Gemeenten krijgen elk half jaar te horen hoeveel statushouders - erkende vluchtelingen - zij huisvesting moeten bieden. Statushouders hebben daarbij geen wettelijk recht voorrang op een woning, zoals sommige mensen denken. Gemeenten zijn op grond van de Wet Inburgering uit 2021 verantwoordelijk voor de inburgering. Zij kunnen daarmee beginnen zodra een statushouder aan een gemeente is gekoppeld, ook al woont de betrokkene nog ergens in een AZC. Vaak veel langer dan de bedoeling is. De gemeente start dan al met een intake, het opstellen van een persoonlijk integratie- en participatieplan (PIP) en het aanbieden van cursussen taal en kennis van de maatschappij.
De vroege start betekent dat de statushouder al een heel eind op weg is met zijn inburgering als hij aan de beurt is voor een woning. Zelfs de niet zo asielzoekersminnende asielminister Faber (PVV) vond dit een goed idee.
Maar de huidige regering wil de huisvestingstaakstelling afschaffen. Er staat dan niet meer van tevoren vast welke statushouder in welke gemeente komt te wonen. Gemeenten kunnen dus pas aan het inburgeringstraject beginnen als de statushouder een woning gevonden heeft en zich inschrijft bij de gemeente. De veelbelovende vroege start gaat op deze manier verloren.
Lees het artikel op de website Schulinck.nl
Lees het artikel op de website Schulinck.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten