woensdag 22 oktober 2014

Washington Post



Ben Bradlee is overleden. Hij werd 93. Ben Bradlee was hoofdredacteur van de Washington Post tijdens de Watergate-affaire, die leidde tot het aftreden van president Nixon in 1974. Onder zijn leiding veranderde de Washington Post van een plaatselijke krant tot een luis in de pels van de nationale politiek. Als er kritiek kwam vanuit de autoriteiten dan stond hij pal voor zijn verslaggevers, die hij binnenskamers voortdurend maande de feiten te checken en te zorgen voor dubbele bevestiging: "Just get it right!". 


Toevallig vertelde ik gisteren een jonge vriendin (21) over het Watergate-schandaal. Zij is net aan een studie internationaal recht begonnen en we discussieerden over het Handvest van de Verenigde Naties, dat ze bij zich droeg in haar schoudertas. Nadat ik haar had geholpen met verhuizen en we de bestelbus hadden teruggebracht, liepen we te dwalen door de donkere stad tijdens een felle hagelbui op zoek naar een hapje eten. Toen we haar studieplannen bespraken, kwam mijn reis door Amerika ter sprake, die ik als 24-jarige in 1980 maakte met mijn toen 21-jarige vriendin.

Tijdens onze reis door Amerika werd één van mijn grote wensen vervuld: een rondleiding door de burelen en de drukkerij van de Washington Post. Een eerste poging, gewoon door de hoofdingang naar binnen en vragen bij de receptie, had niets opgeleverd. We logeerden bij een stel studenten die we bij toeval hadden ontmoet. Al snel kwamen de gesprekken op gebeurtenissen die toen, in 1980, nog vers in het geheugen lagen en grote indruk op ons hadden gemaakt, zoals de terroristische aanval op de Israëlische ploeg tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München. Ik bracht zelf het Watergate-schandaal ter sprake en vertelde hoe dit, eerst in kleine berichten en later als steeds groter wordend nieuws bijna dagelijks in het Nederlandse journaal te zien was geweest, met altijd die kenmerkende foto van het Watergate-gebouw op de achtergrond. "Loop eens mee naar buiten", zei één van de studentes. Vanuit de voortuin wees ze op een groot gebouw aan het einde van de straat: dáár lag het Watergate-gebouw, met z'n kenmerkende ringen en balkons. Ik was flabbergasted. 

Lange tijd heb ik gedacht dat het Watergate-gebouw het hoofdkantoor van de Democratische Partij was, maar die partij huurde daar slechts enkele kantoorruimtes. Het gebouw is een soort Hoog Catharijne, met een winkelcentrum, appartementen en kantoren. In 1972 vond er een inbraak plaats en vijf inbrekers werden gearresteerd. Klein, plaatselijk nieuws. De journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein doken er in en wisten het nieuws steeds verder te ontrafelen tot ze uiteindelijk, na jaren, bij president Nixon uitkwamen, die gedwongen werd te vertrekken. Het was niet de politieke of nationale redactie van de Washington Post maar de stadsredactie, de City Desk, die de president ten val bracht. Hoofdredacteur Ben Bradlee en uitgeefster Katharine Graham bleven, met veel aarzelingen en tegenvallers, hun reporters door dik en dun steunen. Het verhaal wordt prachtig getoond in All the President's Men, de film naar het gelijknamige boek van Woodward en Bernstein.

Mijn vriendin en ik verbleven twee weken bij de studenten in Washington en we deden in die dagen onze boodschappen in het Watergate-gebouw. Daarna liftten we weer verder, onze reis zou bij elkaar negen maanden duren. Een paar weken later ontmoetten we het echtpaar Bob en Dale Searle in Charlottesville, Virginia, en ik vertelde over ons mislukte bezoek aan de Washington Post. Bob kende daar iemand en na één telefoontje waren we van harte welkom.

Bob's vriend David Maraniss werkte bij de City Desk van de Washington Post en we konden een weekendje bij hem en zijn gezin logeren. (*) Terwijl de ouders naar het theater gingen, heb ik op hun zoon en dochter gepast, twee pre-pubers, en ik herinner me dat ik de zoon moest controleren of hij na het douchen zijn haren en oren wel goed had afgedroogd. Gelukkig vond hij dat net zo eng als ik en vond hij zichzelf oud genoeg om deze taak zelf op zich te nemen.

In de jaren '90 tijdens de Clinton-jaren zag ik David Maraniss een paar keer terug op de Nederlandse televisie. Hij schreef een biografie over Bill Clinton en won de Pulitzer Prize met zijn verslaggeving over Clinton's campagne. David Maraniss werkt nog steeds bij de Washington Post en is daar inmiddels adjunct hoofdredacteur.

Die zaterdagmorgen leidde David ons rond door alle redacties en de drukkerij van de Washington Post. We spraken een oude drukker en ik liet mijn naam in lood zetten. Toen we aan het eind van de rondleiding zaten te praten op David's werkplek kwam Bob Woodward binnen. David stelde hem aan ons voor. Maar ik stond met mijn mond vol tanden. Als ik ooit dacht journalist te zijn, dan was dit moment het dieptepunt in mijn carrière.

Links: 
Wikipedia: Benjamin C. Bradlee
Wikipedia: David Maraniss
Website van David Maraniss
Google: Afbeeldingen Watergate 

(*) CORRECTIE. Hier heeft mijn herinnering aan dat weekend twee gezinnen in elkaar geschoven. Bob Searle introduceerde ons zowel bij David Maraniss, die ons de Washington Post liet zien, als bij Stanley Nollen en zijn gezin, waar we logeerden en oppasten. Stanley Nollen was - en is - economie-professor aan de Georgetown University in Washington DC. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten