woensdag 4 september 2013

Aantjes uitgeleverd

"AANTJES UITGELEVERD AAN NEDERLANDSE VOLK" 
Door: Ytzen Lont, Odijk 
In: Barneveldse Krant, 10 november 1978 

     Ruim 33 jaar bevrijd, zijn er nóg Nederlanders kapot van de oorlog. En na ruim 33 jaar lopen er in Nederland nog mensen kapot op die oorlog (of dat ook Nederlanders zijn is nog in onderzoek).
     Daar zijn we deze dagen plotseling weer bij bepaald, en niet zo zachtzinnig ook. Voor velen zal 'de zaak Aantjes', denk ik, weer allerlei nare herinneringen naar boven gehaald hebben. Het is dan misschien ook wel stoutmoedig, dat ondergetekende, die 10 jaar na de oorlog geboren is en er dus eigenlijk niet over mee kan praten toch wat gedachten over deze zaak en over de oorlog op papier zet.
     Ook zij die na de oorlog geboren zijn, denken wel eens na over die verschrikkingen, waar hun ouders en de media over vertellen. En ze denken ook wel eens na over de wereld van nu, waar ze zelf in leven, hoe die er uit zou moeten zien. En over die 150 mensen daar in Den Haag, die er hun vak van gemaakt hebben zich met die laatste vraag bezig te houden.
     Mr. W. Aantjes was één van die 150 en hij bleek liefde te hebben voor dat vak, maar beslist geen amateur. Toch was hij - zo is ons nu verteld - niet goed genoeg voor de uitoefening van zijn vak. Hij is een bedrieger en schizofreen, vernemen wij, en een onbetrouwbaar man. Omdat hij 35 jaar geleden in dienst is getreden bij de vijand ("Wij beoordelen geen motieven, het gaat om de feiten", zegt men) en hij dit nooit exact en publiekelijk uit de doeken heeft gedaan. Het vertrouwen in de politici (en 'christen-politici') in het bijzonder) daalde, tenminste bij mij, op die maandagavond tot een absoluut nul-punt. Er was maar één conclusie en die deelde ik die maandagavond met vrijwel alle politieke partijen: "Aantjes moet vertrekken".

     Is dat zo? Vijfendertig jaar geleden heeft iemand fouten begaan (hoe ernstig en met welke motieven is of was nog volkomen vaag). Nadien heeft deze persoon alleszins blijk gegeven dat pad volledig te hebben verlaten (en nu ga ik uit van de onbewezen bewering, dat Aantjes werkelijk 'fout' was en zijn stappen zou hebben gedaan uit pro-Duitse overwegingen).
     Maar nee, Aantjes mocht zijn oorlogsverleden niet achter zich laten. Hij had moeten spreken (inderdaad) en dat niet alleen: een politieke carrière had hem "bespaard" moet blijven.
     In de Tweede Kamer is alleen plaats voor volmaakte mensen. Mensen die geleden hebben tengevolge van hun verzet; mensen die gezwegen hebben, omdat ze niet wisten wát te zeggen; of mensen die in Engeland (aan de goede kan dus) hun bijdrage leverden. Indien Aantjes nog geen 21 was geweest, dan had hij nog van zijn fouten kunnen leren. Maar nee, hij was een volwassen, weldenkend mens: eens fout, altijd fout.
     Dat Aantjes blijk gegeven heeft te kunnen veranderen, zonder wisselvallig te worden (hoewel vaak onberekenbaar door zijn gesloten karakter) doet niet ter zake.
     Nogmaals: is dat zo? Nee! De eerste emotionele reaktie van: "Aantjes moet weg", heeft bij mij al gauw plaats gemaakt voor de mening: "Aantjes moet blijven". (Helaas vond hij zelf geen ruimte meer om die keus te kunnen maken.) Niet minder emoties trouwens. Niet minder vragen ook. Ik ben (evenals vele andere jongeren - geloof me) opnieuw gaan nadenken over de oorlog. Over ons oorlogsverleden.

     Als jongere (natuurlijk kan ik niet namens de jongere generatie spreken, maar wel vanuit die generatie) stel ik de vraag aan de andere generatie: wanneer kunnen we die oorlog los laten? Ik kan niet half vermoeden wat het is om onder een bezetting te leven en nog wel van zo'n demonische macht als die van nazi-Duitsland. Ik wil die tijd op geen enkele manier bagatelliseren of wegstoppen. Maar wel vraag ik: wanneer kunnen we de bijl van bijltjesdag nu eens begraven? Is dat de enige manier om de doden te eren: "Wraak"? "Gerechtigheid"?
     Is de telkens opkomende golf van emoties het enige (tenminste het opvallendste) dat de ouderen op de jongeren kunnen overbrengen? Is, behalve de verschrikking, die soms zo avontuurlijk aan ons overgebracht is, het motto "je zult je straf niet ontlopen" het enige dat we van de oorlog moeten onthouden?
     Was 5 mei 1945 het laatste oordeel en de laatste kans? En is toen het recht begonnen?

     Gelukkig maar, dan zit ik goed, want ik ben nooit 'fout' geweest. Toch twijfel ik daar wel eens aan. Ik ben nu al op het randje 'fout': ik ben blij dat ik rij in een blikken tuig dat jaarlijks 2400 doden veroorzaakt (nou ja, mij overkomt zoiets niet) en een grote hap lucht en levensruimte opslokt. Ca. 12.000 mensenlevens over vijf jaren is het offer dat wij blijkbaar over hebben voor onze (bewegings)vrijheid.
     Ook ik ben op het randje 'fout': ik weet dat 2/3 van de wereldbevolking niet of nauwelijks genoeg te eten heeft. Niet zo dichtbij als de hongerwinter en toch binnenskamers. Ik weet dat 'mijn eigen mensen', de westerse wereld, muren heeft opgebouwd om te voorkomen dat de armoed-zaaiers van de Derde Wereld onze rijkdom (die toch al zo op de tocht staat) aan zou tasten. Die muren zijn wel wat gecompliceerder dan het prikkeldraad van een concentratiekamp, zodat ik bij gebrek aan economische kennis kan zeggen "ich habe es nicht gewuszt". En mijn bijdrage aan de bewaking van deze muren is wel wat indirekter dan het "Befehl ist Befehl". Maar ik weet ervan. Ik word ermee geconfronteerd. En wat doe ik? O luxe van rijkdom en macht, ik geef een fooi aan deze slachtoffers. Goed, ik misdraag me niet, ik ben geen vredesmisdadiger. Maar... laat ik het zo zeggen: ik duik onder voor het verzet.
     U zegt: het nationaal socialisme en de terreur van Hitler zijn niet te vergelijken met deze tijd. Gelukkig heeft u 100% gelijk, althans wat het vrije westen betreft (volkerenmoord, martelingen, dictatuur, rassenhaat zijn nog niet verslagen). U zegt: Aantjes had de ernst van het nationaal socialisme en de Duitse macht beter moeten onderkennen. Weer heeft u gelijk. Maar is iemand die onder de druk en de terreur van die ernst verkeerde beslissingen neemt, fouter dan wij die in grote mate vrije keuze hebben?
     Is de genade voor zonden in die ernstige tijd begaan zoveel geringer dan voor de zonden in de 'vrije tijd' na '45? (Hier komt weer de reaktie dat we de mens Aantjes en de politicus Aantjes moeten scheiden. Dat wordt wel een onmenselijke politiek dan.).
     U zegt: Aantjes heeft zijn verleden verzwegen en het publiek misleid. Vermoedelijk heeft u al weer (voor een deel) gelijk. Maar nu we zien welke straf op Aantjes' verleden staat, is het niet onmogelijk om daar begrip voor op te brengen.
     (Misschien is Aantjes geen Nederlander meer. Dan heeft hij het geluk dat hij niet aan Nederland kan worden uitgeleverd om veroordeeld te worden. Hoewel: nog eer de feiten over Aantjes' gedrag en de staatkundige consequenties daarvan volledig vaststaan, is hij op maandagavond 6 november uitgeleverd aan het Nederlandse volk op een manier waarbij hij geen enkele kans meer maakte.)

     Het ironische en het trieste is dat juist Aantjes één van degenen is geweest, die met name bij veel jongeren het besef wakker heeft gemaakt en levend gehouden, dat de strijd om recht niet in 1945 is afgesloten. Dat het CDA en Nederland niet moeten denken, dat na '45 alles vredig zijn gang gaat. Zelf heeft hij lange tijd nodig gehad om dat goed te beseffen. De ontwikkeling die Aantjes doorgemaakt heeft is bekend.
     In 1943/44 is Aantjes onder de druk van de omstandigheden wankelmoedig geweest. De omstandigheden in augustus 1975 waren onvergelijkelijk met die oorlogsjaren. Toch was er moed voor nodig, geloof ik, om de rede uit te spreken die Aantjes toen heeft gehouden. De Aantjes van 23 augustus 1975 was een andere dan die van 12 oktober 1944.

     "Kijk eens om u heen. De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1% van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingshulp uitgeven, hebben wij meer zorg over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed dan over de vraag of die 99% die we voor onszelf reserveren, wel goed wordt besteed.
     De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overlaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld.
     En de vreemdelingen wórden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij wij ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen wens vuil te maken.
     De naakten wórden niet gekleed. Zij worden uitgestoten. En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld. En wij vinden dat wij al heel wat doen (ik spreek over mezelf) als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha's velden."

     Waren dit leugens en holle klanken of woorden van een man met visie en hart voor de zaak? Hoe dan ook, de oproep blijft, dacht ik, overeind staan.
     Al was Aantjes' politiek voor veel mensen niet altijd te volgen - daarvoor was hij, denk ik, te veel de meester van het compromis, waardoor wel eens aan duidelijkheid werd ingeboet - toch heeft hij altijd veel jongeren het vermoeden en de hoop gegeven, dat via het politieke gebeuren in Den Haag toch iets ten goede kan veranderen in de wereld van na de oorlog. Door de gebeurtenissen van afgelopen week zou dat vermoeden wel eens in elkaar kunnen storten. Dat is nu nog niet te zeggen.

     Nogmaals wil ik de ouderen vragen: wat wilt u nu dat wij van de oorlog leren? Ik begrijp nu, dat ik me nooit zal mogen aansluiten bij de SS. Maar het kwaad zal in een ander conflict ook in een andere lettercombinatie gehuld zijn.

     Als kind heb ik ooit eens de fout begaan, een verzetsmonument te gebruiken als klimrek. Een vriendelijke, oude man kwam me vertellen dat dat niet kon, omdat dat monument ons er aan moest herinneren, dat er dappere mannen waren gestorven voor onze vrijheid. Als kind kon ik dat niet begrijpen. Waar waren die dappere mannen nou voor gestorven, als wij hier niet eens mochten spelen? Zou het mogelijk zijn om ons vanuit dat akelige verleden meer bij het heden te bepalen, in plaats van er in te blijven steken.

Lees ook: Uit de kast

Geen opmerkingen:

Een reactie posten