donderdag 12 oktober 2017

Streektalen

De taal van mijn vader

Vrijdag 13 oktober ga ik naar de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten. De conferentie wordt gehouden in het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Sjef Barbiers van de Universiteit Leiden houdt een lezing over het Nederlands als overgangstaal tussen Fries en Vlaams, en het Brabants als overgangstaal tussen Nederlands en Vlaams. Rob Belemans van de Katholieke Universiteit Leuven spreekt over 'Limburgs van spreektaal naar streektaal' en Hans Bennis van de Nederlandse Taalunie doet het taalbeleid ten aanzien van streektalen uit de doeken. Verder ben ik vooral ook geïnteresseerd in de lezing van drie sprekers van de Fryske Akademy over Het Bildts: een Fries-Nederlands grensgeval.

Fries is mijn moedertaal, Bildts is de taal van mijn vader. Of dat laatste klopt, weet ik niet zeker. Ik weet welke talen mijn vader in zijn jeugd gehoord heeft, maar eigenlijk weet ik niet hoe hij sprak. Mijn vader Reinder Beert Lont werd geboren in Nye Syl, Nieuwe Bildtzijl, vlak achter de waddendijk. Zijn vader was daar bakker. De voorvaderen zijn oorspronkelijk afkomstig uit Holland, uit de omgeving van Dordrecht. In de 16e eeuw togen ze naar Friesland, waar zij meewerkten aan de inpoldering van de Middelzee. Mijn moeder Grietje Tamminga is geboren op het Leeuwarder Nieuwland, waar nu vliegveld Leeuwarden ligt. Mijn vaders voorvaderen hebben dit dus voor haar drooggelegd. De Bildtkers worden wel tweedehands Friezen genoemd, ze spreken een eigen mengtaal. Ik heb mijn vader wel Bildtse zinnetjes horen citeren, maar ik weet eigenlijk niet hoe hij in zijn jonge jaren sprak. Bij ons stond hij er op dat Heit (vader) als Hait geschreven werd. Zo wordt het trouwens ook uitgesproken. Ik herinner mij het zeurderig uitgesproken zinnetje: "Hait, mai ik een gait, alle jonges ha een gait, hait" en een gezonde Bildtse jongen heeft het niet over een famke maar z'n maisy.

Mensen vragen mij nogal eens of ik uit Wieringen kom. Daar wonen veel Lonten, maar ik heb er geen familie. Ik heb me vaak afgevraagd of de Wieringer Lonten naar Het Bildt kwamen of de Bildtse Lonten naar Wieringen. Dat laatste leek me aannemelijk, omdat de Wieringermeer pas in de 19e eeuw is drooggelegd en de Bildkers hun veel oudere polderervaring in Wieringen zouden konden toepassen. Een paar jaar geleden las ik van die theorie de bevestiging, maar helaas weet ik niet meer waar. De zekerheid die ik had verkregen over wie er nou eigenlijk het eerste was, is verloren gegaan door een boek dat ik onlangs kreeg uit de nalatenschap van mijn oom en tante Jarig en Pity Lont-Runia. Het Wieringer geslacht Lont (1670-1982) is samengesteld door mevrouw D.J. Bais-Hillen. In haar voorwoord schrijft zij: "Het onderzoek maakt mij duidelijk dat er een grote belangstelling bestond aangaande hun afstamming, die naar men meende in Friesland lag, n.l. 't Bildt en St. Annaparochie. Mijn onderzoek in die richting heeft hun mening niet kunnen staven."

Op zijn 16e verhuisde mijn vader naar Leeuwarden, toen onze pake Dirk Lont daar een bakkerij opende aan de Auke Stellingwerfstraat. Daar hoorde hij ongetwijfeld het Stadsfries en meer specifiek het Luwwarders. Het stadsfries is weer een andere mengvorm van het Fries en Hollands. Wat het gezin in huis nou precies sprak, weet ik dus niet. Ik heb in de familie later wel de Leeuwarder tongval en manier van uitdrukken gehoord. Hoewel Leeuwarden op de geboorte-akte van mijn moeder prijkt, sprak zij als boerendochter 'geef Frysk', gaaf of zuiver Fries, hoewel de meningen sterk verdeeld zijn over wat dat is. Het Fries kent wel zo'n veertig dialecten, heb ik me wel eens laten vertellen. Pake Dirk citeerde graag een spotdicht, dat - uit m'n hoofd - ongeveer zo gaat: ik stond op het dek, toen sprong er een man op m'n nek, die vroeg: vertel me, is het Fries een taal of dialek, ik zei: man, ben je gek, het Fries dat is een spraakgebrek. In Onze Taal (2017/10 p25) las ik onlangs een goede definitie voor het verschil tussen dialect en taal: "Een dialect is een taal wanneer de sprekers dat graag willen". Dat vind ik prettiger dan de opvatting "een taal is een dialect met een leger", hoewel die gedachte ook niet geheel bezijden de waarheid is.

Mijn vader leerde het 'geef Frysk' in zijn onderduikerstijd in de oorlog in Hindelopen (Hylpen) en natuurlijk van mijn moeder. Mijn vader is de middelste van vijf jongens. Als enige van de vijf nam hij het bakkersvak niet over van zijn vader, maar werd hij timmerman. Dat wilde hij al worden toen hij op vierjarige leeftijd de timmerlieden aan het werk zag bij de verbouwing van de bakkerswinkel in Nije Syl. Als enige van de Lonten emigreerden wij naar Holland, ik was een half jaar oud toen wij over de Afsluitdijk naar Schiedam vertrokken. Daar leerde ik lopen en Fries praten. Als we bij de Lonten in Friesland aankwamen, schakelden wij snel over van het Fries op het Nederlands.

----------
Streektaalconferentie 13/10/17: Stichting Nederlands Dialecten

Zie ook Wikipedia over  het Bildts - daarin lees ik (achteraf en dus te laat): 

Inwoners en sprekers van het Bildts worden Bilkerts genoemd (soms foutief Bildtkers).

Lees hier meer over 'geef Frysk':

Hoe Frysk is dyn Frysk? * Geef Frysk of linich Frysk? * Grunnegs artikel over Geef Frysk

P.S. Twee Lonten naast elkaar in het Fries literair tijdschrift Hjir (juli 1991). 
Links mijn Friese gedicht, rechts Titia Lont in het Bildts: 



Lees ook dit artikel in de Vpro-Gids van 23-01-2018 over Het Bildts: 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten