woensdag 9 januari 2019

Zo lang dood

Vandaag vijftig jaar geleden, op 9 januari 1969, overleed mijn grootvader, pake Ytzen, naar wie ik genoemd ben. Dat iemand zó lang dood kan zijn, denk ik dan. En dat ik iemand ken en liefheb die er al een halve eeuw niet meer is.

Bij die gedachte herinner ik me de dolenthousiaste reactie van de dochter van mijn Afrikaanse huisgenoot (een vorige kamerhuurder) toen ik vertelde dat ik iemand persoonlijk had gekend die in 1886 geboren was. De vrouw en kinderen van mijn huurder, dochters van 10 en 8 jaar oud en twee zoontjes van 3, kwamen vanuit Londen een weekje logeren bij hun vader in Houten. Vader had nog niet de papieren om naar Londen te kunnen verhuizen. De oudste hield van verhalen vertellen en verzinnen, haar jongere zusje was de actrice die getrouw en nauwgezet alle regie-aanwijzigingen van haar grote zus volgde. De ouders en ik waren het publiek. De hele week had ik in mijn woonkamer en zonnige tuin gratis toneelvoorstellingen, waar ik soms ook zelf in figureerde. 
Ze ging helemaal op in haar story telling. Ze luisterde gebiologeerd toen ik vertelde dat ik mij haar held Martin Luther King persoonlijk kon herinneren, dat hij ook mijn held was en hoe verdrietig ik was toen hij in 1968 werd vermoord. Wát? Leefde ik al toen Martin Luther King er nog was!?

Story & history lagen voor haar ineens heel dichtbij elkaar. Ik kon haar de krant laten zien met het nieuws van King's dood. Nieuws van bijzondere gebeurtenissen bewaar ik in een lade in mijn woonkamer. Ze begon na te denken over de tijd en sprong zowat tegen het plafond toen ik vertelde dat mijn grootvader - die andere persoonlijke held, naar wie ik genoemd ben - in 1886 geboren is. Wát!? In de 19de eeuw? And you knew him!?


Ja, ik kende hem, zat als peuter op z'n knie, logeerde bij pake en beppe aan de Spanjaardslaan in Leeuwarden en verdiende op m'n twaalfde het mooie bedrag van f 1,25 met het wieden van hun tuin. Ik was verdrietig en vooral ook verbaasd toen pake overleed, hoe gewoon het bleek te zijn dat iemand van 82 dood ging - terwijl ik eigenlijk vond dat de wereld dan moest stoppen met draaien. Mijn eerste begrafenis, de kleinkinderen direct achter de baar wandelend van de Fenixkerk naar de Noorderbegraafplaats aan het Schapendijkje 4. Dat Leeuwarder adres waar ik nu al zoveel mensen ken. Pas achter die grote kinderschaar volgden beppe en de eigen volwassen kinderen, zo had pake het voorgeschreven. Hij werd bijgezet in het graf van zijn eerste vrouw, mijn moeders moeder, beppe Jikke, die in 1938 was overleden. Dat graf van Ytzen met zijn twee vrouwen is er nog steeds.

Mijn moeder was nét twee weken 13 toen haar moeder op 51-jarige leeftijd overleed, ik was 13 toen mijn grootvader overleed. Heb ik wel eens het gevoel dat ik een heftige puberteit heb gehad, dan denk ik aan mijn moeder: in 1937 kwam er een vliegveld op hun boerenland, in 1938 overleed de boerin, in 1939 werd het boerenbedrijf militair terrein door de mobilisatie, in 1940 werd het al op de tweede oorlogsdag veroverd en werden er - nog vóór de capitulatie - 70 Duitse soldaten bij hun ingekwartierd. Daarna werd het bedrijf regelmatig gebombardeerd door de Gealieerden, in november 1940 werden ze geëvacueerd en gingen ze in de stad wonen, in 1942 hertrouwde mijn grootvader en werden de twee gezinnen samengevoegd in een stadse woning aan de Harlingerstraatweg. In juni 1943 werd de boerderij platgebombardeerd. "Heden is Groot Humalda onder groten druk bezweken", schreef pake verholen aan één van zijn zoons die buiten Friesland verbleef. Hoe heftig kan je puberteit zijn? 

Groot Humalda op een schilderijtje
dat ik van mijn tante Dirkje heb geërfd. 

Van 1934 tot 1968, met onderbreking van de oorlogsjaren, schreef pake een wekelijkse rubriek in een landbouwblad. Hij stond bekend onder het pseudoniem Poarteboer, een boer met zicht op het platteland en op de stad, een wijze man in de poort. Zijn overlijden was voorpaginanieuws in de Friese pers. Op zijn 100ste geboortedag heb ik een artikel over hem in het Friesch Dagblad gepubliceerd (*). Het jaar daarna ging de 100ste geboortedag van beppe Jikke (24 maart 1887 - 21 december 1938) in stilte voorbij. Het ontlokte mijn muoike Durkje, die rond die tijd bij ons op bezoek was, de opmerking: je schreef vorig jaar wel over je grootvader maar over zijn vrouw schrijf je niks, vrouwen zijn zeker niet belangrijk. Ineens zag ik in mijn conservatieve tante een strijdbare feministe. De cynische opmerking kwam diep uit haar hart en ik koester dat moment als een monument voor mijn grootmoeder. Mijn leven is mede van haar afkomstig, maar helaas heb ik haar nooit gekend. Afgelopen december was het 80 jaar geleden dat mijn beppe Jikke overleed. Dat iemand zó lang dood kan zijn.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten