Eind september verscheen het Ringpark Magazine, een uitgave van de provincie Utrecht en de Vereniging Deltametropool. Het Utrechts 'Ringpark' brengt groene gebieden samen in een groot netwerk. Het ringpark is niet een concreet park maar een concept, dat uitgaat van vier ringen in en rond elke stad of dorp. De eerste ring is de historische kern. Stads- en dorpsparken vormen de tweede ring en een dorps- of stadsrandzone de derde ring. Het platteland is de buitenste ring. Binnen dit concept worden deze ringen verbonden, zodat er een groen netwerk ontstaat dat steden en dorpen verbindt met het buitengebied. Het Ringpark Magazine ofwel 'Ring! Ring! Ring! Ring!' is via de website van de provincie te downloaden of te bestellen.
Meer groen nieuws. Begin oktober hebben de Utrechtse gedeputeerde Hanke Bruins Slot en de Houtense wethouder en voorzitter van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden Herman Geerdes in Nieuwegein de eerste paal geslagen van het nieuwe Wandelroutenetwerk Kromme Rijnstreek. De komende maanden worden meer routepalen en bordjes aangebracht en naar verwachting is het wandelnetwerk in maart 2020 gereed. Bij het realiseren en op elkaar aansluiten van de wandelroutes werken het recreatieschap en de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist samen. Het nieuwe netwerk beslaat ongeveer 500 kilometer aan wandelpaden en 400 knooppunten en sluit aan op de 1100 kilometer aan eerder gerealiseerde Wandelnetwerken Groene Hart Utrecht-West en Utrecht-Midden.
Bron: 't Groentje Bunniks Nieuws 9.10.19
donderdag 10 oktober 2019
maandag 7 oktober 2019
Zetelroof
Tweedekamerlid Wybren van Haga, die twee weken geleden uit de VVD-fractie is gezet, heeft besloten om zijn zetel niet op te geven. Dat vind ik geen goede beslissing. Hij zou er goed aan doen te vertrekken. Maar laat iedereen die het woord "zetelroof" in de mond neemt, zijn mond spoelen met Dubro Citroen (schuimt nog volop).
"Zetelroof" veronderstelt dat je de zetel van iemand anders afpakt en dat deze dus van iemand anders is. Maar hoewel de meeste kamerleden binnenkomen op de slipstream van hun partij en lijsttrekker, toch blijft het principe overeind - móet in mijn ogen overeind blijven - dat elk kamerlid het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigt, stemt zonder last of ruggespraak, zijn geweten volgt en zelf verantwoordelijkheid draagt voor zijn keuzes.
Dat die vrijheid is ingeperkt door de politieke werkelijkheid, partijprogramma's en zwaar uitonderhandelde akkoorden doet aan dat uitgangspunt niet af. De waarheid ligt ergens in het midden. Alleen verkiezingen en de geloofsbrieven (het bewijs dat iemand aan de objectieve voorwaarden voor het kamerlid voldoet) vormen de basis voor een kamerzetel.
Het alternatief is namelijk dat de zetel inderdaad aan iemand anders toebehoort en dat het aan de fractievoorzitter of partij is om een voorraadje kamerzetels uit te delen en dat elk kamerlid dat zich niet gedienstig gedraagt door de baas kan worden ontslagen.
Dat model zou Wybren van Haga trouwens vast wel aanspreken. Hij blijft om als ondernemer op te komen voor de ondernemers.
Zie ook:
NOS 7.10.19 Oud-VVD-fractielid Van Haga neemt Kamerzetel mee
Zie ook:
NOS 7.10.19 Oud-VVD-fractielid Van Haga neemt Kamerzetel mee
zondag 6 oktober 2019
Moeder uitgezwaaid
Mijn moeder ging op bezoek bij haar broer in Australië. Haar broer, mijn omke Symen, is begin jaren '50 met zijn gezin geëmigreerd. Niemand van de familie in Nederland was nadien ooit daar op bezoek geweest. Mijn moeder was inmiddels de 70 gepasseerd en haar broer 82, ze vond het tijd om hem op te zoeken. Maar ze had nog nooit gevlogen en was nauwelijks over de grens geweest.
In diezelfde periode wilde de vrouw van mijn broer haar oom en tante in Australië bezoeken. Zo ontstond het plan om samen via Indonesië te vliegen, zodat mijn moeder op de eerste vlucht van haar leven gezelschap en begeleiding had. Ze boekten een Garuda-vlucht via Medan naar Djakarta. Van daaruit zou mijn schoonzus naar Brisbane in het Oosten en mijn moeder naar Perth in het Westen van Australië vliegen.
Maar op Schiphol bleek de vlucht geannuleerd. Al dagen waren de bosbranden in Indonesië in het nieuws. Boeren staken hun velden en stukken bos in brand om nieuwe akkers aan te leggen. Zoals wel vaker, waren de branden uit de hand gelopen en er hing een grote mist over grote delen van het land en verder. Vliegen was onveilig geworden.
Grote spanning op Schiphol, lange tijd bleef onduidelijk hoe het verder zou gaan. M'n schoonzus kon als eerste overgeboekt worden op een andere vlucht met aansluiting naar Brisbane. Mijn moeder zou met een bus naar een hotel in Leiden worden gebracht en daar op kosten van Garuda overnachten, in afwachting van een geschikte vlucht. Mijn vader twijfelde nu of hij zijn vrouw wel alleen had moeten laten gaan. Mijn moeder aarzelde ook. "Maar als ik niet ga, Ytzen, wie dan?" Ineens besefte ik dat ze het als haar heilige plicht zag om haar broer te bezoeken. Ze was altijd trouw aan haar familie, wat er ook gebeurt. Maar nu zag ze toch wel op tegen de vlucht, ik zag een moment van angst in de ogen van m'n nuchtere, altijd onderkoelde moeder. "Ga je mee?", vroeg ze.
Terwijl mijn moeder met de bus naar Leiden werd gebracht, reisde ik hals over kop naar het Australische consulaat in Amsterdam. Binnen twee uur had ik een visum voor Australië in mijn paspoort. Ik had geen ja of nee gezegd op de vraag van mijn moeder, maar ja was geen optie zonder visum. Met de trein reisde ik vervolgens van Amsterdam naar Leiden, waar mijn moeder net een rijk Indonesisch buffet voorgeschoteld kreeg. Als m'n moeder iets niet eet is het scherp gekruid eten, dus in elk geval kon ik die taak van haar overnemen. Ik vroeg haar of ze nog wilde dat ik meeging. Ze was inmiddels weer tot rust gekomen en voelde zich sterk genoeg om in haar eentje de grote reis te aanvaarden. De volgende morgen in alle vroegte kon ze vertrekken.
Mijn vader en ik waren weer vroeg op Schiphol om haar uit te zwaaien. Nadat we afscheid hadden genomen gingen we op het dakterras staan om het vliegtuig te zien vertrekken. We konden het zien opstijgen en minutenlang steeds kleiner zien worden totdat het als een klein puntje in de wolken verdween. Bedrukt staarden we nog een poosje naar de lucht. Door alle gedoe rond de vlucht was ons ontspannen optimisme verdwenen, ik besefte dat er iets kon gebeuren waardoor ik haar nooit terug zou zien. Maar dat zou zo'n vaart niet lopen, vliegen is immers veilig. Maar dan besefte ik dat ze hoe dan ook ooit uit mijn leven zou verdwijnen, als een steeds kleiner wordend puntje in de lucht en dat dit afscheid onafwendbaar zou zijn.
Thuisgekomen in Utrecht moest ik huilen. Helemaal leeg en doodmoe van het vroege opstaan en de spanning viel ik daarna op de bank in slaap. Tegen twaalven werd ik wakker en zette ik de televisie aan. Het journaal opende met het nieuws van een vliegtuig van Garuda dat door de bosbranden was neergestort bij Medan. Het vliegtuig had in de dichte mist een verkeerde draai gemaakt en was tegen de bergen gevlogen. Het journaal was nog niet voorbij of mijn vader belde, met overgeslagen stem. We vertelden elkaar dat zij niet in dit vliegtuig kon zitten, ze was nog niet eens halverwege. Maar we konden onze emoties niet verbergen.
Mijn moeder redde zich ondertussen uitstekend, zo bleek later toen ze thuiskwam met verhalen. Haar vliegtuig was omgeleid van Medan naar Djakarta en zou daarna alsnog doorvliegen naar Medan. Ze besloot in Djakarta te wachten op haar vlucht naar Perth en bleek zich, met alleen lagere school maar een goed stel hersens en een open blik, goed te kunnen redden in het Engels en met handen en voeten. Luchtvaarttermen als check in, gate en departure had ik voor haar op een papiertje gezet.
Die dag heb ik dus gehuild om het afscheid van m'n moeder en ik vroeg mij af of je op voorraad kan huilen. Ja dat kan. Jaren daarvoor had ik over deze vraag al eens nagedacht, bij het schrijven van een verhaal over mijn moeders afscheid van háár moeder, toen ze dertien was. Ik schreef (samengevat):
<< "Het schijnt dat ik veel huilde toen". De vader kijkt niet begrijpend. "De dag van mijn geboorte". De vader knikt en kijkt mild glimlachend voor zich uit. "Ik huil niet minder nu. Ik verspreid alleen mijn tranen beter over de jaren." >>
Precies vijftien jaar nadat ik mijn moeder uitzwaaide, hebben we haar begraven (27-09-12). Ik heb die dag niet gehuild. Dat had ik al gedaan.
Waving Mother Goodbye
[translated from Dutch]
In Aircrash Investigation on National Geographic this afternoon, the crash of a Garuda plane near Medan on September 26, 1997. I've seen this episode before. All 152 passengers were killed, the biggest plane crash in Indonesia's history. That day I cried uncontrollably. My mother was on a plane from Garuda to Medan at the time.
My mother went to visit her brother in Australia. Her brother, my omke Symen, emigrated with his family in the early 1950s. None of the family in the Netherlands had ever visited there afterwards. My mother was now over 70 and her brother 82, she thought it was time to visit him. But she had never flown and had barely crossed the border.
At the same time, my brother's wife wanted to visit her aunt and uncle in Australia. This is how the plan came about to fly via Indonesia together, so that my mother had company and guidance on the first flight of her life. They booked a Garuda flight via Medan to Jakarta. From there my sister-in-law would fly to Brisbane in the East and my mother to Perth in the West of Australia.
But at Schiphol airport the flight turned out to be cancelled. Forest fires in Indonesia had been in the news for days. Farmers set fire to their fields and patches of forest to create new fields. As often, the fires had gotten out of hand and a great fog hung over large parts of the country and beyond. Flying had become unsafe.
Great tension at Schiphol, it remained unclear for a long time how things would proceed. My sister-in-law was the first to be transferred to another flight connecting to Brisbane. My mother was to be taken by bus to a hotel in Leiden and spent the night there at Garuda's expense, while waiting for a suitable flight. My father now doubted whether he should have let his wife go alone. My mother was also hesitant. "But if I don't go, Ytzen, then who will?" I suddenly realized that she saw it as her sacred duty to visit her brother. She was always loyal to her family no matter what. But now she dreaded the flight, I saw a moment of fear in the eyes of my sober, always unemotional mother. "Are you coming with me?", she asked.
While my mother was brought to Leiden by bus, I travelled as fast as I could to the Australian consulate in Amsterdam. Within two hours I had a visa for Australia in my passport. I didn't say yes or no to my mom's request, but 'yes' wasn't an option without a visa. I then travelled by train from Amsterdam to Leiden, where my mother had just been served a rich Indonesian buffet. If there’s anything my mother would never eat, it's spicy food, so at least I could take that task upon me. I asked her if she still wanted me to come with her. She had now calmed down and felt strong enough to undertake the big journey on her own. She was able to leave early the next morning.
My father and I were early again at Schiphol airport to say goodbye to her. After we said goodbye we stood on the roof terrace to watch the plane take off. We could see it depart and get smaller and smaller for minutes until it disappeared like a tiny dot in the clouds. We stared at the sky for a while, depressed. With all the hassle around the flight, our relaxed optimism had disappeared, I realized that something could happen that would make me never see her again. But that wasn’t likely, after all, flying is safe. But then I realized that she would one day disappear from my life, like a diminishing point in the sky and that this parting would be inevitable.
When I came back home in Utrecht I cried. Completely empty and exhausted from getting up early and all the tension I then fell asleep on the couch. I woke up around noon and turned on the television. The news opened with the news of a Garuda plane that had crashed through the forest fires near Medan. The plane had made a wrong turn in the thick fog and had hit the mountains. The news hadn’t finished yet when my father called, with cracking voice. We told each other that she couldn't be on this plane, she wasn't even half way there. But we couldn't hide our emotions.
My mother in the meantime was doing very well, as it turned out when she came home with her stories. Her plane had been diverted from Medan to Jakarta and would then continue to Medan. She decided to wait in Jakarta for her flight to Perth and, with only primary school but a good brain and an open mind, she was able to get by in English and by gesturing with hands and feet. I had put aviation terms like check in, gate and departure on a piece of paper for her.
So that day I cried for saying goodbye to my mother and I wondered if one can cry in stock. Yes, that's possible. Years before, I had thought about this question when writing a story about my mother's goodbye to her mother, who passed away when she was thirteen.
I wrote (in summary):
<< "It seems that I cried a lot then". The father does not understand. "The day of my birth". The father nods and smiles mildly ahead. "I don't cry less now. I just spread my tears better over the years." >>
Exactly fifteen years after I said goodbye to my mother, we buried her (9/27/2012). I didn't cry that day. I had already done that.
My mother went to visit her brother in Australia. Her brother, my omke Symen, emigrated with his family in the early 1950s. None of the family in the Netherlands had ever visited there afterwards. My mother was now over 70 and her brother 82, she thought it was time to visit him. But she had never flown and had barely crossed the border.
At the same time, my brother's wife wanted to visit her aunt and uncle in Australia. This is how the plan came about to fly via Indonesia together, so that my mother had company and guidance on the first flight of her life. They booked a Garuda flight via Medan to Jakarta. From there my sister-in-law would fly to Brisbane in the East and my mother to Perth in the West of Australia.
But at Schiphol airport the flight turned out to be cancelled. Forest fires in Indonesia had been in the news for days. Farmers set fire to their fields and patches of forest to create new fields. As often, the fires had gotten out of hand and a great fog hung over large parts of the country and beyond. Flying had become unsafe.
Great tension at Schiphol, it remained unclear for a long time how things would proceed. My sister-in-law was the first to be transferred to another flight connecting to Brisbane. My mother was to be taken by bus to a hotel in Leiden and spent the night there at Garuda's expense, while waiting for a suitable flight. My father now doubted whether he should have let his wife go alone. My mother was also hesitant. "But if I don't go, Ytzen, then who will?" I suddenly realized that she saw it as her sacred duty to visit her brother. She was always loyal to her family no matter what. But now she dreaded the flight, I saw a moment of fear in the eyes of my sober, always unemotional mother. "Are you coming with me?", she asked.
While my mother was brought to Leiden by bus, I travelled as fast as I could to the Australian consulate in Amsterdam. Within two hours I had a visa for Australia in my passport. I didn't say yes or no to my mom's request, but 'yes' wasn't an option without a visa. I then travelled by train from Amsterdam to Leiden, where my mother had just been served a rich Indonesian buffet. If there’s anything my mother would never eat, it's spicy food, so at least I could take that task upon me. I asked her if she still wanted me to come with her. She had now calmed down and felt strong enough to undertake the big journey on her own. She was able to leave early the next morning.
My father and I were early again at Schiphol airport to say goodbye to her. After we said goodbye we stood on the roof terrace to watch the plane take off. We could see it depart and get smaller and smaller for minutes until it disappeared like a tiny dot in the clouds. We stared at the sky for a while, depressed. With all the hassle around the flight, our relaxed optimism had disappeared, I realized that something could happen that would make me never see her again. But that wasn’t likely, after all, flying is safe. But then I realized that she would one day disappear from my life, like a diminishing point in the sky and that this parting would be inevitable.
When I came back home in Utrecht I cried. Completely empty and exhausted from getting up early and all the tension I then fell asleep on the couch. I woke up around noon and turned on the television. The news opened with the news of a Garuda plane that had crashed through the forest fires near Medan. The plane had made a wrong turn in the thick fog and had hit the mountains. The news hadn’t finished yet when my father called, with cracking voice. We told each other that she couldn't be on this plane, she wasn't even half way there. But we couldn't hide our emotions.
My mother in the meantime was doing very well, as it turned out when she came home with her stories. Her plane had been diverted from Medan to Jakarta and would then continue to Medan. She decided to wait in Jakarta for her flight to Perth and, with only primary school but a good brain and an open mind, she was able to get by in English and by gesturing with hands and feet. I had put aviation terms like check in, gate and departure on a piece of paper for her.
So that day I cried for saying goodbye to my mother and I wondered if one can cry in stock. Yes, that's possible. Years before, I had thought about this question when writing a story about my mother's goodbye to her mother, who passed away when she was thirteen.
I wrote (in summary):
<< "It seems that I cried a lot then". The father does not understand. "The day of my birth". The father nods and smiles mildly ahead. "I don't cry less now. I just spread my tears better over the years." >>
Exactly fifteen years after I said goodbye to my mother, we buried her (9/27/2012). I didn't cry that day. I had already done that.
donderdag 3 oktober 2019
Personeel van de keizer
Persbericht Museum Huis Doorn 2-10-19
Oproep: Museum Huis Doorn zoekt informatie over personeelsleden van ex-keizer Wilhelm II
Herinrichting dienstvertrekken
Museum Huis Doorn is gestart met een project dat de reconstructie van de dienstvertrekken op de zolder van Huis Doorn tot doel heeft. Onderdeel van dit project is een onderzoek naar het personeel dat in dienst was van de laatste Duitse keizer Wilhelm II. Museum Huis Doorn wil meer inzicht krijgen in wat er nodig was om een huishouden in een groot landhuis draaiende te houden en de hoe sociale verhoudingen lagen.
Wie waren de personeelsleden en hoe zag hun werkdag eruit?
We zijn voor dit project specifiek op zoek naar personeelsleden of nabestaanden van personeelsleden die werkten op Huis Doorn in de jaren 1920-1953. Wie waren deze mensen, hoe zag hun werkdag eruit, voor welke taken waren ze in dienst genomen? Hoe hebben ze hun 'diensttijd' ervaren? Zijn er nog persoonlijke bezittingen bewaard gebleven van deze personen? En vertellen deze objecten iets over hun werktijd op Huis Doorn?
Kent u personeelsleden?
Van veel personeelsleden kennen we de naam niet. Over hen zouden we graag meer te weten komen. Maar ook over de personeelsleden waarvan we naam kennen zoeken we informatie.
Dit zijn de namen die bij ons bekend zijn:
De heren:
Barend Barneveld, Willem van Barneveld, Piet van Duivenvoorde, Hugo Wilhelm Fernau, Cornelis van Ginkel, Gert Hardeman (ook bekend als 'Oscar'), Adriaan van der Heijden, Wim van der Heijden, Bart van Mourik, Gerrit Nieboer, Bart Petersen, Willem Reede, Kees Rensen, Gerrit van Veenendaal
De dames:
Mej. de Beaulieu (D), Dien Beekman, Johanna Broekhuizen, Mien van Dijk, Stien Dorrestein, Mina van der Grift, Mej. von Furche (D), Mej. von Karst (D), Mijntje Koetsier, Riek Maartens, Wilhelmina Meertens, Fien van Oudbroekhuizen, Stien Stoltenkamp, Rie Spanje, Coba Veenendaal, Gerrie Veldhuizen, Jenny Velthuizen, Greet van Vliet, Mej. von Weferling (D), Mej. von Wiske (D)
Families:
de heer en mevrouw Turke (D), de heer en mevrouw Groth (D), de heer en mevrouw Prawitt (D), de heer en mevrouw Lange (D)
Uw informatie helpt ons onderzoek verder!
Heeft u informatie over personeelsleden en/of persoonlijke bezittingen en wilt u deze informatie met ons delen? Neem dan contact met conservator Wendy Landewé via collectiebeheer@huisdoorn.nl. Alle informatie zal vertrouwelijk worden behandeld en niets zal worden gepubliceerd zonder uw uitdrukkelijke toestemming!
Abonneren op:
Posts (Atom)