donderdag 23 juli 2026

Veel meer woningen vragen stroom

Eind mei publiceerde netbeheerder Stedin een voorlopige lijst met woningbouwprojecten die ondanks een tijdelijke aansluitstop waarschijnlijk wel kunnen doorgaan. In de regio Utrecht geldt vanaf 1 juli een pauze voor nieuwe en zwaardere stroomaansluitingen vanwege het gebrek aan capaciteit op het stroomnet. Daarbij werd afgesproken dat in deze regio tenminste 35.000 nieuwbouwwoningen een stroomaansluiting kunnen krijgen. De lijst 'onderhandenwerk' bevat woningbouwprojecten die al ver in ontwikkeling zijn en vóór april 2029 kunnen starten met de bouw. In mei ging het om een voorlopige lijst. Gemeenten en ontwikkelaars konden tot 1 juli hun aanvullingen en correcties doorgeven. 

Stedin wilde half juli komen met een definitieve lijst. Maar 23 juli laat Stedin weten dat er veel meer woningbouwprojecten zijn ingediend dan verwacht en Stedin moet hier eerst nog eens goed naar kijken. Op de voorlopige lijsten stonden circa 147.000 woningen, maar inmiddels gaat het om ongeveer 227.000 woningen in het verzorgingsgebied van Stedin. Historisch gezien worden er in dit gebied zo'n 25.000 woningen per jaar gebouwd. 

Stedin bekijkt nu wat het extra aantal woningen betekent voor het elektriciteitsnet, hoeveel ruimte er beschikbaar is om het net veilig en betrouwbaar te houden. Pas als dit beeld compleet is, kan Stedin een een definitieve lijst vaststellen. 

  • Bron: email Stedin 'Update onderhandenwerk' 23-07-2026 17:05
  • Voorlopige lijst gemeente Houten, zie Styloblog 30-05-2026
  • Mijn dossier Netcongestie
  • De gemeente Houten heeft geen energie om mijn vragen (1 juni) over de lijst te beantwoorden. 

Rechtspraak zwijgt

Persoonljk commentaar

De Raad van de Rechtspraak reageert niet meer op verzoeken om toegang tot de persrol. Daarmee vermijdt de Raad van de Rechtspraak uitvoering te moeten geven aan het vonnis van de rechter. De Raad kan nog in beroep gaan. 

Met de persrol krijgen journalisten die verslag doen van rechtszaken vertrouwelijke inzage in zittingsinformatie rond rechtszaken. Het gaat niet om inzage in het volledige dossier, maar om enkele hoofdpunten (wie, wat, waar, waarover) van alle rechtszaken in Nederland. Wie toegang krijgt tot de persrol moet een verklaring ondertekenen er zorgvuldig en vertrouwelijk mee om te gaan, geen persoonsgegevens te publiceren en het embargo tot aan de zitting te respecteren. Tot vorig jaar was dat genoeg, maar sinds 2025 eist de Raad van de Rechtspraak dat de journalist lid is van de journalistenvakbond en een perskaart heeft. 

Op 13 mei 2026 heeft de rechtbank Den Haag deze accreditatievoorwaarden “onrechtmatig en onverbindend” verklaard en in strijd met artikel 10 EVRM.

Sinds 2020 had ik op grond van de oude regels toegang tot de persfaciliteiten. Ik heb mij steeds gehouden aan de onderschreven afspraken. Ik volg verschillende rechtszaken en ik publliceer daarover - betaald en onbetaald - in verschillende media en ik houd de actuele stand van zaken bij. Daarvoor is inzage in de zittingsinformatie onontbeerlijk. 

Oktober 2025 heeft de persafdeling van de Raad van de Rechtspraak mijn toegang ingetrokken onder verwijzing naar de nieuwe accreditatievoorwaarden. Uit de contacten met de Raad rond deze intrekking is mij niet duidelijk geworden, welk belang na vijf jaar probleemloze toegang hiermee gediend zou zijn. Omgekeerd betekent het natuurlijk ook dat de rechtspraak verslaggevers niet meer kan houden aan dergelijke degelijke afspraken.


Mijn oorspronkelijke aanvraag in 2020 heb ik mede gedaan voor de lokale publieke omroep. De publieke omroep (NLPO) werkt voor een groot deel met vrijwilligers. De meesten van hen komen niet voor accreditatie in aanmerking. De publieke omroep is in de samenleving ingebed, wat is geborgd in een concessiesysteem, met advies van de gemeenteraad, een programma-bepalend orgaan (PBO) met vertegenwoordigers uit verschillende geledingen van de samenleving. Het Commissariaat van de Media ziet erop toe dat het media-aanbod onafhankelijk, betrouwbaar, veilig en pluriform is en beschermt daarbij de persvrijheid. Het is mij niet duidelijk op welke gronden de Raad voor de Rechtspraak de publieke omroep weert of belemmert.


Toen de rechtbank Den Haag de accreditatievoorwaarden van op 13 mei "onrechtmatig en onverbindend" verklaarde, heb ik dezelfde dag nog herstel van mijn toegang aangevraagd. De persafdeling ging daar niet op in, maar verwees naar een "tijdelijke werkwijze", waaruit blijkt dat de Raad van de Rechtspraak vooralsnog geen uitvoering zal geven aan het vonnis van de rechtbank Den Haag en de accreditatievoorwaarden als criterium blijft hanteren. Wel worden de mogelijkheden voor de audiovisuele pers tijdens zitting verruimd, maar toegang tot de algemene zittingsinformatie blijft afgesloten. De voorwaarden zijn aangescherpt door eraan toe te voegen “mits de perskaart nog geldig is”.

De persafdeling van de Raad voor de Rechtspraak liet mij weten, dat mijn aanvraag (tot herstel of een nieuwe aanvraag) niet in behandeling wordt genomen. Ook kon ik niet op een wachtlijst worden geplaatst of op de hoogte worden gehouden van de procedure of een gemotiveerd afwijzend besluit ontvangen. Een tijdsindicatie over wanneer de Raad voor de Rechtspraak het vonnis van de rechter zou uitvoeren of daartegen in beroep zou gaan, kon ook niet worden gegeven. Voor verdere vragen verwees het bureau naar de rechtbank in Den Haag. Ik heb bij vier verschillende afdelingen van de Rechtspraak navraag gedaan, maar zij verwezen allemaal naar elkaar.

Op mijn vraag aan de rechtbank Den Haag hoe lang de Raad voor de Rechtspraak uitvoering van de rechterlijke uitspraak mag uitstellen, liet de rechtbank Den Haag weten daarop geen antwoord te kunnen geven en dat dit is aan de verliezende partij in het geding.
 
Op 1 juli heb ik per post een formeel verzoek voor herstel van mijn toegang gevraagd en bij afwijzing daarvan een voor beroep vatbare beslissing. Maar de Raad zwijgt in alle talen. Geen idee wanneer de Rechtspraak naar de rechter gaat luisteren. 

zaterdag 18 juli 2026

Margriet

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op dinsdag 19 januari 1943, werd prinses Margriet geboren in het het Ottawa Civil Hospital in Canada. Om te voorkomen dat ze op Canadees grondgebied werd geboren en daarmee automatisch de Canadese nationaliteit zou krijgen, werd haar kraamkamer 'extraterritoriaal' verklaard. Er wordt ook wel gezegd 'tot Nederlands grondgebied verklaard'. Er gaat het verhaal dat een Candadees meisje dat op dezelfde dag in dezelfde kliniek werd geboren daardoor de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. Dat is een mooi verhaal, maar om twee redenen niet waar.

Als dat Canadese meisje echt op Nederlandse bodem geboren was, zou ze nog steeds geen Nederlands meisje zijn. Nederlands staatsburgerschap wordt niet verkregen door 'grond' maar door 'bloed'. De baby erft de nationaliteit (zoals in de meeste landen in de wereld) van de ouders, niet van de geboorteplaats. Ten tweede was het ziekenhuis of de kraamafdeling geen Nederlands grondgebied, maar (elke plaats waar de baby geboren zou worden) extraterritoriaal. De wet die automatisch staatsburgerschap garandeert, werd specifiek voor dit geval buiten werking gesteld. Als de prinses een dubbele nationaliteit zou hebben, zou ze - zo was de redenering - niet in aanmerking komen voor de troon. En het afvallen van een "reserve-erfgenaam" lag gevoelig, zeker in oorlogstijd.

De Canadese regering vaardigde op 27 november 1942 de volgende proclamatie uit:

"Any place in Canada within which Her Royal Highness the Princess Juliana of the Netherlands may be confined for the confinement of the birth of the baby she is expecting, shall be extraterritorial."

"Elke plaats in Canada waar Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana van Nederland zich bevindt voor de bevalling van de baby die zij verwacht, is extraterritoriaal."

Het voorstel tot deze maatregel kwam van de Canadese regering onder leiding van premier William Lyon Mackenzie King. Canada had dus even een eigen King, maar de formele beslissing werd genomen door de vertegenwoordiger van de Britse Kroon, gouverneur-generaal Alexander Cambridge, Earl of Athlone. Hij vaardigde op 27 november 1942 de proclamatie uit en deze werd gepubliceerd in de Canada Gazette op 26 december 1942. 

Het nieuws werd breed uitgemeten in de Canadese en Amerikaanse pers. Het werd gezien als een genereus symbool van de vriendschap tussen Canada en Nederland. 

De verklaring is te vergelijken met de status van een ambassade. Een ambassade is juridisch geen buitenlands grondgebied, zoals wel eens gedacht wordt, het blijft grondgebied van het gastland, maar het gastland stemt ermee in dat de wetten van het land daar niet worden gehandhaafd (diplomatieke onschendbaarheid). Datzelfde principe werd toegepast op de geboorteplek van prinses Margriet. 

Overigens is er geen specifiek grondwetsartikel dat een dubbele nationaliteit voor troonopvolgers verbiedt. Maar door deze maatregel werd wel een potentieel politiek en constitutioneel probleem voorkomen. Iemand die op Canadees grondgebied werd geboren, werd automatisch Canadees staatsburger en daarmee ook Brits onderdaan. Het idee dat een Nederlands staatshoofd trouw verschuldigd zou zijn aan de Britse koning, werd staatsrechtelijk onacceptabel gevonden. Het koninklijk gezag moest buiten twijfel onafhankelijk zijn. 

Omdat de kraamkamer 'statusloos' was, kon de aangifte niet zomaar bij de burgerlijke stand van Ottawa worden gedaan. Er werd een tijdelijk register van de gemeente 's-Gravenhage geopend in Ottawa. Den Haag houdt ook vandaag de dag nog het bevolkingsregister bij van Nederlanders in den vreemde. Prins Bernhard deed met de Nederlandse gezant aangifte van de geboorte. De akte - en haar paspoort - vermeldt dat ze geboren is in Ottawa, Canada. De speciale status van haar geboortegrond is aan haar paspoort niet af te lezen. 

Prinses Margriet werd dus geen Canadees staatsburger, maar haar liefde voor Canada is er niet minder om en de band is altijd gebleven. Ze is regelmatig teruggekeerd naar Canada, bezocht de Canadese bevrijders en ze wordt regelmatig gevraagd voor speciale gelegenheden. Prinses Juliana stuurde in 1945 100.000 tulpenbollen naar Ottawa, wat leidde tot het jaarlijkse Canadian Tulip Festival. 

Naast de tulp als symbool van Nederlands bloei en de anjer als symbool van verzet, werd de margriet in de oorlog een verhuld symbool van hoop op de komende bevrijding, de komst van de lente na een kille winter, en daarna van steun aan de slachtoffers. 


woensdag 15 juli 2026

Convenant Gewasbescherming

>>> Convenant en relevante documenten zijn te vinden in mijn dossier Convenant Gewasbescherming

Op 14 juli heeft het kabinet met zeven partijen een hoofdlijnenconvenant gewasbescherming gesloten. In het convenant is afgesproken om de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw fors terug te dringen.

Na de zomer wordt gestart met deelconvenanten, waarin per deelsector afspraken worden gemaakt over onder andere reductiedoelstellingen. Het streven is om de deelconvenanten voor het eind van het jaar klaar te hebben.

De reducties moeten in 2040 behaald zijn met voortgangsmetingen in 2030 en 2035. Er wordt een onafhankelijke gegevensautoriteit opgezet. Deze gaat alle gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de milieubelasting daarvan in Nederland verzamelen.

Het kabinet heeft voor de convenanten indicatief €250 miljoen gereserveerd.

De handtekeningen van de VNG en Unie van Waterschappen zijn onder voorbehoud van goedkeuring van hun leden en het Interprovinciaal Overleg (IPO) besluit pas nadat de betrokken gedeputeerden zich op 10 september over de afspraken kunnen buigen. Natuur en Milieu en LandschappenNL onderhandelden wel mee, maar zijn ontvreden en tekenden niet. Dit meld Binnenlands Bestuur. Natuur en Milieu vindt dit convenant nog te vaag en mist het 'voorzorgbeginsel'. Voor de landbouworganisaties is de handtekening een "intentie om te komen tot een akkoord" 

Houten en de fruitteelt
Bordje "Gewasbestrijdingmiddelen"

Het onderwerp is belangrijk voor de gemeente Houten en de fruitteelt. Houten is vanouds een 'appeldorp'. Houten heeft jarenlang geëxperimenteerd met maatregelen, zoals een 50-meterzone rond boomgaarden. De gemeente werd meerdere keren teruggefloten door de Raad van State teruggefloten. Wetenschap en regels gaven (te) weinig houvast. Uiteindelijk sloot de gemeente een convenant af met de fruittelers, dat na vijf jaar werd verlengd.

Boven het nieuwsbericht van de rijksoverheid staat als kop: "Ondertekening convenant zet ambities reductie gewasbescherming neer". Dat ontlokt mij wel een glimlach, want ik denk niet dat het echt de bedoeling is om al doende de gewasbescherming te reduceren. Het herinnert mij aan een informatieavond van de gemeente Houten, die werd aangekondigd met een bordje "gewasbestrijdingsmiddelen". Daar maakte ik indertijd een foto van.

Over dit onderwerp heb ik jaren een dossier bijgehouden, zie go.stylo.nl/gif

Inhoud van het convenant

Het coalitieakkoord 'Aan de slag' hebben de coalitiepartijen D66, VVD en CDA met elkaar afgesproken: "Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingpunten) fors te beperken".

De bij het convenant betrokken partijen zijn de staatssecretaris van Landbouw, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen (UvW), de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO), het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), de Brancheorganisatie Akkerbouw, Stichting Greenports Nederland en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Het Interprovinciaal Overleg (IPO) zal in september besluiten over ondertekening van dit convenant. Bij de totstandkoming van het convenant is Wageningen University & Research (WUR) aangesloten als kennispartner.

De partijen onderschrijven dat de afspraken in dit convenant bindend zijn voor de partijen en zorgen ervoor dat nakoming van de afspraken is geborgd, waar nodig met een terugvaloptie/escalatie als afspraken niet worden nagekomen.

De partijen richten een proces in om na de zomer tot afrekenbare reductiedoelen deelconvenant (per sector) te komen.

De partijen erkennen dat het thema gewasbeschermingsmiddelen maatschappelijk gepolariseerd is en committeren zich tot een voortdurende omgevingsdialoog op lokaal en landelijk niveau om bij te dragen aan goede maatschappelijke verhouding rond dit thema.

In het convenant wordt o.a. aandacht gegeven aan innovatie en kennisontwikkeling, waterkwaliteit en een gebiedsgerichte aanpak, onder andere rond Natura2000-gebieden. De partijen nemen het initiatief om een onafhankelijke gegevensautoriteit op te richten. Deze heeft als doel om de reductiedoelstellingen 'datagedreven' te versnellen. De gegevensautoriteit moet een onafhankelijke organisatie zijn, opgezet als publiek-private samenwerking, geen overheidsinstantie, maar een eigenstandige rol met een wettelijke taak. Alle voor gewasbescherming relevante partijen moeten hier verplicht aan deelnemen. Dat geldt in elk geval voor telers, loonwerkers, adviseurs, leveranciers, distributeurs en overige 'erfbetreders'. Alleen met een brede deelname kan het systeem effectief bijdragen aan inzicht, sturing en verbetering. De gegevensautoriteit werkt met een eenduidige systematiek voor normering en benchmarking. Daarbij wordt gewerkt met 'milieubelastingpunten', uitgesplitst naar teelt, bedrijf en gebied.

>>> Convenant en relevante documenten zijn te vinden in mijn dossier Convenant Gewasbescherming

donderdag 9 juli 2026

Provinciaal Programma Wonen en Werken

Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht hebben het ontwerp Provinciaal Programma Wonen en Werken 2026 (PPWW26) vastgesteld. Met dit besluit zet de provincie een belangrijke stap in het realiseren van de woningbouwopgave en versterking van de regionale economie. Tot en met 2040 wordt ruimte geboden voor de bouw van 124.320 woningen en 18,9 hectare voor nieuwe bedrijventerreinen.

Het PPWW wordt elke twee jaar herzien en kijkt vijftien jaar vooruit. Ten opzichte van het vorige PPWW zijn er nieuwe uitbreidingslocaties voor woningbouw opgenomen. Het gaat om de gemeenten Leusden, Soest, Woudenberg, Renswoude, Houten, Montfoort, Vijfheerenlanden, Woerden en Zeist. Het gaat enerzijds om kleinere uitbreidingen die bijdragen aan de vitaliteit van dorpen, zoals in Woudenberg en Montfoort.

Het ontwerp PPWW26 ligt vanaf 1 september tot en met 12 oktober ter inzage. In die periode kan iedereen een zienswijze indienen op de gewijzigde onderdelen.

Het programma is nu al online in te zien

Voor Houten bevat het PPWW weinig verrassingen. Het betreft met name woningbouw in de kernen 't Goy (Kerkzicht) en Schalkwijk. Daarnaast vindt er, zoals bekend, een gebiedsonderzoek plaats naar het Krommerijngebied met daarin de vraag of buitenstedelijke woningbouw in Houten-Oost wensenlijk is. 

§ 2.2.2 Gebiedsonderzoeken
Na Groot Merwede en Rijnenburg worden in deze paragraaf allereerst regiopoorten, regionaal bedrijventerrein, de Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone en Veenendaal De Klomp genoemd. Dan volgt het gebiedsonderzoek Kromme Rijngebied. Metropool Regio Utrecht MRU West is het vroegere U10/U16. 

Gebiedsonderzoek Kromme Rijngebied: Samen met de gemeenten Houten, Bunnik, Wijk bij Duurstede en de MRU West doet provincie een integraal onderzoek dat inzichten en beslisinformatie moet opleveren voor structurerende ruimtelijke keuzes op de lange termijn. Dit doen we door drie ontwikkelrichtingen voor het gebied uit te werken en bijhorende effecten helder en gestructureerd in beeld te brengen. Het Kromme Rijngebied is een waardevol en karakteristiek gebied met rijke cultuurhistorisch en ecologische waarden en kent een veelzijdig gebruik. Het gebied wordt geconfronteerd met een veelvoud aan opgaven op het gebied van landbouw, natuur, cultuurhistorie, waterkwaliteit, recreatie, energie, woningbouw en werkgebieden. Dit onderzoek zal deze opgaven in beeld brengen en inzicht geven in de kansen, knelpunten, ontwikkelruimte en oplossingsrichtingen. Aan rode ontwikkelingen worden onder andere de door de gemeenten aangedragen locaties Houten Oost, uitbreiding van Wijk bij Duurstede de Geer III (woningbouw) en Bunnik Zuid (bedrijventerrein) meegenomen. Oplevering van het onderzoek zal in maart 2027 zijn en kan als onderbouwing dienen voor eventuele aanvragen voor het PPWW.

In §3.1.1 wordt het programma Wonen met aantallen op provinciaal niveau weergegeven in een tabel. 
Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de locaties. 

Pargraaf 5.1 vermeldt in tabel 10 een overzicht van locaties die nieuw zijn opgenomen of waarbij het programma is opgehoogd, waaronder in de gemeente Houten locatie De Grote Driehoek (Schalkwijk) met 154 woningen met als aantekening "Locatie wonen, mogelijk op grond van artikel 9.4 van de omgevingsverordening". 

Paragraaf 5.4.4 gaat specifiek over de gemeente Houten. Hier worden de locaties Schalkwijk Grote Driehoek en 't Goy [Kerkzicht] besproken. 

Schalkwijk: 154 woningen, waarvan 78 woningen tot en met 2030 en 76 woningen na 2030. "De locatie is een logische uitbreiding van de bestaande kern Schalkwijk. Voor het Eiland van Schalkwijk als geheel geldt een ander ruimtelijk beoordelingskader dan elders in de provincie (zie artikel 9.4 van de Omgevingsverordening [experimenteerruimte]). Naast kwalitatieve eisen geldt in dit experimenteergebied dat er maximaal 250 nieuwe woningen mogen worden gebouwd, in dorpsuitbredingen én op erven in het buitengebied. De voorgenomen woningbouwontwikkeling past in dat aantal. - De Groen Groeit Mee opgave buiten de woonwijk zelf moet nog nader worden ingevuld.- De ten behoeve van de wateropvang en in overleg met het waterschap ontworpen groen- en waterelementen moeten blijvend worden zekergesteld. - Er gelden beperkingen ten aanzien van de teoepassing van bodemenergie (geen open systemen 2e watervoerend packet) vanwege de ligging in een gebied met kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Vanwege de ligging aan de rand van een zoekgebied voor drinkwater kunnen deze eisen in de toekomst strenger worden."

't Goy: 50 woningen (vitaliteitslocatie). "De locatie bevindt zich (deels)in categorie C en/ of D van de Watergeschiktheidskaart van de Utrechtse Waterschappen. Rekeninghouden met de watergeschiktheid en bij de planuitwerking waar nodig maatregelen treffen."

In Bijlage III is een overzicht te vinden van de gemeenten en hun ambitieniveau Conventant Toekomstbestending Bouwen. Daarin heeft de gemeente Houten het ambitieniveau Zilver. In dit convenant gaat het om de afspraak om woningen duurzamer te maken dan het wettelijk in het Bouwbesluit vastgelegde minimum. Het convenant kent drie ambitieniveaus. Brons is een instap-ambitie, dicht tegen het wettelijk minimum aan. Zilver vraagt om concrete extra inspanningen, maar financieel en technisch goed haalbaar voor de gemiddelde ontwikkelaar. Goud is de koplopers-ambitie met bijvoorbeeld bouwen met biobased materiaal, energiepositieve gebouwen, hoge biodiversiteitseisen en een minimale milieu-impact. In de provincie Utrecht kozen Amersfoort, Bunnik, Rhenen, Utrecht en Zeist voor dit ambitieniveau. 



-----
Omgevingsverordening Artikel 9.4 Instructieregel ruimte voor experimenten. 1. In afwijking van deze verordening kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het Gebied eiland van Schalkwijk regels bevatten: a. die activiteiten mogelijk maken die voldoen aan de voorwaarden, genoemd in de pijlers 1 tot en met 7 in de bijlage XIII Eiland van Schalkwijk ; en b. over woningbouw tot een maximum van 250 woningen. 2. De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
-----