zaterdag 28 februari 2015

Poepen

Op zoek naar iets anders las ik wat oude dagboekaantekeningen uit januari 2009. Mijn moeder, die in 2012 is overleden, begon toen al te dementeren, maar woonde nog zelfstandig. Ik heb Oud en Nieuw bij haar geslapen en als zij 's ochtends de lamellen openschuift, roep ik spontaan: "Ja! De wereld is er nog!" Ze reageert meteen ad rem en zegt: "Ja, maar wij zijn óók deel van de wereld, hoor, wij zijn er ook nog". Dan denkt ze even na en voegt er aan toe: "Ik maar half misschien. Soms weet ik het niet meer".

Later die dag hebben we een gesprekje over de Duitse seizoensarbeiders, dagloners, die in het voorjaar in Friesland kwamen helpen met de oogst en daarna weer verder trokken naar een volgende boer of terugkeerden naar huis. Ze worden 'poepen' genoemd. Ik ken dat woord wel. Mijn grootvader, pake Ytzen, schreef er ook wel eens over. Ik vroeg mij af of het een scheldwoord was. Volgens mijn moeder is dit woord 'poepen' een verbastering van het Duitse woord "Buben", jongens. Dat wist ik niet, maar het leek me heel aannemelijk. Thuisgekomen heb ik het opgezocht en genoteerd. Ik wilde er nog eens een blogje over schrijven, maar voor zover ik weet is dat er nooit van gekomen en nu vind ik die aantekeningen weer.

Mijn Frysk Wurdboek (Fryske Akademy, 1984) vermeldt als eerste betekenis van het Friese woord 'poep' het Nederlandse equivalent poep (uitwerpselen) en als derde, laatste betekenis 'meerkoet'. Daar tussenin de tweede betekenis, waar het nu om gaat: "II. Poep, mof, Duitser, Sakser; dier of product uit Duitsland; hannekemaaier; reizend koopman uit Duitsland."

Dan volgt een hele reeks denigrerende uitdrukkingen, zoals: "Sa dom, dronken as in poep. In poep mei in marse: een kleine mannetje met een grote vrouw achter zich bij het schaatsen. Dat is ien, sei de duvel en hy skopte in poep yn 'e hel."

Het woord wordt dus soms neutraal maar vaker als neerbuigend of regelrecht scheldwoord gezien. De herkomst van het woord wordt niet verklaard.

Google helpt me verder. Zo vind ik het artikel 'Het scheelt veel wie er poep zegt. Een verkenning van het fecale discours' van Michael Elias in Medische Antropologie 11 (1) 1999 p 38-58. Op pagina 40 staat: "Het lemma poep uit deel 12 van het WNT (*) is van 1933 en omvat bijna zes kolommen; de redacteur onderscheidt globaal vier hoofdcategorieën. [...] De vierde categorie vermeldt het woord poep als vermoedelijke vertaling van het Duitse Bube; dit woord is etymologisch verwant met ons woord boef, het kan in het meervoud staan, evenals poepin: 'Duitsche vrouw die met de hannekemaaiers meekwam'."

Michael Elias geeft enkele voorbeelden van de vele overleveringen over poep (p47): "Er zijn ten eerste allerlei liedjes en rijmpjes, soms kort, soms lang. Het WNT geeft in kolom 2970: Poep! zee-d-ie, stink deed-ie (gemeenzaam rijmpje). Kinderen zijn veel met hun ontlasting bezig en rijmen al vroeg: Hoeperdepoep zat op de stoep, middenin in de paardepoep. Onder poep (IVde categorie, Bube) geeft het WNT een ander nu nog bekend versje: 'Ik kwam laatst in een poepenkraam, Daar zag ik zeven poepen staan. Ik dacht wat doen die poepen hier? Die poepen drinken poepenbier, Die poepen drinken poepenwijn. Wat zullen die poepen vrolijk zijn. Iedere poep die kocht een koek, Die stak hij in zijn poepenbroek.' In de betekenis van Bube is het door ouderen zonder schaamte te zingen, terwijl kinderen er andere associaties bij hebben en zich vermaken om het doorbreken van het taboewoord."

Dit is interessant! Ik ken het liedje als 'poppenkraam, daar zag ik zeven poppen staan' en heb het als kind vaak gezongen. Maar het gaat dus om Duitse landarbeiders, wat de wijn en het bier in het liedje veel aannemelijker maken. Mijn moeder had dus gelijk dat 'poepen' in de betekenis van dagloners komt van het Duitse Buben (jongens) en dat inzicht van haar wil ik hier graag toch nog even delen. 

(*) WNT = Woordenboek der Nederlandsche Taal (zie Wikipedia)

Het Nederlandse woord 'hannekemaaier' (Fries: hantsjemier, gersmierpoep of poep; Nederduits: hankemeier) is een Westfaling die in de hooitijd in Nederland kwam werken, maar ook: een lompe kerel. Als Westfaling komt het al in 1710 in het Nederlands voor en de betekenis ‘lompe kerel’ in 1768. Het woord komt van Hanke, Hanneke oftewel Johannes. De benaming is ontleend aan het feit dat de maaiers op St. Johannesdag, 24 juni, in dienst kwamen. Bron: Etymologiebank.nl

Lees ook het door mij (in 2001) uit het Fries in het Nederlands vertaalde artikel 'Oer de boer' (Over de boer) van 'Poarteboer' Ytzen K. Tamminga in Ons Friese Platteland 14.12.1961 (Word-document 8 pagina's). 

vrijdag 27 februari 2015

Beslagvrije voet onwerkbaar

De Tweede Kamer moet ingrijpen en voorkomen dat mensen onder het bestaansminimum raken. Er worden jaarlijks tientallen miljoenen te veel ingehouden op het inkomen van mensen met schulden. Volgens sociaal raadslieden wordt de zogenoemde 'beslagvrije voet' onwerkbaar door de wetswijziging die de regering per 1 juli 2015 wil doorvoeren. Zij roepen op om het wetsvoorstel in te trekken.

Nieuwsuur besteedde donderdagavond 26 februari aandacht aan deze problematiek. André Moerman vertelde in de uitzending dat honderdduizenden Nederlanders onder het bestaansminimum komen. André Moerman van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (MOgroep/LOSR) beheert de website Schuldinfo.nl, een geweldige kennisbron als het gaat om schuldhulpverlening. 

De wetswijziging beslagvrije voet is het gevolg van de invoering van de kostendelersnorm. De hoogte van de beslagvrije voet wordt dan afhankelijk van het aantal personen dat op het adres woont. De effecten van de voorgenomen wetswijziging op de beslagvrije voet zijn volgens Moerman desastreus: "Aan de uitvoerbaarheid is nauwelijks aandacht besteed. Door de nieuwe regels vanuit de kostendelersnorm wordt het berekenen van de beslagvrije voet nog complexer en veelomvattender dan het al is. Door de nieuwe kostendelersnorm zal nog vaker de juiste informatie ontbreken om de beslagvrije voet correct te berekenen. Er zal nog vaker dan nu het geval is te weinig overblijven om te overleven."

Ook mensen met schulden hebben recht op een minimaal inkomen om te kunnen eten, drinken en wonen. Dat is wettelijk geregeld met de ‘beslagvrije voet’. Schuldeisers en deurwaarders moeten ervoor zorgen dat mensen met schulden tijdens het aflossen dit minimale bedrag overhouden voor eerste levensbehoeften. Mensen met schulden hebben meestal meerdere schuldeisers. Het is een hele puzzel om als schuldeisers goed af te stemmen, zodat de beslagvrije voet overblijft. Dat gaat vaak mis waardoor mensen met schulden ten onrechte onder het wettelijk bestaansminimum belanden, met nog meer schulden en schuldeisers tot gevolg. Dat kan onder andere leiden tot huisuitzetting.

In 2013 onderschreef het kabinet het belang van de beslagvrije voet en beloofde om deze te zullen vereenvoudigen. Dat was in reactie op het rapport ‘Paritas Passé’ van de MOgroep/LOSR en de Hogeschool Utrecht in opdracht van de deurwaarders (KBvG). Sociaal raadslieden vinden het onbegrijpelijk dat het kabinet diezelfde beslagvrije voet nu dramatisch ingewikkeld maakt. Armoede en maatschappelijke kosten nemen daardoor toe. Een huisuitzetting kost gemiddeld 8000 euro.

In het rapport ‘Beter ten hele gekeerd’ hebben de sociaal raadslieden voorgesteld om het wetsvoorstel in te trekken. 

Bron: André Moerman, Schuldinfo 26.02.2015 * Nieuwsuur 26.02.2015
Beslagvrije voet in 2015 ingrijpend verslechterd, Schuldinfo 04.01.2015
Rapport 'Beter ten hele gekeerd', MOGroep, mei 2015 (PDF
Rapport 'Paritas Passé', N. Jungmann, A. Moerman e.a., maart 2012
Alle informatie is te vinden op de website Schuldinfo.nl

donderdag 26 februari 2015

Reclamemast langs A27

In de Staatscourant van 16 februari maakt de gemeente Houten bekend dat er aan de Meidoornkade een reclamemast geplaatst gaat worden. De Meidoornkade is de weg die langs de A27 loopt op het bedrijventerrein Doornkade. Tegen het besluit kan tot zes weken vanaf 3 februari beroep worden aangetekend bij de rechtbank.

De plaatsing van deze mast is al genoemd in de Beleidsnota reclame in de openbare ruimte uit 2013, die een verruiming van de reclamemogelijkheden op verschillende plaatsen voorziet. Daarin staat te lezen: "Vanwege de economische crisis moet de gemeente flink bezuinigen. Om voorzieningen overeind te houden is het nodig inkomsten te genereren. Die inkomsten komen dan weer ten goede aan de samenleving. De openbare ruimte biedt goede mogelijkheden om dergelijke inkomsten te genereren. De maatschappelijke nadelen ervan zijn beperkt, mits er goede randvoorwaarden worden gesteld. Ook zijn de gegenereerde inkomsten te behalen met relatief weinig onzekerheden en relatief weinig gemeentelijke investeringen."

En verder: "Een reclamemast langs de A27 ter hoogte van bedrijventerrein Doornkade voldoet aan de locatierichtlijnen, zoals die zullen worden opgenomen in de nieuwe beleidsnota reclame in de openbare ruimte. Vanwege een haalbare exploitatie en de grote impact die een reclamemast op de omgeving kan hebben, zijn in de nog vast te stellen beleidsnota reclame in de openbare ruimte locatierichtlijnen opgesteld. De richtlijnen zijn als volgt: - het aantal passanten moet hoog zijn: locaties langs grote drukke weg en zijn daarom het meest geschikt; - een reclamemast mag alleen in stedelijk gebied geplaatst worden om aantasting van het landschap en horizonvervuiling te minimaliseren; - een mast mag niet geplaatst worden waar ‘direct contact’ met een woongebied is. - vanwege de commerciële uitstraling van een reclamemast kan deze alleen in de directe nabijheid van een bedrijventerrein gerealiseerd worden. - de afstand tot de rijksweg is zo beperkt mogelijk. De strook grond tussen bedrijventerrein Doornkade en de A27 voldoet aan deze richtlijnen."

Dan volgt in de beleidsnota nog een interessante zin: "Een reclamemast kan daarnaast ook als landmark voor Houten dienen."

In de discussie in de gemeenteraad werden in dit verband ook de windmolens genoemd, waarvan er één bij afslag van de A27 staat en die in Houten veel weerstand oproepen. Men vroeg zich af wat lelijker is: een windmolen of een reclamemast?

Uit een brief van 1 april 2014 van B&W aan de raad blijkt dat de plek voor de reclamemast een paar keer verschoven is om het iedereen naar de zin te maken. De mast komt nu op de parkeerplaats tegenover de Expo Houten te staan. Daarvoor moeten vijf parkeerplaatsen wijken die iets verderop weer worden aangelegd. Daardoor is het niet nodig om de parkeerplekken officieel "aan de openbaarheid te onttrekken", wat normaal gesproken wel moet als er parkeerplaatsen verdwijnen.

Bron: Officiële bekendmaking in de Staatscourant 16.02.15
Zie ook: Reclamemast A27 Doornkade, collegebrief 01.04.14
Beleidsnota reclame in de openbare ruimte, raadsvoorstel 05.03.14

woensdag 25 februari 2015

Niks cadeau

Vandaag ontving ik een e-mail van Menzis, waarin staat: "Omdat u vorig jaar december heeft deelgenomen aan de cadeau-actie staat het door u gekozen cadeau nu voor u klaar in de SamenGezond-webshop." Ik kan het mij niet precies herinneren, maar ik heb vorig jaar inderdaad een korte enquête ingevuld en daarbij kon ik een cadeau aankruisen. Nu blijkt er een gratis fietscomputer op zonne-energie voor mij klaar te staan.

Menzis heeft alleen wat andere opvattingen over het woord "cadeau" dan normale mensen. Om te beginnen moet ik instemmen met de "actievoorwaarden cadeau". Daarin moet ik Menzis - en elke organisatie die aan Menzis gelieerd is - toestemming geven om mij te bestoken met reclame. Daarbij mag de Aanbieder ongeveer alles en moet ik, de ontvanger van het cadeau, verder mijn mond houden. Als ik de voorwaarden niet voor akkoord aanvink - en dat doe ik niet - dan krijg ik géén cadeau. Bij weigering van de prijs - het cadeau is ineens een prijs geworden - vervalt deze aan Menzis.

Dus als u binnenkort Roger van Boxtel rond ziet fietsen met een mooie fietscomputer op zonne-energie, dan weet u van wie hij die cadeau heeft gekregen.

Om het cadeau - of de prijs of wat het maar is - te ontvangen, moet je dit eerst bestellen in de webshop van Menzis. Opnieuw moet je eerst een rijtje vragen invullen en akkoord gaan met weer andere voorwaarden. Dan blijkt dat je het cadeau alleen kunt bereiken, als je je gelijktijdig aanmeld voor het SamenGezond spaarprogramma. De voorwaarden vermelden: "De gegevens van Deelnemer kunnen tevens worden gebruikt voor het aanprijzen van producten en diensten van Menzis en de labels van Menzis (AnderZorg en Azivo). Menzis kan voor commerciële doeleinden selecties op het Deelnemersbestand uitvoeren. Gegevens van Deelnemers kunnen worden geanalyseerd voor risicobeheersing en marketingactiviteiten. Menzis kan haar bestanden koppelen aan bestanden van derde partijen voor controledoeleinden en marketingactiviteiten."

Het cadeau - of de prijs - krijg ik dus helemaal niet voor het invullen van de enquête in december, maar voor het mij binnenloodsen in de marketing van Menzis. Het is inderdaad geen cadeau, maar een prijs. De prijs voor mijn privacy. Menzis wil het recht op mijn persoonlijke gegevens, want die zijn geld waard. Voorzitter Roger van Boxtel heeft vroeger nog voor D66 gewerkt en heeft het woord 'privacy' dus wel eens opgevangen en weet dat je iemands gegevens niet zomaar mag gebruiken voor reclame. Dat moet je geraffineerder aanpakken.

De e-mail van Menzis begint met "We zijn blij dat u ook in 2015 weer voor een zorgverzekering van Menzis heeft gekozen". Jawel, maar dat was niet vanwege cadeaus, prijzen of marketing, maar omdat Menzis zich naast marketing ook nog bezighoudt met het vergoeden van ziektekosten. Intussen heb ik weer een jaar de tijd om op zoek te gaan naar een ziektekostenverzekering die zich beperkt tot wat ik van ze vraag: het verzekeren van ziektekosten.





vrijdag 20 februari 2015

Waterschap beschuldigd van fraude

Jaap Verweij, fractieleider en lijsttrekker van de ChristenUnie voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR), beticht het waterschap van fraude. Het waterschap heeft in zijn ogen bewust geknoeid met de boekhouding. Hij legt dit nu voor aan de provincie Utrecht, die als toezichthouder toe moet zien op het correct functioneren van het waterschap.

Het gaat om een oude burenruzie met het aangrenzende Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). HDSR beheert onder andere de Kromme Rijn en de grachten van de stad Utrecht. Buurman AGV heeft de Vecht in beheer. De Vecht begint bij de Weerdsluis aan de noordrand van de Utrechtse binnenstad. Langs de Vecht ligt een grote rioolzuiveringsinstallatie (RWZI) aan het Zandpad bij de wijk Overvecht. Anderen kennen het Zandpad misschien beter van de woonboten met rode lampjes, inmiddels weggezuiverd door de burgemeester, maar ik wil hier niet aan riooljournalistiek doen.

De waterkwaliteit van de Vecht voldoet op veel plaatsen niet. De problemen worden veroorzaakt door hoge concentraties fosfaat, stikstof, zink en koper. De rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn daarvan belangrijke bronnen. De Utrechtse RWZI, in beheer bij HDSR, is de grootste vervuiler. Deze RWZI is toe aan een ingrijpende renovatie of misschien wel nieuwbouw. Daarmee zou de waterkwaliteit van de Vecht aanzienlijk kunnen verbeteren. Het bestuur van Amstel, Gooi en Vecht vond het redelijk om mee te betalen aan de uitvoering van maatregelen aan deze RWZI. Daarom maakte AGV 6,4 miljoen euro over aan HDSR. De beide dijkgraven, de hoogste bestuurders van beide hoogheemraadschappen, sloten daarover in 2006 een akkoord.

Weerdsluis in 1760 (Utrechts Archief)
Ook maakten de beide waterschappen afspraken over de hoeveelheid water die van de Utrechtse singel via de Weerdsluis de Vecht instroomt (het 'aanvoerdebiet': het aantal kubieke meters water per seconde). Het is trouwens de moeite waard om tijdens het spuien eens een kijkje te nemen bij deze oude sluis. In de moeizame onderhandelingen had AGV zich steeds op het standpunt gesteld, dat het niet wil meebetalen aan een al jaren bestaande wateraanvoer. AGV telde wel geld neer voor de waterkwaliteit (via het RWZI) maar niet voor de waterkwantiteit (via de Weerdsluis).

Met de ondertekening van het Dijkgravenakkoord (over de waterkwaliteit) en het Waterakkoord Weerdsluis (over de waterkwantiteit) kwam er een einde aan de jarenlange slepende burenruzie. Het bood beide waterschappen een uitweg uit de impasse, terwijl ze de afspraken vervolgens volgens hun eigen principes konden uitleggen. AGV kon zeggen dat het niet meebetaalde voor het water dat door de Weerdsluis stroomt, maar tegelijkertijd kon HDSR het wel als zodanig inboeken. Zowel het dagelijks bestuur (zeg maar: het college) als het algemeen bestuur (zeg maar: de raad) stemden in met dat idee. Het was geen stiekem plannetje achteraf, maar een doelbewust besluit. De toenmalige dijkgraaf Vergunst meldde al in 2006 dat men het inmiddels eens was over de bedragen, maar dat AGV niet bereid was om voor de waterlevering te betalen: "ons waterschap staat nu voor de keus om te innen onder een andere titel of niets incasseren". Bij het besluit in 2007 noteert het dagelijks bestuur "dat de ontvangen bijdrage van AGV boekhoudkundig ten goede komt aan de watersysteemkant in plaats van aan de zuiveringskant".

De kruik gaat echter zo lang te water tot hij barst. In 2012 bleek er te weinig geld te zijn voor de renovatie- of nieuwbouwplannen voor de rioolzuiveringsinstallatie. Het geld van AGV hiervoor was al aan wat anders besteed. Het algemeen bestuur kreeg spijt en wilde het geld na vier jaar weer terug overhevelen. Maar dat gaat zomaar niet, want het besluit in 2007 was met open ogen en boekhoudkundig correct genomen en goedgekeurd en je kunt het ene potje niet zomaar vanuit het andere potje vullen. Dan maak je er een potje van. Niet alleen de verwijten maar ook de mogelijke oplossingen vlogen heen en weer.

Een extern bureau heeft de hele geschiedenis nog eens op een rij gezet en kwam 15 januari 2015 met een eindrapport. Het bureau concludeert dat het algemeen bestuur van het waterschap in 2007 bewust is afgeweken van de intentie van het akkoord met AGV, maar daarmee is nog geen sprake van een foutieve boeking. Het besluit over hoe om te gaan met het ontvangen geld is volgens de regels genomen, al is niet voldoende nagedacht over de consequenties. Volgens het rapport voldoen de besluiten aan de geldende regels en was het bestuur bevoegd om zo'n besluit te nemen.

Het weer terugstorten van het geld naar het potje voor de rioolzuivering mag zomaar niet, omdat de hoogte van de waterschapsbelastingen is bepaald op basis van deze goedgekeurde boekhouding. Als er alsnog een streep gehaald wordt door de boekhouding, dan zou de grondslag van de belastingheffing wel eens kunnen worden afgekeurd.

Het geld moet natuurlijk toch wel worden opgebracht. De zes miljoen die 'onze buren' hebben bijgedragen aan 'onze' watersysteemheffing ('droge voeten') gaan dan weer naar de waterzuiveringsheffing ('schoon water').

Volgens het rapport heeft het bestuur rechtmatig gehandeld, maar kennelijk is Jaap Verweij van de ChristenUnie het daar niet mee eens. Hij vindt dat het een principekwestie is en vindt het niet juist dat het bestuur zich vooral druk maakt over de gevolgen voor de boekhouding en de belastingtarieven. Hij heeft zich al vanaf het begin vastgebeten in deze kwestie. Als op 4 juli 2007 het Waterakkoord Weerdsluis wordt besproken, verlaat hij de vergadering "vanwege bespreking van dit agendapunt" en na dit agendapunt neemt hij zijn plaats aan de vergaderingtafel weer in, zo blijkt uit de notulen. Dat zal dus niet geweest zijn omdat hij even naar de WC moest. Ik zal het hem eens vragen! Tijdens de vergadering van 19 november vorig jaar dreigt hij naar de media te stappen; ook wil hij dat de toezichthouder, de provincie Utrecht, ingrijpt. "Dat is geen dreigement maar een principieel standpunt", zegt hij.

HDSR is volgens hem bestuurlijk onbetrouwbaar als een gesloten glasheldere bestuurlijke overeenkomst niet wordt nagekomen. Met deze gang van zaken overtreedt het waterschap volgens hem ook de formele financiële regels. De belastingbetalers voor de zuiveringsheffing moeten nu opdraaien voor dit bedrag van € 6,4 miljoen, terwijl andere categorieën belastingbetalers van de boeking profiteren. Nu blijkt dat er bij HDSR bewust is geknoeid in de boekhouding beschouwt hij dit als fraude.

Het dagelijks bestuur heeft achteraf spijt van de beslissing die in 2007 is genomen, maar zegt dat deze niet meer is terug te draaien.

Bronnen: 
ChristenUnie 18.02.15
RTV Utrecht 20.02.15

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) is gevestigd in Houten. 
Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vechtstreek (AGV) is gevestigd in Amsterdam.
Op 18 maart 2015 vinden de provinciale en waterschapsverkiezingen plaats. 






donderdag 19 februari 2015

Houten blijft ouderbijdrage innen

De gemeente Houten gaat niet weigeren om de ouderbijdrage voor jeugdhulp te innen. Dat antwoordde wethouder Jocko Rensen dinsdag 17 februari op vragen van Michel Hofstee van HoutenAnders. Volgens de Jeugdwet moeten ouders een eigen bijdrage betalen voor jeugdhulp met verblijf, omdat zij dan besparen op de kosten voor onderhoud van hun kind. De bijdrage kan oplopen tot ruim 1500 euro per jaar. Sinds 1 januari is de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren onderdeel van de Jeugdwet en een taak van de gemeente. Er zijn gemeenten die hebben laten weten te weigeren om het Centraal Administratiekantoor (CAK) de gegevens aan te leveren die nodig zijn voor het innen van de eigen bijdrage.

Wethouder Jocko Rensen van Houten voert aan dat de gemeente wettelijk verplicht is om deze bijdrage te heffen. Dit is democratisch zo besloten. Moties in het parlement om dit tegen te houden, zijn allemaal verworpen. Houten zal de heffing daarom niet opschorten. Wel wil de gemeente in de gaten houden of mensen hierdoor in de problemen komen. Volgens de wethouder gaat het in Houten niet om heel veel mensen en zit de gemeente er dicht boven op. Ook wilde hij het beeld corrigeren dat er heel veel gemeentes zijn die de heffing weigeren. Volgens hem zijn er zestig gemeenten die daar wel over nadenken.

In de Tweede Kamer zijn onlangs drie moties over dit onderwerp verworpen. In de eerste motie vroegen SP, CDA, GroenLinks, D66 en CU de regering om de inning van de ouderbijdrage op te schorten totdat het door staatssecretaris Van Rijn toegezegde onderzoek is afgerond, zo rond de zomer. In de tweede stelden SP, GroenLinks en CDA voor de ouderbijdrage voor de (dag)klinische specialistische hulp bij een psychische aandoening bij kinderen helemaal te schrappen. En tenslotte vroegen CU en D66 de regering om met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten VNG het draagvlak onder gemeenten voor de eigen bijdrage in kaart te brengen en een oplossing te zoeken voor weigerende gemeenten. Geen van deze voorstellen haalde een meerderheid.

Zie ook: GGZ Nieuws

woensdag 18 februari 2015

Hacker aan keukentafel?

Vertrouwelijke informatie uit "keukentafelgesprekken" kan zomaar in verkeerde handen vallen van hackers. Onoplettende sociale teams blijken voor hackers een makkelijk slachtoffer te vormen. Dit schrijft Binnenlands Bestuur.

Een keukentafelgesprek vindt plaats namens de gemeente door een gespecialiseerd iemand van het "sociaal team". Dat kan bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige zijn. Deze bekijkt welke hulp iemand nodig heeft en wat iemand zelf kan doen of regelen. De zorgverlener maakt hiervan een verslag en voert de gegevens in de computer in, vaak via een tablet met een draadloze wifi-verbinding.

Volgens Anneke Rijsemus, specialist informatiebeveiliging van KPN Consulting, hoeven hackers zich niet bovenmatig in te spannen om via onveilige wifi aan persoonlijke gegevens zoals bankrekeningen, adressen en agendagegevens van burgers te komen. Rijsemus vindt dat zorgverleners zich bewust moeten worden van de gevaren van hackers bij het gebruik van tablets en smartphones die persoonlijke gegevens bevatten.

Een hacker kan met zijn eigen smartphone of een ander apparaat zien welke wifi-verbindingen er in zijn omgeving zijn. Deze verbinding kan hij razendsnel namaken op zijn eigen apparatuur. Het slachtoffer heeft dit niet in de gaten en maakt vervolgens verbinding met het apparaat van de hacker. Vervolgens kan hij alle informatie lezen, manipuleren en gebruiken.

Anneke Rijsemus: "Het kan grote gevolgen hebben wanneer zo'n hacker met de informatie de media opzoekt: niet alleen wordt de privacy van burgers ernstig geschaad, de boetes zijn ook nog eens torenhoog en kunnen oplopen tot enkele tonnen. Momenteel wordt 70% van alle incidenten op het gebied van informatiebeveiliging veroorzaakt door de mensen die met de informatie werken."

Rijsemus raadt aan om wifi standaard uit te zetten, evenals het vinkje 'altijd connectie maken met dit netwerk' en geen vertrouwelijke informatie te versturen over een onbekende wifi-netwerk.

Houtense wethouder: "Onze sociale teams niet te hacken"

In het wekelijks persgesprek van de gemeente Houten legde ik dit artikel voor aan de Houtense wethouder Jocko Rensen en vroeg hem of hij dit risico ook ziet. De wethouder verzekerde mij dat de tablets van de Houtense sociale teams niet af te luisteren zijn. Hoe dit verzekerd is, vertelde hij niet.

De sociale teams en het sociaal loket van de gemeente Houten maken sinds kort gebruik van het regiesysteem WIZportaal. Dat systeem is ontwikkeld door het in Houten gevestigde bedrijf Solviteers. Medewerkers kunnen in dit systeem gegevens registreren van burgers, de zelfredzaamheid meten en monitoren, een (hulp)plan maken, acties plannen, producten inzetten en notities maken.

Binnenlands Bestuur, 3 februari 2015
Info keukentafelgesprek simpel te hacken

WIZportaal.nl: (commerciële informatie)
Ook gemeente Houten, vestigingsplaats van Solviteers, kiest voor WIZportaal

maandag 16 februari 2015

Referendumdebat


Op 10 februari 2015 besloot de gemeenteraad van Houten dat de winkels voortaan onbeperkt open mogen. Kort daarvoor had de gemeenteraad een verzoek van 350 burgers om over dit onderwerp een raadgevend referendum te houden afgewezen. Met beide onderwerpen - referendum en winkeltijden - schreef de gemeenteraad die avond plaatselijke politieke geschiedenis. De gemeenteraad had nogal wat moeite om de beide agendapunten uit elkaar te houden. De burgemeester moest de raadsleden daar een paar keer aan helpen herinneren. Omdat er onder de inwoners en winkeliers van Houten geen duidelijke meerderheid te vinden is voor het dichthouden of het openen van winkels op zondag is dit bij uitstek een onderwerp waar tegengestelde krachten botsen. Ik heb hier woensdag al over geschreven en zal dat nog wel vaker doen.

Er gebeurde in die anderhalf uur referendumdebat zoveel dat ik niet goed weet waar ik moet beginnen en ik heb nog veel vragen. Dit wordt een lang en nog niet helemaal geordend verhaal, omdat ik voor mijzelf een aantal zaken rond het referendum en de status van de referendumverordening op een rij wil zetten. Mijn stelling, die ik woensdag poneerde, is dat het referendum-op-verzoek-van-de-burger feitelijk niet meer bestaat, omdat de raad deze macht weer naar zichzelf heeft toegetrokken. Die is tijdens deze raadsperiode ook niet meer terug te geven aan de burger, omdat het dan om een afgeleide macht, een gunst zou gaan. De raad heeft het referendumverzoek in mijn ogen politiek beoordeeld, in plaats van alleen te kijken of aan de vereisten is voldaan, dus als de raad zich bij een volgend verzoek wél terughoudend of welwillend opstelt, dan is dat voortaan óók een politieke keuze.

Het raadsvoorstel van het college om een onafhankelijke permanente referendumcommissie voor vier jaar in te stellen, waartoe de referendumverordening verplicht, werd door de raad achteloos verworpen zonder ook maar één enkele vraag of stemverklaring daarover. Daarmee is de referendumverordening mijns inziens feitelijk terzijde geschoven. In een leeg vergaderkamertje op het gemeentehuis zit nu een eenzame ambtenaar met een blanco blocnote te wachten: Eric Postma, de ambtelijk secretaris van de referendumcommissie. Deze onafhankelijke commissie laat zich door niets en niemand beïnvloeden, want zij bestaat uit vijf lege stoelen.

Zelf ben ik nooit zo’n voorstander geweest van een referendum, omdat het vrijwel altijd botst met de vertegenwoordigende (representatieve) democratie, maar ik vind het instrument toch wel interessant en ik laat mij graag overtuigen. En het gaat uiteindelijk wel om de vraag “wie heeft de macht”? Het onderwerp houd mij onder meer zo bezig omdat de burgemeester bij meerdere gelegenheden, onder andere bij de nieuwjaarsreceptie op 8 januari, heeft opgeroepen om na te denken over en te experimenteren met nieuwe vormen van burgerinvloed. In de nieuwjaarsreceptie zei hij dit (cursivering van mij):

“Zelf denk ik dat we al een heel eind zijn als we vormen van parallelle democratie weten te ontwikkelen. Een beetje vergelijkbaar met de Zwitserse referendumdemocratie. Dat we met een zekere regelmaat, op belangrijke onderwerpen of thema's, groepen Houtenaren door loting aanwijzen om mee te beslissen of bindende adviezen te geven aan college of raad. Ik vind het een goed idee de formule van de inwonerstop met loting en stemmen in al dan niet aangepaste vorm wat vaker te gebruiken. Het kan behulpzaam zijn bij het versterken van democratische betrokkenheid en van de kwaliteit en het draagvlak van besluiten.[Bron]

Dat gaat dus verder dan traditionele inspraak, maar om een eigenstandige ‘machtsuitoefening’ van de burgers. De suggestie van ‘bindende adviezen’ botst al vrij snel met de grondwet, omdat de gemeenteraad altijd een eigen en vrije beslissingsbevoegdheid heeft als hoogste orgaan van de gemeente. Dus ik weet niet precies hoe de burgemeester zich dat voorstelt. De gemeenteraad is formeel niet verplicht om tussentijds te luisteren naar de burgers, maar heeft een eigen verantwoordelijkheid en moet het algemeen belang dienen. De raadsleden en de raad als geheel mogen dus zelf bepalen hoe en hoe vaak zij naar de burgers willen luisteren. Er is na het referendumdebat binnen de huidige raad niet veel draagvlak te verwachten voor een grotere, zelfstandige burgerinvloed.

In 2005 dienden D66 en de toenmalige inwonerspartij Houtens Belang een motie in om een referendum in te voeren, nadat eerdere pogingen waren gestrand. Ik heb zaterdag telefonisch contact opgenomen met Peter Mustert, het raadslid van Houtens Belang dat aan de wieg stond van het referendum. Mocht mijn analyse juist zijn dat het raadgevend referendum dood is, dan wil ik het graag nog eens met hem hebben over de grafrede.

Bij de totstandkoming van de referendumverordening in 2006 zijn diverse varianten de revue gepasseerd. Bij een ‘raadplegend’ referendum vraagt de raad op eigen initiatief advies aan de burgers. Bij ‘raadgevend’ referendum brengen de burgers op eigen initiatief advies uit aan de raad.

De gemeenteraad heeft indertijd gekozen om beide vormen mogelijk te maken en dit vastgelegd in een verordening, zeg maar een gemeentelijke ‘wet’. Zoals elke wettelijke regeling is deze referendumverordening gepubliceerd op de centrale website van de overheid. Als een burgerinitiatief aan de voorwaarden voldoet, heeft de raad weinig ruimte om dit verzoek te weigeren, zo blijkt ook uit de toelichting op de tekst en de ontstaansgeschiedenis. De grondwet staat het echter niet toe de formele beslissing en de verantwoordelijkheid daarvoor uit handen te geven. In alle gevallen is een beslissing van de raad nodig om het referendum uit te schrijven en de raad mag de uitslag van een referendum ook altijd naast zich neerleggen.
Bronnen: - Raadsvoorstel referendumverordening - Referendumverordening Houten - Commissieverslag 14-02-2006

De referendumverordening van Houten is ruim acht jaar geleden ingegaan, in 2006, maar voor zover ik mij kan herinneren, heeft dit nog nooit geleid tot een referendum. Inwonerspartij Toekomst Houten (ITH) wil alle belangrijke beslissingen voorleggen aan de bevolking, bijvoorbeeld over het plaatsen van windmolens, maar kreeg tot nu toe nul op het request.  Ik weet niet of er eerder een burgerinitiatief tot het houden van een referendum is geweest. (De verordening spreekt overigens van een "initiatief van kiesgerechtigden”, ik noem dit zo nu en dan ook kortweg “burgerinitiatief”, niet te verwarren met het burgerinitiatief om de raad te verzoeken een onderwerp op de agenda te zetten.)

De manier waarop de raad een voorstel voor een referendum op initiatief van kiesgerechtigden dient te behandelen verschilt volledig van de behandeling van een raadsinitiatief. Bij een raadsinitiatief moet de raad immers eerst bediscussiëren of de raad dit initiatief wil nemen. Daarbij staan alle politieke overwegingen open voor discussie en mogen alle registers open getrokken worden om de wenselijkheid van het referendum te verdedigen of te bestrijden. Zijn aan het eind 15 stemmen of meer vóór dan is het referendum “wenselijk” en komt het er, één stem minder en het gaat niet door. 

Bij een initiatief van de kiesgerechtigden wordt deze vraag heel anders beantwoord. Als 2250 van de kiezers zijn handtekening zet dan is het referendum “wenselijk”, één handtekening minder en het referendum is niet wenselijk en het gaat niet door. Zo simpel is het. De enige vraag die de raad moet beoordelen (nadat het college dit eerst heeft onderzocht) is of de aanvraag aan alle vereisten heeft voldaan. Over de wenselijkheid van het referendum mag de raad zich niet uitspreken, want daar gaan de raadsleden niet over. De raad bepaalt of het referendum mág (dus aan de regels voldoet) en kán.

Bij de behandeling van het referendumverzoek op 10 februari leek de discussie regelmatig te gaan over de wenselijkheid van het referendum. Er waren goede argumenten tegen het referendum in te brengen en dat gebeurde ook. Maar die vraag stond niet op de agenda. De vraag die de raad moest beantwoorden, was of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek tot het houden van een referendum was voldaan. In dat geval had het besluit over de winkeltijden moeten worden uitgesteld om de aanvragers van het referendum de kans te geven om de vereiste 2250 handtekeningen te verzamelen. Voor het inleidend verzoek zijn slechts 200 handtekeningen nodig.

Het is allereerst de taak van het college om te onderzoeken of er redenen zijn om het referendum te weigeren en vervolgens de raad te laten weten of het verzoek aan alle eisen voldoet. De raad kan die conclusies uiteraard beoordelen en tegenspreken. Er worden in de verordening acht weigeringsgronden genoemd (art. 3.2.a-h): het referendum mag bijvoorbeeld niet gaan over de belastingen en niet over onderwerpen waarover het rijk of de provincie beslist of iets waarover al eerder een besluit is gevallen.

Als het college ziet dat er een weigeringsgrond is, dan moet het college deze conclusie eerst voorleggen aan de (volgens de verordening verplichte maar desondanks niet bestaande en op 10 februari zelfs weggestemde) onafhankelijke permanente referendumcommissie.

De in de verordening opgenomen toelichting zegt hierover: "Teneinde een onafhankelijk oordeel te verkrijgen over de wenselijkheid en mogelijkheid van het houden van een referendum, met name op initiatief van de kiesgerechtigden, is ervoor gekozen om een onafhankelijke (permanente) referendumcommissie in te stellen. De raad is immers altijd partij bij een referendum."
Dan is er nog een algemene weigeringsgrond (art. 3.2.i), namelijk als er naar de mening van de raad andere “dringende redenen” zijn om geen referendum te houden.

De in de verordening opgenomen toelichting geeft aan dat artikel 3.2.i is toegevoegd om te voorkomen "dat het voor de raad onmogelijk wordt een verzoek om een referendum af te wijzen als daarvoor dringende redenen zijn. Een zorgvuldige afweging is daarbij een voorwaarde."
Dus als er geen weigeringsgrond is, dan heeft de raad geen mogelijkheid om het verzoek te weigeren. Het is aan de raad om te beoordelen of er “dringende redenen” zijn om het niet te doen. Dat mogen geen politieke redenen zijn, waardoor de vraag of het referendum “wenselijk” is via de achterdeur weer binnen zou sluipen. [Inleidend verzoek tot referendum]

Ik vraag mij af of als de raad van mening is dat er “dringende redenen” zijn om het referendum af te wijzen, deze reden dan ook niet expliciet zou moeten worden benoemd. Dat zou in elk geval verstandig zijn met het oog op toekomstige referendum-aanvragen. En ten tweede: zou deze weigeringsgrond óók niet moeten worden voorgelegd aan de onafhankelijke commissie (“De raad is immers altijd partij bij een referendum.”) of is dit zinloos omdat dit oordeel aan de raad toekomt.
De verordening sluit artikel 3.2.i (“dringende redenen”) niet uit van het aan de commissie voor te leggen advies, evenmin als artikel 3.2.f dat ook een weigeringsgrond is “naar het oordeel van de raad”.

Het belangrijkste bezwaar dat de raad aanvoerde tegen het referendum waren de kosten. Daar hadden de raadsleden een goed punt. Hadden zij het daar maar bij gelaten. Maar ik heb scherp opgelet: alle keren dat over de kosten werd gesproken, werden daarbij in één adem politieke motieven aangevoerd. “Het is te duur omdat we het al weten”, “het is te duur omdat we het nu toch goed doen”, “het is te duur omdat het alleen bedoeld is om ons besluit tegen te houden”, “het is te duur omdat we ons standpunt er toch niet door zullen laten beïnvloeden”.

Een objectieve afweging van wat het wel of niet zou mogen kosten, heb ik niet gehoord.

GroenLinks liet tussen neus en lippen door weten binnenkort met een voorstel te zullen komen voor een referendum over een vuurwerkverbod. Dat voorstel komt dan wel binnen in een nieuwe politieke context. De raad zal zich moeten buigen over de vraag of het budget dat er niet was voor een referendum waar de inwoners om vroegen, er wel is voor een referendum waar de burger niet om heeft gevraagd. Dat mag. Maar het bevestigt dan wel dat het referendum alleen bedoeld is voor als de raad iets wil weten en niet als de burger iets wil vertellen. GroenLinks had het referendum kunnen krijgen voor de halve prijs, namelijk twee voor de prijs van één, maar koos daar niet voor. (Een referendum kost tussen de € 1,50 en € 2,15 per kiezer, onder andere afhankelijk van het aantal stembureaus. Als het gecombineerd wordt met verkiezingen, dan is het veel goedkoper.)

Anneke Dubbink van de PvdA was woedend: “Hoe halen de tegenstanders het in hun hoofd om nu aan dit onderwerp zoveel geld uit te geven!”

Naast het kostenaspect werden er vurige betogen gehouden voor de representatieve democratie en tegen het referendum.

VVD: “Voor ons is de representatieve democratie heilig”.

HoutenAnders (HA) had een heel consistent verhaal op de website onder de titel “U dacht al gekozen te hebben. Of niet?” Deze lokale partij heeft campagne gevoerd voor de koopzondag. “Wat de uitslag ook is, wij moeten en willen onze verkiezingsbelofte gestand doen”. Fractieleider Michel Hofstee herhaalde dit argument in zijn betoog: “Als wij in dit geval voor een referendum zouden kiezen, zal het gevolg zijn dat het raadsbesluit uitgesteld wordt, er veel gemeenschapsgeld aan een referendum besteed wordt en ongeacht de uitslag er aan het einde van deze exercitie gestemd zal worden naar verkiezingsbelofte.” Ook hier dus een principieel standpunt: geen referendum maar representatieve democratie. Ook niet als middel om na te gaan wat de kiezer wil. “Wij hebben voor en tijdens het schrijven van ons verkiezingsprogramma veel gesondeerd naar dit onderwerp. En geloof me: er is hier geen scherp beeld van.” [bron, bron]

Zijn principiële afwijzing van het referendum vind ik wel eerlijk. Maar de vraag was niet of de raad een referendum wil, maar of aan de vereisten van het burgerverzoek is voldaan. Een uitspraak van partijen dat zij zich niet door een referendum willen laten beïnvloeden, is volgens HoutenAnders dus in zichzelf dus al een “dringende reden” waardoor het verzoek van burgers niet aan de eisen voldoet.

Overigens is het voor de geschiedschrijving ook wel interessant om op te merken, dat de Houtense winkels onbeperkt open gaan doordat Michel Hofstee vorig jaar uit ITH is gestapt. Hiermee is de meerderheid nipt verschoven naar het niet meer reguleren van de winkeltijden.

Ook Eric van Vliet van D66, met HoutensBelang de initiatiefnemer van deze referendumverordening, pleitte vurig voor de representatieve democratie:

"Een referendum mag de representatieve democratie niet uithollen of vervangen. D66 heeft verkiezingswinst geboekt, de inwoners hebben gesproken, D66 heeft zes vertegenwoordigers in de raad en heeft een duidelijk standpunt ingenomen. We moeten niet bij elk besluit een volksraadpleging houden. Er is een meerderheid in de raad. Er is voldoende reden om een referendum af te wijzen." 

Eric van Vliet gaf ook aan waarom hij het recht op een referendum nu weer wil inperken. De goede inspraakmogelijkheden maken het referenduminstrument overbodig.

Van Vliet: “In 2006 nam Mustert van Houtens Belang het initiatief tot het instellen van een referendum, onder het motto: hier moet het anders, omdat de inspraakmogelijkheden toen belabberd waren. Maar als u ziet hoe we nu met inspraak omgaan, dan is dat toch heel anders. Beïnvloed dat ook het recht om er gebruik van te maken?”

Alleen Erik Jan Visser van het CDA bleef consequent vasthouden aan de vraagstelling die voorlag en probeerde het referendum nog te redden:

"Het CDA is geen voorstander om voor ieder besluit een referendum te houden, ook niet voor dit besluit. Maar als je bewoners dat recht geeft, dan kan je ze dat niet ontnemen. Dat is arrogantie van de macht. Ik vraag alle fracties dringend om het democratisch recht nu niet opzij te schuiven. Dit zet de politiek onder druk."

Waarom hielden de raadsleden zich niet scherper en objectiever aan de voorliggende vraag, het beoordelen van het referendumverzoek? Voor een deel was dit denk ik onwetenheid met de procedure als gevolg van een gebrek aan interesse voor dit democratisch instrument. Er is in Houten bij mijn weten nog nooit een referendum gehouden. Of er ooit eerder een verzoek door burgers is ingediend weet ik niet; referendumvoorstellen van een partij stranden meestal al voordat ze zijn ingediend. Ten tweede hebben de tegenstanders van dit referendum in artikel 3.2.i (“dringende redenen”) het enige gaatje gezien om zich als raad uit te kunnen spreken over de wenselijkheid van het referendum en het referendumverzoek af te kunnen schieten. Zij hebben dit artikel politiek opgerekt en daarmee de zeggenschap weer volledig bij zichzelf neergelegd. Ten derde speelde bij een aantal partijen de principiële voorkeur voor een representatieve democratie een rol. Het was opmerkelijk dat de rollen leken te zijn omgedraaid. D66, vanouds principiële voorstander van het referendum en directe democratie, verdedigde de representatieve democratie het felst en zag het referendum als bedreiging, terwijl het CDA, vanouds tegenstander van het referendum, het dit recht het meest principieel verdedigde. Ten vierde speelden emoties over het onderwerp van het aangevraagde referendum een grote rol. D66, VVD en PvdA zien al jaren uit naar een ruimere winkelopening, ook op zondag, terwijl SGP, CU en iets minder sterk het CDA principiële tegenstanders zijn.

De raadsleden hebben een mandaat en een machtspositie en die mogen zij benutten. Het is een hardnekkig misverstand dat raadsleden de wil van de meerderheid moeten uitvoeren, zo zij die al kunnen kennen. Zij hebben een eigen afweging te maken in het belang van de gemeente en haar burgers. Deze raad is op zijn strepen gaan staan en heeft duidelijk gemaakt waar de macht ligt. 

D66 is de grootste partij in de Houtense raad. D66-leider Eric van Vliet heeft de scepter opgepakt en wie met de scepter zwaait, is degene die aanwijst wie mag naderen tot de macht. Als hij op een heldere lentemorgen wakker wordt en denkt: het zou toch mooi zijn om mijn macht te delen met de burgers, dan heeft hij dat gedroomd. Zelf je eigen onafhankelijke tegenmacht creëren, gaat niet. Dat blijft dan altijd een afgeleide macht. Een gunst. Deze raad is op zijn strepen gaan staan door de burgers duidelijk te maken dat door hun gewenste invloed altijd vooraf aan het politieke oordeel van de raad kan worden onderworpen.

Het referendum op initiatief van burgers is om zeep geholpen. Wie denkt dat het binnen deze raadsperiode weer gereanimeerd kan worden, vergist zich. Echt de macht delen, zo iemand dat zou willen, kan pas weer nadat de machtsverhoudingen opnieuw zijn bepaald volgens regels die buiten de invloed van deze raad liggen: verkiezingen. Misschien op een dag in de verre toekomst.

woensdag 11 februari 2015

Referendum ter ziele

D66 heeft dinsdagavond het Houtense referendum politiek behendig om zeep geholpen. Het vereiste aantal van 200 bewoners had een referendum aangevraagd over de verruiming van de winkeltijden. De gemeentelijke referendumverordening schrijft dan voor dat de gemeenteraad besluit of aan de vereisten voor het indienen van een "inleidend verzoek" is voldaan en in dat geval moet de raad het voorgenomen besluit uitstellen. De aanvragers krijgen dan de tijd om de paar duizend handtekeningen te verzamelen die voor het uitschrijven van een referendum nodig zijn.

Artikel 3.2.a tot en met h van de referendumverordening somt een heel rijtje redenen op waarom de raad het verzoek van de bewoners zou kunnen weigeren. Bijvoorbeeld als het een besluit betreft waar de gemeente helemaal niet over gaat. Maar de raadsleden ontdekten ook nog een artikel 3.2.i. Dat zegt dat de raad het verzoek ook mag weigeren als er andere dringende redenen zijn om geen referendum te houden.

De "dringende redenen" waren in dit geval dat D66 de verkiezingen had gewonnen en weet wat de kiezers willen.

De in de verordening opgenomen toelichting geeft aan dat artikel 3.2.i is toegevoegd om te voorkomen "dat het voor de raad onmogelijk [!] wordt een verzoek om een referendum af te wijzen als daarvoor dringende redenen zijn. Een zorgvuldige afweging is daarbij een voorwaarde."

Verder zegt de toelichting: "Teneinde een onafhankelijk oordeel te verkrijgen over de wenselijkheid en mogelijkheid van het houden van een referendum, met name op initiatief van de kiesgerechtigden, is ervoor gekozen om een onafhankelijke (permanente) referendumcommissie in te stellen. De raad is immers altijd partij bij een referendum."

D66-fractieleider Eric van Vliet hield een vlammend pleidooi voor de representatieve democratie:

"Een referendum mag de representatieve democratie niet uithollen of vervangen. D66 heeft verkiezingswinst geboekt, de inwoners hebben gesproken, D66 heeft zes vertegenwoordigers in de raad en heeft een duidelijk standpunt ingenomen. We moeten niet bij elk besluit een volksraadpleging houden. Er is een meerderheid in de raad. Er is voldoende reden om een referendum af te wijzen."

CDA-fractieleider Erik Jan Visser waarschuwde voor de gevolgen:

"Het CDA is geen voorstander om voor ieder besluit een referendum te houden, ook niet voor dit besluit. Maar als je bewoners dat recht geeft, dan kan je ze dat niet ontnemen. Dat is arrogantie van de macht. Ik vraag alle fracties dringend om het democratisch recht nu niet opzij te schuiven. Dit zet de politiek onder druk."

Een meerderheid van de gemeenteraad (17 van de 29 zetels), bestaande uit D66 (6), VVD (4), PvdA (3), GroenLinks (2) en HoutenAnders (2) wees het referendumverzoek af.

Dit betekent dat de gemeenteraad van oordeel was, dat aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek tot het houden van een referendum niet was voldaan. 

Daarmee is het burgerinitiatief tot het houden van een referendum in Houten definitief ten grave gedragen. Een referendum mag niet gehouden worden over voorstellen waar de raad niet over gaat en voortaan ook niet over voorstellen waar de raad wél over gaat en bij meerderheid kan beslissen. Dat is immers op zichzelf al een "dringende reden" waardoor een verzoek niet aan de eisen voldoet.

Eric van Vliet van D66 heeft gelijk met zijn pleidooi voor representatieve democratie. Alle raadsleden hebben bij de verkiezingen een mandaat gekregen om in volledige vrijheid bij meerderheid besluiten te nemen. Er is daarbij geen enkele verplichting om naar de kiezers te luisteren en D66 hoeft ook niet te doen alsof. Met de referendumverordening had de gemeenteraad in een vorige periode zichzelf die verplichting wel opgelegd. Maar de huidige gemeenteraad heeft nu besloten deze macht weer volledig naar zichzelf toe te trekken: het is aan de raadsleden en uitsluitend aan de raadsleden om te beslissen of het wenselijk is dat de kiezers worden gehoord.

Een voordeel is wel dat het voortaan niet meer nodig is om handtekeningen te verzamelen voor een verzoek tot een referendum. Immers, het is toch de gemeenteraad die zelfstandig beslist. Dus een briefje naar de raad volstaat. Eric van Vliet zei dat hij er wel voor open stond om "te zijner tijd nader te spreken over de clausulering van de verordening", maar die ruimte heeft hij zichzelf ontnomen. Het burgerinitiatief is de facto uit de verordening geschrapt. Dit moet alleen nog even worden opgeschreven en dan kan het zó als hamerstuk door naar de volgende raadsvergadering.

Er is nog gelegenheid om afscheid te nemen van de referendumverordening.


Archeologie in Amersfoort

Amersfoort heeft sinds 2 februari officieel een depot voor archeologische vondsten. De gemeente heeft deze bevoegdheid gekregen van de provincie Utrecht, die sinds 2007 wettelijk verantwoordelijk is voor de archeologische depots (*).

Geïnteresseerden kunnen de vondsten bekijken bij het Centrum voor Archeologie aan de Langegracht 11. Het centrum is gratis te bezoeken op woensdagmiddagen tussen 14.00 en 16.30 uur. Groepen kunnen op afspraak ook op andere momenten terecht. 

Bron: Provincie Utrecht - Zie ook: Centrum voor Archeologie - (*) Regelgeving

maandag 9 februari 2015

Publicatie verboden

De campagnes voor de provinciale verkiezingen op 18 maart zijn losgebarsten. Bijna dagelijks ontvang ik nu persberichten van de deelnemende partijen en daar ben ik blij mee, want zo bouwt zich langzaam het beeld op van wat de partijen willen en welke keuzes er voor liggen. Via verschillende media kunnen de kiezers hierover worden geïnformeerd.

De partijen gebruiken soms een eigen e-mailadres, maar vaak ook hun e-mailadres bij de Provincie Utrecht. Dat laatste is erg irritant, want élk bericht gaat dan gepaard met deze zin:
"De informatie verzonden met dit bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan."
Hier verbiedt een overheidsorgaan expliciet en schriftelijk het publiceren van persberichten. Dat is perscensuur. Uiteraard trekt geen medium zich daar wat van aan. Ik ook niet. Maar daarmee wordt een door de overheid uitgevaardigd verbod niet serieus genomen.

In dit geval wil de overheid het publiceren natuurlijk helemaal niet verbieden. Maar men heeft gewoon gedacht: laten we er voor de zekerheid altijd maar een verbodstekst tegenaan gooien. Er kan immers ooit wel eens iets door heen glippen wat mogelijkerwijs verboden had kúnnen zijn. Dat is hetzelfde als wanneer de provincie toevallig nog een stapel verkeersborden op voorraad heeft liggen, laten we zeggen eenrichtingsverkeer, en die op regelmatige afstand langs alle provinciale wegen opstelt. Altijd handig voor het geval dát.

Naar de provincie heb ik hier al een paar keer op gereageerd. Ook wel eens pesterig als de afdeling voorlichting weer eens zo'n persbericht met publicatieverbod verstuurde en ik er toch niks mee kon: "goed, zoals u wilt, dan publiceren wij het niet".

Voor de overheid zou openheid en openbaarheid het uitgangspunt moeten zijn. Vooral in verkiezingstijd is dit quasi-verbod erg irritant. Natuurlijk moeten overheidsdienaren - intern en extern - ook wel eens vertrouwelijk kunnen communiceren. In zo'n geval zou er zo'n advocatenzinnetje bij gezet kunnen worden. De juridische waarde ervan is mij niet goed duidelijk, ook niet in het geval dat het om echt vertrouwelijke informatie gaat. De provincie zou er in dat geval beter aan doen de inhoud van de e-mail en bijlagen explicieter te classificeren: wat mag wel, wat niet (mag een overheidsdienaar het stuk kopiëren ten behoeve van een vergadering over het onderwerp of is dat ook verboden?), hoe lang geldt de geheimhouding en wat kan er aan gedaan worden om die op te heffen. In het geval dat publicatie een strafbaar feit is, is het goed dat er bij te vermelden.

Ook het accepteren van een 'embargo' (dat wil zeggen: geheimhouding tot de aangegeven datum) wordt met dit algemene zinnetje er bij tamelijk onzinnig.

Eén voordeel heeft dit onzin-zinnetje intussen wel. Als een krant of ander medium een geheim stuk in handen krijgt, het publiceert en daar op aangesproken wordt, dan kan de uitgever zich met recht beroepen op het feit dat hij het niet kon weten. Immers, zelfs de afdeling persvoorlichting en de politieke partijen vermelden dit zinnetje bij elk bericht, waardoor het elke betekenis heeft verloren. Een overheid die elke communicatie expliciet, categorisch en volledig verbiedt - lijkt te verbiedenbereikt het tegendeel van wat wordt beoogd.

Goed, dan is het ideaal toch bereikt: een volledig open overheid.

Zie mijn eerdere blog over dit onderwerp op 21 mei 2014. #disclaimerfetisjisme 
Zie ook Disclaimers in email-signatures are not just annoying but legally meaningless.

zaterdag 7 februari 2015

Brand!

Taalgevoelig als ik ben, zou ik niet blij zijn als ik moest tanken bij een benzinestation met grote letters "Brand" op het dak. Het is - zo op het eerste gezicht - wel een prachtig ontwerp, dit tankstation in Zutphen.

Met het Engelse woord 'brand' is iets vreemds aan de hand. Het komt van ons Nederlandse woord 'brandmerken', het merken van het vee door het in de vacht branden van een stempel. Een eigendomskenmerk en later handelsmerk. In het Nederlands bleef (zoals meestal) het tweede woorddeel over - 'merk' -  terwijl in het Engels het eerste woorddeel als kernwoord werd gezien, 'brand'. Hoewel het Engels ook wel het werkwoord en zelfstandig naamwoord '(to) mark' en 'trade mark' kent.

Van 'Brand Oil' had ik tot vandaag nog nooit gehoord. Het doet mij dus denken aan brandende olie en ik zou wat zenuwachtig worden m'n auto onder dat prachtige dak naast een benzinepomp stil te zetten. Het zal gewoon 'merkolie' betekenen en vast uit Amerika komen, dacht ik. Misschien een rijke olieboer die geen merk kon verzinnen en zijn merk daarom maar 'merk' noemde. Maar het blijkt een echt Nederlands merk te zijn.

Brand Oil is opgericht als Brandsma's Oliehandel door Piet en Tjikke Brandsma in Epe en inmiddels gevestigd in Zutphen. Het bedrijf exploiteert 35 Brand Oil en 50 onbemande Amigo tankstations.

Bron: Architectenweb 6-2-2015
In de geschiedenis van de tankstations is de overkapping ontstaan ter bescherming van de pompbediende. Later is dit een belangrijk element gebleven ter beschutting van de zelftanker. Veelal is het tankgedeelte los gekoppeld of met een lichtstraat verbonden met de kiosk. Dit archetype van het tankstation hebben we gehandhaafd. Echter zijn de kiosk en tankdeel één geheel geworden. Het is als een vogel neergestreken in het landschap. Ontwerp: Maas Architecten BV. 

vrijdag 6 februari 2015

Bibliotheek van de Toekomst

De gemeente Houten gaat met inwoners in gesprek over de Bibliotheek van de Toekomst. De opkomst van digitale media en internet, de terugtredende overheid en de nieuwe bibliotheekwet per 1 januari 2015 zijn enkele trends die vragen om opnieuw na te denken over de functie van een bibliotheek. Waar gaat het om in de bibliotheek: ontmoeten, leren, lezen, toegang tot informatie, kennismaken met cultuur? De gemeente Houten is samen met partners bezig een nieuw concept te ontwikkelen dat aansluit bij wat inwoners willen.

De gemeente Houten nodigt bewoners uit voor een bijeenkomst op donderdag 19 februari in het gemeentehuis van 20.00 tot 22.00 uur. Inloop vanaf 19.30 uur.

Aanmelden via secretariaatsam@houten.nl.

Bron: Persbericht gemeente Houten 6.2.15

donderdag 5 februari 2015

Vroeg Eropaf

Woningcorporaties en Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) gaan vanaf februari op huisbezoek bij huurders met een betalingsachterstand. Op deze manier willen de partijen geldproblemen bij huurders in de regio Lekstroom eerder signaleren en waar mogelijk oplossen om zo huisuitzettingen te voorkomen. Mitros, Viveste, Lekstede Wonen, Provides, Portaal, Jutphaas Wonen, Woningbouwvereniging Lopik en WIL gaan deze samenwerking zes maanden proberen in een pilot. De samenwerking is naar idee van de succesvolle aanpak in Amsterdam: Vroeg Eropaf.

Hoe werkt Vroeg Eropaf?
Als een huurder huurachterstand heeft, gaan een medewerker van de woningcorporatie en een schuldhulpverlener van WIL samen op pad en bieden de huurder in een vroegtijdig stadium hulp. Deze (vrijwillige) ondersteuning varieert van eenmalige adviezen tot uitgebreidere schuldhulpverleningstrajecten.

Bewezen succes in Amsterdam
De Vroeg Eropaf methode is ontwikkeld in Amsterdam en heeft daar succes: bij de helft van de deelnemende huurders is de huurachterstand na één jaar opgelost. Door vroegtijdig het gesprek aan te gaan met de huurder worden grotere problemen voorkomen en wordt eerder gezocht naar oplossingen. 

Rob Esser, directeur van WIL legt uit hoe dit werkt: “Mensen denken vaak als het één maand niet lukt om de huur te betalen: dat los ik nog wel op. Ze realiseren zich niet altijd dat ze dan in de volgende maand twee maanden huur moeten betalen. Is de huur € 500 dan moeten ze dan in één keer € 1.000 betalen. Dat is voor mensen met een uitkering of een laag salaris soms meer dan ze maandelijks aan inkomsten ontvangen. En voor je het weet, wordt het probleem steeds groter.” 

Bron: Persbericht WIL 3.2.15

Veel achtergrondinformatie over de aanpak van 'Vroeg Eropaf' in Amsterdam met links naar business case, casebeschrijving, evaluatie en meer, zie: Effectieveschuldhulp.nl



woensdag 4 februari 2015

Fietsbrug vordert

Foto: Johan Nebbeling
De bouw van de fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal bij de Plofsluis in Nieuwegein vordert. De 220 meter lange fietsbrug met de naam ´Nieuwe Heemsteedsebrug´ wordt op 2 mei ingevaren. Begin juli is de fietsbrug klaar voor gebruik.

De fietsbrug voorziet in een kortere, veiligere en vooral aantrekkelijkere fietsroute voor forensen en scholieren tussen Houten en Nieuwegein. 

Op dit moment wordt de brug in Schiedam in elkaar gezet. Wethouders Johan Gadella (Nieuwegein), Herman Geerdes (Houten) gingen op werkbezoek naar de werf.

Bron: Provincie Utrecht 3.2.15 - Zie ook: Gemeente Nieuwegein

Plattelandswoning is geen bedrijf

Een varkenshouder in Weert heeft met succes bezwaar gemaakt tegen de woonbestemming van een naast zijn bedrijf gelegen boerderij. De Raad van State heeft de bestemming "specifieke vorm van wonen, voormalige agrarische bedrijfswoning" vernietigd en de gemeente Weert moet haar huiswerk overdoen. Weert vond dat de woning geen effect heeft op de ontwikkeling van het naastgelegen bedrijf, maar de Raad van State is het daar niet mee eens. Op grond van de Wet milieubeheer moet de luchtkwaliteit op alle plaatsen beoordeeld worden, behalve als sprake is van een arbeidsplaats. In dat geval gelden andere regels op basis waarvan de gezondheid en veiligheid van werknemers worden beschermd. De Raad van State vindt dat deze boerenwoning geen bedrijf is, omdat de bewoners geen binding hebben met het agrarische bedrijf waarbij de woning staat. Dit betekent dat de luchtkwaliteit moet voldoen aan de eisen voor wonen. Maar daardoor zou het aangrenzende bedrijf in zijn ontwikkeling kunnen worden belemmerd. Een nieuw bestemmingsplan mag in het algemeen bestaande bedrijfsvoering niet belemmeren of er moet daarvoor een regeling worden getroffen.

Deze uitspraak viel mij op vanwege een gesprek dat ik onlangs had met een agrariër uit de gemeente Bunnik. Hij was als fruitteler afgekomen op een informatieavond van de gemeente Houten over spuitvrije zones tussen boomgaarden en woningen en welke afstand daarbij veilig zou zijn. Deze fruitteler was daarnaast ook varkenshouder. In de woning naast zijn bedrijf waren onlangs 'burgers' komen wonen die hun woning wilden verbouwen. Hij had prima contact met z'n buren, maar voelde zich toch genoodzaakt bezwaar te maken tegen hun vergunningaanvraag. Als de boerderij naast hem als woning zou worden bestempeld dan kreeg hij met allerlei beperkingen te maken in zijn bedrijfsvoering, die hij zich naar zijn mening niet kon veroorloven. Hij worstelde met deze vraag. Terwijl ik met hem stond te praten, zwaaide hij vrolijk naar zijn buren, die ook naar de informatie-avond waren toegekomen. De vraag hoe dicht boeren en burgers elkaar naderen in het buitengebied blijft een actuele vraag.

Samenvatting uitspraak Raad van State 4.2.15
Lees hier de volledige tekst van de uitspraak met zaaknummer 201306630/5.
Mijn verslag van de informatieavond van de gemeente Houten over spuitvrije zones.


KNAB stopt met Facebook

De KNAB-bank (draai het woord om en je weet hoe ze aan die naam komen) heeft - of had - een leuke betaaloptie. Vanuit je bank-app kan je betaalopdrachten geven via Facebook. Maar het werkt niet goed en KNAB heeft besloten hiermee te stoppen.

Stel je bent met een een paar vrienden uit eten gegaan en je wilt de rekening delen, maar niemand heeft contant geld bij zich. Eén van de vrienden schiet de rekening voor en jij maakt vanaf jouw bankrekening van de KNAB jouw deel direct over naar de geldschieter zonder lange rekeningnummers uit te hoeven wisselen. Je stuurt je betaalopdracht direct vanuit je bank-app naar het Facebook-account van je vriend. Hij krijgt daarvan een persoonlijk bericht op Facebook. Hij hoeft alleen maar te klikken op de link in dat bericht en zijn eigen bankrekeningnummer in te vullen en het geld wordt overgeboekt.

Dat is tenminste de bedoeling. Het leek mij verstandig om het eerst eens uit te proberen en ik maakte één cent over naar een vriend, Jeffrey. In de omschrijving noteerde ik: "Beste Jeffrey, het begin van je kapitaal". De betaalopdracht bleef in mijn lijst overboekingen staan, maar werd nog niet afgeschreven. So far so good. Na een week kreeg ik een mailtje van de bank dat de betaalopdracht verviel omdat Jeffrey het geld niet had geïnd. Domme Jeffrey, dacht ik, zo gaat deze rijkdom aan je voorbij. Ik probeerde het nog een keer en mailde Jeffrey hierover. Die hing direct aan de telefoon. De eerste keer had hij helemaal geen Facebook-bericht ontvangen. Dit keer kreeg hij wel een bericht, maar als hij doorklikte, zag hij geen betaling staan en kon hij ook niets invullen. Ik mailde de bank hierover, want er gaan natuurlijk vriendschappen en relaties stuk, als het systeem niet werkt.

Vandaag kreeg ik een telefoontje van de KNAB. Binnenkort verdwijnt de Facebook-optie helemaal. Het gaat te vaak mis op de manier zoals ik beschreef. De ene keer werkt het wel, maar vaak werkt het niet. Omdat het via Facebook loopt, kan de bank dit niet herstellen. De bank is het met me eens dat dit een betrouwbaar systeem moet zijn en dat een betaling niet mis mag gaan. Daarom is het verstandig om er mee te stoppen. Maar wel jammer.

Vlaams Bouwmeester ontslagen

Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen is met onmiddellijke ingang ontslagen. Dat meldt Architectenweb op basis van berichtgeving in de Belgische krant De Morgen. De architect is beticht van belangenverstrengeling bij het toekennen van een studieopdracht en ook zijn er twijfels bij een aanbesteding en onkostendeclaraties.

De functie van Vlaams Bouwmeester is in 1999 ingesteld en heeft Vlaanderen internationale architectonische faam bezorgd. Door een toegankelijke manier van aanbesteden, de Open Oproep, kregen ook jonge architecten een betere kans op een grote opdracht. De Open Oproep heeft inmiddels navolging gekregen in Nederland. De Vlaamse regering wil de functie van Vlaams Bouwmeester later dit jaar vervangen door een vijf personen tellend Bouwmeesterscollege, dat een adviserende rol krijgt.

Bron: Architectenweb 4.2.2015
Lees ook: De Morgen, 3.2.2015
Zie ook de boekrecensie In publieke opdracht van het tijdschrift Vlaanderen.

In publieke opdracht

■ Hans Ibelings
In publieke opdracht. Vlaams Bouwmeester 1999-2009, SUN, Amsterdam, 2009, 186 blz., 42,50


illustratie
Op initiatief van Vlaams Bouwmeester Marcel Smets analyseerde architectuurcriticus Hans Ibelings tien jaar Vlaams Bouwmeesterschap en de methode van de Open Oproep. In 1999 kreeg het Vlaamse architectuurbeleid een nieuwe impuls door het instellen van die functie die eerst tot 2005 door bOb van Reeth werd vervuld en nadien door Smets. Dat beleid is een breuk met het verleden doordat het eindelijk meer aandacht besteedt aan de publieke ruimte en de openbare gebouwen. Architectuur is van waarde voor de samenleving en de overheid heeft daarin een verantwoordelijkheid. De architect bouwt niet louter voor individuen of instituties van kerk en staat, maar geeft gestalte aan een samenleving. Daarom is architectuur een publieke kunst die de samenleving ten goede komt. Architectuur wordt zelfs ontdekt als een van de middelen om het Vlaamse zelfbewustzijn uit te dragen en vorm te geven. Het laat zien wat onze deelstaat vermag. Samen met de Vlaamse Bouwmeester vormen het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) en de uitgave van het Jaarboek Architectuur Vlaanderen een ‘wapen tegen de architecturale ongeletterdheid’. Door voor architectuur in opdracht van de Vlaamse overheid of lokale besturen te werken met de Open Oproep en de daarbij horende discussies, verhoogt niet alleen de kwaliteit van de projecten, maar ook de betrokkenheid van de bevolking en de openbaarheid van bestuur. De Open Oproep is eigenlijk een wedstrijd waarbij na een opdrachtformulering kandidaten een portfolio indienen. Daaruit gebeurt een voorselectie van tien ontwerpen. Na overleg met de bouwheer kunnen vijf ontwerpers hun visie geven en komt de jury tot een keuze. Altijd wordt getracht jonge bureaus en een buitenlandse architect aan te trekken. Sinds 1999 waren er meer dan 400 projecten, waarvan er 200 in uitvoering zijn en 50 gerealiseerd. Ibelings belicht er in zijn boek dat ook in het Engels verscheen, 24 in detail. Het gaat om heel uiteenlopende projecten voor cultuurcentra, schoolgebouwen, infrastructuurwerken zoals bruggen en wegen, dorpskernen, stadshuizen of crematoria, waarbij het nu eens een nieuwbouw betreft, dan weer een restauratie of een interventie in een bestaande bebouwing. Het boek In publieke opdracht zorgt voor een degelijke terugblik op het mooie resultaat van een decennium Vlaams Bouwmeesterschap.
[Emmanuel Van Lierde]

dinsdag 3 februari 2015

Houten worstelt met zondag

Dinsdag 27 januari hield de gemeenteraad van Houten een raadpleging over de uitbreiding van de winkelopeningstijden. Het college van burgemeester en wethouders legt twee opties voor aan de Raad: het helemaal aan de ondernemers overlaten van de winkeltijden of een beperkte verruiming van de winkeltijden. Een derde optie is alles bij het oude te laten, met 12 koopzondagen per jaar.

Het voorstel staat op de agenda van de gemeenteraad van 10 februari. Een raadsvergadering wordt gewoonlijk voorbereid met een commissievergadering, in Houten ‘rondetafelgesprek’ (RTG) geheten. Burgers kunnen bij een RTG spreektijd aanvragen. Dit keer ging het anders. Bij binnenkomst werd de insprekers gevraagd om plaats te nemen in de raadsbankjes, er waren net genoeg zetels, de aanwezig raadsleden gingen op de publieke tribune zitten. De aanwezigen kregen tien stellingen voorgelegd waarover zij met rode, groene en witte kaartjes konden stemmen. Raadslid Tijm Corporaal van GroenLinks had de leiding en vroeg met een loopmicrofoon verschillende voor- en tegenstanders hun mening toe te lichten. De mannen waren in de meerderheid, er waren zo’n acht vrouwen, en er waren meer winkeliers dan inwoners. De stellingen zijn hieronder niet letterlijk weergegeven maar kort in eigen woorden samengevat.

Stelling 1. De gemeente moet zich niet langer bemoeien met de winkelopeningstijden.
Bij deze stelling waren iets meer tegenstanders dan voorstanders. De winkelier van de Action was voor: “Ondernemers weten wat wenselijk is. Overheidsbemoeienis draagt daar minder toe bij”. Een medewerker van de Wereldwinkel in winkelcentrum ’t Rond was tegen: “Het wordt dan een rommeltje. Op zondag zal maar een deel van de winkels open zijn. Enige sturing van de gemeente kan helpen dat zoveel mogelijk winkels op hetzelfde moment wel of niet open zijn”. Een andere tegenstander: “De Raad moet zich afvragen waarom de wet ooit tot stand gebracht is, namelijk omdat er te veel misbruik gemaakt werd van de werknemers en die kan gaan we nu weer op”. 

Stelling 2. Als je zondags wilt winkelen, dan doe je dat in Utrecht. Houten is daar minder geschikt voor.
Hier was een meerderheid het niet mee eens. Eens: “In winkelcentrum Castellum is veel leegstand. De grote stad heeft meer te bieden”. Neutraal: “Er moet onderscheid gemaakt worden tussen ‘winkelen’ (zoals kleding) en ‘boodschappen’. Voor de dagelijkse boodschappen is Houten wel geschikt”.  Oneens: “Op ’t Rond zijn gezellige kledingwinkels. Als iedereen naar een andere stad gaat, dan worden dat er steeds minder”.

Stelling 3. De geloofsovertuiging (met een wekelijks rustmoment) moet worden gerespecteerd.
Hier was de meerderheid voor. Maar wat betekent dat dan? Een man: “Je durft bijna geen rood te trekken. Natúúrlijk moet je anderen respecteren. Maar dat rustmoment hoeft niet op zondag te zijn”. Een vrouw: “Voor sommige mensen is winkelen op zondag het rustmoment. Andermans geloof, dat mij zou verbieden op zondag te winkelen, moet niet dwingend worden opgelegd. Ik wil óók gerespecteerd worden”. Een andere vrouw: “Bij ons in de familie kunnen we alleen maar op zondag bij elkaar komen, omdat de hele familie in de winkelbranche werkt”.

Stelling 4. Het helemaal vrijgeven van de winkeltijden leidt tot onduidelijkheid voor de consument.
Een grote meerderheid was het met deze stelling eens. Oneens: “De ondernemers kunnen dit zelf wel bepalen en hier onderling afspraken over maken” en “op internet kan je zien welke winkels open zijn”.

Stelling 5. Als Houten op zondag dicht is en de omliggende gemeente open, dan vloeit omzet weg.
Een grote meerderheid was het met deze stelling eens.  Een man: “Helaas heeft onze centrale overheid het al vrijgegeven, dus daar ontkom je niet aan”. Iemand vraagt: “Zijn daar cijfers over?”  Een winkelier: “De koopzondag is bij ons geen succes. Ik pas er voor om alle 12 koopzondagen of nog meer zondagen open te gaan”. Woninginrichter Steehouder: “Je moet het minstens zes maanden structureel proberen en niet op incidenten reageren. Meten is weten. Bij ons stijgt de omzet wel. “ Een ander: “Als er omzet wegvloeit, dan is het niet naar de omliggende gemeenten maar naar webwinkels. De afgelopen 5 jaar zijn veel winkels gesloten.”  Een bedrijfsleider van AH: “AH realiseert 7% omzet op zondag. Die komt voor de helft van andere dagen vandaan, de rest is extra omzet.” Een ander reageert: “Die omzetgroei komt van de kleine ondernemer vandaan die niet op zondag open kan zijn”.

Stelling 6. De zondag is alleen lucratief voor grote ondernemers, de kleine komt in de problemen. 
Een winkelier van de Vershof: “Wij zijn gespecialiseerd en we kunnen niet 7 dagen in de week open zijn, voor ons is de zondag heilig”.

Stelling 7. Zondagopenstelling is nadelig voor het personeel.
Hier zijn iets meer mensen het mee oneens dan mee eens. Bedrijfsleider van de Jumbo: “Mijn medewerkers staan in de rij om op zondag te mogen werken. Bovendien: de consument beslist en die wil gewoon dat we op zondag open gaan. Het doet er niet toe wat wij willen”. Een andere winkelier: “Mijn medewerkers staan er niet om te springen maar ze zijn wel bereid om op zondag te werken. De consument besluit uiteindelijk om te gaan shoppen. Bij ons zal de omzet gelijk blijven, maar als je de consument wegjaagt uit Houten dan raken we omzet kwijt”. Een ander: “Medewerkers staan in de rij om op zondag te werken, maar alleen als ze dubbel betaald worden. Dat kunnen kleine ondernemers niet betalen”. Jumbo: “Studenten willen ook zonder dubbel salaris wel op zondag werken”.

Stelling 8. De klant wil winkelen op zondag.
Een grote meerderheid is het met deze stelling eens. Een winkelier: “De klant wil graag op zondag winkelen, want doordeweeks hebben ze weinig tijd. Beiden werken fulltime, zaterdags sporten ze, op zondag willen ze op hun gemak samen shoppen”.

Stelling 9. Zondagopenstelling gaat de populariteit van internshoppen tegen.
Hier is een meerderheid het niet mee eens. Een winkelier: “Als mensen op internet willen shoppen, dan doen ze dat toch wel. Daardoor ga ik op de zondag niet meer draaien”. Een andere winkelier: “Bij internet zit je naar een stom beeldscherm te kijken en krijg je geen aandacht. Winkels geven aandacht en advies”.

Stelling 10.  Zondagopenstelling leidt tot overlast voor omwonenden en hogere kosten voor reiniging en toezicht.
De meningen hierover zijn verdeeld. Oneens: “Dat schoonmaken gebeurt toch op maandag of dinsdag”.

Enkele andere reacties tot slot: “Houten is geen eiland. De wereld verandert. Dus doe mee.” -  “Is wel eens uitgezocht wat de inwoners van Houten willen?” - “In 2012 was de grootste groep van het burgerpanel tegen openstelling van drie levensmiddelenwinkels op zondag.” – “Inwoners zijn opgeroepen om naar deze raadpleging te komen. Ik zie vooral winkeliers en weinig bewoners.”

Wat als de nu aanwezige insprekers de gemeenteraad waren, hoe zouden ze stemmen?
Groen = helemaal vrijlaten = circa 8 stemmen
Wit = meer open met beleid = circa 9 stemmen
Rood = de huidige 12 koopzondagen = circa 13 stemmen

Een inspreker: “Je moet groen (helemaal open) en wit (open met beleid) natuurlijk wel samen tellen: een meerderheid is voor verruiming van de openstelling”. 

RAADSLEDEN AAN HET WOORD

Nadat winkeliers en inwoners uitgebreid aan het woord waren geweest, was het de beurt aan de raads- en commissieleden om weer plaats te nemen in hun vertrouwde raadszetels. Volgens de regels van het rondetafelgesprek mochten zij vragen stellen aan wethouder Herman Geerdes, maar politieke discussies werden door voorzitter Michel Hofstee van Houten Anders resoluut doorverwezen naar de komende debatraad van dinsdag 10 februari. Alleen aan het eind van het rondetafelgesprek kregen alle fracties de gelegenheid om een kort politiek statement af te leggen. Een kort verslag daarvan.

Voor Pascal Ooms van de SGP is de zondag een bijzondere dag, voor kerkgang, rust en samenzijn. Winkelopening op zondag heeft grote gevolgen voor winkeliers en gezinnen; veel mensen staan onvoldoende stil bij de consequenties, vindt hij. Samen met de ChristenUnie pleit de SGP voor een raadgevend referendum over de vraag of winkels op zondag open moeten zijn.

Jana Smith van de ChristenUnie sluit zich hier bij aan en wil graag alle inwoners horen in een referendum. Volgens haar is men nog lang niet uitgepraat over de waarde van een vaste dag van rust en de positie van de ondernemers.

Ook Gerard Zandbergen van de Inwonerspartij Toekomst Houten ITH sluit zich aan bij het voorstel van SGP en ChristenUnie om een referendum te houden. De partij heeft in haar verkiezingsprogramma staan dat de bevolking zich over belangrijke keuzes rechtstreeks uit moeten kunnen spreken.

Eric van Vliet van D66 vindt een referendum niet nodig. De winkelopening was voor D66 een speerpunt in de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar en de kiezers hebben zich daar over uit kunnen spreken. Het is aan de winkeliers zelf om te beslissen wanneer ze wel of niet open zijn en de overheid moet zich daar niet mee bemoeien.

Anneke Dubbink van de PvdA vindt dat ook. De argumenten voor en tegen zijn nu wel bekend. Het is een politieke keuze. Het wordt tijd dat de gemeente een stapje terug gaat doen en bewoners en ondernemers de ruimte krijgen.

Het zal u niet verbazen dat de VVD voorstander is van volledige vrijheid van winkelopenstelling, zei VVD-raadslid Yvonne van Dijk. De VVD is daar altijd voor geweest en heeft er ook actie voor gevoerd in het winkelcentrum, onder andere met tasjes met de tekst “Winkelen is ook zondagsrust”.

HoutenAnders, GroenLinks en het CDA legden nog geen politieke verklaring af. Het CDA vroeg wel of winkelopening niet kan worden voorgelegd aan het burgerpanel. Dat is een vaste enquête onder bewoners die zich daarvoor hebben aangemeld. Wethouder Geerdes antwoordde dat je het burgerpanel niet te vaak dezelfde vraag kunt stellen. In 2012 is al een vergelijkbare vraag gesteld. Toen ging het over het openstellen van maximaal drie supermarkten vanaf zondagmiddag vier uur. Daar was toen geen meerderheid voor. Er is dit keer wel een enquête gehouden onder alle 200 Houtense winkeliers, waar zo’n 87 winkeliers op hebben gereageerd en die meningen zijn ook verdeeld. GroenLinks vroeg of de gemeente de vrije winkeltijden over een paar jaar terug weer terug zou kunnen draaien als het niet goed blijkt te werken. Wethouder Geerdes antwoordde dat dit dan ook een zaak van de ondernemers is, als het aan hun wordt overgelaten.

Alle partijen gaan nu in hun fracties overleggen en op zoek naar meerderheden. D66, VVD en PvdA zijn duidelijk vóór verruiming van de winkeltijden. Dat zijn bij elkaar 13 van de 29 zetels. Er zijn 15 nodig voor een meerderheid, ze moeten dus nog op zoek naar 2 meer voorstanders. Het college heeft twee varianten voorgelegd met méér of minder vrijheid voor de ondernemers, daar zullen de voorstanders tussen moeten kiezen om niet verdeeld te raken. Gaat het CDA het college steunen – dan is er zéker een meerderheid - of principieel kiezen voor zondagsrust? Sluiten andere partijen zich aan bij de roep om een referendum of hebben ze hun eigen standpunt al bepaald? Raadsleden kunnen zelf natuurlijk ook nog met nieuwe voorstellen komen. Als er voor geen enkel voorstel een meerderheid is te vinden, dan blijft alles bij het oude: met 12 koopzondagen per jaar. 

Zie ook: 
HoutenAnders 21.01.15: Winkeliers bepalen zelf wanneer ze open zijn
ChristenUnie 26.01.15: Ruimere zondagsopenstelling winkels. Gewenst of ongewenst
VVD 28.01.15: Raadpleging over winkelopeningstijden Houten
SGP 30.01.15: Van een juichstemming (...) was geen sprake
ITH 01.02.15: ITH steunt referendum verruiming winkeltijden 
ChristenUnie 02.02.15: Burgerinitiatief voor referendum over koopzondagen
AD Utrechts Nieuwsblad 03.02.15: Geen besluit koopzondag Houten, maar referendum
HoutenAnders 05.02.15: U dacht al gekozen te hebben, niet?