dinsdag 20 april 2021

Trefpunt ter ziele

Al een tijdje krijg ik het het Trefpunt niet meer in de bus. Waar kan ik daarover klagen? 

Natuurlijk hier op mijn eigen weblog. Dit blog schreef ik grotendeels al in januari 2020, maar ik vond het nogal klagerig klinken en heb toen niet op de zendknop gedrukt. Met met een druk op de knop vertel ik nu alsnog mijn verhaal. Niet zozeer over het blad als wel over mijzelf en mijn herinneringen. 

Twee keer, in heel verschillende fases van mijn leven en van het blad, heb ik met veel plezier voor het Trefpunt gewerkt. Beide keren eindigde het met een vervelend staartje. 

Het weekblad Trefpunt Houten is ter ziele. In een grote uitruil van bladen tussen De Persgroep (DPG) en de Barneveldse Drukkerij en Uitgeverij (BDU) is Trefpunt Houten van DPG overgenomen door de BDU en opgegaan in 't Groentje Houtens Nieuws, dat al eerder door de BDU werd overgenomen van de familie Pater in Bunnik. Hiermee is het Houtense medialandschap veranderd, met nog maar één huis-aan-huisblad, naast de regionale krant AD Utrechts Nieuwsblad, de lokale vrijwilligersomroep Omroep Houten en de regionale omroep RTV Utrecht. Het verscheiden van het Trefpunt roept veel herinneringen bij mij op. Twee keer was ik correspondent van het Trefpunt, in 1977 en in 2011/2012. 

De eerste keer dat ik voor het Trefpunt werkte, was in 1977. Het blad werd uitgegeven door de heer G.M. Staal aan de Meent 20 in Odijk. Een beminnelijke man aan wie ik goede herinneringen bewaar. Meestal werkte ik bij hem op kantoor. Dat was gevestigd bij hem thuis. Rechts van de gang de woonkamer, links het kantoor. 

Indertijd verscheen het Trefpunt met drie verschillende edities, in de gemeenten Bunnik, Houten en Wijk bij Duurstede. 't Groentje van de familie Pater verscheen toentertijd alleen in de gemeente Bunnik. Vele jaren later, nadat het Trefpunt was overgenomen door Wegener, was dat omgekeerd en verscheen het Trefpunt alleen nog in de gemeente Houten, terwijl 't Groentje was uitgebreid tot drie edities: Bunniks Nieuws, Houtens Nieuws en Wijks Nieuws. Het Bunniks Nieuws verscheen oorspronkelijk op een dubbelgevouwen vel lichtgroen papier op krantenformaat. Vandaar de bijnaam 't Groentje. Ik moet eens goed zoeken of ik hiervan nog een exemplaar heb liggen in mijn eigen archief en evenzo van het Trefpunt uit die tijd. Het archief van het Trefpunt van 1965 tot 1985 is overigens te vinden bij het Regionaal Historisch Centrum (RHC) in Wijk bij Duurstede en ook digitaal te doorzoeken en te lezen.

Van wat ik in die tijd geschreven heb, kan ik mij niet zoveel meer herinneren. Op kantoor redigeerde ik binnengekomen kopij, ik werd door meneer Staal regelmatig op pad gestuurd en ik volgde als politiek correspondent de raadsvergaderingen. Ik was nog maar nauwelijks correspondent of ik werd op het gemeentehuis uitgenodigd door de burgemeester en een wethouder voor een uitgebreid gesprek over het reilen en zeilen van de gemeente en ik kreeg voor elke raadsvergadering dikke pakken papier thuis gestuurd. Dat laatste ging in 2011 in Houten nog net zo, maar inmiddels gaat alles digitaal. Bij de raadsvergaderingen zat ik op de perstribune naast de oude heer Pater, de fruitteler die vanuit zijn bedrijf aan de Achterdijk 't Groentje uitgaf en redigeerde. Naar mijn idee was het Trefpunt in die tijd journalistiek beter dan 't Groentje, maar later was het omgekeerd. 't Groentje is door de familie Pater professioneel uitgebouwd en een paar jaar geleden overgenomen door de BDU, terwijl het Trefpunt onder Wegener steeds meer is verworden tot een advertentieblaadje.

Terwijl ik niet veel meer weet van wat ik ooit geschreven heb, herinner ik mij nog wel een artikel dat ik niet geschreven heb. Meneer Staal stuurde mij er op uit om een honderdjarige in Werkhoven te interviewen. Het doet mij denken aan een verhaal van Godfried Bomans, die er als jonge journalist op wordt uitgestuurd om een honderdjarige te interviewen en bij binnenkomst een stokoude dove man aantreft, maar dit blijkt de zoon van de jarige te zijn; "nu wist ik dat ik haast moest maken". Zo'n beetje verging het ook mij. 

Ik loop het erf van de boerderij op, zie geen bel, kijk even rond hoe ik binnen moet komen. Daar loopt een oude boer, ik vertel waarvoor ik kom en met een minzame knik wijst hij mij zonder woorden naar een deur zonder bel. Ik stap aarzelend naar binnen en kom in een grote woonkeuken. Bij het aanrecht staat een robuuste vrouw met een blauw schort aardappelen te schillen en in een donkere hoek aan de andere kant van de kamer zit een oude man. Ik stel mij voor, loop op de oude man af en feliciteer hem met zijn honderdste verjaardag. Hij kijkt mij zwijgend met een lichte glimlach aan. Ik denk niet dat hij er nog helemaal bij is. "Denk maar niet dat het gemakkelijk is", zegt de vrouw. Inmiddels komt ook de boer zonder woorden binnen. De boerin geeft te kennen niet gediend te zijn van een interview. Ik ben in tweestrijd, ik wil hun wens en privésfeer natuurlijk respecteren, maar zou zo graag het hele verhaal horen en vertellen, met alle diepten ervan. Als ik het kon overdoen, zou ik denk ik het gesprek zijn aangegaan met de vrouw, haar verzekeren dat ik niks zou publiceren zonder haar toestemming, haar vragen hoe het gaat. Maar ik was 21 en wist niet hoe ik dit aan moest pakken. Beschaamd - zowel naar deze familie waarvan ik de rust verstoorde als naar meneer Staal bij wie ik met lege handen terugkwam - droop ik af.

Na een paar maanden kreeg ik een baan waarmee ik helaas dit freelance correspondentschap, waarvoor ik 75 gulden per week ontving, niet kon combineren en ik vertrok. Het jaar erna ging de belastingdienst niet akkoord met mijn aangifte, want ik zou bij het Trefpunt 30% meer verdiend hebben dan ik had opgegeven. Ik naar meneer Staal. Hij keek geschrokken, maar kon precies uitleggen hoe het kwam. Hij had de verdienste van mijn opvolger bij de mijne opgeteld, in de wat onnozele veronderstelling dat ik tóch geen belasting hoefde te betalen. Zo kon hij de kosten verantwoorden zonder dat mijn opvolger aangifte hoefde te doen van zijn inkomen. Maar ik heb vanaf mijn allereerste vakantiebaantje als tiener, zoals nu nog steeds op mijn 65ste, elk jaar netjes belastingaangifte gedaan, dus het verschil viel meteen op bij de belastingdienst. Meneer Staal verontschuldigde zich en vroeg wat het mij gekost had, haalde zonder aarzelen zijn portemonnee te voorschijn en haalde er twee briefjes van honderd gulden uit, gaf die aan mij met het verzoek om het zo te laten. Enigszins verbouwereerd heb ik het geld aangenomen. Achteraf was ik erg boos op mijzelf. Niet op hem. Ik denk ondanks dit dissonante slotakkoord met veel sympathie aan hem terug. Ik ben rechtlijnig als het om belastingmoraal gaat, maar ik had ook wel begrip voor het gepuzzel van de kleine krantenuitgever. De belasting was betaald, zij het door de verkeerde persoon, ik had het gewoon zo moeten laten en mijn verlies nemen. Ik was te zeer door de situatie overvallen om te bedenken hoe ik dit correct had moeten afhandelen. 

Deze ervaring heeft grote invloed gehad op mijn 'bedrijfscultuur' toen ik later, in 1984, voor mijzelf begon en nog weer later ook met eigen personeel. Ik zag deze ervaring als een basiscursus ethisch ondernemen en zonder dat ik er ooit met iemand over sprak, bleef de 'Trefpuntnorm' altijd als een soort kompas voor mij - over hoe het dus niet moet en vooral dat je altijd alert moet zijn. Hoe vaak is mij als ondernemer niet de terloopse vraag gesteld "met of zonder factuur"? Codewoord voor: vertellen we het de belastingdienst of niet? Ik wist dat ik dicht bij mij zelf moest blijven en mij niet moest laten verrassen. Dat is mij dan ook nooit meer overkomen. Tot 2012. Groot was mijn frustratie toen mijn tweede correspondentschap bij het Trefpunt - inmiddels met een geheel andere uitgever - opnieuw met een belastingkwestie eindigde. Daarover straks meer. 

In de Odijkse tijd werd het Trefpunt gedrukt bij Van Lonkhuyzen in Zeist, dat later met de handelsdrukkerijen van het Utrechts Nieuwsblad en drukkerij Onnes van de Amersfoortse Courant werd samengevoegd tot handelsdrukkerij Luno in Houten, onderdeel van het Wegener-concern. Wegener kende ik al uit mijn jonge jaren, toen ik nog wel eens journalistiek kluste voor de Barneveldse Krant (zie ook: Zeven baantjes). De 'zware' Veluwe en omstreken werd bestookt door twee fel concurrerende plaatselijke krantenuitgevers, de BDU aan de westzijde in Barneveld en Wegener aan de oostzijde in Apeldoorn. De Veluwe is niet voor niks één groot oefenterrein voor veldslagen. Wegener kocht tamelijk agressief lokale kranten op en nam het daarbij met journalistieke principes en journalisten soms wat minder nauw. Intussen rolde de BDU steeds meer eigen lokale bladen uit (zoals het blad Ede Stad) en het vlaggenschip de Barneveldse Krant was op een gegeven moment het enige nog zelfstandige dagblad in Nederland. De strategie van Wegener was succesvol en uiteindelijk wist Wegener grote kranten als de Amersfoortse Courant en het Utrechts Nieuwsblad te verwerven. Inmiddels is ook de strategie van BDU steeds meer op die van Wegener gaan lijken, veel vaste journalisten werden ontslagen en mochten vervolgens voor een zakcentje hun stukjes inleveren.

Toen ik in 1982 bij het Utrechts Nieuwsblad (op de afdeling tekstvervaardiging) kwam te werken, moest ik wel even slikken dat Wegener mijn werkgever werd. Die baan begon nogal spannend met een nationale staking. Hoe ik die dag met een foto in de krant kwam door als enige aan het werk te gaan, heb ik onlangs in dit weblog beschreven (zie Massaal min één). Met het Utrechts Nieuwsblad heb ik de verhuizing vanuit de oude panden in de Utrechtse binnenstad naar de nieuwbouw in Houten meegemaakt. Daar werden ook tientallen in de regio verschijnende huisbladen geproduceerd, waaronder op een gegeven moment het Trefpunt. Het Utrechts Nieuwsblad werd later overgenomen door het Algemeen Dagblad (uitgever De Persgroep Nederland, DPG Media) en verdween uit Houten. De nieuwsbladen van Wegener waren nog lange tijd in Houten gevestigd. 

In 2011 zocht het Trefpunt een politiek correspondent en stapte ik voor het eerst sinds ik er in 1983 was vertrokken het Houtense krantengebouw weer binnen. Eindredacteur Bertus Bouwman wilde de politiek veel meer aandacht geven en soms vulden mijn politieke verslagen de hele voorpagina. Ik besloot om veel aandacht te besteden aan het buitengebied, zoals het Eiland van Schalkwijk en de kleine kernen Schalkwijk, Tull en 't Waal en 't Goy. Bijvoorbeeld over de bouw van woningen achter het tussen hoge bomen verscholen idyllische oude kerkje aan de Waalseweg in Tull en 't Waal. Dat plan sneuvelde doordat de woningen te dicht bij de aangrenzende fruitboomgaard kwamen te staan, met het risico van verwaaiend landbouwgif. Met de vraag over de afstand tussen woningen en de fruitteelt met 'spuitvrije zones' zou de gemeente Houten regelmatig te rade gaan bij de Raad van State. 

Met dit tweede correspondentschap verdiende ik niet veel - vrijwilligerswerk betaalt beter, zeg ik wel eens - maar ik vond het een goede stimulans om mij beter te verdiepen in de Houtense politiek. Ik miste geen enkele raads- en commissievergadering of het wekelijks persgesprek. Het inwerken, leren kennen van de mensen en opbouwen van mijn netwerk kostte enige tijd. Net toen mijn netwerk in de lokale gemeenschap ook buiten de gewone raadsverslaggeving zijn vruchten begon af te werpen en ik wat reportages op stapel had staan, maakte hoofdredacteur Jan van Es op een maandagmorgen als een donderslag bij heldere hemel een einde maakte aan mijn correspondentschap. 

Het ging niet om een journalistiek verschil van inzicht, maar de crediteurenadministratie in Enschede wilde mijn facturen niet meer verwerken. Bij het opstellen en insturen van de facturen had ik steeds nauwkeurig de schriftelijke instructies gevolgd die de opdrachtgever mij had meegegeven. Maar toch stuurde de crediteurenadministratie de facturen onverwerkt retour. Schriftelijke instructies over hoe ik dan wél mijn declaraties moest indienen, via een eigen intern systeem, kreeg ik niet en Wegener legde ook niet uit hoe ik dit recht moest breien met de belastingdienst. De belastingdienst liet mij nogmaals weten dat ik verplicht ben om - aaneengenummerde - facturen te sturen voor de verrichte diensten. Mijn voorganger bij het Trefpunt had dit opgelost door de facturen dan maar naar zichzelf te sturen, Gedachtig mijn 'Trefpuntnorm' uit 1977 wilde ik declareren op een manier die ook voor de Belastingdienst acceptabel was. Daar ging Wegener niet mee akkoord. 

Omdat ik inmiddels net aardig was ingewerkt en ik mijn politieke belangstelling niet wilde laten versloffen, besloot ik alle raads- en commissievergaderingen te blijven volgen. Daar zat ik dan op de publieke tribune, als altijd mijn schrijfblok vol te pennen (dat deed ik als kind al: ik maakte zelfs aantekeningen bij televisieprogramma's of de zondagpreek), maar de krant was niet meer geïnteresseerd. Wat ik heel frustrerend vond, is dat een boekhouder in Enschede kon bepalen dat Houten het ook wel zonder deze politieke verslaggeving kon stellen. Journalisten worden - na de trias politica en de ambtenaren - wel eens de vijfde macht genoemd. Maar de vijfde macht dat zijn de boekhouders. 

* Mijn artikelen in het Trefpunt: 

't Groentje Bunniks/Houtens//Wijks Nieuws
Omroep Houten

Regionaal Historisch Centrum Zuid-Oost Utrecht
Het Trefpunt (beheersnummer 233)
Periode: 1965 – 1985*.
Plaatsen: Bunnik, Odijk, Werkhoven, Houten, ‘t Goy, Schalkwijk, Tull en 't Waal, Cothen, Langbroek, Wijk bij Duurstede, Rijswijk en Ravenswaaij.
Uitgever: G.M. Staal te Odijk.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten