woensdag 6 mei 2020

Verloren

Uit de kast
Het lot wijst een boek, bladzijde, zin en woord uit de kast
van Ytzen Lont

Pim Fortuyn is dood. 

Het is maandagavond 6 mei 2002. Vandaag achttien jaar geleden. 

Mijn moeder en ik zijn die maandagmiddag aangekomen in het Friese IJlst voor een weekje in onze caravan aan het water. De week van Hemelvaart. Het avondlicht strijkt over het water van de Geeuw. We hebben ons net geïnstalleerd, de koffie is gezet en we zitten klaar voor het journaal. Dan is er die omroepstem van Nederland 1, net voor de reclame: "Het programma wordt aangepast vanwege de aanslag op Fortuyn". Mijn moeder en ik kijken elkaar verbaasd aan. We weten van niets. Weer een taartgooier? Dan boinkt het journaal ons vakantiehuisje binnen. 

Pim Fortuyn is dood. 

Het lot
Deze week wil ik een oud idee weer oppakken. Een blog schrijven over een willekeurige, door het lot aangewezen tekst uit mijn archief of boekenkast. Gedreven door een rondwarend virus ben ik fanatiek begonnen mijn zolder op te ruimen. Als mijn nabestaanden de rommel achter mij moeten opruimen, dan moeten ze er op z'n minst bij kunnen. Een vriendin heeft mij op Bevrijdingsdag een cijferreeks gestuurd waarmee ik langs de stellingkasten ben gelopen. Stelling 2, kast 3, plank 6. Haar lotnummer leidt mij naar een tijdschriftbox die nog geen plek gevonden heeft. Kamerverkiezingen 2002. De cijfers sturen mij verder. Stof dwarrelt op en mijn adem stokt, als ik blader door het mapje Fortuyn vermoord. Uiteindelijk brengt het lot mij bij de Volkskrant van 7 mei 2002, de ochtend na de moord. Ik tel door naar regel 6 derde woord: "... onschuld heeft verloren". Zo heeft het lot beslist.

In drie minuten schrijf ik uit het hoofd drie vellen papier vol met associaties en herinneringen bij dit nieuws. Dit kan geen kort blogje worden en het móet vandaag geschreven worden. Het is chaos in m'n bovenkamer. Juist deze ene krant. Je kunt me midden in de nacht wakker maken en ik weet hoe deze voorpagina er uit ziet. Juist vandaag, 18 jaar na de moord. Die actueel blijft. Afgelopen week heb ik het bericht opgeslagen dat de moordenaar na 18 jaar definitief vrij is. Hij kreeg 18 jaar met aftrek van voorarrest. Mede naar aanleiding van dit vonnis is het maximum voor moord in Nederland verhoogd van 20 naar 30 jaar. Ik geloof niet dat zwaarder straffen helpt om misdaad uit te bannen. Maar ik heb nu wel voor het eerst ervaren hoe kort zo'n straf aanvoelt als je de mens kent die is omgebracht.  

Volkskrant 7 mei 2002 Fortuyn vermoord

Omstreden foto
Die voorpagina. Een grote foto over de volle breedte. Op de grond een dode man in keurig pak. Het lijkbleke gezicht, het bloeddoorlopen wondverband. De mond half open, de handen in plastic zakken verpakt. Deze onbeschaamde foto en fotograaf Robin Utrecht die stiekem over het hek van het afgesloten mediapark geklommen was, dit ging toch alle fatsoensnormen te buiten. En toch: dit en niets anders was het nieuws. Pim Fortuyn is dood. Als ik de hoofdredacteur was geweest, zou ik waarschijnlijk ook over mijn eigen grenzen zijn heengestapt. Want wat kan je op zo'n moment anders dan dit nieuwsbeeld brengen? 

Mijn eigen normen zijn met de tijd ook verschoven, al heb ik er nog wel een paar expliciete opvattingen over. Toen mijn vader overleed in 2001 heb ik met trillende handen stiekem een foto gemaakt van zijn lichaam in de kist. Ik schaamde mij er voor en heb het niemand verteld. Een dode fotografeer je niet. Hij is machteloos, kan niet weigeren, zich niet verweren, je doet er alles aan om zijn of haar waardigheid te beschermen. Dat is ook één van mijn bezwaren tegen cameratoezicht. Het is eenzijdig. De eerste bussen met camera liet ik aan mij voorbijgaan en nog niet zo lang geleden ben ik van dokterspraktijk veranderd omdat het menselijk oog daar was vervangen door een eenzijdige camera. Kijken naar een ander hoort wederkerig te zijn. Je kijkt elkaar aan. Ogen zijn de spiegel van de ziel. Je ziet hoe iemand reageert en je handelt daarnaar. Als kind al leren we om niet te staren maar na korte tijd bescheiden weg te kijken. Normen schuiven. Toen mijn moeder in 2012 overleed heb ik, in overleg met mijn familie, zonder al te veel aarzelen een paar foto's gemaakt. Het voelde respectvol in plaats van een inbreuk op haar waardigheid. Mijn aarzeling betrof wel het willen vasthouden van wat losgelaten moet worden. 

Schokkende beelden 
Vroeger werden in de media nooit doden getoond, nu steeds meer. Het nieuws mag getoond worden, maar als ik de baas zou zijn van het Journaal dan had ik wel een paar strikte instructies. Eén daarvan: gebruik gruwelijk nieuws niet in promo's of als 'logo' of beeldvullende achtergrondfoto, blijf het ook niet eindeloos herhalen. Het is te vergelijken met 'functioneel naakt' in speelfilms. Die moord, die aanslag, dat ongeluk mag getoond worden als het nodig is om het nieuws te brengen. Maar blijf het beeld - en de mensen die het betreft - met respect en zelfs 'taboe' behandelen, iets waar je eigenlijk niet aan mag komen, in een besef van kostbaarheid en kwetsbaarheid. Het gaat hier om respect; in hoeverre je "beelden die als schokkend kunnen worden ervaren" kunt tonen, is weer een andere kwestie. De foto van het lichaam van Pim Fortuyn vind ik ook vandaag nog schokkend, omdat ik het gevoel heb dat ik hem kende, al heb ik hem nooit ontmoet. Ik herinner mij andere schokkende beelden. Bijvoorbeeld een lynching van Engelse soldaten in Noord-Ierland, ook al was het geweld niet te zien. Waarom zo schokkend? Omdat we de twee mannen eerst in levende lijve zien, zich vastlopend in een woedende menigte. In een kort ogenblik leren we hen kennen en we hopen dat het goed afloopt. Dan even is er niks en daarna liggen ze daar dood. De politieagent die op wacht staat tijdens de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, die zich verweert met zijn arm: het dodelijke schot is er uitgeknipt, maar niet het schot is het schokkendst, maar dat afwerende gebaar. 

Over de dood van Pim Fortuyn ben ik nog steeds geschokt. Een mensenleven is wreed afgebroken. Op dezelfde voorpagina lees ik over het radiointerview net voor zijn dood: <<Fortuyn reageerde heel erg sprankelend>> en: <<Ruud de Wild vroeg hem: Hoe oud wil je worden? Fortuyn zei: 'Toen ik 14 was, wilde ik altijd 87 worden. En dat wil ik nog steeds.'>> 

Politiek stond ik niet aan zijn kant, integendeel, ik vond zijn opkomst zorgelijk en heb er ooit wakker van gelegen. Zijn columns in Elsevier gaven stof tot nadenken. Zelden was ik het met hem eens, maar een columnist mag ver gaan. Zijn idee dat ons leger Suriname moest binnenvallen, nou, dat kan de gedachten scherpen. Dat hij premier van Nederland wilde worden, leek mij een leuke stijlfiguur. Net zoals ik mij hierboven even voorstelde dat ik de baas zou zijn van het Journaal. Maar ik begon ongerust te worden, toen het langzaam tot mij doordrong dat het geen stijlfiguur was. 

Kogel van links
In de krant van 7 mei zijn al veel typeringen te lezen die we later nog vaak zullen horen. We zullen doorgaan "in de geest van Pim" wordt er gezegd en "de kogel kwam van links". Dat laatste is zowel een open deur als een mythe. Een open deur omdat als een 'rechts' iemand aangevallen wordt, de dader uiteraard 'links' gezocht moet worden. Een mythe omdat de harde kritiek van linkse politici niet de deur opent naar geweld. De moordenaar zal eerder door het lezen van Elsevier gemotiveerd zijn dan door het luisteren naar Rosenmöller. Toch moeten we op onze woorden passen, 'tegenstanders' altijd met respect bejegenen, niet op de man spelen. Dat is het verwarrende: er werd lelijk over Fortuyn gesproken, te lelijk, maar hij effende ook de weg waarop het gewoon geworden is dat er lelijk gesproken kan worden over anderen. Het begint met woorden, zei Arnon Grunberg eergisteren - 4 mei 2020 - bij de nationale Dodenherdenking in Amsterdam. 

Elite en volk
Nadat mijn moeder en ik die maandagavond in de caravan lange tijd verdwaasd naar het nieuws hadden zitten kijken, ben ik tegen de schemering naar buiten gegaan om even uit te waaien tijdens een wandeling over het grindpad langs de Geeuw. Toen mijn gedachten waren bezonken en ik terugging naar mijn moeder, besefte ik dat we in een andere wereld waren beland. Nederland zou nooit meer hetzelfde zijn. In Den Haag was een begrijpelijke maar beangstigende revolutie uitgebroken, die uiteindelijk gelukkig beperkt bleek te blijven tot één brandje in een parkeergarage. De ervaren en doorgewinterde politicus minister Klaas de Vries stond trillend met een papiertje in de hand alsof hij zijn eerst spreekbeurt moest houden de pers te woord. Zelden heb ik hem zo authentiek gezien. Bang, geschokt. Die avond besefte ik dat ik tot de 'elite' behoor en dat gevoel heb ik nog steeds, al heb ik geen idee wat dat inhoudt. Ik ben de zoon van een boerendochter en een bakkerszoon die timmerman werd, ik heb mavo en typen en van mijn opleiding nooit hoogst genoten. Toch behoor ik niet tot het volk maar de elite. Niet zozeer omdat ik geen fan ben van Mieke Telkamp of de Zangeres zonder Naam, maar omdat ik mij thuisvoel bij de Oude Politiek. Een politiek van vertegenwoordiging, afweging en redelijkheid. Respect voor de rechtstaat en instituties. Ik had meer vertrouwen in een stijve Klaas de Vries dan een sprankelende Pim Fortuyn. Tot 6 mei 2002 kon ik mijzelf misschien nog progressief noemen. Vanaf die dag was ik in één klap conservatief (dus "links"). Intussen voelt het volk zich een paar rechtse partijen en omroepen later nog steeds ongehoord, ook al interviewt het NOS Journaal nu iedereen op straat die toevallig een sirene heeft gehoord als er ergens een ongeluk is gebeurd. Dit is me het meest bijgebleven van de Fortuynisten en nu weer van de Trumpianen: dat verongelijkte gevoel van niet gehoord te worden. En misschien hebben ze daarin gelijk (maar misschien ook niet). 

Lost innocence, nonsense
De journalist Ian Burama maakte een week na de dood van Fortuyn korte metten met het idee van verloren onschuld. Ik tref het artikel aan in dezelfde map. Onder de kop What Pim en Diana had in common schreef hij op 14 mei 2002 in de Guardian: "Talk about the lost innocence of Dutch democracy, much aired in the Dutch press, is surely nonsense. When was Dutch democracy ever innocent anyway?" Hij concludeert: "This, then, is why Fortuyn and other telegenic populists, of whom we will probably see many more, score. They have no answers to our most pressing problems either, but at least they raise them in a way people can understand. Like Princess Diana, they manage to embody a multitude of often conflicting discontents".

Al ben ik geen Fortuynist, ik voelde me ook verloren en verdrietig - en nog wel - om deze man die zijn leven heeft verloren. 





Raad van State blokkeert plannen Radio Kootwijk

De herontwikkeling van het voormalige zendercomplex Radio Kootwijk op de Veluwe kan niet doorgaan. De natuurvergunning van het college van gedeputeerde staten van Gelderland is voor het grootste deel vernietigd vanwege de gevolgen voor de natuur. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (6 mei 2020). Stichting Werkgroep Milieuzorg Apeldoorn was tegen de natuurvergunning in beroep gekomen en krijgt dus gelijk.

Bron: Persbericht Raad van State 6-5-2020

https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/@121025/natuurvergunning-radio-kootwijk/

dinsdag 5 mei 2020

Dodenherdenking

Rond de Meidagen wisselenden mijn oude vriend Andreas (hij is wel vijf maanden ouder dan ik), zoals wel vaker, per e-mail wat persoonlijke gedachten en ervaringen uit. Andreas woonde in 1983 voor zijn promotie-onderzoek een jaar als kamerhuurder bij mijn vriendin en mij in Utrecht. Hij komt uit Hamburg, is opgegroeid in Brussel en woont in München. Hij spreekt uitstekend Nederlands en is vertaler van onder andere Amerikaanse en Nederlandse romans naar het Duits. Vanwege een reactie van hem 'parkeer' ik hieronder enkele fragmenten van wat ik aan hem en eerder aan een vriendin chreef, zodat ik deze gedachten later weer terug kan vinden. Zelfarchivatie. 

Andreas vertelde me dat hij op 5 mei de uitzending van de Dodenherdenking terug had gekeken en dat hij onder de indruk was van de toespraken van Arnon Grunberg en koning Willem-Alexander. 

Mijn reactie. Ja, ik was ook onder de indruk. Ik zette maandagavond om half acht de televisie aan en viel midden in de toespraak van Arnon Grunberg, het begin heb ik gemist. Ik was onder de indruk van de gruwelijke verhalen die hij als voorbeeld nam, maar ook toen hij de antisemitische reacties die hij ontvangt, verbond met wat Marokkanen naar hun hoofd krijgen gesmeten. Na zes jaar loopt nog steeds de rechtszaak tegen een niet nader te noemen kamerlid, die in een verkiezingstoespraak zijn toehoorders toeriep: "Willen jullie meer of minder Marokkanen?" en als het publiek - aangemoedigd door secondanten op het podium - scandeert "Minder, minder, minder!" zegt "Dat gaan we regelen". Eerder deze 4 mei dacht ik nog: hoe heeft het zover kunnen komen in ons land in deze tijd? Hoe intens verdrietig en kwaadwillend. Grunberg: "Het begint met woorden".

Ook de woorden van koning Willem-Alexander vond ik indrukwekkend en zijn toespraak heeft positieve reacties gekregen, zeker de subtiele en persoonlijke zinsnede over zijn overgrootmoeder koningin Wilhelmina. Ook vanuit de Joodse gemeenschap. Hij stond daar op het lege plein, volwassen en authentiek. Er deed zich iets merkwaardigs voor. Op een gegeven moment dacht ik in mijn woonkamer hardop "ja, en mijn overgrootmoeder dan?" en even later sprak hij letterlijk over zijn "overgrootmoeder". Het leek alsof ik een voorspellende gave had, maar de tijd was denk ik gewoon rijp voor zo'n uitspraak. Vanuit nationalistisch perspectief was en is koningin Wilhelmina een standvastige held die haar volk bemoedigde in een moeilijke tijd, maar vanuit de Joodse gemeenschap gezien heeft ze verzaakt door maar enkele keren de jodenvervolging te noemen en er zijn ook mensen die haar vertrek naar Engeland als verraad beschouwen. Door dit te benoemen zonder te veroordelen 'ontzenuwde' hij een gevoelige zenuw. 

Laat ik hier kopiëren wat ik afgelopen maandagmiddag 4 mei aan een vriendin schreef: 

<< Hoewel ik dus (zoals altijd al) heel erg met het verleden bezig ben, ben ik er de laatste jaren meer dan ooit van losgezongen. Het is te ver weg. Ouders. Oorlog. Vier mei was voor mij altijd de heiligste dag van het jaar, nog wel, maar het is afstandelijker. Meer verlegenheid ook. Meer vrije val dan het pad bewandelen. Ik vlag nog wel als ik kan. Op 4 mei gedenk ik de oorlog, 5 mei de bevrijding en 9 mei de vrede. Dan hang ik altijd de Europese vlag uit. Als ik weer eens iemand een 'rondleiding' geef in de Utrechtse binnenstad en door de Keizerstraat loop, waar ik woonde naast de universiteitsbibliotheek (ingang Kloksteeg), dan laat ik wel eens raden wat mijn woning was. Hint: een klein voorwerp aan de dakgoot naast het balkon. Het is de enige woning met een vlaggenstandaard. De mijne. 

De twee minuten stilte zijn voor mij een eeuwigheid van verwarring en reddeloosheid door de heftigheid en zinloosheid van de oorlog. In feite is het een - als kind al door de ernst van het moment ongemerkt ontwikkelde - trance. Dat ontdekte ik dankzij de Damschreeuwer in 2010 (*). Ik volgde de Dodenherdenking op de televisie en herinner me hoe ik verbaasd opkeek toen ik de schreeuw hoorde en ik het begin van het weggolven van het publiek zag, vanuit een totaalshot vanaf het paleis. Ik schrok en vroeg mij af wat er aan de hand was, maar ook hoe ver we in de tijd waren. Naar mijn gevoel was ik urenlang weggeweest. Door die schreeuw ontdekte ik dat voor mij de tijd dan écht stil staat. Dat is frappant, want ik leerde van de twee minuten stilte op school door een boekje met uitleg en tekeningen voor kinderen, waarin een agent op 4 mei voor de tram gaat staan, het verkeer stilzet en gaat salueren, "de tijd stond even stil". Dat maakte grote indruk op mij en dat is voor mij de essentie van 4 mei. >>

Het vlaggen, de stilte. Maar hoe we moeten reageren op het Wilderianisme, Alternativisme, Trumpisme en hoe je het maar noemen wilt (kreten uit het verleden voldoen niet meer), ik heb geen idee! Ook mensen die ons niet aanstaan, zullen we met respect moeten blijven benaderen, want haat - of onbenul - met haat beantwoorden helpt niet en laat de verdwaalde mensen in de kou staan. 

(*) De Damschreeuwer 4-5-2010 zie You Tube.

Europese Bank botst met Duitse grondwet

Het Duitse Constitutioneel Hof heeft vandaag, 5 mei, uitgesproken dat de Europese Centrale Bank met het grootschalige opkoopprogramma van staatsleningen gedeeltelijk buiten zijn boekje is gegaan. Het Hof draagt de Bundesbank op om zich hiertegen te verzetten. De Duitse regering en de bondsdag hadden er op moeten letten of het Europese opkoopprogramma wel in verhouding staat tot het doel en ze moeten de gevolgen voor Duitsland beperken. Overigens zegt het Hof niet te kunnen vaststellen of het opkoopprogramma daadwerkelijk in strijd is met het verbod op monetaire begrotingsfinanciering. Ook spreekt het Hof zich niet uit over de huidige maatregelen van de Europese Centrale Bank die samenhangen met de coronacrisis.

De uitspraak betreft met name de opkoopprogramma's van 1 januari 2019 en 1 november 2019. Daarmee gaat de centrale bank mogelijk verder dan het mandaat toestaat, in juridische termen: "ultra vires" (buiten zijn bevoegdheid). Duitse instellingen, zoals regering, parlement, ambtenaren en gerechtshoven, mogen niet meewerken aan het totstandkomen of uitvoeren van besluiten die buiten de bevoegdheid van het orgaan vallen. Het Hof verbiedt de Bundesbank om in het bestuur van de ECB mee te werken aan het besluit, tenzij de ECB in een nieuw besluit controleerbaar aantoont dat het monetaire doel [stabiele euro] in verhouding staat tot de economische en fiscale uitwerking. De Bundesbank moet er ook voor zorgdragen dat de staatsleningen te zijner tijd weer worden afgestoten.

Europees recht en de grondwet

Duitsland kent, in tegenstelling tot Nederland, een constitutioneel hof, het Bundesverfassungsgericht in Karlsruhe. Elke rechthebbende Duitse burger, maar ook de overheidsinstellingen zelf, tot de president aan toe, kunnen wetten en overheidsbesluiten laten toetsen aan de grondwet. Er is nog een ander verschil tussen Nederland en Duitsland. "In Nederland is er niet alleen sprake van voorrang, maar ook van een hïerarchische onderschikking aan het Europese recht", aldus Niels Graaf in een recent artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB). Mr. N.A. Graaf is promovendus rechterlijke cultuur aan de Universiteit Utrecht. Het is niet zo dat regering, parlement en rechtspraak niets te zeggen hebben over Europese besluiten of dat besluiten niet bestreden kunnen worden, maar rechtmatig genomen besluiten vallen 'automatisch' binnen het Nederlandse grondwettelijk recht.

D66 wil het lidmaatschap van de Europese Unie vastleggen in de Nederlandse grondwet en verwijst daarbij onder andere naar Duitsland. Niels Graaf schrijft daarover: "Het merkwaardige feit doet zich voor dat het Duitse ‘Artikel 23’ niet alleen het EU-lidmaatschap legitimeert, maar ook de werking en voorrang van het EU-recht faciliteert. Ook in Frankrijk leeft het idee dat het Europese recht functioneert op grond van het Franse constitutionele recht." Er schuilt dus een paradox in het idee van D66 om de EU op te nemen in de grondwet: het leidt tot een beperking van de autonomie van het Europese recht. Niels Graaf: "Volgens de Duitse doctrine – in tegenstelling tot de heersende Nederlandse leer – wordt de voorrang van het EU-recht verleend bij gratie van het Duitse Grundgesetz. Het Duitse Constitutionele Hof laat daar geen misverstand over bestaan. De Duitse Grondwet staat aan de top van de hiërarchie. Het Europese recht zweeft daar onder; net boven normale Duitse wetgeving."

Het Duitse Constitutioneel Hof kan via de Duitse grondwet dus uitspraken doen over Europese besluiten die het Duitse recht raken. Maar het Hof doet dit ook niet onbeperkt. Zolang de EU een gelijkwaardige grondwettelijke bescherming biedt als de Duitse constitutie, laat 'Karlsruhe' het - net als in Nederland - aan 'Europa' over.

Bronnen:

(1) Beschlüsse der EZB zum Staatsanleihekaufprogramm kompetenzwidrig
Pressemitteilung Nr. 32/2020 vom 5. Mai 2020

Urteil vom 05. Mai 2020
2 BvR 859/15, 2 BvR 980/16, 2 BvR 2006/15, 2 BvR 1651/15

(2) Averechtse rechtsvergelijkingen
NJB 2020/633 afl. 10, 13 maart 2020, Niels Graaf

zondag 3 mei 2020

Prison fire in Freetown

My housemate told me about a prison fire in Sierra Leone that happened a few days ago. I searched for the news and read that five inmates and two guards were killed in the fire (*). The fire was caused by inmates during riots and a possible attempt to escape. The protests started after cases of the coronavirus were reported inside the prison. President Bio had announced on Independence Day, April 27, that a number of prisoners would be released as part of the health measures, but in the following days no such releases had taken place yet. The Pademba Road prison in the Sierra Leonean capital Freetown is the most well known prison of the country. It was built in 1914 by the British for 300 prisoners but now houses as much as 1000 inmates. The infamous prison also played an important role during the civil war in the 1990's up to 2002. I have seen the prison - from the outside that is - during my visit of Sierra Leone in 2014. So when my housemate told me about a prison fire in Freetown I immediately mentioned the Pademba Road prison.

We discussed that whatever crime the prisoners are in for, the government is responsible for their well being. On the other hand we talked about the stupidity of starting a fire while you are locked up, leading to such dramatic results. I was reminded of a fire in the prison cells at Schiphol airport years ago, which was caused accidentally by a smoking prisoner in one cell but developed rapidly into an inferno, leaving 11 prisoners dead, as the guards left the door of the burning cell open. The victims weren't criminals but illegal foreigners awaiting deportation to their home country. I wrote a blog (**) (in Dutch, 20-09-2006, 'Schipholbrand') about the government's responsibility.

Back to Sierra Leone. The country is trying to keep the coronavirus out, having experienced the dramatic ebola epidemic in 2014/15 that kept the country, especially all schools and universities, in a lockdown for almost a year. Apart from the loss of lives, it struck the poor country very hard economically. Until now the registered number of deaths due to the coronavirus is four, far less than in Europe and the United States. Hopefully the virus will go away before it can do much more harm. It's painful that the prison fire caused more 'corona-related' deaths than the virus itself so far.

* News sources:
https://www.switsalone.com/36459_sierra-leone-prisoners-set-prison-on-fire-in-order-to-escape/

https://www.google.com/amp/s/www.africanews.com/amp/2020/04/30/7-killed-in-sierra-leone-prison-riot/


** Styloblog:
http://blog.stylo.nl/2006/09/schipholbrand_20.html