Maandagochtend om 10:00 uur behandelt de Raad van State twee beroepszaken over de monumentale boerderij De Grote Geer aan de Snoeksloot 54 in Houten. Het gaat om de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een overkapping voor zonnecollectoren op het achtererf en een fietsenberging met kliko-ombouw op het voorerf. Op 30 september 2022 heeft de gemeente enkele bezwaren ongegrond verklaard. In november 2023 heeft de rechtbank Midden-Nederland in twee afzonderlijke zaken één bezwaar gegrond en het andere ongegrond verklaart. De bezwaarmakers zijn hiertegen in beroep gegaan bij de Raad van State. Die buigt zich er aanstaande maandag over. De uitspraak kan daarna nog wel een tijd op zich laten wachten.
In boerderij De Grote Geer vangen Wim Diepeveen en Anja Reijersen van Buuren jongeren op van 16 tot en met 23 jaar in een zo gewoon mogelijke gezinssetting. Zij vroegen een vergunning aan voor een overkapping met zonnecollectoren op het achtererf en een fietsenberging met kliko-ombouw op het voorerf. De gemeente weigerde de vergunning voor de fietsenberging, onder meer omdat dit de monumentale status van het complex zou aantasten en zou leiden tot 'verrommeling' van het voorerf.
De gemeente stelt dat het gehele erf onder de monumentale bescherming valt. Maar in de 'redengevende omschrijving' van het monument wordt het erf niet genoemd, alleen de boerderij, het zomerhuis en de leilinden. De gemeente mocht daarom volgens de rechter de monumentenstatus niet als weigeringsgrond gebruiken, maar wél op grond van een 'goede ruimtelijke ordening' om verrommeling tegen te gaan. De berging was in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank ging dus mee in de redenering van de eigenaar maar de uitkomst bleef hetzelfde. Daarom zijn de bezwaarmakers naar de Raad van State gestapt, die het laatste oordeel mag geven.
Zie ook website De Grote Geer
Openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de Omgevingskamer (Unit R4) van de Afdeling Bestuursrechtspraak op maandag 4 mei 2026 te Den Haag, Kneuterdijk 22, zaal 3 om 10:00 uur. Voorzitter: staatsraad H.J.M. Besselink. Zaken 202400129/1/R4 (C.L.M. Majoor) en 202400181/1/R4 (W. Diepeveen). Juristen in beide zaken: W.J.C. Robben en mr. D. van Gulik. Rechtbank Midden-Nederland: 2023:6278 en 2023:6279.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten