ik daar overstuur ben, misschien huilde of gilde. Ik herinner me dat ik niet op de foto wilde - ik weet niet waarom - en daarom was weggerend. Maar mijn vader had mij achtervolgd en had mij 'te pakken gekregen' en probeerde mij te kalmeren. Toen is die foto gemaakt en ik wéét hoezeer dat tegen mijn zin was. Ik voelde mij aangetast. 

Een paar jaar geleden had ik een discussie met een Houtens raadslid die ook betrokken is bij een plaatselijke voetbalclub. Net als vele anderen zat hij te schelden op de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming: je mag geen eens meer foto's maken tijdens een amateurwedstrijd en die plaatsen in het clublad. De AVG krijgt van alles schuld, terwijl er helemaal niet zoveel veranderd is in de wetgeving, alleen in de procedures en handhaving (en daar ben ik erg blij mee!). Ik vroeg hem of hij vóór de AVG wél foto's tegen de wil van de jonge spelers in het clubblad zette. Bijvoorbeeld de speler die even in z'n neus staat te peuteren of wiens broek net is afgezakt. Leuke foto's, maar de jongen kan er tijden onder lijden. Als iedereen het leuk vindt om op de foto in het clubblad te staan - en dat hoeft echt niet in een notariële akte in drievoud met elf handtekeningen te worden vastgelegd, je komt ook al een heel eind met een vragende blik, een knikje en gezond verstand - dan is er niets aan de hand. Als ik foto's wil maken met kinderen probeer ik meestal even de ouders te vragen en ik kijk of het kind het zelf wel wil. Het lastige is dat je een scène niet wilt verstoren, dus het liefst maak je een foto ongemerkt, maar ook dan maak ik een afweging van wat kan en wat niet kan. En inderdaad, soms weet ik het niet of bedenk ik mij achteraf. En soms schend ik mijn eigen regels, zeker als het om volwassenen gaat. (*)

Dus ik was in eerste instantie helemaal niet zo geschokt door de tirade van de jonge vrouw. Mijn eerste impuls was dat zij behulpzaam en beschermend kon zijn. Maar even later, toen ik Hoog Catharijne weer verlaten had, raakte ik alsnog van slag. Man zijn is vandaag de dag ook niet simpel, dacht ik. Ik weet dat ik er van jongsafaan altijd rekening mee heb gehouden dat een ander mij als een bedreiging, een potentiële verkrachter kan zien - hoezeer ik ook lief en aardig probeer te zijn of juist daarom. Als jong volwassene  kwam ik soms 's avonds laat met de bus uit Utrecht thuis in Odijk, ik stapte uit op de Meent en soms stapte er dan ook een jonge vrouw uit. Ik zal er altijd voor zorgen dat ik niet vlak achter haar blijf lopen, zodat zij het gevoel kan krijgen dat ik haar volg. Ik groet haar, ze mag me aanspreken als ze wil, ik steek over en blijf vóór haar, zodat als ik af moet slaan zij weet dat dit niet is om haar te volgen en zij als ze wil ook nog een andere route kan kiezen. Vlak bij mijn huis hier in Houten is een school en ik vind de taferelen van spelende kinderen altijd prachtig, ik heb ooit ook in een cursus geleerd om de interactie tussen kinderen te observeren en te interpreteren, maar ik zal nooit blijven staan. Ik bedacht me nu - na die tirade - dat ik in deze periode met de hond waar ik op pas regelmatig langs een school en kinderopvang loop, waar ook tijdens de schoolvakantie allerlei activiteiten met spelende kinderen op het plein zijn en dat ik met alle geduld van de wereld de hond overal laat snuffelen, maar bij het schoolplein zo snel mogelijk doorloop. Met terugwerkende kracht raakte mij dit, ik neem de angst en onzekerheid van anderen in mij op en het is ook goed om geen onzekerheid of 'dreiging' te laten bestaan, maar als man alleen kán je dus niet meer goedbedoelend zijn. 

Het was dus niet zozeer het temperament van de vrouw of dat zij mij aansprak wat mij dwars zat, maar wel dat er geen nuance mogelijk was, je kúnt niet goed doen. Dan nog even over het woord 'ranzig'. Oospronkelijk betekent dat stinkend vet, vervolgens ook vies. Daar heb ik altijd een uitgesproken mening over gehad. Vies behoort tot de categorie van de hygiëne en niet van de moraal. Erotiek wordt vaak geassocieerd met 'vies' in de betekenis van 'afkeuringswaardig'. Ergens in mijn boekenkast moet ik nog het boekje van Ivan Wolffers hebben staan met de mooie titel 'Vies is lekker'. Maar vies en fout zijn twee verschillende dingen. Een zoon van vrienden was toen hij een jaar of acht was helemaal geobsedeerd door bloot. De jongen zat naast mij op de bank en bladerde door een blad, hij stopte bij een foto van een sexy geklede vrouw die voorovergebogen in haar kruis tastte. Het was een filmposter die ik ook wel bij de bioscoop in Utrecht had gezien. "Is dat niet vies?", vroeg de jongen mij. Ik hoefde geen seconde na te denken over het antwoord, want dat had ik al gedaan, dus ik antwoordde zonder aarzelen: "Nou, als ze daarna haar handen maar wast". De moeder schaterde het uit, maar ik meende het serieus: het woord "vies" hoort waar het hoort. Jaren later zat ik naast een jongetje van vier op de bank, zijn moeder was bezig in de keuken. De moeder was geboren in Afrika en had haar prachtige huidskleur meegenomen van huis en aan haar kind gegeven. "Ben ik vies?", vroeg het jongetje mij onverwachts, maar kennelijk in vertrouwen. Ik schrok, hij zal deze vraag gehoord hebben op school van andere kleuters. Wat er in zijn hoofd omging, weet ik niet, maar ik wilde "vies" zo snel mogelijk terug hebben waar het behoort. Ik pakte zijn beide handen, streelde ze aandachtig, onderzocht zijn vingers en zei toen: "nee hoor, je bent helemaal schoon". 

Over schuivende normen bij fotograferen, zie ook mijn blog 6-5-2020 Verloren

See English translation of this blog 'Rancid'

zaterdag 3 oktober 2020

Vegaburger

Via Facebook werd ik geattendeerd op een petitie tegen een mogelijk Europees verbod op de term 'vegaburger'. De petitie is opgesteld door ProVeg, een organisatie die zich internationaal inzet voor plantaardige voeding en die er naar streeft om de consumptie van dierlijke producten tussen nu en 2040 te halveren. Volgens ProVeg overweegt de Europese Unie een verbod op begrippen als 'vegaburger' voor plantaardige producten, omdat de consument bij 'burger' aan vlees denkt en in de war zou kunnen raken. 

ProVeg wijst er op dat de voorstellen strijdig zijn met de Green Deal waarmee de EU ook streeft naar een meer duurzame voedselketen en minder vlees. Op school leerde ik vroeger dat vleesproductie eigenlijk geen voedselproductie is maar 'voedselveredeling'. Door vlees eten gaat veel kostbaar voedsel verloren, kunnen minder mensen worden gevoed en raakt de aarde sneller uitgeput. 

Een oud-collega noemde mij in haar commentaar onder de petitie. Ze schrijft: "Een beetje merkwaardig dat het woord burger geclaimd wordt door de vleesindustrie. Het woord burger betekent inwoner. Er is wel een woord Hamburger, net als Frankfurter. Beide kunnen verwijzen naar een vleesproduct. Maar verder kom ik burger niet tegen in het woordenboek in relatie tot vlees. Ik ben een Vega-burger. Ytzen Lont, kan jij als taaldeskundige hier nog iets over zeggen?"

Daaronder reageerde ik als volgt (er ook maar weer eens op wijzend dat ik mijn Nederlandse taalopleiding voornamelijk op de lagere school heb gevolgd), waarmee dit blogje weer geschreven is: 

<< Dank je wel dat je het zo waardeert dat ik de lagere school met goed gevolg hebt doorlopen (daarna is mijn schoolcarrière enigszins gestuit). 

Wat het onderwerp zelve betreft. De Dikke Van Dale (12e editie, 1992) zegt er dit over:

"Burger (m; -s; -tje) [Eng. foutief geïsoleerd uit hamburger, omdat men hierin een samenstelling zag van ham en burger, in werkelijkheid is het een afleiding van Hamburg], (na zn.) gebakken, meestal gepaneerde schijf, voor 't grootste deel bestaande uit wat in het eerste lid wordt genoemd: biefburger, kaasburger, kipburger."

De burger hoeft dus geen vlees te bevatten. Die associatie kan men maken, maar het is niet de betekenis van het woord. Het lijkt me dan ook moeilijk om het begrip te claimen en beschermen als vleesproduct.

Zelf heb ik wel een hekel aan vleesassociaties in vegetarische producten, zoals De Vegetarische Slager doet, vooral als het dan ook nog gepaard gaat met chique spelfouten, alsof groente slechtgespeld vlees is. Het is wel te prijzen dat deze slager rasechte vleeseters aan de groente probeert te krijgen.

Mocht het toch tot een rechtszaak komen over het begrip 'burger', dan zou ik er voor pleiten deze benaming helemaal te verbieden, zolang er geen echte burgers (of ze nou uit Hamburg, Frankfurt, Nieuwegein of Houten komen) in zijn vermalen. >>

woensdag 1 juli 2020

Het Streek

Het Streek Lyceum, voorheen Christelijk Streeklyceum Ede (CSLE), bestaat in 2020 zestig jaar (1960-2020). In 1967 kwam ik op deze school. Is het weer tijd voor een reünie? Zolang het coronavirus nog rondwaart, zit dat er niet in. Rector Wilfred Nep laat weten: "Op korte termijn is er geen jubileumviering te verwachten. Ook onder normale omstandigheden hadden we dit waarschijnlijk doorgeschoven naar 2023 omdat we dan naar verwachting een nieuw gebouw in gebruik gaan nemen en afscheid nemen van het huidige gebouw. Dat lijkt ons bij uitstek een goed moment om een grote reünie te organiseren."


PS. Tien jaar geleden (*) vroeg ik ook of er een reünie te verwachten was, vanwege het vijftigjarig jubileum. Het antwoord kwam toen van Havo-teamleider Wilfred Nep en de reünie in 2011. De teamleider is nu rector. Naamgrappen mogen niet. Nee, niet doen. Stop. Maar als ik tiener was en in de redactie van schoolkrant de Streekbuis zat of zoals eerder nog als Stupey mijn eigenste klassekrant Stupey's News volschreef, wat lijkt het mij dan heerlijk om een rubriek met mededelingen van de directie bij te kunnen houden onder de titel Nep Nieuws.

* Styloblog 04/01/10, 17/01+01/02/11
Zie zoekwoord streeklyceum in dit blog

maandag 25 mei 2020

Zittenblijven afgeschaft

Ruim eenderde (38%) van de scholen schaft dit jaar vanwege de coronacrisis het zittenblijven af, lees ik vandaag in de Volkskrant. Het kán dus wel. Maar hoe kan dat dan en waarom nu wel? 

De Volkskrant hield een enquête onder alle middelbare scholen in Nederland. De enquête is ingevuld door 149 scholen, die samen lesgeven aan ongeveer 20 procent van alle leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs. De middelbare scholen sloten hun deuren op 16 maart en gaan pas volgende week weer open. Veel scholen hanteren daarom dit jaar soepeler overgangsnormen en zo'n 38% laten iedereen overgaan. 

Dat het dit jaar anders gaat dan anders, begrijp ik, maar dat scholen ineens zonder zittenblijven kunnen, verbaast me. Nood breekt wet, snap ik ook wel, maar zittenblijven is nood. Zelf zou ik nóóit een kind naar een school sturen waar zittenblijven gezien wordt als een acceptabele onderwijsmethode. Nou heb ik geen kinderen, dus ik heb makkelijk praten. Maar ik was er ooit wel een. Klassikaal onderwijs en zittenblijven zijn uitgevonden om te voorkomen dat leraren overspannen raken en het is zeker nuttig als tenminste een deel van de leerkrachten het onderwijs overleeft. Maar het blijft een bizarre uitvinding, dat zittenblijven. Om alles over te laten doen als je op onderdelen faalt en de leerling om die reden uit zijn sociale context te halen. Die klas is er dus voor de leraar en niet voor de leerling, zo blijkt. 

Maar goed, mensen roepen dat 'na de corona' alles anders wordt - we gaan allemaal van elkaar houden en zo - dus misschien zullen mensen nu eindelijk opstaan tegen zittenblijven. 

Volkskrant 25-05-2020 Eenderde scholen schaft zittenblijven af in coronajaar

donderdag 13 februari 2020

Universiteiten in Sierra Leone

Via een Google alert kom ik terecht op een webpagina van World Scholarship Forum met informatie over universiteiten in Sierra Leone. Al bijna twintig jaar heb ik veel contact met mensen uit en in Sierra Leone. In 2014 ben ik er drie weken geweest met mijn goede vriend Abdul, die van 2000 tot 2004 als kamerhuurder bij mij in huis woonde. In Sierra Leone bleek hij iedereen te kennen - van rijk tot arm - en ik heb daardoor heel veel mensen gesproken. We verbleven voornamelijk in de hoofdstad Freetown, één dag gingen we naar Abduls geboortedorp Mathoir, voor mij het hoogtepunt van de reis. Voor Abdul was het de eerste keer na de oorlog dat hij terugkwam in zijn dorp. Op de terugreis naar Freetown zijn we in de stad Makeni geweest, waar we onder andere op ziekenbezoek gingen in een ziekenhuis. In Freetown logeerde ik twee weken in een huis van Abduls familie aan de College Road in Goderich, een stadsdeel van Freetown. Aan de overkant van de weg was de campus van de Milton Margai universiteit. Daar heb ik vele uren doorgebracht, omdat de bomen van de campus schaduw en verkoeling boden, en ik heb er veel studenten gesproken. Met sommigen heb ik nog contact.

Bij het lezen van de website over Sierra Leoonse universiteiten maak ik hier wat notities. Sommige dingen wist ik al, andere dingen zijn nieuw.

Sierra Leone ligt in West-Afrika aan de Atlantische Oceaan, het heeft landsgrenzen met Liberia en Guinea. Het land heeft bijna 8 miljoen inwoners. In Sierra Leone leven zo'n achttien verschillende etnische groepen, elk met zijn eigen taal en gebruiken. De twee grootste bevolkingsgroepen zijn Temne en Mende. Beide talen werden bij mij in huis vaak gesproken, daarnaast ook Fullah en Mandingo en natuurlijk Krio, de lingua franca van Sierra Leone.

De hoofdstad Freetown, het economisch centrum van het land, ligt aan de Atlantische Oceaan en een grote baai. Vanaf het internationale vliegveld Lungi moet je eerst de baai oversteken met de veerboot. Andere belangrijke steden zijn Kenema, Koidu, Makeni en Bo, waar mijn huidige huisgenoot geboren is.

"Het land heeft een sterke journalistieke traditie en was in de jaren 1860 een journalistiek centrum voor Afrika", lees ik op de website. Dat is nieuw voor mij en daar wil ik me binnenkort zeker eens in verdiepen.

Zo'n 65% van de bevolking is moslim, 25% christen en 10% heeft een traditioneel Afrikaanse religie. Tussen de verschillende geloofsgroepen bestaan over het algemeen geen grote spanningen en soms komen binnen één gezin verschillende godsdiensten voor zonder dat daar moeilijk over wordt gedaan. De geloven lopen ook wel eens wat door elkaar en men viert elkaars feestdagen.

De website van het World Scholarship Forum noemt twee particuliere universiteiten en vijf openbare. De openbare scholen hebben het voordeel dat je er veelal gratis of met een beurs kan studeren. Particulier: Universiteit van Makeni en Milton Margai College of Eduction and Technology (de universiteit waarvan ik één van de campussen tijdens mijn verblijf regelmatig bezocht). Openbaar: Njala University, University of Sierra Leone, Eastern Polytechnic, Nothern Polytechnic en tenslotte de Ernest Bai Koromo University of Science and Technology.

Ernest Bai Koroma was de vorige president van Sierra Leone, hij kwam uit Makeni. Ik stel mij dus zomaar voor dat deze universiteit nog niet zo lang deze naam draagt en in Makeni staat. Maar ik moet eerst nog verder lezen...

Bij de 'ranking' komt Njala University als beste uit de bus. De universiteit heeft twee campussen, één in het district Moyamba in het zuiden van Sierra Leone en één aan de rand van de stad Bo, in de voorsteden Towama en Kowama. Daarnaast biedt de universiteit een cursusprogramma in Freetown (Henry Street 17). De universiteit heeft zes instituten en zes centra (ik weet niet wat het verschil is) die zich toeleggen op onderzoek op het gebied van o.a. landbouw, huishoudkunde, gezondheid en geneeskunde. Ook internatonale studenten kunnen terecht op deze school.

De tweede in ranking is de Universiteit van Makeni (UniMak). Deze universiteit stelt 'sociale ontwikkeling' centraal. Momenteel zijn er ongeveer 1500 studenten, 147 fulltime en 30 parttime leraren. De afdelingen Recht, Volksgezondheid en IT bevinden zich op de Yoni-campus, 6 km buiten Makeni. Eén van de studenten die ik heb getroffen op het Milton Margai College in Freetown ging later rechten studeren in Makeni. In die tijd had ik online contact met een paar studenten van deze universiteit.

Derde op de lijst is de University of Sierra Leone. Daar had ik nog nooit van gehoord, maar nu zie ik dat deze is ontstaan uit een fusie met onder andere het welbekende Fourah Bay College. De universiteit heeft drie campussen. Ten eerste die van Fourah Bay College, opgericht 18 februari 1827. Dit instituut bestaat dus 193 jaar en heeft komende dinsdag zijn dies natalis.  De tweede campus is het Institute of Public Administration (IPAM), opgericht 5 november 1980. Tenslotte het College of Medicine and Related Health Sciences (COMAHS), de eerste medische school in Sierra Leone, opgericht 12 april 1988 door de regering van Sierra Leone met de Nigeriaanse regering en de WHO. Dit instituut heeft vier faculteiten: medische basiswetenschappen, klinische wetenschappen, verpleegkunde en farmacie.

Vierde op de rankinglist is het Milton Margai College of Education and Technology. Opgericht in 1963 en genoemd naar de vroegere premier Milton Margai. Het instituut kwam voort uit de lerarenopleiding van het Fourah Bay College en veranderde een paar keer van naam. De universiteit heeft drie campussen in Freetown, in de stadsdelen Brookfields, Congo Cross en Goderich. Op het terrein van die laatste heb ik dus vaak verkoeling gezocht en met veel studenten gesproken.

Vijfde is de Ernest Bai Koroma University of Science and Technology. Ik gokte dat deze mij onbekende universiteit in Makeni is gevestigd en daar heeft het in elk geval een campus. De hoofdvestiging is Magburaka University College in de stad Magburaka, de tweede vestiging is Makeni University College (met daarin opgenomen een veterinair instituut) en de derde campus is de Universiteit van Port Loko. Het oorspronkelijke Islamic College of Magburaka werd opgericht met steun van de Islamic Developmentbank voor onderwijs in Arabische en Islamitische studies. De universiteit in Port Loko kwam voort uit een lerarenopleiding.

Als zesde op de lijst staat Eastern Polytechnic in Kenema.

Bron: World Scholarship Forum 
Meer lezen: Wikipedia

dinsdag 2 juli 2019

Trendsetter

Op 1 juli memoreerde ik in mijn blog dat 25 jaar geleden GSM werd ingevoerd in Nederland en ik diezelfde maand nog mijn eerste zaktelefoon in gebruik nam. Iemand reageerde: ik wist niet dat je zo'n trendsetter was.

Of ik een trendsetter ben, betwijfel ik. Op veel gebieden loop ik hopeloos achter. Zo worstel ik nog steeds met de afstandsbediening van de televisie. Een vriend van mij vroeg eens: zou jij niet eens een kijkje willen nemen in de toekomst, zeg over vijftig of honderd jaar. Ik antwoordde: Daar heb ik helemaal geen behoefte aan, want ik leef al in de toekomst. Eigenlijk ben ik een 19de-eeuwer die per ongeluk in een verkeerde eeuw terecht gekomen is. Maar op het gebied van online-communicatie ben ik inderdaad vaak wel een van de eersten. Ik lééf online. Altijd al.

In reactie op deze reactie ben ik wat verder gaan dwalen in mijn herinneringen aan nieuwe technische ontwikkelingen en daar zit weer een nieuw blogverhaal in. Bij deze. 

Als mensen het hebben over de nieuwigheid van sociale media, moet ik altijd een beetje glimlachen. Ik ontdekte de 'bbs' (online bulletin boards en chatboxen) in mei 1987. Fantastisch: dat je achter je toetsenbord gaat zitten en er een echt mens aan de andere kant reageert. Sindsdien chat ik online met de hele wereld, lang voor het internet en sociale media gemeengoed werden.

In die tijd moest je nog wel met de gewone telefoon inbellen en dan zo'n ratelende en piepende modem inschakelen. Zo herinner ik me dat ik in de jaren '80 lange tijd elke ochtend van half acht tot acht uur met een secretaresse in Zwolle heb gechat, zodat we allebei langzaam op gang konden komen terwijl we al achter ons bureau zaten en daarna meteen aan het werk konden gaan. Om mijzelf wakker te krijgen, had ik een tijdschakelaar op mijn computer gezet en die zo geprogrammeerd dat deze bij het opstarten automatisch in een 'loop' continu ASCII-code 07 (Bel) naar de printer stuurde, die daardoor vreselijk begon te loeien. Dan móest ik m'n bed wel uit om 'm stil te krijgen.

Ook chatte ik in die tijd vaak met een man in Groningen. We kenden elkaar online al maanden toen ik hem voor het eerst in het echt ontmoette, toen hij voor een ziekenhuisafspraak in Utrecht moest zijn. Hij bleek helemaal geen gezicht te hebben, zijn gelaat was verminkt door een huidziekte, waar hij nooit over had gesproken en wat ook niet relevant was in onze gesprekken. In die tijd had ik vaak wat je zou kunnen noemen 'pastorale gesprekken'. Ik weet nog dat ik in de jaren '80 een oud-collega van Youth for Christ suggereerde: vergeet de koffiebar, online moet je zijn.

Het online communiceren beviel me zo goed dat ik via het Rijkscomputercentrum RCC in Apeldoorn een aansluiting aanvroeg op Datanet1, waarmee ik bijvoorbeeld kon inloggen op databases in Londen met o.a. nieuwsarchieven. Internet bestond in die tijd nog niet. Ook behoorde ik tot de eerste 1000 klanten van de Postbank die experimenteel gebruik maakten van Girotel. Bij toeval hoorde ik in die tijd dat sommige bedrijven een aansluiting hadden op '008', de nummerinformatie van de PTT. Ik belde de PTT en zei dat ik dat ook wilde. Het antwoord was dat dit vooral voor grote bedrijven was, "die een groot verkeer genereren", om zo de telefonistes van de PTT te ontlasten. Maar na intern overleg bleek dat er geen criterium was voor bedrijfsgrootte en zo werd ik als eerste eenling al in de jaren '80 aangesloten op de nummerdatabase van de PTT, wat mijn telefoonboeken overbodig maakte en waarmee ik ook omgekeerd kon zoeken, dus zowel een telefoonnummer zoeken bij een adres als een adres zoeken bij het telefoonnummer.

De gemeente Utrecht heeft mij nog eens een detectiveopdrachtje gegeven, nadat er uit een buurt meldingen binnen waren gekomen van illegale activiteiten in een pand. Ik heb het pand een poosje geobserveerd, buurtbewoners bevraagd en ik kon verschillende databases doorzoeken waar de opdrachtgever niet over beschikte. Eind jaren '80 kreeg de Dienst Ruimtelijke Ordening voor het eerst een computernetwerk. Ik begon meteen enthousiast gebruik te maken van de ingebouwde emailfunctie, maar de respons was letterlijk nul. Ook vroeg ik een thuisaansluiting aan op de printer op de verdieping waar Stedebouw gevestigd was. De collega's begrepen er helemaal niets van dat mijn werk 's morgens op de printer klaarlag, terwijl ik nog niet op kantoor verschenen was, maar er 's avonds thuis aan gewerkt had.

Van 1994 tot 1996 woonde en werkte ik part time in Bonn, als telewerker, terwijl mijn klanten in Nederland zaten. Dat bleek geen enkel probleem. In Utrecht had ik bij een collegabedrijf een gewone PC constant aan staan, waar op ik met het programma PC Anywhere telefonisch kon inloggen. Op een dag moest ik een tekst aanleveren bij een drukker in Zwolle en ik had gevraagd of hij een mailbox had. Ja, dat was geen probleem. Maar op de dag van de deadline bleek dit een misverstand. De drukker had wel een mailbox, maar niemand wist hoe die werkte. Toen heb ik de tekst naar m'n eigen PC in Utrecht verzonden, het collegabedrijf gevraagd het op een diskette te zetten en een koerier te bestellen. De kosten heb ik ter leringhe maar weinig vermaeck van de opdrachtgever op de factuur nauwkeurig gespecificeerd: verzending Bonn naar Utrecht Hfl 1,25 + verzending van Utrecht naar Zwolle Hfl 125. Zelden heb ik de kostenefficiëntie van online communicatie zo helder voor ogen gehad.

Het grappige is dat ik in mijn tienerjaren al veel fantaseerde over computers. Daarover heb ik ook nog wat dagboekaantekeningen uit die tijd. Als ik over dit onderwerp nóg een blog wil schrijven, dan moet ik die er maar weer eens bij zoeken. Op mijn vijftiende, in 1971, schreef ik in mijn dagboek (ik citeer nu uit het hoofd uit eigen werk): "Vroeger was het praten over computers een geliefkoosd onderwerp. Zouden leraren ooit vervangen worden door computers?". Daarna volgt de puberklacht dat leraren allang tot computers zijn verworden, alleen gericht op kennis en stampen. Het mooiste hiervan vind ik het eerste woord van de zin: "Vroeger". In 1971. Vroeger... computers...

Eerder schreef ik al eens een blog (18-02-17) over een andere fantasie, van toen ik een jaar of 13 was. Ik citeer weer mijzelf: "Elke dag kwam ik op de fiets van school in Ede naar huis in Barneveld langs een groot landhuis te midden van een mysterieus bosperceel. Op een dag besloot ik daar mijn hoofdkantoor te vestigen. Ik had in dat landhuis een grote centrale computer bedacht die met een paar drukken op de knop tal van brieven en bladen produceerde en verzond, een immense tekstverwerker. Dit was rond 1969 terwijl ik er alleen maar dromerig langsfietste op weg naar huis en het zou nog vele jaren duren totdat ik begin tachtiger jaren voor het eerst een echte tekstverwerker zag. Dat voelde als een moment van herkenning."








zondag 10 februari 2019

Vreemde taal

De voorzitter van de integratieadviescommissie in Noordrijn-Westfalen, Tayfun Keltek, heeft in een interview voorgesteld om het Engels op de basisschool maar te vervangen door andere talen, zoals Turks, Pools of Russisch. "Wat voor zin heeft het om kinderen van zeven Engels bij te brengen, als ze die taal alleen van de televisie kennen". Hij stelt voor om pas later met het Engels te beginnen. Kinderen van migranten zouden zich meer op het Duits moeten kunnen concentreren, zegt Keltek. De minister van onderwijs van Noordrijn-Westfalen, Yvonne Gebauer (FDP), heeft het idee meteen afgewezen: "Engels is en blijft de centrale vreemde taal, die een wereldwijde communicatie mogelijk maakt". 

Het idee om Engels op de basisschool af te schaffen en er pas op de middelbare school mee te beginnen, vindt her en der wel bijval, omdat de lessen niet goed zouden worden gegeven. De basisschool duurt in Noordrijn-Westfalen vier jaar, de kinderen zijn 6 tot 11 jaar oud. De kinderen krijgen wel Engels te horen, maar leren niet structureel woordjes en kunnen na een paar jaar soms nog maar net zo weinig Engels als aan het begin van de basissschool, zegt journaliste Anette Dowideit in Die Welt.

Bronnen: 
Welt 08.02.19: NRW-Integrationsrat will Englisch-Unterricht durch Türkisch ersetzen
Welt 10.02.19: Türkisch statt Englisch an Grundschulen? Ein Gegenvorschlag

vrijdag 8 februari 2019

Het echte schoolleven

We hebben wat uit te leggen, zegt rector Willem de Vos van het Christelijk Lyceum Veenendaal. Dat denk ik ook. De school werkte mee aan een documentaire van RTL4. Met toestemming - ik neem aan ook van de individuele leerlingen en ouders - werd er gefilmd in de klas om een beeld te geven van het schoolleven. Wat leerlingen en docenten niet wisten, is dat er vijf 'nepleerlingen' waren ingeschakeld, acteurs die als leerling meededen "om de gewone werkelijkheid naar boven te krijgen". Dat lijkt mij moeilijk uit te leggen. Natuurlijk mag er tijdens een les, project of werkweek geëxperimenteerd worden waarbij de leerlingen niet direct weten wat de bedoeling is, bijvoorbeeld om thema's als armoede, discriminatie of groepsvorming te beleven. Maar een docent onkundig laten dat één of meer van zijn eigen leerlingen 'nep' is, iemand anders is dan hij zegt, de school al af heeft? Ik dacht dat het echte schoolleven gebaseerd is op vertrouwen. Er vindt interactie plaats, tussen leerlingen onderling, tussen docent en leerling, tussen medewerkers en leiding. Er is sprake van een pedagogisch klimaat, werkplannen, begeleiding. De docent maakt zich zorgen over zijn leerling, probeert in te schatten waar deze zich bevindt in het leerproces, denkt na over hoe deze leerling verder te helpen. Ook vindt interactie plaats tussen leerlingen: tegen elkaar opkijken, tegen elkaar afzetten, ruzies, verliefdheden, afspreken, samen huiswerk maken. Hoe kan je vertrouwen leren als de rector zélf toestemming geeft je in dat alles voor de gek te houden? Voor TV. Hoe kan je van een docent een investering in tijd, liefde en expertise vragen, als hij niet eens weet of zijn leerling echt of 'nep' is? Deze rector heeft inderdaad veel uit te leggen. Ik weet niet of ik als docent met hem verder zou kunnen.

Diverse bronnen, o.a.: RTV Utrecht

dinsdag 19 juni 2018

Summerschool

SUMMERSCHOOL JOURNALISTIEK & SMART CITIES (17, 24 EN 31 AUG)
Schrijf mee aan het bookazine met spelregels voor de slimme stad
Voor de Summerschool Journalistiek en Smart Cities zoeken wij studenten, net afgestudeerden en jongprofessionals met schrijfambities die in augustus een topstuk willen schrijven, maar bovenal veel willen leren over journalistiek en de smart city.

Niet alleen maak je kans op een mooie prijs, je leert in deze dagen bovenal hoe het is om te werken op een professionele vakinhoudelijke redactie. Hoe start je een verhaal, welke bronnen raadpleeg je en hoe zorg je voor een productie met inhoud en uitstraling?
VOOR WIE? 
Er kunnen 14 schrijftalenten in de dop gratis deelnemen. De summerschool is bedoeld voor studenten en jongprofessionals met journalistieke ambities. Een achtergrond in de ruimtelijke ordening of sociale wetenschappen/studies is handig, maar zeker niet noodzakelijk. Wij zijn blij met omdenkers en dwarskijkers.

WAT GA JE DOEN?
•Je gaat meeschrijven aan een bookazine. Je artikel wordt verspreid onder duizenden stedelijke professionals.
•Je leert alles over de smart city.
•Je neemt deel aan journalistieke masterclasses (hoe schrijf je een artikel, hoe is het om uitgever te zijn, hoe maak je een blad, hoe positioneer je jezelf als journalist en we  gaan in op contentmarketing en onderzoeksjournalistiek)
•Je netwerk uitbreiden en contacten op doen in de journalistieke wereld.

PRIJZEN 
Naast een publicatie in het bookazine, op www.future-city.nl en op Stadszaken.nl krijg je €100,- voor je productie. Daarnaast maakt de winnaar kans op een mooie prijs waaronder (bij interesse) een halfjaar contract bij ons!

DEELNEMEN
Meer informatie over de summerschool kun je vinden op http://www.kennislabvoorurbanisme.nl/project/summerschool-journalistiek-en-smart-cities-2018/. Deelname is GRATIS. Inschrijven kan t/m zondag 22 juli. De summerschool vindt plaats in Amersfoort, bij ons op kantoor, op Paulus Borstraat 41 (10 minuten lopen vanaf station Amersfoort).

Bron: Kennislab voor urbanisme 

vrijdag 15 december 2017

Jongensdroom

Een jongensdroom is uitgekomen. Of toch niet? Waar dromen jongens van als je vraagt wat ze later willen worden? Brandweerman, dokter, piloot? Vanaf mijn achtste droomde ik er van om dominee te worden, theoloog. Al vóór m'n tienerjaren had ik m'n studie helemaal uitgestippeld: ik zou naar de theologische hogeschool in Kampen gaan of misschien naar de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze droom hield ik vol tot m'n veertiende, tot ik bleef zitten op het gymnasium en onder de voet gelopen werd door de mammoet, het nieuwe onderwijsstelstel van Cals met z'n mavo, havo en vwo. Ook verloor ik het geloof van m'n jeugd en voor de vacature van dominee geldt toch nog wel dat "geloof strekt tot aanbeveling". Rond m'n twintigste volgde ik het basisjaar van het Nederlands Bijbel Instituut NBI in Bosch en Duin, dat later is opgegaan in de theologische faculteit van Windesheim. Maar een theoloog ben ik nooit geworden.

Daarom was ik nogal verrast door de aftiteling van de kerstfilm 'Het licht van de wereld', waarvan ik deze week vanuit Amerika de link kreeg toegestuurd. Daar sta ik toch echt als theoloog vermeld. Nou ben ik oud genoeg om bij het zien van een film te beseffen: dat spelen ze maar.

Hoe is dit zo gekomen? Vorig jaar heb ik in opdracht van Rob Vermeulen (studio Robbo Music) en zijn Amerikaanse opdrachtgevers de proofing (correctie) gedaan van de audiobijbel Het Boek en vier speelfilms. De vier films volgen de letterlijke tekst van de vier evangeliën. Het klopt wel dat ik voor deze audiobijbel en de speelfilms 'theologische adviezen' heb gegeven, zoals: waar ligt het accent, afhankelijk van de betekenis en context, maar dat maakt mij nog geen theoloog. Ook al ontdekte ik nogal wat fouten in de Bijbel, dat wil zeggen in Het Boek. De copyrights van deze parafraserende bijbelvertaling berusten bij een Amerikaans bijbelgenootschap, Biblica in New York, dat mijn 'errorbase' met tekstcorrecties heeft overgenomen in hun database voor een volgende revisie van de tekst. Op de aftiteling van de vier evangeliefilms staat, als ik mij niet vergis, vermeld dat ik theologisch en taaladvies heb gegeven en dat klopt nog wel. Ik heb ook wel eens een leiding aangesloten, al ben ik geen loodgieter. Bij het verkrijgen van de opdracht heb ik voor de Amerikaanse opdrachtgevers vrij precies aangegeven wat ik kan en niet kan ("teacher nor preacher", zie http://blog.stylo.nl/2016/07/proofing.html). Het echte werk is gedaan door Rob Vermeulen en zijn stemacteurs.

Onlangs is van deze vier speelfilms - in een mix van oud en nieuw materiaal - een kerstversie gemaakt en daarvoor heb ik eind september, dit keer in opdracht van een organisatie in Florida, opnieuw de proofing van de voice-over gedaan. Deze week kreeg ik het resultaat toegestuurd. Aan het eind van de film zag ik dat ik nog net niet ben bevorderd tot hemelse zaligheid, maar wel tot theoloog. A dream come true? Het is niet te filmen. Je moet niet álles geloven.



donderdag 25 februari 2016

Gezangen voor de jeugd

Van een vriend kreeg ik vandaag een boekje uit 1832 cadeau: Gezangen voor de jeugd op gemakkelijke éénstemmige zangwijzen, die mede in de Scholen gebruikt kunnen worden door Dirk van der Reijden, Nz., tweede druk, te Groningen bij J. Römelingh, 1832.

Met dit boekje kan de schooljeugd zich de nodige deugden inzingen, zoals vlijt en dankbaarheid. Het eerste lied spreekt mij al meteen aan, te meer daar ik dit boekje heb gekregen van een gepensioneerde wetenschapper. Het heeft bij hem kennelijk goed gewerkt.

"Die al zijn' tijd aan beuzelingen, 
In zijne vroege jeugd besteedt, 
Zal nimmer wetenschappen leeren, 
En dompelt zich in 't grootste leed."

De zangaanwijziging van dit lied is ook wel toepasselijk: "weinig vrolijk". 

In het voorwoord valt mij het woordje "text" op. Die spelwijze kwam dus allang voor het computertijdperk en het overheersende Engels in onze taal voor. Muziek wordt gespeld als "muzijk". 

Het boekje bevat een lied voor elke tijd en gelegenheid: de maandag, voor en na de lessen, de ochtend, de avond, de eerste en de laatste dag van het jaar, de christelijke feestdagen, lente, zomer, herfst en winter, onweer, voor en na het examen en in de pauze, de scholier die gaat werken, het afscheid van school, liederen voor God en weldadige, nadenkende en dankbare kinderen, die eenmaal volwassen geworden goed voor hun ouders zorgen. Ik geef een korte bloemlezing.  

Zo zingen we bij den aanvang van het examen vrolijk: 

"ô Dag van ons verlangen!
Waar op elk die zijn kinderpligt, 
Met lust en ijver heeft verricht, 
Een Eer'prijs zal ontvangen"

In de pauze zijn we nog vrolijker geworden en zingen vergenoegd: 

"Laat ons nu een poos verwiss'len
Onzen ijver met gezang, 
Dat zal onzen geest verkwikken, 
En het is in ons belang."

Maar we moeten natuurlijk wel weer aan de slag: 

"Vrolijk dan op nieuw begonnen, 
Onze aangevange taak; 
't Nut en d'eer daar aan verbonden, 
Is ons voordeel en vermaak."

En bij het inleveren van het examen galmt het nog na: 

"Zoo hebben wij naar onzen pligt, 
Ook dit beproevingswerk verrigt". 

De "welberaden scholier" meldt zich vervolgens zingend bij de supermarktmanager:    

"Ik ben, 't is waar, Reeds veertien jaar, 
En 'k ga nog school: hoe moet dit gaan?
Mij dunkt, 't wordt tijd, Dat ik met vlijt, 
Denk aan een middel van bestaan."

Als we van school gaan, zingen we de leraar toe: 

"U, Onderwijzer! zij mijn dank, 
Met deez', u toegewijden, klank."

Maar al gauw moeten we voor onze bejaarde ouders zorgen: 

"Oud van dagen zijn mijn' Ouders, 
En behoeftig; 't is mijn pligt, 
Dat ik hen, naar mijn vermogen, 
Help, uit liefde dit verrigt."

Het slotlied bezingt de ware rijkdom: 

"Wat kan in dit leven, 
Meer blijdschap ons geven, 
Dan wijsheid en deugd? 
Dat toch zijn de schatten, 
Die in zich bevatten, 
Bestendige vreugd."


Het boekje is gedigitaliseerd door Google Books en hier te vinden.  

zaterdag 10 oktober 2015

Ontmoeting

Schoolreünie en ontmoeting met Syriërs

Zaterdag onverwachts naar een schoolreünie in Barneveld, waar ik pas vrijdagavond bij toeval via een tweet van hoorde. Het Johannes Fontanus College, wat nog niet zo heette toen ik er op zat, bestaat 90 jaar. Of eigenlijk de oude ULO waar deze school uit is ontstaan. Mijn oudere broer heeft nog op de ULO gezeten in gebouw Benno, de vroegere sterrenwacht en huis van de beroemde sterrenkundige Kapteyn. Helaas gesloopt. Zelfs de nieuwbouw waar ik naar toe ging is al weer gesloopt. Mijn ogen uitgekeken in het nieuwe gebouw, waar ik nog nooit binnen geweest was. Wat heeft zo'n moderne school (met leerpleinen, domeinen en lux ingerichte techniek-, kunst- en muzieklokalen) toch veel meer mogelijkheden dan in onze tijd. Een leerling die tien jaar geleden examen deed en met wie ik door het gebouw liep vertelde me hoe het vroeger was. En hoewel sommige gangen mij pas gisteren leken opgeleverd, bleek dit gebouw dus ook al weer oud te zijn. Een paar klasgenoten en oud-leraren ontmoet (ik zat maar één jaar op deze school) en leuke herinneringen opgehaald.

Bij terugkeer in Houten snel naar de ontmoeting met de vluchtelingen die hier twee weken in een sporthal worden opgevangen, in totaal zo'n 150, vooral Syriërs. Ik heb enkele korte maar boeiende gesprekken gehad met een tiental jonge Syriërs. Aardig, gemotiveerd, intens dankbaar, blij met de rust.

Een jonge man vertelde dat hij 5500 euro had betaald voor zijn vlucht, met 55 mensen in een rubberboot was hij van Turkije naar Kos gevaren, een angstige tocht. Vanaf Griekenland over land in gesloten vrachtwagens, zonder ramen maar gelukkig wel met ventilatoren in het dak. Om de zes uur mochten ze even luchten, eten en drinken. Regelmatig moesten ze overstappen in een volgende vrachtwagen. Ik sprak met een tweedejaars rechtenstudent en een student sport. Zij waren al in Ter Apel geregistreerd. De groep vluchtelingen is hier donderdag 1 oktober aangekomen. Ze slapen op de grond op matrassen, die onder andere via de kerken in twee dagen zijn ingezameld. Ze zouden hier maximaal 72 uur blijven, maar de gemeenteraad heeft dit tot 13 oktober verlengd om hen meer rust te gunnen. Alle reguliere activiteiten in de sporthal zijn voor deze periode stilgelegd. In het jongerencentrum naast de sporthal is de welkomswinkel ingericht, waar de benodigde spullen (kleding, toiletartikelen, spelletjes) worden ingezameld en uitgedeeld. Veel vluchtelingen zijn de afgelopen dagen bij particulieren thuis of voor bepaalde activiteiten uitgenodigd. Dinsdag vertrekt de hele groep weer naar een volgende locatie. De mannen die ik sprak wisten nog niet waarheen en wachten gelaten af, blij dat ze in veiligheid zijn.

zaterdag 11 juli 2015

Achter de Dom

Begin volgend jaar komt er een einde aan de colleges in het historische pand Achter de Dom 22-24 in Utrecht. Dit meldt het alumniblad Illuster. De vier werkgroepzalen en twee collegezalen voldoen niet meer aan de eisen. Er waren vooral klachten over het benauwde klimaat en de slechte staat van de zalen. De benodigde investeringen om het pand voor het onderwijs te behouden, zijn te hoog. Het is nog niet bekend wat de Universiteit Utrecht, de eigenaar van het pand, gaat doen met het historische gebouw.

Hoewel ik er geen student ben geweest, koester ik wel een paar persoonlijke herinneringen aan het pand. Begin tachtiger jaren ging ik met mijn vriendin, die psychologie studeerde, een paar keer naar de hoorcolleges van professor Henri van Praag over parapsychologie. Professor Van Praag was bijzonder hoogleraar parapsychologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht van 1978 tot 1986. Hij was de opvolger van de bekende professor W.H.C. Tenhaeff. Nu ik dit opschrijf besef ik dat je tegenwoordig niet zoveel meer hoort van parapsychologie. Tenhaeff was indertijd een "bekende Nederlander", zoals we nu zouden zeggen, en ook Van Praag was geen onbekende bij het grote publiek. Van Praag vond de psychologie een "grensgebied" van de parapsychologie. Anderen zouden dat hooguit andersom zien (parapsychologie als grensgebied of zijtak van de psychologie). Van Praag kwam uit een niet religieuze joodse familie. Hij zat tijdens de oorlog ondergedoken in Amsterdam en verloor veel van zijn familie. Na de oorlog stond zijn levensdoel vast: hij wilde ijveren voor een wereld van vrede en harmonie. Hij wilde een bruggenbouwer zijn en wisselde informatie uit over grenzen van godsdienst en culturen heen, van jodendom naar boeddhisme, van taoïsme naar gnostiek en van theologie naar natuurwetenschappen (aldus Awraham Soetendorp in ‘Henri van Praag: een grote raadgever en ziener’, Het Parool 4-11-1988 - bron: Wikipedia).

Mijn vriendin was bijzonder geïnteresseerd in parapsychologie, mystiek en alternatieve geneeskunde. Ik stond daar wat afstandelijker tegenover, maar het onderwerp interesseerde mij wel, zeker vanuit mijn theologische achtergrond. Van de colleges van Van Praag herinner ik mij niet zo heel veel meer en al helemaal niets over parapsychologie. Met name het eerste college staat mij bij, dat ging over logica. Ik zou het college, nu na meer dan 30 jaar, niet meer kunnen reproduceren, maar het maakte wel grote indruk op mij en ik denk dat ik er ook wel iets aan heb gehad voor mijn verdere leven. Voor een deel ging het over basisbegrippen die elke student moet kennen, zoals 'falsifieerbaarheid' (een wetenschappelijke theorie is weerlegbaar, staat open voor ontkrachting en kan in een methodologisch correct opgezet onderzoek worden verworpen). Ook de sfeer van het oude gebouw staat mij bij, al zou ik er nu de weg niet meer in kunnen vinden. In mijn herinnering zaten we in een rokerig zaaltje, maar ik betwijfel of er echt gerookt werd, want zowel Marjan als ik konden daar slecht tegen.

Het blad Illuster memoreert dat ook bekende historici als Maarten van Rossum en Hermann von der Dunk ("altijd met deftige dictie") er hoorcolleges gaven. Van Maarten van Rossum - het kritische en trouwens enige jurylid van de Slimste Mens en een niet geheel onbekende presentator van RTV Utrecht - heb ik in later jaren ook wel eens een college gevolgd bij Studium Generale. Rond dezelfde tijd als de colleges van Henri van Praag trok ook Hermann von der Dunk mijn aandacht, maar ik heb hem alleen horen spreken op de televisie (waar de rol van bekende Nederlander inmiddels is overgenomen door zijn zoon Thomas). In 1982-1983 hadden Marjan en ik een kamerhuurder uit München, die naar Utrecht kwam om zijn promotieonderzoek te doen bij professor Hermann von der Dunk. Deze promovendus onderzocht de invloed van Duitse universiteiten op het Nederlandse wetenschappelijk onderwijs aan het eind van de 19de eeuw. Met deze kamerhuurder, nu Dr. Andreas Gressmann heb ik nog steeds goed contact en ik logeerde dit jaar nog een weekje bij hem in München. Dan memoreren we die tijd nog wel eens.

Maar goed, ik denk nu dus even terug aan dat prachtige oude pand in de binnenstad, direct achter de Dom, en ik vraag mij af wat er mee gaat gebeuren.

Bron: Illuster, juli 2015, p11 - Zie ook Wikipedia: Parapsychologie
Personen: Henri van Praag; Hermann von der Dunk; Maarten van Rossem; Awraham Soetendorp. 

woensdag 8 oktober 2014

Windesheim Theologie

Met ingang van 1 september is de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk (GPW) van hogeschool Windesheim verplaatst van het Johannescentrum in Utrecht naar de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dit meldt directeur Peter de Haan in de e-mailnieuwsbrief van 8 oktober. De lerarenopleiding blijft in Utrecht, maar de studenten van deze richting zullen een aantal modulen in Amsterdam volgen samen met de studenten van GPW. 

De opleiding Godsdienst Pastoraal Werk werkt samen met de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam. Het vertrek uit de kleinschaligheid van het Johannescentrum roept bij studenten en medewerkers ook gevoelens van weemoed op. Generaties studenten hebben er hun studie voltooid, docenten hun onderwijs gegeven. Een tijdperk wordt afgesloten. 

Zelf heb ik (YL) een paar keer een conferentie of jubileumviering in het Johannescentrum bijgewoond, maar mijn "weemoed" gaat verder terug. De Utrechtse theologie-opleiding van Windesheim kwam voort uit het Nederlands Bijbel Instituut (NBI), waar ik in de jaren '70 het basisjaar middelbaar theologische opleiding volgde. Het NBI was toen nog gevestigd in de grote witte villa De Nieuwe Koppel in de bossen van Bosch en Duin, waar ik ook intern heb gewoond. Na mijn opleiding bleef ik trouw de gestencilde nieuwsbrief het Koppelteken volgen, waarin behalve nieuws over de opleiding ook altijd de nieuwe betrekkingen, huwelijken en gezinsuitbreidingen van oud-studiegenoten werden vermeld. Toen het NBI overgenomen werd door Windesheim werd het Koppelteken vervangen door eerst de papieren en later digitale nieuwsbrief van Windesheim. Zo ben ik alumni geworden van de HBO Windesheim - al heb ik daar nooit op gezeten. 

De nieuwsbrief bericht dat met ingang van 1 september de opleidingen Theologie en Levensbeschouwing opgenomen zijn in een nieuwe organisatiestructuur, de lerarenopleidingen voortgezet onderwijs en de opleidingen theologie en levensbeschouwing. Directeur Peter de Haan kijkt terug op de afgelopen vijf jaren. De Pinkster- en Evangelie-opleidingen van Azusa (Amsterdam) en de bachelor- en masteropleiding van de NHL-Hogeschool (Enschede en Leeuwarden) werden overgenomen en ingevoegd. Aan de bestaande route voor de opleiding van kerkelijk werkers voor de PKN werden minoren toegevoegd voor opleidingen van het Baptistenseminarie, Leger des Heils en Molukse kerken. Met de vestiging in het VU-gebouw komt een perspectiefvolle samenwerking met de faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit in zicht.

zondag 5 oktober 2014

Mensgerichte bèta

Ineke Dezentjé twitterde vorige week: "Een mooi voorbeeld van de ontkokerde toekomst: opleiding Technische Geneeskunde!" met daarbij een foto van een artikel over dit onderwerp.


Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink (1954) is oud-kamerlid  van de VVD en nu voorzitter van werkgeversorganisatie FME-CWM. Het artikel staat in de Monitor, het blad voor externe contacten van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Het gaat over de driejarige bachelor-opleiding Klinische Technologie, die wordt aangeboden door de Technische Universiteit Delft, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Erasmus MC. Die centra werken samen in Medical Delta. Deze nieuwe opleiding is in september van start gegaan. De verwante opleiding aan de Universiteit Twente heet Technische Geneeskunde.

Een paar maanden geleden hoorde ik voor het eerst van de studie Technische Geneeskunde doordat een kennis vertelde dat zijn dochter dat ging studeren in Twente. Het deed mij denken aan Medische Technologie, een vakgroep van de faculteit Natuurkunde van de Universiteit Utrecht waar ik in de jaren '80 als uitzendkracht werkte. Niet als medisch technoloog overigens, maar als assistent bij de facilitaire dienst. Ik liet mij indertijd uitleggen dat men daar de techniek van het menselijk lichaam bestudeerde, zoals de hefboomwerking van de arm. Zo nieuw is die ontkokering dus ook weer niet.

In het artikel "Op het grensvlak van geneeskunde en techniek" (Monitor, oktober 2014, p42) vertelt eerstejaarsstudente Anouk Corbeau: "Als het goed is heb ik straks niet alleen verstand van het menselijk lichaam en ziektebeelden, maar ben ik ook op de hoogte van de technische mogelijkheden om die te kunnen behandelen". Wat haar zo aanspreekt in de nieuwe opleiding: "Ik kan hiermee zowel in het bedrijfsleven terecht om nieuwe medische apparatuur te ontwikkelen als in het ziekenhuis waar je in een team werkt en adviseert over technische behandelingsmogelijkheden".

De tweet van Ineke Dezentjé stuurde ik door aan Joop Hazeleger, de kennis wiens dochter Technische Geneeskunde in Twente studeert. Hij mailde terug: "Mijn dochter is ondertussen lekker op gang gekomen. En inderdaad, het is een mooi voorbeeld van een opleiding met een multidisciplinair karakter. Het bevalt haar goed".

Joop Hazeleger is natuurkunde- en techniekdocent en sinds kort directeur van het Knooppunt Techniek in Ede. In Knooppunt Techniek komen initiatieven rondom kiezen, leren en werken in de techniek binnen de Food Valley bij elkaar. Het knooppunt ontwikkelt en steunt initiatieven om de instroom in de technische opleidingen te stimuleren. De regio Food Valley is een samenwerkingsverband van de gemeenten Wageningen, Ede, Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel, Renswoude, Rhenen en Veenendaal in de Gelderse Vallei. De regio telt veel agrarische bedrijven, maar natuurlijk ook de "landbouwuniversiteit" Wageningen.

Joop Hazeleger mailt mij verder: "In het Knooppunt Techniek werken we o.a. aan het verhogen van de instroom in de technische opleidingen. We maken daarbij gebruik van het zogenaamde Betamentality-model. Het model gaat uit van een viertal segmenten: concrete bèta's, mensgerichte bèta's, carrièrebèta's en non-bèta's. Mijn dochter is duidelijk een voorbeeld van de mensgerichte bèta: een groep waar tot enkele jaren terug helemaal geen aandacht aan gegeven werd."

Links:
- Wikipedia: Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink
- Erasmus MC: Monitor
- Erasmus MC: Monitor oktober 2014 (pdf) (zie pagina 42)
- TU Delft bacheloropleidingen: Klinische Technologie
- Medical Delta
- LinkedIn: Joop Hazeleger, directeur Knooppunt Technologie in Food Valley
- Wageningen: Regio Food Valley
- FoodValley.nl
- Betamentality

woensdag 3 september 2014

Data Is Me

Elke dag worden persoonlijke data, zoals e-mailadres en socialemediagegevens verkocht. Dit is echt handel. Vaak gebeurt dat zonder dat de 'eigenaar' van deze gegevens dat weet. Laat staan dat hij of zij daar toestemming voor heeft gegeven of dat het hem iets oplevert. Data-Is-Me, of kortweg Dime, wil daar verandering in brengen.

Dime is een initiatief van vier studenten van de Hogeschool van Amsterdam: Mariska van Bohemen, Aarnout Mettes, Fabiënne Koning en Martijn van Moock. Ze noemen hun concept fairtrade data. Gebruikers van Dime (Data is Me) ondersteunen een eerlijke markt waarin data worden verhandeld. Met hun platform bepalen mensen zélf welke data zij beschikbaar stellen voor verkoop en verdient iedereen zelf geld aan zijn eigen persoonsgegevens. Dat is tenminste het streven.

Mensen die hun gegevens willen verkopen melden zich aan op de website van Dime en zo ook de bedrijven die datasets willen kopen. De individuele aanbieder kan zijn gegevens uit Facebook, Twitter of LinkedIn koppelen aan zijn Dime-account en zelf aangeven welke gegevens mogen worden verkocht. De aanbieder krijgt alleen te horen aan welk bedrijf zijn gegevens zijn verkocht of waarvoor ze zijn gebruikt, als het aankopende bedrijf daar toestemming voor geeft. De aangeboden gegevens worden op een beschermde server binnen Nederland bewaard.

Voor meer informatie zie http://www.dataisme.com/