dinsdag 19 mei 2026

Rechtbank mag vrije journalisten niet uitsluiten

De rechtbank Den Haag heeft de accreditatievoorwaarden uit de Persrichtlijn 2025 van de rechtbanken onrechtmatig en onverbindend verklaard. De voorwaarden zijn in strijd met de vrijheid van meningsuiting volgens artikel 10 van de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit betekent dat ook niet-geaccrediteerde journalisten toegang moeten krijgen tot de persfaciliteiten van de rechtbank. "De Rechtspraak buigt zich de komende tijd over de vraag of onder voorwaarden ook toegang mogelijk is voor personen die niet over één van de in de persrichtlijn genoemde perskaarten beschikken", aldus een woordvoerder van de rechtbanken. 

De uitspraak van de rechter is belangrijk voor 'vrije journalisten', zelfstandige bloggers en podcasters, parttimers, maar ook voor lokale en streekomroepen (NLPO), die vaak met vrijwilligers werken. De zaak werd aangespannen door de Vereniging van Vrije Journalisten (VVJ). 

Op 1 juni 2025 hebben de rechtbanken een nieuwe persrichtlijn uitgegeven. Daarin staat dat alleen geaccrediteerde journalisten met een perskaart van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), de Buitenlandse Persvereniging (BPV) of een politie-perskaart toegang kunnen krijgen tot de persfaciliteiten. Zij kunnen vooraf belangrijke gegevens rond een rechtszaak inzien (de 'persrol') en mogen onder bepaalde voorwaarden tijdens de zitting opnames maken en live verslag doen. Maar niet elke journalist is aan een groot mediabedrijf verbonden of komt in aanmerking voor een perskaart. Zo stelt de NVJ inkomensvoorwaarden en een minimaal aantal uren dat iemand als journalist werkzaam is. 

Tot vorig jaar konden ook journalisten die niet aan deze voorwaarden voldoen toegang krijgen tot de persfaciliteiten. Zij moesten daarvoor een verklaring ondertekenen, waarin zij toezeggen de privacy van betrokkenen te waarborgen en het embargo op publicatie tot zittingsdatum na te leven. In 2025 heeft de rechtspraak op basis van de nieuwe richtlijnen deze toegang voor niet-geaccrediteerde journalisten beëindigd. Zij kunnen voor hun verslaggeving niet langer over alle persinformatie beschikken. Zij mogen alleen nog als 'publiek' aanwezig zijn. Dit werkt overigens twee kanten op: de rechtbank kan niet-geaccrediteerde journalisten buiten de zitting niet meer binden aan de afspraken die tot die tijd golden. 

De Haagse rechter overweegt dat het medialandschap door de opkomst van nieuwe technologieën en social media verandert. Dit leidt ertoe dat meer mensen zich gaan bezighouden met het vergaren en verspreiden van informatie. De traditionele mediabedrijven zijn aangevuld met personen die daarbij niet zijn aangesloten en die niet noodzakelijkerwijs hiermee hun inkomen verdienen. Ook zij spelen een rol in de nieuwsgaring en -verspreiding, aldus de rechter. Zij kunnen zich daarbij journalist noemen, want het is geen beschermd beroep. 

Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) erkent dat niet alleen traditionele journalisten een rol spelen als publieke waakhond, maar ook actieve burgers, bloggers en anderen. Ook zij worden beschermd door de in artikel 10 van de EVRM vastgelegde vrijheid van meningsuiting. Dat is het geval als zij te goeder trouw bijdragen aan publieke controle door informatie te verzamelen en te verspreiden, hun informatie betrouwbaar is en maatschappelijke relevantie heeft.

De Nederlandse wetgever erkent nieuwe media, zoals streaming video, nieuwssites en blogs, als journalistieke activiteiten die kunnen vallen onder de bescherming die journalisten toekomt. Dit betreft onder andere het recht op bronbescherming bij vrije nieuwsgaring, zoals vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. Voor de omschrijving van het beroep van journalist wordt daarbij verwezen naar een aanbeveling van de Raad van Europa uit het jaar 2000 (vertaald): "Onder de term journalist wordt verstaan ​​elke natuurlijke of rechtspersoon die zich regelmatig of professioneel bezighoudt met het verzamelen en verspreiden van informatie aan het publiek via welk massamedium dan ook." 

Een criterium dat is gebaseerd op inkomen, tijdsbesteding of een arbeidsovereenkomst, sluit onterecht bepaalde andere personen die bijdragen aan het publiek debat uit, aldus de rechtbank in Den Haag. 

Mijn eigen persrol
Voor eigen verslaggeving, een streekomroep en lokale media verzamel ik informatie over actuele onderwerpen. Van 2020 tot 2025 had ik op basis van het protocol toegang tot de persfaciliteiten: de persrol met de basisgegevens van alle zittingen in de komende weken en de mogelijkheid om direct verslag te doen vanuit de rechtszaal. In 2025 heeft de Rechtspraak een einde gemaakt aan deze toegang. Toen ik onlangs toegang vroeg tot de persinformatie voor een zitting van de politierechter waar ik voor verschillende media verslag van deed, werd dit door de rechtbank geweigerd. Op 13 mei 2026 verklaarde de rechtbank in Den Haag deze blokkade onrechtmatig. Dezelfde dag heb ik de Rechtspraak gevraagd mijn toegang te herstellen. Uit de reactie blijkt dat de rechtbanken nog puzzelen of en hoe ze de uitspraak van de rechter moeten uitvoeren. Er is nog hoger beroep mogelijk.

Persbericht en uitspraak rechtbank Den Haag 13-05-2025
Aanvulling: inmiddels heeft de Rechtspraak een uitgebreidere reactie gepubliceerd. 

Rechtbank Den Haag (foto: Beeldbank Rechtspraak)




Geen opmerkingen:

Een reactie posten